Ook de randzone van de heide heeft een nattere evenknie, en wel de randzone van het broek. Net als in de heidevariant lagen hier kleine kampontginningen uit het eind van de Nieuwe tijd en het begin van de Nieuwste tijd (1700-1850) in een geleidelijk in ontginning genomen broekgebied. Door die voortgaande ontginning kreeg de regelmatige structuur van het nieuwe wegen- en waterlopengrid de overhand. Die ontginning was al vóór 1850 ten dele in gang gezet.

Net als de ontginningen in de randzone van de heide is de historische sfeer van landschappen van dit type in belangrijke mate bewaard gebleven. De robuuste structuur van de 19e- en 20e-eeuwse ontginningen is daar hier natuurlijk ook weer mede credit aan (figuur 3.20). Plaatselijk vinden we echter ook hier nog relicten die naar de kleine ingekapselde kampontginningen verwijzen. Ten zuiden van het Kerkwijker Bos in Ruurlo vinden we een betrekkelijk goed voorbeeld.