**1..** Het college zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Het college zorgt voor het volgende:
Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens het college contact met hem onderhoudt.
De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek op locatie of bij de inwoner thuis.
Het college helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie.
Het college verstrekt informatie via website, (sociale) media etc.
Er zijn aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn.
Het college informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.
Het college respecteert de privacy van de inwoner.
Het college maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen het college aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag.
**2..** Het college reageert op ontoelaatbaar gedrag van de inwoner. Het college zorgt voor het volgende:
De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:
zijn rechten en plichten;
wat er van hem wordt verwacht;
welk gedrag ontoelaatbaar is;
wat de reactie van het college is op ontoelaatbaar gedrag;
waarom het college tegen het gedrag optreedt.
Voordat het college tegen het gedrag optreedt krijgt de inwoner de mogelijkheid om te reageren op zijn gedrag.
De reactie van het college op ontoelaatbaar gedrag past bij:
de ernst van het gedrag;
de mate waarin het gedrag de inwoner verweten kan worden; en
de persoonlijke situatie van de inwoner.
Het college stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat het college gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. Het college maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en het college de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1