In de handhavingsstrategie geven wij aan op welke wijze en met de inzet van welke instrumenten de gestelde doelen en naleving van wet- en regelgeving te bereiken. De handhavingsstrategie bestaat uit de volgende onderdelen:

• Toezichtstrategie;

• Sanctiestrategie;

• Gedoogstrategie.

-Basiswerkwijze

Bij het uitvoeren van de handhavingsstrategie gaan wij uit van het “passend interveniëren”, zoals uitgewerkt in de LHSO.

Wij vinden het belangrijk oog te houden voor de betrokken personen bij een handhavingskwestie.

Op het moment dat handhavingsmiddelen worden ingezet, zorgt dit vaak voor extra druk op onderlinge relaties tussen betrokkenen. Het streven is daarom naar een (structurele) oplossing te zoeken door:

  • - in gesprek te gaan om elkaars belangen en grieven te begrijpen;
  • - te verkennen welke mogelijke oplossingen er zijn;
  • - het stimuleren van onderling contact en gesprekken;
  • - mediation.

Wanneer de desbetreffende situatie daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van gevaarzetting of waarbij de overtreder niet bereid is om tot een oplossing te komen, dan zullen de hierna beschreven handhavingsstrategieën worden ingezet.

-Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht

Met de komst van de Omgevingswet is de landelijke handhavingsstrategie herzien en omgezet naar landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO landelijke-handhavingsstrategie-omgevingsrecht-lhso-definitief (1).pdf). Deze is 12 oktober 2022 in het Bestuurlijke Omgevingsberaad vastgesteld. De bedoeling van de strategie is een landsbrede toepassing (meer uniform optreden/handhaven) door bevoegde gezagen, omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en OM.

Wij stellen de LHSO vast als onderdeel van deze U&H-strategie. Bij het inzetten van handhavingsacties is de LHSO het afwegingsinstrument dat aangeeft hoe van bevinding naar een passende interventie te komen.

Onze lokale, bestuurlijke afwegingsruimte zit in de keuzes over toezichtprioriteiten en de manier van toezicht houden, maar niet in het toepassen van de LHSO. Wij wijken hiervan alleen af, indien dit aantoonbaar effectiever is.

De LHSO is breder dan het opleggen van sancties naar aanleiding van overtredingen. Van een passende interventie kan ook sprake zijn tijdens het toezicht of wanneer omstandigheden aanleiding geven om van (bestuurlijk) handhaven af te zien. Daarmee raakt de LHSO ook aan de toezicht- en gedoogstrategie.

Keuzestrategieën

Vanwege de breedte van het omgevingsrecht is de LHSO naar zijn aard algemeen. Er is ruimte om aan de LHSO domeinspecifieke strategieën (bv voor bouwregels en erfgoedregels) toe te voegen. Wij hebben ervoor gekozen om voor de handhaving van bouwwerken gevolgklasse 1 een deelstrategie toe te voegen. Deze deelstrategie is uitgewerkt op pagina 51.

-Risicogestuurd werken: doorwerking prioriteiten bij toezicht en handhaving

Aan de hand van de resultaten van de risicoanalyse in bijlage 1 en de prioriteitstelling in hoofdstuk 3 werken wij ook bij toezicht en handhaving risicogestuurd.

Door het stellen van prioriteiten is niet gezegd dat geen aandacht wordt besteedt aan domeinen of activiteiten met een lagere prioriteit. Echter de wijze waarop het toezicht en de handhaving worden uitgevoerd, verschilt qua frequentie en intensiteit van toezicht en inzet van mensen en middelen.

Wij handhaven op de volgende wijzen:

1. Actief

Systematisch en op een gestructureerde wijze op basis van bestaande dan wel toe te delen capaciteit. Er wordt gehandhaafd om mogelijke overtredingen tegen te gaan.

2. Passief/reactief

Alleen indien uit een klacht, incidentmelding of handhavingsverzoek rechtstreeks een vermoeden bestaat dat regels worden overtreden. Indien van deze signalen geen sprake is, blijft het toezicht op deze domeinen/activiteiten achterwege.

3. Thematisch, projectmatig

Op basis van een vastgesteld en geprioriteerd thema of voor een bepaald project worden gerichte controles uitgevoerd op de naleving van de betreffende voorschriften. Dit zal zich met name voordoen als het vermoeden bestaat dat binnen een bepaald domein of een bepaald gebied regels vaker worden overtreden en dit als bestuurlijk speerpunt wordt aangewezen.

