Met integrale aanpak wordt beoogd dat wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidbestrijding. Als gladheid optreedt, gebeurt dit regionaal of zelfs landelijk. De weggebruiker wil van A naar B binnen een gebied, op een veilige en betrouwbare manier en is niet geïnteresseerd in de overheidsinstantie, die het stukje weg waarop hij of zij rijdt begaanbaar moet houden. De weggebruikers zijn gebaat bij een integrale aanpak van de gladheidbestrijding in de regio om te voorkomen dat zij van een gestrooide weg onverwacht terechtkomt op een niet gestrooide weg.

De daarbij behorende integrale visie wordt als volgt gekarakteriseerd:

• De veiligheid van de weggebruikers staat voorop;

• Het voorkomen van gladheid;

• Gladheidpreventie gaat boven curatieve gladheidbestrijding;

• De zorg voor het normaal functioneren van het openbare leven bij gladheid als gevolg van de weersinvloeden;

• Te komen tot een gelijkwaardig kwaliteitsniveau van de gladheidbestrijding op de voor de mobiliteit in de regio belangrijke hoofdroutes.

De integrale aanpak wordt bereikt door ambtelijke afstemming met Twente Milieu over de strooiroutes op basis van evaluaties, risico-inventarisatie en de dagelijkse gang van zaken. Deze aanpak wordt jaarlijks vertaald in een uitvoeringsplan en vormt de basis voor het beleid.