Een duidelijk onderscheid met de hiervoor genoemde smallere beekdalen is het beekdal van de Berkel en de aangrenzende beken. Het dal was doorgaans erg breed, en in de loop van de tijd is ook de beekloop zelf aan deze dimensies aangepast. Anders dan in het bovenstaand type was het aantal bouwlandkampjes in het beekdal gering, en hebben we historisch gezien dus in de eerste plaats te maken met een uitgestrekte laagte met door opgaand groen (elzenrijen) omgeven percelen grasland zonder bebouwing. Opvallend is dat het beekdal soms heel breed was en soms weer ‘toekneep’: een gevolg van alle wijzigingen die door de eeuwen heen aan het watersysteem zijn uitgevoerd. Zo vormde de Slinge oorspronkelijk de bovenloop van de Berkel bij Borculo, en stroomde de Berkel bij Eibergen naar het noordwesten richting de Regge.
Aan de gemiddelde scores op waarde kunnen we zien dat de gaafheid van dit landschap ten opzichte van de historische situatie heel gering is (figuur 3.18). Vrijwel overal is de verkaveling op de schop gegaan, de beplanting verdwenen en de beekloop meerdere malen genormaliseerd. In dit land der blinden is de Berkelloop ten noordwesten van Borculo als eenoog nog koning.