1| Beschrijving

Amersfoort had na de oorlog, net als vele andere steden, te kampen met een hoge woningnood. Op grote schaal moesten woningen worden bijgebouwd. Om bij de naoorlogse uitbreidingen de binnenstad weer het hart van de stad te maken, werden de uitbreidingen als bloembladen aan de oostkant van de stad gelegd volgens het “bloembladconcept” van Zuiderhoek en Rooimans. Als eerste ‘bloemblad’ werd in de jaren vijftig de wijk Soesterkwartier voltooid met strokenbouw, waaronder de Bomenbuurt. In de jaren zestig en zeventig volgden respectievelijk de wijken Randenbroek, Schuilenburg, Liendert en Rustenburg en Schothorst-Zuid.

Bebouwing, verkaveling, openbare ruimte, voorzieningen en groen zijn in samenhang met elkaar ontworpen. De woningblokken staan veelal vrij in het groen en zijn georiënteerd op de zon, zodat zij licht, lucht en ruimte in huis brengen. De centraal geclusterde voorzieningen, zoals winkels, kerken en scholen komen voort uit de naoorlogse wijkgedachte: de wijk is de primaire, veilige woonomgeving, waarbinnen voor alle bewoners de dagelijkse voorzieningen aanwezig zijn. Kenmerkend voor de structuur van de deze gebieden is de planmatige opzet met een duidelijk hiërarchisch opgezet wegenpatroon met brede profielen, robuuste groenstructuren en flankerende (middel)hoogbouw. Rond deze wegen en voorzieningenzones liggen kleinschalige woonbuurten met rustige woonstraten, woonerven en –paden of een eigen groene centrale ruimte.

Binnen de woonbuurten is een mix van eengezinsrijwoningen, seniorenwoningen, (portiek-)etageflats en hoge galerijflats op doordachte wijze geplaatst. Door deze mix meerdere malen te herhalen zijn de zogenaamde stedenbouwkundige stempels ontstaan. Waar het rigide stempelpatroon raakt aan bestaande structuren zijn variaties in de verkaveling zichtbaar. De laagbouwwoningen zijn gelegen aan woonstraten of woonpaden. De (middel-)hoogbouw komt vaak voor langs de ontsluitingswegen en aan de rand van de wijken en staat in een hof- of strokenverkaveling in het groen. Soms is een waaierachtige verkavelingsvorm van portiekflats kenmerkend. Hoogbouwaccenten en andere bijzondere bebouwing markeren entrees of het wijkcentrum.

De architectuur kenmerkt zich door soberheid en een doordachte herhaling van gestandaardiseerde elementen, waarbij ritmiek en lijnenspel essentieel zijn. Materialisatie, etagescheidingen, puien, balkons en kozijnen bepalen de geleding. De gestapelde bouw heeft veelal een duidelijke plint waarin de entrees, bergingen of souterrains zijn opgenomen. Daarboven bevinden zich de repeterende gevelvlakken. Woningen of woongebouwen hebben soms geen uitgesproken voor- of achterkant.

De laagbouw bestaat hoofdzakelijk uit twee bouwlagen met een flauwe kap in een neutrale kleurstelling: meestal een gele of rode baksteen met rode of donkere pannen. De architectuur is eenvoudig, een grote detaillering ontbreekt. Per cluster heerst er een duidelijke architectonische samenhang.

De portiekwoningen hebben een traditioneel karakter van vier bakstenen bouwlagen met kap of een destijds moderner karakter van grindbeton, baksteen en plat afgedekt.

Bij de (middel-)hoogbouw zorgen kleurgebruik, speklagen of betonnen vloerlagen voor een verdere detaillering. De plinten van de hoogbouw en de portiekwoningen bestaan meestal uit bergingen en hebben daardoor een anoniemer karakter. Bij ingrepen in de plint is het wenselijk een opener karakter te realiseren waarmee de relatie met de openbare ruimte wordt versterkt.

In de wijken zijn winkelstrips in de plint van een portiekflat of wooncomplex. De (maatschappelijke) voorzieningen zijn gelegen in de groene zones langs ontsluitingswegen of het Valleikanaal en zijn gevestigd in autonome, meerzijdige/alzijdige bebouwing. Voor het beeld vanuit de Ringweg is er de ambitie dat de bebouwing meer gezicht krijgt naar het Valleikanaal toe.

Aandachtsgebieden

Binnen dit gebiedstype zijn enkele gemeentelijk beschermde stadsgezichten en architectonisch waardevolle gebieden gelegen. Dit betreft o.m. Jericho / Jerusalem (Koppel), Bomenbuurt (Soesterkwartier) en de Surinamelaan e.o.

