Voor asbest is niet 1987 het ijkpunt voor een historische bodemverontreiniging, maar 1993. Indien de asbestverontreiniging is ontstaan vóór 1993 moet worden vastgesteld of sprake is van een geval van ernstige asbestverontreiniging. Hiervoor geldt geen volumecriterium. Er is sprake is van een geval van ernstige verontreiniging met asbest als de bodem meer dan 100 mg/kg aan (gewogen) asbest bevat. Aanvullend op landelijke wet- en regelgeving is voor Barendrecht en Ridderkerk het volgende van toepassing:
11.1.1 Doelstelling
Bij het verrichten van (alle) handelingen in/op of met grond, moet blootstelling aan asbestvezels zoveel als redelijkerwijs mogelijk worden voorkomen. Essentieel hierbij is om voorafgaande aan deze handelingen zoveel mogelijk inzicht te verkrijgen in welke vorm en mate de grond besmet is of kan zijn met asbest. Voor grond met een percentage bodemvreemd materiaal tot 50% (en dus nog als bodem wordt aangemerkt) wordt daarvoor in ieder geval de NEN 5707 gevolgd.
11.1.2 Onderzoek
Nader bodemonderzoek of een partijkeuring op asbest is niet nodig als:
- - uit een quick-scan blijkt dat recent (max. 5 jaar) bodemonderzoek aanwezig is op basis waarvan op zijn minst de conclusie kan worden getrokken dat het perceel of de partij grond niet asbestverdacht is;
- - uit een vooronderzoek conform de NEN 5725, de NEN 5707 en een visuele inspectie de conclusie kan worden getrokken dat het perceel of de partij grond niet asbestverdacht is. De visuele inspectie wordt uitgevoerd door personen die een cursus asbestherkenning hebben gevolgd. Deze visuele inspectie moet niet worden verward met een asbestinventarisatie door een daartoe erkend bedrijf;
- - uit een verkennend onderzoek blijkt dat in de bodem op een perceel of in een partij grond geen asbest is aangetoond in gehaltes boven de 10 mg/kg d.s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool) en bij een visuele inspectie geen asbest(verdacht materiaal) is aangetroffen. Het verkennend onderzoek wordt dus uitgevoerd als met het vooronderzoek geen duidelijk standpunt kan worden ingenomen over het wel of niet asbestverdacht zijn van grond.