Toezichtstrategie

De term ‘toezicht’ wordt vaak zowel in brede als in engere zin gebruikt. In brede zin is het de overkoepelende term voor al het inspectiewerk in combinatie met ‘handhaving’. In engere zin bedoelt men het concrete werk van een toezichthouder. Speciaal daarvoor door het bevoegd gezag aangewezen toezichthouders zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.

Toezicht zorgt voor een belangrijk preventief effect. Bij toezicht voeren we een controle uit, ook zonder dat we een overtreding vermoeden of daarvan weten. We kunnen een bezoek aan een activiteit, een bedrijf, een locatie, een bouwwerk of een persoon brengen.

In deze Toezichtstrategie geven we aan welke vormen van actief, passief en thematisch/projectmatig toezicht wij in Assen inzetten en waar de prioriteit ligt bij de uitoefening van het toezicht op:

  • - Veiligheid

Bij veiligheid gaat het om (bouwgerelateerde) risico’s, die mensen in hun fysieke leefomgeving lopen, zoals constructieve-, brand-, gebruiks-, omgevings- en sociale veiligheid.

  • - Duurzaamheid

Bij duurzaamheid gaat het om verantwoord omgaan met energie en grondstoffen door het toepassen van energiebesparende maatregelen en gebruik van duurzame materialen in de bouw.

  • - Gezondheid

Bij gezondheidsrisico’s gaat het over het fysiek en geestelijk welbevinden en de invloed daarop door geluid, vocht, luchtverversing, toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgassen, beperking van de aanwezigheid van schadelijke stoffen.

  • - Omgevingskwaliteit

Bij omgevingskwaliteit gaat het om de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde van de fysieke leefomgeving door het beperken en /of voorkomen van aantasting van cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit.

WIJZE VAN TOEZICHTPRIORITEIT
Bouwtoezicht onder de Wkb In basis houden we bij inwerkingtreding van de Wkb geen toezicht meer op de bouwtechnische kwaliteit van de te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1Indien wij menen dat de risico’s in of rondom een bouwwerk onvoldoende worden geborgd, dan kunnen wij tijdens de uitvoering van (een bepaald onderdeel van) de bouw over gaan tot risicogericht toezicht. Er moet in dat geval sprake zijn van of gerede vermoedens van ontoelaatbare risico’s voor de omgevingsveiligheid en veiligheid van het bouwwerk en/of risico op schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid en natuur
Vergunning en melding gericht toezicht (aanbodgestuurd) Betreft toezicht op handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning dan wel afgehandelde melding voor de activiteit bouw, erfgoed of sloopHet toezicht is intensief op uitvoering van vergunningen bij bouwactiviteiten betreffende: - kamerverhuur; - logiesgebouw, restaurant, café, horeca Zowel tijdens de bouwfase als bij oplevering. Daarbij is dan specifieke aandacht voor constructieve- en brandveiligheid, gezondheidsaspecten en duurzaamheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde toezichtprotocollen waarin de frequentie en diepgang van het toezicht vast ligt.
Programmatisch toezicht Betreft toezicht op handelen in strijd met meldingen brandveilig gebruik of meldingen brandveiligheid bestaande bouwPeriodiek vinden controles op brandveiligheid plaats. Bij onderstaande functies is er jaarlijks toezicht op de meldingen brandveiligheid: Woonfunctie in - Verzorgingstehuis - Seniorencomplex Industriefunctie - Fabriek >100 personen - Opslag gevaarlijke stoffen Onderwijsfunctie - School (leerlingen < 12 jaar) - School (leerlingen > 12 jaar) Hierbij wordt gebruik gemaakt van de toezichtprotocollen.
Thematisch/projectmatig toezicht (informatiegestuurd) Betreft toezicht op bestuurlijk bepaalde speerpunten (thema, branche of gebied) Betreft toezicht op bestaande bouw en mogelijk illegale activiteiten (strijdig gebruik, bouw, bewoning, aanleg etc.)vanwege opeenstapeling van in reactie op geclusterde klachten of incidentmeldingen Aanleidingen kunnen ingegeven zijn door politieke keuzes, landelijke incidenten of een bepaald aantal signalen (meldingen/klachten) in bijvoorbeeld een bepaalde wijk. Er vinden jaarlijks geclusterde controles plaats bij locaties waar studenten en arbeidsmigranten (illegaal) worden gehuisvest.Er vinden jaarlijks geclusterde controles plaats bij seniorencomplexen waarvoor geen melding brandveilig gebruik noodzakelijk is. Bij bedrijfsmatige activiteiten waar dit niet is toegestaan (woonwijken) informeren wij inwoners via de website en het lokale blad over de mogelijkheden met betrekking tot bedrijf aan huis. Geweigerde en buiten behandeling gelaten aanvragen controleren wij periodiek op eventuele illegale bouw. Tijdelijke omgevingsvergunningen controleren wij periodiek na afloop van de instandhoudingtermijn.
Signaaltoezicht Betreft toezicht in reactie op signalen (waarnemingen toezichthouders, collega’s, ketenpartners, incidentmeldingen) over vermoedelijk met wet- en regelgeving strijdige situaties. Anonieme signalen worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij zonder uitgebreid onderzoek ‘buiten’ duidelijk is dat de veiligheid of een monumentale status (onomkeerbare situatie) in geding is.Signaal wordt inhoudelijk beoordeeld. Is sprake van: Acuut gevaar voor veiligheid en/of gezondheidsrisico, dan wordt toezicht direct opgepakt; Geen acuut gevaar, maar wel prioriteit, dan wordt de controle binnen een week ingepland. Geen acuut gevaar en geen prioriteit dan wordt de melding enkel opgepakt als hier (eventueel door een opstapeling van soortgelijke meldingen) aanleiding toe is. Dit wordt dan projectmatig opgepakt. De onder c. bedoelde signalen analyseren we 1x per jaar en hiervoor formuleren we in het uitvoeringsprogramma een specifiek project. Deze specifieke projecten baseren we op informatie die wij continu verzamelen over eventuele risico’s voor de veiligheid en gezondheid in of op bepaalde gebieden/thema’s/onderwerpen.
Signaaltoezicht Betreft toezicht in reactie op verzoeken om handhaving.Anonieme handhavingsverzoeken worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij zonder uitgebreid onderzoek ‘buiten’ duidelijk is dat de veiligheid of een monumentale status (onomkeerbare situatie) in geding is. Betreft het signaal een handhavingsverzoek dan wordt een controle tijdig ingepland, zodat binnen 8 weken een besluit kan worden genomen. Voldoet het verzoek niet aan de vereisten voor een aanvraag in de Awb, dan bieden we eerst de mogelijkheid tot aanvulling. Wordt hiervan geen gebruik gemaakt dan behandelen wij het verzoek als een signaal, zoals hierboven aangegeven.

