De houder dient voor 1 juni volgend op het subsidiejaar de aanvraag voor vaststelling van de subsidie in.

Voor het aanvragen van de vaststelling van de subsidie wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente aangeleverd en door de houder ingevuld formulier voor:

1. Inhoudelijke jaarverantwoording, waarin is opgenomen de wijze waarop invulling is gegeven aan de “Bijzondere verplichtingen” (artikel 11);

2. Financiële jaarverantwoording, waarin minimaal is opgenomen:

a. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren met een indicatie voor Kdv+/Bso+, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;

b. de in rekening gebrachte ouderbijdrage;

c. het aantal (her)indicaties Kdv+/Bso+.

Voor de te overleggen overzichten genoemd in Artikel 14 lid 2 a en b kan verwezen worden naar de uitkomsten van de kwantitatieve monitor.

d. Voor subsidies tussen de € 50.000 en € 100.000 een rechtmatigheidsverklaring bij de jaarrekening ondertekend door een accountant:

i. van de aantallen genoemd in lid 2a, 2b en 2c;

ii. van de deelname van kinderen die vallen onder artikel 13 lid 8.

e. Voor subsidies hoger dan € 100.000 een goedkeurende accountantsverklaring waaruit blijkt:

i. dat de houder voldoet aan de rapportageverplichtingen genoemd in artikel 14 (rapportageverplichtingen);

ii. de bevindingen van de controle per categorie, zoals benoemd in artikel 10 lid 1 en lid 2, over 10% van het totale aantal, met een minimum van 5, van de volgende gegevens:

• een gedagtekende overeenkomst tussen de houder van het geregistreerde kindercentrum en de ouder van het kind;

• het in de overeenkomst opgenomen gemiddeld aantal uur per maand;

• van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een VGI van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage.