5.2.1Kosten-batenanalyse gebiedsgerichte benadering
Door de gebiedsgerichte aanpak te hanteren kunnen bodemgelden ingezet worden voor een lange termijnaanpak van de bodemverontreinigingsproblematiek. Om de daadwerkelijke kosten en baten inzichtelijk te krijgen, wordt een financiële onderbouwing bij het gebiedsbeheerplan gemaakt. Van belang is om de verplichtingen die op de verontreinigingen rusten in beeld te krijgen. Daarnaast moeten eventuele verspreidingsrisico’s in beeld worden gebracht. Als het terugvalscenario in werking treedt, levert dit kosten op voor de gebiedsbeheerder. Bij de onderhandelingen moet hiermee rekening worden gehouden.
5.2.2Risico’s
De gebiedsgerichte aanpak wordt voor een lange periode gehanteerd, gedacht kan worden aan 30 jaar. In het gebiedsbeheerplan wordt een exacte termijn gekozen. De financiering van het plan is daarom erg belangrijk voor de continuïteit van de aanpak. Bij de financiering wordt rekening gehouden met kosten voor het inrichten en het beheren van het monitoringsnetwerk en eventuele vervangingskosten. Ook voor het mogelijk in werking zetten van het terugvalscenario moet financiering geregeld worden. Vooraf moet een schatting gemaakt worden van de kans dat het terugvalscenario in werking moet treden en de kosten die hiermee gepaard gaan. Daarnaast is het nog steeds mogelijk dat nieuwe historische gevallen van grondwaterverontreiniging ontdekt worden. Als de herkomst niet kan worden achterhaald of er is geen aanspreekbare partij dan valt ook deze verontreiniging onder de verantwoordelijkheid van de gebiedsbeheerder (vangnetfunctie overheid). Overigens is dit niet anders dan bij de huidige werkwijze. Als in het gebied sprake is van derden probleemhouders dan kan gebruik gemaakt worden van de afkoopregeling. De afkoopregeling wordt aan de hand van een afkoopstrategie opgesteld. Derden krijgen door middel van de afkoopregeling de mogelijkheid om hun verplichtingen af te kopen bij de gebiedsbeheerder. Ondanks signalen uit de markt is het nu nog niet duidelijk welke probleemhouders daadwerkelijk willen en kunnen afkopen bij de gebiedsbeheerder. In het gebiedsbeheerplan moet rekening gehouden worden met een bepaald percentage die niet met de gebiedsgerichte aanpak mee wil doen.
5.2.3Financiering
In het gebiedsbeheerplan moet een kostenraming voor de gehele looptijd van het plan gemaakt worden. Tevens moet hier budget voor gelabeld worden. Het budget hoeft niet aan het begin al rond te zijn. Ter illustratie: als de looptijd van het gebiedsbeheerplan 30 jaar betreft, worden de kosten voor monitoring pas in de loop van de tijd gemaakt. Eventuele kosten voor het terugvalscenario worden misschien pas over 20-30 jaar gemaakt. De gemeente ontvangt elke vier jaar rijksgelden voor het uitvoeren van de sanering en monitoring van de ‘eigen’ gevallen van bodemverontreiniging. Deze rijksgelden worden elke vier jaar minder omdat de saneringsoperatie ook afloopt. Deze rijksgelden worden nu gevalsgericht ingezet. Door de rijksgelden gebiedsgericht in te zetten kan de verontreinigingsproblematiek voor en langere periode beheerst worden. De middelen kunnen dus efficiënter worden ingezet.
5.2.4Afkoopstrategie
Naast het gebiedsbeheerplan wordt een afkoopstrategie opgesteld. In de afkoopstrategie staat beschreven wie de probleemhouders zijn in het beheersgebied. Per probleemhouder is inzichtelijk gemaakt wat de verplichtingen voor de aanpak van de betreffende grondwaterverontreiniging zijn. In de afkoopstrategie wordt beschreven welk deel van de financiering door derden voldaan kan worden. Daardoor wordt mede de financiële haalbaarheid van het plan inzichtelijk. Het aantal grondwaterverontreinigingen welke het probleem zijn van de gemeente Almelo zijn daarbij ook van belang. De gemeente Almelo beziet eerst of de probleemhouders financieel willen bijdragen aan het plan. De afkoopstrategie bepaald het vertrekpunt voor de onderhandeling over eventuele afkoop van de pluimzone (mogelijk ook de bronzone) door de probleemhouder. Als er een afkoopovereenkomst tot stand komt tussen een derde en de gebiedsbeheerder wordt er een privaatrechtelijk contract opgesteld. Hierin staan de afspraken over de exacte invulling van de overeenkomst (scheiding bronzone en pluimzone) en eventuele aanpak van de bronzone. Als de probleemhouder deelneemt, wordt hij publiekrechtelijk gevrijwaard door de gemeente Almelo. Dit heeft alleen betrekking op zijn verantwoordelijkheid voor de grondwaterverontreiniging in het diepere grondwater (pluimzone). Voor een eventueel aanwezige bronzone blijft hij zelf verantwoordelijk, tenzij anders is overeengekomen met de gebiedsbeheerder. Voor de aanpak van de bronzone gelden de reguliere regels van de Wbb. Deelname aan de gebiedsgericht aanpak is op dit moment vrijwillig. Mogelijk wordt deelname verplicht gesteld in de volgende fase van de herziening van de Wbb. De afkoopstrategie is niet van toepassing op nieuwe gevallen van grondwaterverontreiniging, dat wil zeggen ontstaan na 1987.