Uitwerking in uitvoeringprogramma

De bovengenoemde wijzen van toezicht worden uitgewerkt in het jaarlijks uitvoeringsprogramma.

Daarbij kunnen controles zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

De bevindingen van de toezichthouder worden schriftelijk vastgelegd. Hiervoor wordt gebruik

gemaakt van de VTH-applicatie (CLO).

Werkwijze voorbereiden, uitvoeren en rapporteren

De werkprocessen met de stappen voorbereiding van een toezichtsbezoek, de feitelijke uitvoering, de rapportage van het toezichtbezoek en hercontroles zijn verder uitgewerkt in het proces “Controle uitvoeren” in CLO.

Sanctiestrategie

Wanneer tijdens het toezicht een overtreding wordt geconstateerd dan start de handhaving.

De handhaver gebruikt de interventiematrix uit de LHSO en weegt de ernst van de bevinding/overtreding, het gedrag van de overtreder en de feiten en omstandigheden van de situatie af. Dit is verder uitgewerkt in de LHSO (LHSO najaar 2022 vastgesteld (pdf, 957 kB).

-Minnelijke handhaving

Zoals wij eerder bij de uitgangspunten al hebben aangegeven, heeft preventie de voorkeur boven repressie. Onze insteek is het ongedaan maken van overtredingssituaties door een toezichthouder het gesprek aan te laten gaan met een overtreder. De toezichthouder en jurist stemmen af over het eventueel mondeling waarschuwen of versturen van een waarschuwingsbrief.

In het gesprek informeert de toezichthouder overtreders over hoe zij de overtreding ongedaan kunnen maken, de te volgen procedure en de benodigde medewerking van de gemeente. Ook de termijnen die daarvoor worden gegund en mogelijke sancties zijn onderwerp van gesprek.

Aanspreken of informeren is:

  • - vooral aan de orde bij goedwillende overtreders die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te heffen. Dit kan ook een langdurig proces betreffen waarbij meerdere malen wordt overlegd met overtreders over het beëindigen van ongewenste situaties;
  • - niet aan de orde in situaties waarin legaliseren of gedogen is aangezegd.

Lukt het niet om tot beëindiging van een overtreding te komen dan is de volgende stap het inzetten van repressieve handhavingsinstrumenten.

-Repressieve handhaving

De volgende vormen van repressieve handhaving zijn te onderscheiden:

CategorieSanctie
HerstelsanctiesLast onder dwangsom
Preventieve last onder dwangsom
Last onder bestuursdwang
Tijdelijk stilleggen
Intrekken, beperken en schorsen van vergunningen/ontheffingen
Bestraffende sanctiesBestuurlijke boete
Schorsen of tijdelijk intrekken vergunning
Strafrechtelijke handhavingBestuurlijke strafbeschikking
Privaatrechtelijke handhavingHanteren van eigenaarsbevoegdheid
Gebruik van privaatrechtelijke overeenkomst
Actie uit onrechtmatige daad

In beginsel maken wij bij de handhaving gebruik van het bestuursrechtelijk instrumentarium dat wij op grond van de Gemeentewet kunnen inzetten. De keuze voor bestuursrechtelijke handhaving houdt in dat wij bij voorkeur de overtreding en gevolgen daarvan ongedaan willen maken en een rechtsconforme situatie willen bereiken.

Lukt het niet om via een op herstel gerichte interventie de overtreding ongedaan te maken en/of verdere overtreding dan wel herhaalde overtreding te voorkomen, dan kan een bestraffende of strafrechtelijke sanctie worden overwogen. Deze sancties zijn gericht op leedtoevoeging en kunnen naast een herstelsanctie worden opgelegd.

Door de beginselkeuze voor bestuursrechtelijke handhaving is de samenwerking met de strafrechtelijke partners nog niet zo groot. Er is een beweging zichtbaar naar meer strafrechtelijke handhaving en het opleggen van bestuurlijke boetes. Ook in de LHSO komt de samenloop tussen bestuursrechtelijk – en strafrechtelijk handhaven nadrukkelijker in beeld. In bepaalde situaties/gevallen (bijvoorbeeld onherstelbare schade bij illegale verbouw monumenten en recidivisten) kan het toepassen van het strafrecht in aanvulling op bestuursrechtelijke handhaving meerwaarde hebben. Daarom willen wij hiernaar in 2024 samen met de strafrechtelijke partners een verkenning doen.

De LHSO wordt sinds mei 2023 ondersteund met de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen (pdf, 1.1 MB) en Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen versie mei 2023 (Excel) (xlsx, 134 kB). De leidraad benoemt veel voorkomende overtredingen, standaard begunstigingstermijnen en standaard dwangsombedragen. Dit helpt bij het motiveren van de begunstigingstermijn en de evenredigheid van de hoogte van de last. De leidraad is niet juridisch bindend.

Deelstrategie voor handhaving bouwactiviteiten gevolgklasse 1

De Wkb betekent een groot aantal veranderingen in toezicht bij bouwactiviteiten die vallen onder gevolgklasse 1. De toetsing van en het toezicht op de uitvoering van het bouwplan wordt primair een verantwoordelijkheid van private kwaliteitsborgers.

De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op welstand en bouw- en sloopveiligheid en de handhaving in geval van overtreding.

Het werken met een stelsel van private kwaliteitsborging voor bouwactiviteiten is nieuw in Nederland. Dat dit leidt tot verschuiving in taken en rollen is duidelijk, maar de precieze werking en impact ervan moeten we vooral in de uitvoeringspraktijk gaan ervaren. Daarbij zal de werking van de Wkb zich bewegen tussen:

  • - een optimaal scenario, waarbij de werking en de uitvoering helemaal verloopt zoals de wetgever heeft beoogd (happy flow):

o Alle meldingen zijn tijdig en volledig bij het bevoegd gezag ingediend;

o De juiste stukken zijn aangeleverd en compleet;

o Een bouwwerk in gevolgklasse 1 wordt gebouwd conform het BBL;

o De kwaliteitsborger geeft een verklaring af dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk voldoet aan het BBL.

  • - een suboptimaal scenario, waarbij de uitvoering in de praktijk niet verloopt zoals hierboven beschreven en door de wetgever wordt beoogd (de unhappy flow).

In het optimale scenario is de rol van het bevoegd gezag zeer beperkt. In het suboptimale scenario zal de rol van het bevoegd gezag groter zijn. Daarnaast is de impact ook afhankelijk van de beleidsmatige keuze die het bestuur maakt over de rolneming van de gemeente. Daarbij kan de keuze zijn:

1. Uitgaan van vertrouwen en loslaten

Het niet toetsen en uitoefenen van toezicht op gevolgklasse 1. Er wordt van uitgegaan dat de private partijen hun verantwoordelijkheid nemen. De gemeente vertrouwt erop dat in overeenstemming met de bouwtechnische voorschriften wordt gebouwd, als er wordt gebouwd met toepassing van een instrument voor kwaliteitsborging door de kwaliteitsborger. Eventuele issues en problemen tijdens de bouw worden in onderling overleg tussen de initiatiefnemer, aannemer en kwaliteitsborger opgelost, waarbij het uiteindelijke bouwwerk voldoet aan de Bbl.

