Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Voorbehouden aan het ter zake bevoegde bestuursorgaan

Onderdeel van Bevoegdhedenregeling gemeente Lopik 2024

1.. Besluiten die toezien op de volgende situaties zijn en blijven voorbehouden aan het bevoegde bestuursorgaan en kunnen niet aan een ander worden toebedeeld. Ten aanzien van algemene aangelegenheden waarbij beslissingen die zijn neergelegd in een document worden gericht tot, dan wel waarmee voorstellen worden gedaan aan: de gemeenteraad (inclusief informatienota’s en raadsinformatiebrieven/-memo’s of vergelijkbare documenten); de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis; de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen; de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; de vicepresident van de Raad van State; de president van de Algemene Rekenkamer; de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft ter zake van formele klachten; enig bestuursorgaan van een provincie of een andere gemeente; enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap; dan wel die in een wettelijke regeling expliciet wordt uitgezonderd van mandaat en derhalve geacht wordt voorbehouden te zijn aan het desbetreffende bestuursorgaan aan wie het is toebedeeld een en ander zoals bedoeld in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht. 1.. Ten aanzien van afwijkingen en het vaststellen van regelingen waarbij sprake is van een situatie waarin wordt afgeweken van het bepaalde in algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, vastgestelde richtlijnen, voorschriften, plannen (uitgezonderd het bepaalde in artikel 6, twaalfde lid van deze bevoegdhedenregeling) en/of een intern of extern gegeven advies. waarmee algemeen verbindende voorschriften, beleid, richtlijnen of plannen worden vastgesteld. 2.. Ten aanzien van de actieve informatieplicht aan de gemeenteraad waarbij besluiten worden genomen of handelingen worden verricht op grond van gemandateerde bevoegdheden, genoemd in artikel 160 eerste lid, onder e, f, g en h van de Gemeentewet en/of voor zover de actieve informatieplicht tegenover de gemeenteraad niet in acht is genomen. Het informatieprotocol, dat door de gemeenteraad op 29 juni 2004 is vastgesteld en dat is uitgewerkt in ‘Actieve informatieplicht - nadere uitwerking’ van 4 augustus 2004 (bijlage 2 bij deze bevoegdhedenregeling), dient daarbij in acht te worden genomen. 3.. Ten aanzien van inspraak en zienswijzen tot het vaststellen van een inspraakprocedure als bedoeld in de inspraakverordening van de gemeente, alsmede, indien van toepassing, het opvolgende besluit waarbij op ingebrachte inspraakreacties wordt besloten. Indien geen inspraakreacties zijn ingekomen, mag het ter inzage gelegde besluit in mandaat worden afgedaan, als dit besluit afwijkt van het ter inzage gelegde besluit, dan mag een en ander niet in mandaat worden afgedaan. waarbij, ter voorbereiding van besluiten, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) wordt toegepast. Indien naar aanleiding van deze procedure geen zienswijzen, bedenkingen of inspraakreacties zijn ingebracht mag het uiteindelijke besluit in mandaat worden afgedaan, als dit besluit afwijkt van het ter inzage gelegde besluit, dan mag een en ander niet in mandaat worden afgedaan In afwijking van het tweede lid onder ii van dit artikel wordt het nemen van ontwerpverkeersbesluiten ten aanzien van het plaatsen van een laadpaal, waarbij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wordt toegepast, ook gemandateerd aan de behandelende ambtenaar. Indien naar aanleiding van de terinzagelegging geen zienswijze wordt ingediend, kan de behandelende ambtenaar tevens het definitieve verkeersbesluit in mandaat nemen. Indien wel een zienswijze is ingediend, dient het definitieve besluit ter besluitvorming aan het college te worden voorgelegd. 4.. Ten aanzien van vergunning- en ontheffingverlening (aan de gemeente zelf) tot het verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf, tenzij de ambtenaar die namens de gemeente de aanvraag doet NIET de ambtenaar is die het besluit in mandaat neemt. 5.. Ten aanzien van de mandaatgever waarbij een lid van het college, de secretaris, de directeur of een teamleider heeft aangegeven dat hij/zij het voorstel aan de mandaatgever wenst voor te leggen. waarbij de mandaatgever heeft aangegeven zelf te willen besluiten. 6.. Ten aanzien van het voorkomen van belangenverstrengeling waarbij een ambtenaar zelf op enige manier belanghebbende is/kan zijn bij een te nemen besluit, daar op enige wijze persoonlijk bij betrokken is en/of voordeel kan behalen door dit besluit. 7.. Ten aanzien van de toepassing van hardheid waarbij toepassing wordt gegeven aan een hardheidsclausule, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, sub a onder viii van deze bevoegdhedenregeling. 8.. Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst voor zover het de rechtspositie van meerdere ambtenaren betreft. voor zover het rechtspositionele besluiten ten aanzien van de secretaris betreft. 