1| Beschrijving
Binnen het stedelijk weefsel bevinden zich een aantal groengebieden met een duidelijke functionele relatie met de stad: de stadsparken met landgoederen, groene recreatie gebieden, sportcomplexen en begraafplaatsen.
In het algemeen laat de bebouwing in de parken qua plaatsing en vormgeving een gevarieerd beeld zien. Binnen het stedelijk gebied van Amersfoort komen vier parken/groengebieden voor die van een grote cultuurhistorische betekenis zijn voor het stedelijk gebied van Amersfoort. Dit zijn de parken Schothorst, Randenbroek, Nimmerdor en Birkhoven-Bokkeduinen. Deze parken zijn voormalige landgoederen die met de uitbreiding van de stad in het stedelijk gebied zijn komen te liggen. Het Zocherplatsoen maakt ook deel uit van dit gebiedstype maar is vanwege de ligging binnen het beschermd stadsgezicht Binnenstad beschreven in paragraaf 4.2.
Op de landgoederen heeft het oorspronkelijk hoofdgebouw, het landhuis, een prominente plaatsing, een statig karakter en daarbij passende verfijnde detaillering. Deze bouwwerken zijn alle aangemerkt als gemeentelijk- of rijksmonument. De overige, meer recente bebouwing is veelal op respectabele afstand van de oorspronkelijke bebouwing geplaatst en georiënteerd op bestaande infrastructuur. De vormgeving is functioneler en eenvoudiger en vormt een scherp contrast met die van de oorspronkelijke bebouwing, met name wat betreft vormgeving en detaillering.
De tuinaanleg wordt gekenmerkt door formele rechte lanen (met zichtrelaties) en anderzijds een speelser structuur van de landschapsstijl. Het meest in het oog springend zijn de bosaanleg, de padenstelsels en de historische bebouwing. De historische bebouwing bestaat uit de landhuizen, koetshuizen, oranjerieën, voormalige dienstwoningen en boerderijen. Deze bouwwerken zijn aangemerkt als gemeentelijk of rijksmonument. Het oorspronkelijk hoofdgebouw, het landhuis, heeft een prominente plaatsing, een statig karakter en daarbij passende verfijnde detaillering.
Birkhoven-Bokkeduinen
Voormalig Landgoed Birkhoven ligt op flank van de Utrechtse Heuvelrug. Het bosachtige gebied wordt doorsneden door de Barchman Wuytierslaan. Uniek voor het gebied zijn het - in het kader van de werkverschaffing in de jaren ‘30 van de vorig eeuw ontwikkelde - Bosbad, de Bosvijver met Uitzichtheuvel en het Pinetum. Bokkeduinen wordt gekenmerkt door sportcomplexen, zorg- en onderwijsinstituten, vrijstaande villas en een huisjespark. Birkhoven heeft door de dierentuin, het Bosbad, de sport en de horeca een functie op stedelijk niveau. Het gebied vormt met name het recreatieve uitloopgebied van het Soesterkwartier
Ecologisch vormt het gebied de overgang tussen de bossen/stuifzanden van de Utrechtse Heuvelrug naar de open polder. Voor grondgebonden fauna is een ecologische verbinding bij de Birkstraat gemaakt. Langs het spoor ligt een ecologische verbinding met de spoordriehoek.
Voor Birkhoven-Bokkeduinen geldt een beheerplan waarin is aangegeven waar intensivering mogelijk is en waar het ongewenst is. De aanleg van de westelijke ontsluiting is een grote ontwikkeling in het gebied.
Nimmerdor
Nimmerdor was onderdeel van het landgoed van jonkheer Everard Meijster uit de 17e eeuw. De beplanting met hulst, sparren en dennen rond het landhuis moest ervoor zorgen dat het er 'nimmer dor' uit zou zien. De oorspronkelijke begrenzing van het landgoed heeft de randen naar de wijk het Leusderkwartier gevormd.
Uniek zijn de karakteristieke lanenstructuren. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het nog overgebleven zuidelijke deel van het zogenaamde sterrenbos (een lanenstructuur in de vorm van een ster) uit de 18e eeuw, dat vroeger voor de jacht werd gebruikt. Het bosgebied is opengesteld. Het private deel van het landgoed is een rijksmonument.