2. Uitgaan van complementaire rol in nieuwe situatie/ervaring opdoen met nieuwe verantwoordelijkheden

In deze meer risicogestuurde benadering met steekproefsgewijs toezicht zijn het publiek toezicht en de controle door de kwaliteitsborger complementair aan elkaar. In specifieke situaties (bv wanneer de veiligheid in het geding is tijdens de bouw) is er ruimte voor toezicht door de gemeente. Uit de parlementaire stukken bij de Wkb en het Bestuursakkoord implementatie en invoering Wkb volgt de voorkeur voor deze benadering.

3. Uitgaan van wantrouwen en controleren

Het toetsen en houden van toezicht, zoals ook al door de kwaliteitsborger wordt gedaan. Dit betekent dubbele taken en taakuitvoering, waar geen legesinkomsten tegenover staan.

In lijn met de bedoelingen van het stelsel voor private kwaliteitsborging kiezen wij in ieder geval de eerste twee jaar na invoering Wkb voor een risicogestuurde benadering met steekproefsgewijs toezicht. Wij willen eerst gevoel krijgen bij wat er in de praktijk speelt. Op basis van een evaluatie in het tweede jaar kunnen wij dan onze beleidskeuze bestendigen dan wel aanpassen.

Risicogestuurd toezicht bouwactiviteiten gevolgklasse 1

In beginsel houden wij geen toezicht op de bouwtechnische aspecten bij bouwwerken die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen. Wij gaan uit van een gerechtvaardigd vertrouwen dat de kwaliteitsborger zijn taak uitvoert volgens de eisen aan het stelsel en specifiek volgens de regels en werkwijze van het toegepaste instrument.

Er zijn echter een paar uitzonderingen op deze regel, namelijk indien er:

1. bijzondere, locatie omstandigheden/specifieke risico’s aanwezig zijn voor het bouwproject;

2. tijdens het toezicht op de omgevingsplanactiviteit door de toezichthouder technische fouten worden geconstateerd die niet door de kwaliteitsborger zijn gesignaleerd of op basis van meldingen door derden;

3. tijdens de bouw een formulier ‘informatieverstrekking strijdigheid Bbl’ is ingediend en de gemeente zelf wil beoordelen welke vervolgactie zij gaat toepassen.

In aanvulling op de LHSO hanteren wij bij overtredingen van de bouwregels betreffende gevolgklasse 1 de volgende sanctiestrategie:

Optreden/reactie is afhankelijk van de aard en (potentiële) impact van de overtreding

