Als we door onze oogharen kijken, zien we dat er in de beekdalen in de gemeente Berkelland, hoeveel variatie er ook lijkt te zijn, feitelijk maar weinig variatie op de hoofdkarakteristieken voorkomt. Dat heeft er enerzijds mee te maken dat beken vaak stromen door gebieden die in hun geheel niet als een beekdallandschap te kenmerken zijn, maar ook door de grote gemene deler die veel beekdalen hebben.
Onder dit type hebben we de wat smallere beekdalen geschaard. Veelal kwamen op de rand van en ook nog wel in de beekdalen bouwlandkampjes voor, met de daarbij behorende bebouwing. Naar het midden van het beekdal, waar perceelsrandbeplanting in grote dichtheid voorkwam, werd de bodem uiteraard steeds natter. Steeds meer van de doorgaans onregelmatig gevormde percelen werden gebruikt als grasland (hooiland). Veel beken in deze dalen werden van oorsprong gegraven en hadden derhalve geen natuurlijke oorsprong. De beken lagen vaak ook niet in het midden van het dal, maar aan één van de randen. Aan de Buurserbeek ten noordoosten van Neede herkennen we dat nog heel fraai. We spreken daarom nu in cultuurlandschappelijk opzicht van beekdalen, maar feitelijk zouden we dat uit geomorfologisch opzicht niet mogen doen.29Zie ook § 4.3.1
Beekdalen horen tot de zwaarst aangepakte landschappen van Berkelland (figuur 3.17). Alleen smalle dalen bij Overbiel en Neede, die niet in het hoofdstroomdal van een beek liggen, zijn aan de meest ingrijpende herinrichtingsmaatregelen ontkomen. Het merendeel is herverkaveld, en soms is het gebruik als grasland nog de enige duidelijke karakteristiek is die het heden met het verleden verbindt. In andere gebieden zijn fragmentarisch delen van de onregelmatige structuur bewaard gebleven.