Door het gebied loopt een druk gebruikt fietspad dat de verbinding vormt met landgoed de Treek. In het kader van de verbreding van de A28 wordt de bestaande verbinding met de Treek zowel ecologisch als recreatief sterk verbeterd. Het beheerplan voor Nimmerdor is leidend voor ontwikkelingen in het gebied. Aansluitend aan Nimmerdor liggen sportcomplexen.
Het Beekdal met Park Randenbroek
De groene long ‘Het Beekdal’ verbindt de binnenstad en het buitengebied. In het gebied komt landschap en cultuurhistorie samen. Aan de oostzijde met natuurlijk reliëf van stuifduinen. Het beboste Rijksmonument Randenbroek, van oorsprong een middeleeuws landgoed, is nu een Engels landschapspark, met villa ontworpen door Jacob van Campen. De Vosheuvel een oude landduin met de Stadsboerderij, scholen,de Scouting en een woning. Aan de westzijde ligt het open lagere Beekdal met diverse sportvoorzieningen. De afgelopen jaren is het Beekdal grootschalig heringericht. De samenhang en toegankelijkheid in het gebied is vergroot, Park Randbroek heeft de kenmerken van de Engelse Landschapstijl weer teruggekregen en de beek is de ecologische drager van het gebied geworden.
De sportterreinen zijn geïntensiveerd, heringericht en opgenomen in het Beekdal. Binnen enkele jaren zal het terrein van het voormalige Elisabethziekenhuis groen worden ingericht waardoor het integraal onderdeel zal uitmaken van het gehele Beekdal. Het Ketelhuis blijft staan en krijgt een nieuwe functie. Voor het gebied is een inrichting- en beheersplan opgesteld en aan het bestemmingsplan gekoppeld.
Park Schothorst
Uniek 112 ha groot stadspark, centraal gelegen binnen de wijken Schothorst, Zielhorst, Kattenbroek en Hoogland. De oude landschappelijke structuren zijn in het park opgenomen en van nieuwe functies voorzien. Het landgoed, de dekzandrug en de vijver bij Kattenbroek vormen de dragers van het gebied. Het gebied heeft een cultuurlijke inrichting bij de gebouwen en meer landschappelijke inrichting bij de akkers en weiden. De oorspronkelijke open dekzandrug is een evenemententerrein met enkel boomgroepen met prachtige zichten en een enorm gevoel van ruimte. Door de centrale ligging lopen er belangrijke fietsroutes door het park die de wijken met elkaar verbinden. Sportcomplexen, scholen en volkstuinen liggen langs de randen van het park en maken door hun inrichting onderdeel uit van het park.
De kern van het park is het Rijksmonumentale landgoed Schothorst, een ensemble van bebouwing in Engelse landschapsstijl. Het geheel is omzoomd door bos met daarbinnen open weides. In de loop van de tijd zijn gebouwen toegevoegd die de geschiedenis van de bewoning zichtbaar maken. Centraal op het landgoed is een nieuw eigentijds CNME-gebouw toegevoegd, dat van stedelijke betekenis is.
De vijver vormt de overgang naar het stedelijk gebied van Kattenbroek. Natuur, recreatie en cultuur komen hier samen. Op de brug over de vijver is een lichtkunstwerk van Jan van Munster opgenomen en in de vijver is een mergelmuur gebouwd voor oeverzwaluwen. Bij de inrichting is een grote diversiteit aan ecologische maatregelen integraal opgenomen die mede de identiteit van het gebied versterkt.
Essentieel voor het goed functioneren en voor de diversiteit aan flora en fauna is dat het gebied de groene relatie via boerderij Groot Weede met buitengebied West in stand blijft.
