Een aantal stroompjes moet in de middeleeuwse situatie in het uitgebreide Ruurlose Broek zijn ontsprongen en van daaruit zijn weg door het laagland hebben gezocht. Deze sterk kronkelende en smalle bovenloopjes herkennen we op historische kaarten nog door de relatief onregelmatige ontginningsstructuur van het omliggende broek om 19e-eeuwse topografische kaarten. Het gaat om ontginningen van grote arealen grasland, zonder bebouwing en met een regelmatig wegengrid, zoals elders in het broek. Slechts twee deelgebieden scharen we onder dit type, en in beide gevallen is de structuur nog slechts gedeeltelijk herkenbaar (figuur 3.19).