Daarnaast is de representatieve betekenis van enkele structuurlijnen aanleiding voor extra aandacht bij de welstandsbeoordeling. Dit betreft het Valleikanaal, de Ringweg Kruiskamp / Koppel en de Daltonstraat-Everard Meysterweg-Gasthuislaan en de haaks daarop staande radialen en oude linten en verder een gedeelte van de Soesterweg en Noorderwierweg. Ook de grote infrastructuur rond de stad is hier van belang. Zie ook de algemene omschrijving in paragraaf 4.1 en de op de kaart weergegeven aandachtsgebieden.

2| Dynamiek en ambitie

Bij de gebieden met de traditionele blokverkaveling is handhaving van de heldere stedenbouwkundige opzet en de vanzelfsprekende rust, die uitgaat van het straatbeeld de opgave. Daarbij wordt gelet op de situering en schakeling van bouwmassa’s, de eenvoud van de stedenbouwkundige opzet en de informele sfeer en op de weliswaar bescheiden maar toch zorgvuldige detaillering van de bebouwing. Het groene karakter van de (zij)erven wordt zo veel mogelijk gehandhaafd en, waar mogelijk, in zijn oorspronkelijke maat en inrichting teruggebracht.

De autonome bebouwing langs het Valleikanaal dient meer uitstraling te krijgen aan de zijde van het Valleikanaal.

Samen met woningbouwcorporaties is de gemeente bezig met een stadsvernieuwingsopgave in de oudere wijken: Amersfoort Vernieuwt. Zo is er al een reeks transformaties gedaan. Over het algemeen is er met de architectuur van de nieuwbouw aangehaakt op kenmerken van de bebouwing in de omgeving. Voor Randenbroek- Zuid en de Liendertseweg e.o. gelden beeldkwaliteitplannen.

Gezien het grote aandeel huurwoningen in dit gebiedstype zullen toekomstige ingrepen vooral complexgewijs en in overleg tussen verhuurder en gemeente tot stand komen. De trend dat steeds meer huurwoningen worden verkocht kan een bedreiging zijn voor de bestaande complexmatige samenhang. Daar waar sprake is van een beschermde status, specifieke detaillering, eenheid in architectuur en/of complexmatige samenhang van bebouwing wordt ingezet op behoud of zelfs herstel van de bestaande kwaliteiten. Voor het overige is de architectuur doorgaans van gemiddelde kwaliteit, zodat in het algemeen de nodige (welstands)ruimte kan worden geboden bij ingrepen van individuele aard, mits daarbij de complexmatige samenhang overheerst.

Bij strokenbouw blijft veel aandacht nodig voor de voor/achterkantbenadering. In veel wijken zijn er in latere jaren dakopbouwen toegepast, waarbij geldt dat er een trendsetter per blok is. Voor de maatvoering ervan is in het bestemmingsplan “Amersfoort Oost” een regeling opgenomen.

Het verduurzamen van de woningvoorraad is een brede opgave: vooral bij de woningen in dit gebiedstype is er winst te behalen door het omzetten naar Nul op de meter woningen (NOM), Ook hierbij blijft het behoud van de oorspronkelijke complexmatige samenhang het voornaamste aandachtspunt.

3| Gebiedsgerichte criteria

Algemeen

  • - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder bouwinitiatief.
  • - Nieuwe invullingen houden rekening met de bestaande planmatig aangebrachte maat, schaal en hooglaag verhoudingen in het gebied.
  • - Bouwinitiatieven versterken het onderscheid tussen repeterende stempelbebouwing en zones met bijzondere (centrum)functies.

Ligging en plaatsing

  • - Bebouwing is georiënteerd op de weg of de belangrijkste openbare ruimte.
  • - Bebouwing aan het Valleikanaal is meerzijdig georiënteerd, naar de wegen en naar het Valleikanaal.

Massa en hoofdvorm

  • - Bebouwing heeft een eenvoudige/eenduidige hoofdvorm.
  • - De situering van aan-, uit- en bijgebouwen is ondergeschikt aan die van het hoofdgebouw.
  • - Dakopbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en per architectonische eenheid gelijk
  • - De vormgeving is bij de complexgewijs opgezette bebouwing gerelateerd aan belendingen en/of het bouwblok.
  • - Ingrepen aan de onderlaag van gestapelde bebouwing moeten de relatie tussen binnen en buiten verbeteren, de levendigheid van de onderlaag vergroten en bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte.

Detaillering, kleur- en materiaalgebruik

  • - Kleur- en materiaalgebruik is terughoudend en bij de complexgewijs opgezette bebouwing gerelateerd aan belendingen en/of het bouwblok/stedelijke eenheid.
  • - Aan- en uitbouwen en bijgebouwen sluiten in kleur- en materiaalgebruik aan bij het hoofdgebouw
  • - In centrale voorzieningenzones en langs het Valleikanaal is ruimte voor afwijkend materiaal- en kleurgebruik.
  • - Voor recente nieuwbouwprojecten geldt dat bouwactiviteiten binnen de materiaal-, kleur- en vormafspraken blijven die bij de planvorming zijn gemaakt.

Groeistad - legenda