Groengordel Soesterkwartier
Het parkgebied maakt integraal onderdeel uit van de wijk het Soesterkwartier dat in het begin van de 20e eeuw ontwikkeld is volgens de Tuinstadgedachte: wonen, werken en recreëren. Het openbare parkachtige groen is afgenomen door de groei en uitbreiding van sport, volkstuinen, scholen en de kerk. Bij
deze ontwikkelingen is groene inpassing essentieel. Het groengebied blijft van grote betekenis voor de wijk en vormt een natuurlijke afscherming van de drukke Amsterdamseweg. In het beheerplan uit 2009 is een natuurzone langs de Amsterdamseweg opgenomen die verschillende ecologische gebieden met elkaar verbindt.
Waterwingebied
Het langgerekte Waterwingebied ligt tussen Rustenburg en Liendert. Het park ligt naar binnen gekeerd tussen de wijken. Het is ontwikkeld in de jaren ‘70 van de vorige eeuw en oorspronkelijk bedoeld als overgang tussen stad en buitengebied. In de jaren ‘80 werd Rustenburg er tegenaan gebouwd. Aan de zuidkant van het gebied wordt het zwembadcomplex Amarena aan de Hogeweg ontwikkeld.
De brede Weg van de Vrijheid was van oorsprong bedoeld als hoofdontsluiting maar ligt al decennia ongebruikt naast het park. Vroeger was het agrarisch weidegebied. De weilanden waren langgerekt en onderling gescheiden door een sloot, greppel of elzensingel. De beplantingen van de perceelsranden zijn in het gebied nog deels herkenbaar. In 2003 is de waterwinning in het gebied gestaakt, de putten liggen er nog.
Park Juliana van Stolberg
Dit park is voortgekomen uit de transformatie van een oud militair complex, waarbij de helft van het voormalig exercitieterrein is ingericht als park. Het park wordt omlijst door een monumentale lindelaan en aan de Leusderweg door het monumentale hekwerk en de poort. Het park heeft een hoogstedelijk groen karakter meegekregen. Door de ligging wordt het intensief gebruikt.
Waterpark Nieuwland
Bij de ontwikkeling van de wijk Nieuwland is op basis van bestaande landschappelijk kenmerken en de wateropgave in de wijk een park gecreëerd. In de grote waterplas zijn op verschillende plekken voor verschillende leeftijdscategorieën speelaanleidingen ontwikkeld. De oevers en beplanting zijn met een zo groot mogelijke diversiteit ingericht. Doordat het winkelcentrum en de scholen aan het park liggen, wordt het goed gebruikt. In het westen grenst het park gebied aan de Bunschoterstraat en kijkt uit over het open polderlandschap.
Vathorst
In Vathorst zijn zo veel mogelijk bestaande slootjes, houtwallen en oude bomen ingepast in de bouwplannen. Aan de noordzijde van de Duisterweg en langs de Dassenberg ligt de Duisterweide. Het Park der Tijden heeft een podium en het Kaipark enkele opvallende rode kunstwerken. De bebouwing is met de voorkant op deze parken gericht. Nu de wijk groeit wordt het gebied over de Laak belangrijker als recreatief uitloopgebied.
Op sportcomplexen is meestal bebouwing aanwezig in de vorm van clubhuizen, kantines, kleedkamers, sporthallen of –zalen. Deze bebouwing staat, al dan niet aan elkaar geschakeld, veelal aan de randen van het sportcomplex. Sportgebouwen zijn vooral praktisch en functioneel van aard. De architectuur van de bebouwing en het materiaalgebruik sluiten hier bij aan en zijn ingetogen en zakelijk te noemen. De bouwwerken zijn overwegend uitgevoerd in één bouwlaag onder een plat dak. De gevels zijn vaak opgetrokken in baksteen. Voor (kleinere) clubgebouwen wordt ook wel hout gebruikt. De clubhuizen en kantines zijn te herkennen aan het grote glasoppervlak, gericht op de (belangrijkste) sportvelden. Een nadere detaillering vindt met name plaats in het kleurgebruik. Na verloop van tijd vinden veelal uitbreidingen plaats of worden bijgebouwen geplaatst. Bij de latere aanvullingen is het van belang dat er rekening gehouden wordt met de samenhang in het kleur- en materiaalgebruik van het hoofdgebouw.
De begraafplaatsen worden gekenmerkt door een overwegend groen karakter. De spaarzame bebouwing heeft een ingetogen karakter.