Constatering voorafEr wordt gebouwd zonder dat een bouwmelding is gedaan (of een omgevingsvergunning is verleend)
Er is geen bouwmelding gedaan. Er is wel een bouwmelding gedaan, maar geen OPA aangevraagd/verleend.Insteek is dat de bouw wordt gestaakt. Als dat in goed overleg kan, zal geen formele bouwstop worden opgelegd. De gemaakte afspraken worden schriftelijk bevestigd.
Er is een bouwmelding gedaan, maar die is nog niet afgehandeld.Insteek is dat de bouw wordt gestaakt. Als dat in goed overleg kan, zal geen formele bouwstop worden opgelegd. De gemaakte afspraken worden schriftelijk bevestigd.
Er is een bouwmelding gedaan en afgehandeld, maar de 4-weken-termijn is nog niet verstreken.Als conform de vergunning en melding wordt gebouwd, kan afgezien worden van handhaving. Als dan niet het geval is of er moet nader onderzoek worden gedaan om te controleren of dat het geval is, is de insteek dat de bouw moet worden gestaakt. Als dat kan in goed overleg, kan dat zonder formele bouwstop plaatsvinden. De gemaakte afspraken worden schriftelijk bevestigd.
De bouwmelding is gedaan, afgehandeld en de 4-wekentermijn is verstreken, maar er is geen mededeling start bouw gedaan.Als conform de vergunning en melding wordt gebouwd, kan afgezien worden van handhaving. Als dan niet het geval is of er moet nader onderzoek worden gedaan om te controleren of dat het geval is, is de insteek dat de bouw moet worden gestaakt. Als dat kan in goed overleg, kan dat zonder formele bouwstop plaatsvinden. De gemaakte afspraken worden schriftelijk bevestigd.
Tussentijdse constateringTijdens de bouw constateert de toezichthouder dat in afwijking van de vergunning wordt gebouwd of de kwaliteitsborger dat niet aan de technische eisen wordt voldaan
Constatering geen gevolgklasse 1 (bv monument) of treffen gelijkwaardige oplossingBij constatering door kwaliteitsborger dat bouwwerk niet onder gevolgklasse 1 valt, hiervan mededeling door aan initiatiefnemer. Deze moet bij de gemeente omgevingsvergunning bouwactiviteit aanvragen. Blijkt na de start dat het noodzakelijk is een gelijkwaardige oplossing toe te passen dan moet de kwaliteitsborger zich terugtrekken uit het project en hiervan melding doen bij de gemeente. Er moet alsnog een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Gedurende de afhandeling hiervan ligt de bouw stil. Er volgt een formele bouwstop in combinatie met een last onder dwangsom.
Melding afwijking door de kwaliteitsborgerAls de kwaliteitsborger vaststelt dat er in afwijking van de bouwtechnische eisen wordt gebouwd, wijst hij daar eerst de bouwer op. Als dit niet leidt tot aanpassing door de bouwer (of mogelijk sprake is van een noodsituatie) doet de kwaliteitsborger hiervan melding bij de gemeente. Afhankelijk van de ernst van de melding wordt een informatiemoment opgelegd, of als er sprake is van een onomkeerbare handeling een stopmoment.
Constatering afwijking door toezichthouderMet de toepassing van de LHSO wordt de sanctie bepaald.
Melding van opdrachtgever of derdeIndien er sprake is van een melding door de opdrachtgever of een derde van mogelijke overtreding van bouwtechnische eisen, dan wordt hiervan melding gemaakt bij de kwaliteitsborger. Deze dient hierop actie te ondernemen en terug te melden wat hij geconstateerd heeft. Deze melding wordt verder afgehandeld conform de alinea ‘melding door de kwaliteitsborger’.
Gereedmelding bij gefaseerde ingebruikname Bij grotere bouwprojecten worden woningen veelal in delen opgeleverd.Vooralsnog hanteren wij als uitgangspunt dat twee weken voor iedere fase van oplevering/ingebruikname een volledige gereedmelding moet zijn gedaan. De opdrachtgever wordt hierover in het voortraject door ons geïnformeerd via informatie op de website of in een persoonlijk gesprek. Dit betekent dat ook per fase een bouwmelding moet zijn gedaan.
AchterafBij de gereedmelding wordt vastgesteld dat niet conform de vergunning is gebouwd of de kwaliteitsborger geeft geen verklaring af dat conform de technische eisen is gebouwd
Geen verklaring kwaliteitsborgerDe kwaliteitsborger kan geen verklaring afgeven, omdat het bouwwerk niet is gebouwd volgens de voorschriften. Het bouwwerk mag hierdoor formeel niet in gebruik worden genomen. Afhankelijk van de ernst van de overtredingen wordt bepaald of een handhavingstraject met toepassing van de LHSO wordt opgestart of dat de overtreding wordt geaccepteerd en de opdrachtgever en aannemer dit eventueel via privaatrechtelijke weg moeten oplossen.
Verklaring kwaliteitsborger met uitzondering(en)De kwaliteitsborger kan een verklaring afgeven dat het bouwwerk met uitzondering van onderdelen voldoet. Het genomen. Afhankelijk van de ernst van de punten wordt bepaald of de opdrachtgever met een eigen kwaliteitsborger de nog resterende punten dient af te bouwwerk mag hierdoor formeel niet in gebruik worden ronden en gereed te melden of dat deze punten wordt geaccepteerd.
Constatering afwijking door toezichthouderBij de eindcontrole van de omgevingsvergunning (omgevingsplanactiviteit bouwen) is het mogelijk dat de toezichthouder overtredingen constateert. Dit zal meestal geen reden kunnen zijn om het bouwwerk niet in gebruik te nemen. Met toepassing van de LHSO wordt de sanctie bepaald.

Niet handhaven

In het algemeen kan worden gesteld dat niet ter discussie staat dat een verbod op ingebruikname aan de orde is als het gaat om tekortkomingen die zien op veiligheids- en/of gezondheidsaspecten. Een reden om niet te handhaven kan zijn, dat wij het disproportioneel vinden, gezien de grootte van het onherstelbaar feit. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij kleine afwijkingen van het Bbl waarbij geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid is en het vertrouwen bestaat dat dit alsnog privaatrechtelijk wordt opgelost. Hierbij kijken wij ook naar de risico-analyse in bijlage 1.

