Leeftijdslijn: min 9 maanden tot 23 jaar

Samenhang met paragrafen: 3.1.1, 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3, 3.3.4, 3.3.7

Wijkgericht werken maakt een samenhangende aanpak mogelijk. De beperkte grootte van een wijk biedt de gelegenheid om zorg en ondersteuning integraal en dichtbij te organiseren. Dat heeft een positieve impact op de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Door dichtbij te zijn, er op tijd bij te zijn en door te zorgen dat informele en formele netwerken elkaar kennen. Maar ook doordat professionals in de wijk elkaar en de inwoners beter kennen en gebruik maken van data, kennis en praktijkervaring.

Wij werken toe naar een integrale domeinoverstijgende aanpak in alle wijken.2zie Beleidskader Inclusieve Stad, paragraaf 3.4, pag. 52 e.v. Deze aanpak ontwikkelen we de komende jaren werkenderwijs. We starten in één wijk met jeugd en gezin.

Daarnaast willen we de komende jaren in alle wijken de verbinding tussen kinderopvang en het onderwijs, en de partners in de wijk versterken. Juist in de wijk kunnen ouders, professionals en vrijwilligers met elkaar voor een stevige basis zorgen.3zie Beleidskader Inclusieve Stad, paragraaf 4.3.3, pag. 84 e.v. Samenwerking tussen alle partijen rondom het kind krijgt - zeker voor de leeftijdsgroep 0 tot 12 jaar - gestalte in de wijk. Vaste gezichten, elkaar kennen en snel schakelen zijn de sleutel voor een stevige basis en voor preventie.

De afgelopen jaren paste Amersfoort het zogenoemde IJslandse model toe; een preventieaanpak die probeert een positieve, gezonde leefomgeving te creëren. Centraal in de aanpak staat de focus op beschermende- en risicofactoren. Het IJslands model en wijkgericht werken zoals wij dat voor ogen hebben, zijn beide datagedreven. Data, kennis en ervaring helpen bepalen op welke vraagstukken de komende jaren gerichte inzet nodig is, en geven inzicht in wat werkt. Dat maakt het mogelijk om met een wijkprogrammering te gaan werken.

Alle partners werken gezamenlijk aan de geformuleerde doelen, met behulp van evidence enformed interventies. Door te monitoren, te evalueren en bij te stellen ontwikkelen we een leercyclus met alle betrokken partijen. Een wijk of school voor voortgezet onderwijs bieden een goed schaalniveau voor deze manier van werken.

Wat willen we bereiken?

  • - Gerichtere en effectievere inzet van onze interventies, die ervoor zorgen dat onze jeugd gezond, veilig en kansrijk opgroeit.
  • - Eind 2026 is op basis van data, kennis en praktijkervaring een wijkprogrammering geïmplementeerd in minimaal één wijk en is een prototype beschikbaar voor de overige wijken van de stad. In de toekomst verbreden we deze aanpak naar andere wijken en andere domeinen.
  • - Vooruitlopend op de integrale domeinoverstijgende wijkprogrammering willen we in alle wijken een meer samenhangende aanpak realiseren, waarin partijen in het jeugddomein samenwerken.

Wat doen we de komende drie jaar?

  • - Ontwikkelen van een methodiek voor wijkgericht werken in de wijk Liendert voor jeugd en gezin. Werken op basis van data, kennis en praktijkervaring staat centraal, evenals de focus op beschermende factoren. De ontwikkelde methodiek in Liendert vormt de basis voor een integrale domeinoverstijgende aanpak in alle wijken.
  • - Hulp en ondersteuning zoveel mogelijk bieden op plekken waar kinderen, jongeren en ouders/opvoeders komen. Bijvoorbeeld op de kinderopvang en op school. Aan iedere school en kinderopvangorganisatie is een wijkteammedewerker verbonden. Zij maken afspraken op maat over de wijze waarop zij samenwerken. Ook borgen we de inzet van een social worker van Indebuurt033 op scholen waar vraag is naar dit type ondersteuning.
  • - De methodiek van het IJslands model wordt onderdeel van het preventief jeugdbeleid in het voortgezet onderwijs. Het IJslands model is oorspronkelijk ontwikkeld om het middelengebruik terug te dringen. Wij zetten deze werkwijze ook in voor het versterken van beschermende factoren voor een breder scala aan problemen, zoals in de wijkgerichte aanpak.
  • - De huidige UPJO-subsidieregeling stopt per 1 januari 2022. We ontwikkelen een nieuwe subsidieregeling, waarin partners in de wijken meer ruimte hebben om gezamenlijk te bepalen aan welke doelen zij prioriteit geven. De middelen kunnen zo flexibeler worden ingezet.