9.. Ten aanzien van de Ambtenarenwet waarbij sprake is van het vaststellen van een gedragscode als bedoeld in artikel 4, lid 3 van de Ambtenarenwet 2017. waarbij sprake is van het vaststellen van Integriteitsbeleid en verantwoording afleggen als bedoeld in respectievelijk artikel 4, lid 1 en lid 4 van de Ambtenarenwet 2017. waarbij sprake is van het aanwijzen van ambtenaren en/of financiële belangen als bedoeld in artikel 5, lid 1, aanhef en onder d van de Ambtenarenwet 2017. waarbij sprake is van het vaststellen van de regeling melden vermoeden misstanden als bedoeld in artikel 5, lid 1, aanhef en onder e van de Ambtenarenwet 2017. 10.. Ten aanzien van de CAO Gemeenten waarbij sprake is van het doen van een verzoek om vrijstelling aan het LOGA, als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid van de CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het vaststellen van een conversietabel als bedoeld in artikel 3.1, lid 3 CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het toevoegen van bronnen en doelen aan het Individueel Keuze Budget als bedoeld in respectievelijk artikel 4.2, vijfde lid en artikel 4.3, tweede lid van de CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het stellen van voorwaarden aan gebruik motorrijtuig door werknemer, zoals bedoeld in artikel 11.3, tweede lid van de CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het instellen van of aansluiten bij een geschillencommissie als bedoeld in artikel 11.5, derde lid van de CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het aanwijzen van vertegenwoordiger(s) voor het lokaal overleg als bedoeld in artikel 12.1, vierde lid van de CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het vaststellen van een sociaal statuut als bedoeld in artikel 12.2, vierde lid van de CAO Gemeenten; waarbij sprake is van het vaststellen van een sociaal plan als bedoeld in artikel 12.2, vijfde lid van de CAO Gemeenten. waarbij sprake is van het vastleggen van afspraken met de vakbonden over de werkwijze van het lokaal overleg in een reglement, als bedoeld in artikel 12.3, eerste lid van de CAO Gemeenten. waarbij in de CAO wordt genoemd dat de werkgever een regeling kan vaststellen. 11.. Ten aanzien van overige personele zaken waarbij sprake is van het nemen van besluiten over de formele arbeidsduur, de totale organisatie betreffende. waarbij sprake is van het nemen van een aanwijzingsbesluit ten aanzien van de secretaris, zoals bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. 12.. Ten aanzien van het ruimtelijk domein waarbij sprake is van het nemen van besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning en binnenplans wordt afgeweken, zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en uit het bestemmingsplan blijkt dat intern ruimtelijk advies benodigd is en een vergunningverlener zich niet in dit advies kan vinden. waarbij sprake is van het nemen van besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning en buitenplans wordt afgeweken, zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Ten aanzien van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2° geldt dat het college bevoegd blijft indien intern ruimtelijke advies moet worden gegeven en een vergunningverlener zich niet in dit advies kan vinden. waarbij sprake is van het weigeren van een aanvraag om een omgevingsvergunning. als een intrekking van een omgevingsvergunning ambtshalve plaatsvindt en door de vergunninghouder zienswijzen zijn ingediend (het voornemen tot intrekking is wel gemandateerd nadat afstemming met de portefeuillehouder heeft plaatsgevonden). waarbij sprake is van het nemen van besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit en uit het omgevingsplan blijkt/naar voren komt dat intern ruimtelijk advies benodigd is en een vergunningverlener zich niet in dit advies kan vinden. waarbij sprake is van het nemen van besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. waarbij sprake is van het nemen van besluiten op principeverzoeken waarbij een uitspraak wordt gedaan over het wel of niet willen meewerken aan een initiatief waarbij sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan/omgevingsplan, alsmede het geven van een reactie waaronder meegewerkt zou kunnen worden als er een ontvankelijke aanvraag zou worden gedaan. waarbij wordt besloten tot wijziging van een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, voor zover een bestemmingsplan dit mogelijk maakt. waarbij wordt besloten om een bestemmingsplan uit te werken, zoals bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder b van de Wet ruimtelijke ordening, voor zover een bestemmingsplan dit mogelijk maakt. waarbij wordt besloten tot het vaststellen van (voor)ontwerp bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen en het nemen van een MER-besluit. waarbij wordt besloten op verzoeken om planschade als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, nadeelcompensatie als bedoeld in de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten en zelfstandig schadebesluiten als bedoeld in artikel 8:73 Algemene wet bestuursrecht, alsmede het sluiten van overeenkomsten hieromtrent. waarbij wordt besloten tot het toepassen, het weigeren toe te passen of het beëindigen van de toepassing van handhavingsinstrumenten waaronder begrepen het wijzigen van een dergelijk besluit of het (doen) verwijderen en verkopen van meegevoerde zaken. In de volgende gevallen mag wel in mandaat worden besloten: het versturen van een voornemen last onder dwangsom, voornemen last onder bestuursdwang of een voornemen tot de invordering van een verbeurde dwangsom en het vragen om zienswijze daarop, zoals bedoeld in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht na afstemming met de portefeuillehouder; het invorderen van een opgelegde dwangsom en het nemen van een kostenverhaalbeschikking na toepassing bestuursdwang; het verlengen van een begunstigingstermijn, al dan niet na het indienen van een bezwaar- of (hoger) beroepschrift na afstemming met de portefeuillehouder; het stilleggen van bouw- en/of sloopwerkzaamheden (bouwstop), al dan niet in combinatie van het opleggen van een preventieve last onder dwangsom. waarbij een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgelegd. 