In dat geval informeren wij de eigenaar dat het pand niet voldoet aan alle eisen vanuit de wet, maar dat wij het zijn/haar verantwoordelijkheid laten hoe hiermee om te gaan.

Wij kunnen de melding niet accepteren en formeel is het pand niet gereed (verklaring kwaliteitsborger ontbreekt). Echter er is voor ons geen aanleiding een ingebruiknameverbod te handhaven.

Bij het afzien van handhaving bij kleine, niet herstelbare afwijkingen ontstaat een categorie bouwwerken waarbij niet wordt opgetreden tegen het gebruik zonder goedkeurende verklaring van de kwaliteitsborger. Om te beoordelen of van dergelijke afwijkingen sprake is, kan vooralsnog onderstaande jurisprudentielijn worden aangehouden:

• Er is sprake van een klein verschil. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de

Raad van State ( ECLI:NL:RVS:2017:3485) van 20 december 2017 ging het om een verschil van 1 centimeter.

• Het verschil is niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar.

Daarover bepaalde de Afdeling in haar uitspraak van 17 maart 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:574) dat ‘over een lengte van ongeveer 4 meter schuttingspanelen zijn geplaatst die ongeveer 4 centimeter hoger zijn dan de 1 meter hoogte die maximaal is toegestaan, wat met het blote oog nauwelijks waarneembaar is’.

• Derden worden niet in hun belangen geschaad. In een uitspraak van 24 juli 2013 overweegt de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2013:455) ‘Nu de overtreding slechts bestaat uit deze twee afwijkingen van de bouwvergunning, heeft het college zich in de gegeven omstandigheden in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het treffen van handhavingsmaatregelen ten aanzien van de afwijkingen van de bouwvergunning in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden behoort te worden afgezien. Hierbij heeft het college in aanmerking mogen nemen dat de afwijkingen van de bouwvergunning met het blote oog in het vrije veld nauwelijks waarneembaar zijn en dat voorts niet is gebleken dat de belangen van [wederpartij] of de belangen van derden door de afwijkingen van de bouwvergunning worden geschaad’.

• Het ongedaan maken van de overtreding brengt buitenproportioneel hoge kosten met zich mee of zou onevenredig zijn jegens de overtreder. Van handhavend optreden mocht het college afzien omdat dit ertoe zou leiden dat ‘ofwel de gehele woning moet worden afgebroken, ofwel de gehele zijmuur van de woning met gemiddeld 15 centimeter moet worden verplaatst’. (ECLI:RVS:2014:3885)

Gedoogstrategie

Gedogen kan alleen op basis van een vastgestelde gedoogstrategie, waarbij het landelijke kader vastligt in de notitie ‘‘Gedogen in Nederland” (Kamerstukken II 1996/97, 25 085, 1 en 2) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25085-2.html. Dit beleid is in de loop der jaren met de jurisprudentie van de bestuursrechter (Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State) nader ingevuld.

In Assen volgen wij dit gedoogbeleid.

Uitgangspunt van het beleid is dat er in principe niet wordt gedoogd, tenzij sprake is van één van de zeven genoemde uitzonderingssituaties:

1. Overgangsperiode;

2. Experiment;

3. Vooruitlopend op een vergunning;

4. Overweging van doelmatigheid;

5. Overgangssituatie;

6. Overmacht- of noodsituatie;

7. Voortkomend uit onvermogen.

Komt gedogen voort uit het onvermogen of uit onwil tot handhaven (regelgeving is slecht uitvoerbaar, handhavende instantie is slecht geëquipeerd, weinig capaciteit, etc.), dan is sprake van impliciet gedogen. Gedogen op laatstgenoemde gronden is onaanvaardbaar.

Rechtsbescherming bij gedoogbeslissingen

Wanneer wij medewerking verlenen om te gedogen, doen wij dit door middel van een gedoogbeslissing. Volgens de jurisprudentie (ABRvS - ECLI:NL:RVS:2019:1356) is de nieuwe lijn voor wat betreft de rechtsbescherming bij gedoogbeslissingen:

• Tegen een gedoogbeslissing kunnen geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen (meer) worden aangewend. Dit betekent echter niet dat een derde machteloos staat ten opzichte van een gedogend bestuursorgaan. Een derde kan immers een verzoek om handhaving indienen bij het bestuursorgaan. De schriftelijke reactie op het verzoek van een belanghebbende om een besluit tot handhaving te nemen is een besluit in de zin van de Awb. Bovendien krijgt de derde met een reactie op het verzoek via een niet-bezwarende weg de gewenste duidelijkheid. Een gedoogbeslissing die op verzoek of ambtshalve is genomen, geeft die duidelijkheid niet. Met een gedoogbeslissing neemt het bestuursorgaan immers nog geen (definitief) standpunt in over de vraag of, hoe en wanneer handhavend zal worden opgetreden. In het bijzonder neemt het bestuursorgaan geen (definitief) standpunt in over de verhouding tussen de belangen van derden en die van de (vermeende) overtreder.

