Naarmate we – in gedachten in de historische situatie – vanaf het hart van de agrarische nederzettingen naar de heide gaan, wordt de dichtheid aan agrarische bedrijfjes in het historisch cultuurlandschap steeds kleiner. Als we gevoelsmatig de heide al hebben bereikt, zien we slechts hier en daar aan de randen kleine kampjes met keuterboerderijtjes, die doorgaans niet veel ouder dan de 18e eeuw zullen zijn. We hebben hier te maken met een overgangstype tussen wat we nog als kampontginning mogen beschouwen en wat in zijn geheel een jonge heideontginning genoemd kan worden. Naarmate de heidevelden in de late 19e en vroege 20e eeuw ontgonnen werden, werden de oude kampen in de nieuwe ontginningen ingekapseld.

Een bijzonder type gebruik wordt gevormd door de vele steen- en kalkovens die met name in dit landschap stonden. Reeds in 1832 zien we op het kadastraal minuutplan een steen- en een kalkoven dichtbij elkaar in de noordoosthoek van de Rekkense Heide staan. Een eeuw later vinden we ze zuidelijker, richting de grensovergang bij Oldenkotte, maar ook op de gemeentegrens met Haaksbergen. Dat juist hier op verschillende locaties steenovens stonden, had te maken met de ondiepe ligging van miocene en/of Septariënklei.28J.H. Römer, Oude steenovens en kleigaten in Twente, geraadpleegd via http://natuurcultuur.nl/download?type=document&docid=404619 De bekende steenfabrieken en winningsgaten hebben we op de kaart opgenomen.

Lang bleven ze nog herkenbaar, maar door de opschaling in de loop van de 20e eeuw zijn veel onregelmatige structuren uit de heideontginningen ‘weggepoetst’. Daardoor is nog meer dan voorheen de jonge heideontginning de sfeer van de gebieden gaan bepalen. Plaatselijk zijn nog bosjes in de gebieden te vinden, en soms een bewaard gebleven heideterreintje. Gemiddeld genomen scoren de randzoneontginningen qua gaafheid relatief hoog (figuur 3.16). Dat heeft er deels mee te maken dat door de ‘rubuuste’ jonge ontginning veel van de oorspronkelijke situatie ten tijde van de ontginning bewaard is gebleven. Toch zijn er ook nog aardig wat gebieden waar de karakteristieken van de oude kampjes nog te herkennen zijn. Het beste voorbeeld is de heideontginning ten noorden van Rekken, feitelijk de noordoosthoek van de gemeente. Dit gebied is de onbetwiste kampioen als het om gaafheid van randzoneontginningen gaat. Ook ten zuidwesten van Rekken en op het Noordijkerveld vinden we gave voorbeelden. Wat onder meer opvalt zijn de vele oude aarden wallen die zich nog in deze landschappen bevinden. Dat is doorgaans een teken van betrekkelijk geringe invloed van ingrepen ten behoeve van de moderne landbouw.