1| Beschrijving

De delen van dit gebiedstype ontwikkelden zich eind 19e eeuw, begin 20e eeuw als buitenwijken van de binnenstad. Langs de hoofdwegen werden villa's gesitueerd en werd plaats gemaakt voor wat bedrijvigheid. Langs de buitenste stadsgracht werden stadswoonhuizen en villa's gebouwd. Erachter werden aaneengeschakelde kleinschaliger (arbeiders)woningen ontwikkeld.

Opvallend is dat veel straatwanden die op het eerste gezicht gesloten overkomen, bij nadere beschouwing bestaan uit kleinere bouwblokken en vrijstaande bebouwing (villa's) die op zeer korte afstand van elkaar staan. Dit zorgt voor een zekere transparantie van de grote (gesloten) bouwblokken. De bebouwing staat over het algemeen in een herkenbare rooilijn.

Binnen deze bebouwingstypologie is een scala aan beukmaten en architectonische vormgeving aanwezig. Dit levert een gedifferentieerd straatbeeld op waarbij elke straat zijn eigen ruimtelijke opbouw en karakteristiek heeft. In sommige straten heeft de bebouwing min of meer één hoogte, in andere straten wisselen bebouwingshoogten tot maximaal drie lagen en projectmatige ensembles en individueel gebouwde woningen elkaar af. De panden en ensembles zijn overwegend variaties op hetzelfde thema en de expressie in de gevelwanden vertoont daardoor sterke overeenkomsten.

De geleding van de gevel is klassiek: plint, middendeel, gevelbeëindiging. Er is sprake van verticale geleding door de hoge ramen. Daarnaast wordt de eenheid in het gevelbeeld bepaald door het rustige kleurenpalet, het natuurlijk materiaalgebruik (baksteen en pannen), met soms hardstenen accenten of geveldelen (basement). De verdere gevelplasticiteit komt voort uit belijningen, dakranden, dakkapellen, portieken, erkers, balkons, loggia’s. Over het algemeen geldt: hoe groter (duurder) de woning, des te meer gevelplasticiteit.

Villa’s hebben allure en zijn architectonisch rijkelijk en zorgvuldig gedetailleerd. De kap is vaak samengesteld uit verschillende subvolumes. Bij de villa’s is vaak sprake van een voortuintje dat duidelijk behoort bij het gebouw. In sommige gevallen is het authentieke (oorspronkelijke) hekwerk nog aanwezig.

De kleinschaliger bebouwing had veelal 1 smalle bouwlaag met kap of twee bouwlagen met terugliggend kapje, en staat dicht op de weg, strak in de rooilijn. Er is daarom weinig uitbreidingsruimte voor woningen en er is weinig groen. Doordat veel woningen individueel zijn verbouwd (extra bouwlagen, toevoeging van dakkapellen, grotere ramen), is er steeds meer sprake van variatie in het straatbeeld, maar de oorspronkelijk architectonische details en geleding is veelal geïntegreerd. Hoekwoningen zijn soms verbijzonderd als afsluiting van het bouwblok.

Eind twintigste en begin eenentwintigste eeuw vonden er diverse herontwikkelingen plaats waarbij een verdergaande verdichting van het gebied heeft plaatsgevonden. Rijk gedetailleerde, grote villa’s kunnen daardoor worden afgewisseld met recente nieuwbouw, zoals Weltevreden en Het Gildekwartier, Kokjesbongerd, complex Lange Beekstraat (Ruijssenaars) en de Burgerbuurt. De meeste inbreidingen spelen op een moderne wijze in op de architectuurkenmerken binnen dit gebiedstype.

Aandachtsgebieden

Dit gebiedstype bevat (delen van) gemeentelijk beschermde stadsgezichten en architectonisch waardevolle gebieden: Sint Bonifaciusstraat (Soesterkwartier), Schimmelpenninckstraat e.o., het vml. Militair Hospitaal en enkele complexen in de omgeving van de Hendrik van Viandenstraat.

Daarnaast is de representatieve betekenis van de structuurlijnen Stadsring, Utrechtseweg, Leusderweg, Hendrik van Viandenstraat, Noorderwierweg en Soesterweg binnen dit gebiedstype aanleiding voor de welstandsbeoordeling. Zie ook de algemene omschrijving in paragraaf 4.1 en de op de kaart weergegeven aandachtsgebieden.

2| Dynamiek en ambitie

De architectonische eenheid is het individuele pand of een kleiner ensemble en dient herkenbaar te blijven. De zorgvuldige detaillering en gevelgeleding is daarbij het uitgangspunt.

In de straten waar bij de kleinschalige bebouwing al veel aan op- en uitbouwen is toegestaan, is maatwerk door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit mogelijk. Bij nieuwbouw hebben grotere woonblokken met een gemeenschappelijke hoofdingang niet de voorkeur, maar wordt aangesloten op de karakteristiek van de straat. Het behoud of herstel van de duidelijke scheiding tussen openbaar en privé is gewenst, zowel bij ingrepen in de openbare ruimte als bij bouwinitiatieven.

3| Gebiedsgerichte criteria

Algemeen

  • - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder bouwinitiatief.

Ligging en plaatsing

  • - Bouwinitiatieven houden de bestaande stedenbouwkundige structuur herkenbaar, reageren op de bebouwingshoogte(n) in het gebied en houden rekening met de schaal van de omgeving.
  • - Plaatsing en oriëntatie van het bouwwerk zijn overeenkomstig de historische parcellering en richting.
  • - Bebouwing is met de voorgevel georiënteerd op de weg of de belangrijkste openbare ruimte.
  • - Hoekwoningen zijn meerzijdig georiënteerd.

Massa en hoofdvorm

  • - Bebouwing heeft een enkelvoudige hoofdvorm.
  • - Bebouwing heeft een individuele uitstraling (per bouwblok).
  • - Bebouwing heeft een gelede bouwvorm naar de maat van de oorspronkelijke parcellering.
  • - Maat, schaal en verhoudingen van gevels zijn in overeenstemming met de omringende oorspronkelijke bebouwing. Er wordt aangesloten bij de verwevenheid van verticale en horizontale elementen in het gevelbeeld als geheel, waarbij de verticaliteit van de vensters overheerst.
  • - De vormgeving is bij de ensembles/complexgewijs opgezette bebouwing gerelateerd aan belendingen en/of het bouwblok.
  • - Aan- en uitbouwen zijn in situering en vormgeving ondergeschikt aan de hoofdvorm/het hoofdgebouw.
  • - Dichte gevels aan de straatzijde zijn ongewenst.

Detaillering, kleur- en materiaalgebruik

  • - Een heldere driedeling van de gevel is gewenst (basement, middendeel, gevelbeëindiging)
  • - De bestaande ornamentiek en specifieke details worden bij verbouwingen en uitbreidingen gerespecteerd.
  • - Bij nieuwbouw worden verfijnde detaillering en afwerking toegepast
  • - Kleur- en materiaalgebruik is bij de complexgewijs opgezette bebouwing gerelateerd aan belendingen en/of het bouwblok.
  • - Aan- en uitbouwen en bijgebouwen sluiten in kleur- en materiaalgebruik aan bij het hoofdgebouw.
  • - De overgang privé-openbaar is ook op detailniveau van bijzonder belang.

Tuinstedelijke bebouwing – legenda