• Tegen de weigering om te gedogen kunnen ook geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend. Wie informatie wil over de vraag of een (voorgenomen) handeling in strijd is met de wet of andere regelgeving, kan informatie vragen bij het bestuursorgaan.

o Deze informatie van het bestuursorgaan kan inhouden dat de (voorgenomen) handeling in strijd is met wet of regelgeving. Een dergelijk bestuurlijk rechtsoordeel over de uitleg/gevolgen van rechtsregels is ook geen besluit.

 In uitzonderlijke situaties wordt een bestuurlijk rechtsoordeel omwille van de rechtsbescherming gelijkgesteld met een besluit. De algemene lijn in de jurisprudentie is dat het indienen van een verzoek om een vergunning of het afwachten van een besluit omtrent handhaving niet als een onevenredig bezwarende weg kan worden aangemerkt om een voor beroep bij de bestuursrechter vatbaar besluit te krijgen.

o Deze informatie van het bestuursorgaan kan ook inhouden dat volgens het bestuursorgaan sprake is van een overtreding, maar dat (vooralsnog) niet tot handhaving zal worden overgegaan zolang betrokkene zich aan bepaalde voorwaarden houdt of anderszins bepaalde voorwaarden niet zijn vervuld.

 Is betrokkene het niet eens met het standpunt van het bestuursorgaan dat in strijd met wet of regelgeving wordt gehandeld, of vindt betrokkene dat de mededeling te weinig zekerheid biedt, dan is het aan betrokkene om een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen of anderszins de rechtens noodzakelijke toestemming te verkrijgen of een besluit omtrent handhaving uit te lokken of af te wachten. Tegen de weigering van een vergunning of het besluit om handhaving kunnen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend. Andersom kan ook een derde hiertegen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aanwenden.

• Tegen de intrekking van een gedoogbeslissing kunnen ook geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend. De intrekking is immers nog geen besluit tot handhaving en met de intrekking staat niet zonder meer vast dat, hoe en wanneer handhavend zal worden opgetreden. Tegen een mogelijk handhavingsbesluit staat voor de tot dan toe gedoogde wel een rechtsmiddel open.

Gedogen beperken in omvang en/of tijd

Gedogen is slechts aanvaardbaar zolang en voor zover de betreffende uitzonderingssituatie zich voordoet. Zodra de gedoogtermijn is verstreken of er andere omstandigheden zijn die de gedoogsituatie doen beëindigen, wordt overgegaan tot handhaving. De noodzaak om te gedogen kan worden weggenomen door de situatie te legaliseren. Is (tijdelijke) legalisering van de overtreding mogelijk, dan verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen. De situatie mag slechts tijdelijk worden gedoogd. Dit betekent dat er een duidelijke eindtermijn moet worden genoemd. De totale tijdspanne waarover wordt gedoogd, moet zo kort mogelijk zijn.

Afstemming met handhavingspartners

  • - Interne afstemming: Binnen een handhavende organisatie dient een gedoogbeslissing goed afgestemd te worden. Zo zal er binnen een gemeente veelal overleg moeten plaatsvinden tussen milieu, brandweer, ruimtelijke ordening en bouwen, om te voorkomen dat een situatie uit het ene oogpunt zou worden gedoogd terwijl dit op andere gebieden niet mogelijk is.
  • - Externe afstemming: Indien een situatie hiertoe aanleiding geeft, zoeken wij afstemming met de andere handhavingspartners.

Een afschrift van de gedoogbeslissing wordt gezonden aan de betrokken instanties.

Gedoogvoorwaarden

In de gedoogbeslissing nemen wij gedoogvoorwaarden op, zodat duidelijk is onder welke condities wij geen gebruik zullen maken van ons ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. In de beslissing kan worden opgenomen dat de gedoogvoorwaarden gedurende de geldigheidsduur van de gedoogbeslissing kunnen worden aangevuld of gewijzigd. Als één of meerdere gedoogvoorwaarden niet worden nageleefd zullen wij eerst het geprek aangaan over naleving van de gedoogvoorwaarden. Als de situatie daarna niet verandert dan wordt de beslissing tot gedogen ingetrokken en wordt alsnog handhavend opgetreden tegen de overtreding. Dit handhavend optreden zal geschieden overeenkomstig de handhavingsstrategie.