B 4.1 Analyse uitvoering

Dit onderdeel van het VTH-beleid is nieuw. De valkuil is wat ons betreft om een heel uitvoerige analyse te maken. Daar waar we dat in het verleden deden voor de handhaving gaf (een gedeelte van) de gemeenteraad, bij bespreking van dat beleid, aan behoefte te hebben aan meer éénvoud.

De analyse voor de uitvoering in dit beleid wordt daarom eenvoudig opgezet. In het volgende beleid zullen we bezien of een uitgebreider analyse nodig is voor een goede uitvoering van onze wettelijke taak.

In reactie op een conceptversie van dit beleid gaf de interbestuurlijk toezichthouder (provincie Flevoland) aan dat ze in deze probleemanalyse een beschrijving mist van de vergunningverleningstaken. Zoals een beschrijving van het aantal, aard en complexiteit van de te verwachten (bouw)vergunningen en voor het gebruiksdeel van de omgevingsvergunning een toets uitgevoerd naar de actualiteit van de verleende vergunningen. Ook ontbreekt een analyse voor het deel van de omgevingsvergunning waarvoor een goede ruimtelijke onderbouwing nodig is omdat deze afwijkt van het vigerende bestemmingsplan.

Deze punten hebben we nu niet verwerkt, maar zien we als een nader te onderzoeken uitwerking van de risicoanalyse in de komende jaren. Dit zijn punten waarop we bijvoorbeeld eerst meer ervaringscijfers willen opbouwen.

B4.1.1 Inhoud analyse uitvoering

  • - beschrijving gebiedsontwikkeling in Almere;
  • - beschrijving inhoudelijke opgaven in relatie tot VTH;
  • - prioriteitstelling.

B4.1.2 Gebiedsontwikkeling

We verwachten de meeste initiatieven voor een in de volgende gebieden:

  • - Ontwikkeling Floriade gebied;
  • - Ontwikkeling Oosterwold;

Er zijn meer gebieden in ontwikkeling. We denken hier bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in het centrum van Almere Buiten, in Almere Haven en de ontwikkelingen in Almere Poort.

Kortom er zijn allerlei bouwprojecten die moeten worden getoetst en waarop toezicht moet worden gehouden.

B4.1.3 Inhoudelijke opgaven

Over de volgende inhoudelijke onderwerpen zal de gemeente in ieder geval keuzes moeten maken in de komende jaren:

  • - Energietransitie en duurzaamheidsagenda;
  • - Ondermijning;
  • - Evenementenbeleid;
  • - Voorbereiding op omgevingswet;
  • - Vervanging gemeentelijk administratiesysteem VTH;
  • - Omgang met (verworpen wetsvoorstel) Asbestdakenverbod;
  • - Opgaven op het gebied van wonen en omgang met veranderende woonvormen;
  • - Omvang VTH in relatie tot omvang en groei van de stad;
  • - Gemeentelijk veranderplan en organisatieontwikkelingsopgave die hier voor VTH uit voortvloeit.
  • - Uitvoeren verzoeken minister (denk bijvoorbeeld aan een onderzoek dat is uitgevoerd naar zwembaden en een onderzoek dat in 2019 wordt uitgevoerd naar de brandveiligheid van gevels. Beiden op verzoek van de landelijke overheid).

Het voorbereiden van deze keuzes is in meerderheid niet optimaal mogelijk binnen de bestaande ambtelijke capaciteit. Daar waar er knelpunten ontstaan worden die aangekaart in de perspectiefnota.

B4.1.4 Prioriteitstelling

De hoogste prioriteit heeft: het tijdig (binnen wettelijke termijnen) behandelen van goede vergunningen, binnen de uitgangspunten uit hoofdstuk 4.2 en volgens het toetsprotocol uit bijlage 2.

Voor een aantal opgaven (Floriade, Oosterwold, Omgevingswet) zijn projectteams ingericht die monitoren wat er moet gebeuren voor een soepel verloop van het werk dat moet gebeuren.