Aandachtsgebieden
Enkele grotere groengebieden bevatten landgoederen en/of tonen zich nadrukkelijk aan de uiteinden van structuurlijnen: A28 / A1, Barchman Wuytierslaan, Maatweg, Arnhemseweg en Leusderweg. Ligging aan deze structuurlijnen is aanleiding voor extra aandacht bij de welstandsbeoordeling. Zie ook de algemene omschrijving in paragraaf 4.1 en de op de kaart weergegeven aandachtsgebieden.
2| Dynamiek en ambitie
Het welstandsbeleid ten aanzien van sportgebouwen is gericht op een herkenbare, maar zakelijke en functionele vormgeving. In combinatie met het vaak solitaire karakter van de bebouwing bestaat er ruimte voor ontwikkeling.
In de parken en op begraafplaatsen wordt gestreefd naar het conserveren van de huidige situatie. Er wordt geen ruimte geboden voor nieuwbouw of grootschalige aanpassingen aan bestaande bebouwing. Vanwege hun grote betekenis voor het stedelijk gebied van Amersfoort, geldt voor de parkgebieden dat de bestaande waarden het uitgangspunt voor de welstandsbeoordeling zijn. Er zal vooral gelet worden op de landschappelijke inpassing, de vrije plaatsing en het individuele karakter van de bebouwing.
Welstandsvrij
Inherent aan bouwen in groen- en parkgebieden is dat veel bebouwing nauwelijks wordt opgemerkt, zolang die niet aan de openbare weg of een pad staat. Er is dan ook reden om verschil te maken tussen bebouwing aan de hoofdstructuur en daarbuiten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Dierenpark Amersfoort. De entree hiervan is beeldbepalend, maar de bebouwing binnen het park is niet openbaar toegankelijk en staat verscholen in het bos. Om deze reden gelden voor het Dierenpark Amersfoort geen redelijke eisen van welstand. Hier is dan ook welstandsvrij beleid van toepassing.
3| Gebiedsgerichte criteria
Algemeen
- - De bestaande landschappelijke omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder bouwinitiatief.
- - De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en houden rekening met de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting.
Ligging en plaatsing
- - Bebouwing staat vrij in de ruimte en is meerzijdig georiënteerd.
- - De plaatsing van gebouwen sluit aan bij de bestaande inrichting van het terrein in relatie tot de groene omgeving en de openbare weg.
- - De plaatsing van bijgebouwen is ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
- - Sportgebouwen zijn zichtbaar vanaf de bijbehorende sportvelden.
Massa en hoofdvorm
- - Bebouwing heeft een enkelvoudige hoofdvorm.
- - Bebouwing heeft een individuele uitstraling en op de landgoederen een statig karakter.
- - De representatieve gevels zijn gericht op de openbare ruimte.
- - Uitbreiding en verbouwing laten de hoofdvorm in stand, of leiden tot een nieuwe evenwichtige hoofdvorm.
- - Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn in massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
- - Hoofdgebouwen van sportcomplexen zijn transparant aan de zijde van het (hoofd)veld.
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
- - De materialisering sluit aan bij die van reeds aanwezige bebouwing.
- - Gevels op de landgoederen hebben een verticale geleding en horizontale verbanden.
- - De hoofdmaterialen zijn natuurlijk: (bak)steen, pleisterwerk, hout, dakpannen, riet.
- - Het kleurgebruik is terughoudend.
- - De hoofdkleuren van de gevels op landgoederen zijn stucwerk in gebroken wit of grijs of gedempte (aard-) kleuren.
- - De bestaande ornamentiek en specifieke details worden bij verbouwingen gerespecteerd.
- - Materiaalgebruik en kleuren van bijgebouwen in de nabijheid van het hoofdgebouw zijn afgestemd op het hoofdgebouw.
- - Aan- en bijgebouwen zijn ook in kleurgebruik en detaillering ondergeschikt aan/terughoudend en in samenhang met het hoofdgebouw.
- - Binnen een dakvlak komen geen kleurverschillen voor.
Buitengebied: Heuvelrug - legenda