Wat erg opvalt als wordt gekeken naar de verspreiding van de vooral de veldnamen, dan is te zien dat in echt beboste gebieden (vooral de heidebebossing en het oude bos) en in de bebouwde kom vrijwel geen namen bekend zijn. Voor wijken geldt vaak dat als deze jong zijn, de oude veldnamen nog wel bekend waren, maar bij al langer bebouwde gebieden is er niets tot weinig meer in de volksmond bekend over de veldnamen.
Jonge heideontginningen hebben weinig veldnamen ten opzichte van de kampontginningen. Dit komt waarschijnlijk door het feit dat de kampontginningen een stuk ouder zijn dan de heideontginningen en vanaf de 19e eeuw percelen veel minder snel een naam kregen, onder meer door het gebruik van kadastrale aanduidingen. Voor de heideontginningen geldt ook dat namen die er waren vaak bij meerdere percelen hoorden. Binnen de kampontginningen is er nog verschil in de droge en de vochtige ontginningen. Het is duidelijk zichtbaar dat in vooral de droge kampontginningen de meeste namen bekend zijn. De broekontginningen kennen minder namen dan de kampontginningen, maar aanzienlijk meer dan in de heideontginningen. De jonge broekontginningen hebben minder namen dan de oudere broekontginningen.
Op essen of enken zie je vaak dat er vrij veel namen aan de percelen zijn gegeven. Het komt zelfs voor dat percelen of gebieden meerdere namen hebben.
In de beekdalen verschilt de hoeveelheid veldnamen nogal. Over het algemeen zijn er altijd wel veldnamen bekend van de percelen die langs de rand van de beekdalen liggen, maar hoe meer richting het daadwerkelijke water of voormalige water wordt gegaan, hoe minder namen beschikbaar zijn. In verhouding is er van de beekdalen toch wel een redelijk aantal bekend.
Wat betreft de boerderijnamen in de beekdalen valt het vooral op dat er bijna geen boerderijen of huizen in de beekdalen stonden. Een enkeling komt wel voor en deze namen staan ook op de kaart beschreven. Verder valt voor de boerderijen op dat er eveneens bijna geen boerderijen in dichtbeboste gebieden of in niet-ontgonnen gebieden stonden. Net zoals voor de veldnamen geldt dat in de kampontginningen nog de meeste boerderijen of huizen staan en daardoor er daar dus de meeste namen van bekend zijn.