Het toets protocol uit bijlage 2 heeft tot gevolg dat een aantal onderwerpen uit wetgeving beperkt worden getoetst.

B4.1.5 Risico’s en beheersmaatregelen (wat doen we om opgaven te beheersen?)

Risico’s:

  • - Personeel: Het is steeds moeilijker om aan goed personeel te komen. Zowel voor het maken van beleid als uitvoering van de VTH-taak zelf. Ondertussen nemen de verwachtingen over kwaliteiten van gemeentelijk VTH-personeel steeds hoger. Naast vakinhoudelijke kennis worden er wijzigende vaardigheden verwacht. Bijvoorbeeld omdat de omgevingswet sturing op hoofdlijnen/kaders nodig maakt.
  • - Financiering: De legessystematiek staat al een aantal jaren landelijk ter discussie. Een wijziging van de systematiek kan hogere kosten met zich mee brengen.

Beheersmaatregelen:

Er is geen kant en klare oplossing te noemen om de risico’s te beheersen. Het benoemen van de risico’s is een eerste stap. De onderwerpen zijn onderdeel van de ambtelijke directie- en afdelingsplannen en zullen daar verder worden uitgewerkt in acties en beheersmaatregelen.

Verantwoording over risico’s en beheersmaatregelen is onderdeel van de begrotingsstukken en inhoudelijke jaarrapportages over de handhaving.

B 4.2 Analyse handhaving

B4.2.1 Algemeen: toelichting methodiek

Omdat het voor de gemeente niet mogelijk is alle wet- en regelgeving waarvoor zij verantwoordelijk is te controleren, dienen er keuzes te worden gemaakt over de handhaving. De toezicht- en handhavingsinspanningen dienen zich, naast wensen uit de stad, te richten op die onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn. Een veel gehoorde kreet in handhavend Nederland luidt ‘vissen waar de vis zit’. Een manier om te bepalen waar de ‘vissen zitten’ is door een risicoanalyse uit te voeren.

Op basis van de uitkomsten van de risicoanalyse kunnen prioriteiten worden gesteld voor de handhaving. Tegelijkertijd wordt duidelijk wat minder prioriteit heeft om te handhaven. Hoewel de risicoanalyse met cijfers werkt, is de uitkomst niet objectief maar subjectief. Het is het gevolg van een keuze. De risicoanalyse helpt bij het rationaliseren van de keuzes.

Risicoanalysemodel:

Bij het maken van de risicoanalyse maken we gebruik van het risicoanalysemodel dat door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie is ontwikkeld. In dit model wordt risico (R) gedefinieerd als negatief effect (NE) maal de kans (K) dat dit effect zich zal voordoen.

R = NE x K

Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te maken van de prioriteit van handhavingstaken.

We onderscheiden in willekeurige volgorde zes soorten negatieve effecten die de overheid met gedragsvoorschriften trachten te voorkomen:

  • - Fysieke veiligheid: letsel, al dan niet dodelijk;
  • - Kwaliteit: teruggang van de kwaliteit van het sociaal maatschappelijk leven, in het bijzonder wat betreft het gevoel van veiligheid;
  • - Financieel-economische schade;
  • - Verlies van of schade aan natuurschoon;
  • - Schade aan de (volks)gezondheid;
  • - Schade aan het bestuurlijke imago/stemmenverlies/bestuurlijk belang.

Per mogelijke overtreding is een inschatting gemaakt van de groot van de negatieve gevolgen eveneens op een schaal van 1 tot 5. Een 5 staat voor een groot negatief effect en een 1 staat voor vrijwel geen effect. De kans wordt bepaald door een inschatting te maken van de overtredingskans als niet wordt gehandhaafd. Een 5 staat voor een zeer grote kans en een 1 voor een zeer kleine kans. Het risico wordt bepaald door de gemiddelde score van de negatieve effecten te vermenigvuldigen met de kans op overtreding.

Prioritering

Het risicocijfer geeft richting aan de prioritering van de handhavingstaken. Toch zegt het cijfer nog niet alles over de prioritering. Zo zijn bij sommige handhavingstaken de negatieve effecten groot, terwijl de kans klein is. Deze taken scoren hooguit met een gemiddeld risico. Voor de handhaving kunnen deze taken echter prioriteit hebben, juist vanwege de negatieve effecten die het gevolg kunnen zijn.

Er zijn vier mogelijke uitkomsten van prioritering. Deze worden hieronder uiteengezet.

Prioriteit 1 = Heel Hoog (groot negatief effect/ grote overtredingskans)

Prioriteit 2 = Hoog (groot negatief effect/ kleine overtredingskans)

Prioriteit 3 = Gemiddeld (klein belang/ grote overtredingskans)

Prioriteit 4 = Laag (klein belang/ kleine overtredingskans)

In bovenstaande prioriteitenvolgorde is ervoor gekozen om het negatieve effect zwaarder te laten wegen in de prioritering dan de kans op regelovertreding. Een groot negatief effect met een kleine overtredingskans heeft hier immers een hogere prioriteit dan een klein belang met een lagere overtredingskans. Door de uitkomst van de risicoanalyse op deze wijze te prioriteren wordt duidelijk welke handhavingstaken de meeste aandacht verdienen.

B4.2.2 Wijze van uitvoering en rapportage over risicoanalyse

De bestaande risicoanalyses uit de Nota integraal handhavingsbeleid 2016-2019 en ook uit de Nota integraal handhavingsbeleid 2012-2014 zijn met elkaar vergeleken. Ook is een inschatting gemaakt van de actualiteit van deze analyses.

Geconcludeerd is dat de risicoanalyses op hoofdlijnen niet veel van elkaar verschillen en inhoudelijk actueel zijn. Gelet op het gesprek met de gemeenteraad over de Nota 2016-2019 concluderen we wel dat het wenselijk is om op andere wijze te prioriteren.

Hierna zijn de uitkomsten van de risicoanalyses opgenomen, waarbij de resultaten van de analyse uit 2016 zijn gebruikt maar op andere wijze (vereenvoudigd) weergegeven:

B4.2.3 Uitkomsten risicoanalyse

Afbeelding bij dit artikel

OnderwerpPrioriteitsvolgorde Uitgaande van Kans x effect
Bouw- en ruimtelijke ordeningConstructieve veiligheid en brandveiligheid
Gezondheid
Bruikbaarheid
Energiezuinigheid/ duurzaamheid
Overig
BrandveiligheidFuncties met mensen die minder zelfredzaam zijn
Functies met mensen die onbekend zijn in een gebouw
Risico’s voor de omgeving van een functie
Overige functies
MilieuZie beleidskader omgevingsdienst.

In voorgaande handhavingsnota’s werd het bovenstaande nader uitgesplitst in risicovolle activiteiten. In dit beleid beperken we ons tot de kaderstelling voor de uitvoering. De ambtelijke organisatie heeft het mandaat en de verantwoordelijkheid om binnen deze kaders nadere analyses en plannen te maken. Deze vertalen zich in inzet, zoals die wordt opgenomen in jaarprogramma’s. Overigens betekent dit niet altijd dat onderwerpen niet worden opgepakt vanwege een lage prioriteit. Via projecten (branchecontroles, gebiedscontroles, themacontroles et cetera) willen we zo’n goed mogelijk beeld houden over het naleven van regels in de gehele stad, voor zover dat past binnen de financiële kaders.

B4.2.3 Resultaat: Prioriteitstelling

De voorgaande analyse vertaalt zich in inzet, zoals die in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s is terug te vinden.

B4.2.4 (rest)risico’s en beheersmaatregelen

Restrisico’s doen zich met name voor in situaties waarin het toezicht op de naleving beperkt is als gevolg van de gestelde prioriteiten. Het beheersen van dit risico is onderdeel van het onderwerp “Aandacht voor leefbaarheid” dat is opgenomen in de beleidsagenda (hoofdstuk 5).