13.. Ten aanzien van het sociale domein waarbij wordt besloten tot het verlenen, weigeren, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidie, tenzij: de raad in de begroting een bedrag heeft opgenomen dat bestemd is voor de in de begroting genoemde ontvanger, of wanneer verlening geschiedt conform de subsidieverordening en/of daarbij behorende deelverordeningen van de gemeente Lopik en de verdeling van de subsidie binnen het ter beschikking gestelde budget blijft. verlening van subsidies op grond van het innovatiefonds zijn expliciet uitgesloten van mandaat. waarbij wordt besloten tot het vaststellen, dan wel wijzigen van een subsidieplafond en/of de wijze van verdeling ervan. 14.. Ten aanzien van openbare orde en veiligheid ten aanzien van bevoegdheden van de burgemeester die betrekking hebben op het handhaven van de openbare orde en veiligheid, daaronder in ieder geval begrepen de bevoegdheden ten aanzien van het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en voor publiek toegankelijke gebouwen, alsmede op grond van de artikelen 151a, 151b, 151c en 151d van de Gemeentewet. waarbij definitief wordt besloten om op grond van artikel 13b van de Opiumwet een pand te sluiten of definitief wordt besloten ten aanzien van burgemeestersbevoegdheden die in de Algemene Plaatselijke Verordening zijn opgenomen. Het versturen van een voornemen last onder dwangsom of een voornemenlast onder bestuursdwang is, indien van toepassing, wel gemandateerd na afstemming met de portefeuillehouder. waarbij wordt besloten op verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s. 15.. Ten aanzien van financiën waarbij het (voorgenomen) besluit een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft, dan wel een groot financieel risico met zich brengt. waarbij de geldelijke verplichtingen die hieruit voortvloeien, de drempelwaarden overschrijden die genoemd zijn in het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. waarbij wordt besloten tot niet-invordering van bedragen hoger dan € 5.000,-- (tot invordering van leges is de heffings- en invorderingsambtenaar bevoegd). waarbij wordt besloten tot het afgeven van garanties, borgstelling en dergelijke, hoe ook genaamd. waarbij wordt besloten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt met een looptijd van een jaar of langer. waarbij wordt besloten over het verstrekken van geldleningen via de kapitaalmarkt. waarbij wordt besloten over het doen van beleggingen op de kapitaalmarkt. 16.. Ten aanzien van juridische procedures waarin na een genomen besluit bezwaar of (hoger) beroep is ingesteld (alle navolgende besluiten zijn uitgesloten van mandaat), met dien verstande dat alleen de heffings- en invorderingsambtenaar bevoegd is te beslissen op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen legesbesluiten. waarmee (administratief) (incidenteel) (hoger) beroep wordt ingesteld/aangetekend en/of (wijziging of opheffing van) een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend namens de gemeente of het gemeentebestuur in bestuursrechtelijke procedures op grond van de Algemene wet bestuursrecht, met dien verstande dat alleen de heffings- en invorderingsambtenaar bevoegd is (hoger) beroep in te stellen in procedures m.b.t. leges. waarbij uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de Verordening commissie bezwaar- en beroepschriften gemeente Lopik voor wat betreft het benoemen, aanwijzen, schorsen of ontslaan van de voorzitter, de leden en de (plv.) secretaris van de commissie bezwaar- en beroepschriften van de gemeente Lopik. waarbij sprake is van een civiele, dan wel een strafrechtelijke procedure en besluiten worden genomen over: het al dan niet instellen van een civiele-, dan wel strafrechtelijke (spoed)procedures; het aanwenden van rechtsmiddelen, zoals bijvoorbeeld (hoger) beroep en cassatie; het voegen in een civiel rechtelijke procedure of strafzaak; het voeren van verweer in een civiele of strafrechtelijke procedure, inclusief het hiervoor benodigde procesbesluit en het verstrekken van de daarbij horende volmacht, met de instructie dat de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd; het verhalen van schade; het treffen van een schikking. waarbij sprake is van besluiten naar aanleiding van strafprocedures die zijn gestart tegen het gemeentebestuur of de gemeente, waaronder begrepen het treffen van een schikking. waarbij sprake is van besluiten naar aanleiding van civiele rechtelijke procedures die zijn gestart tegen het gemeentebestuur of de gemeente, dan wel ingekomen aansprakelijkstellingen en: het bedrag van € 2.500,-- wordt overstegen, met in achtneming van het eventueel bepaalde in de verzekeringspolis. waarbij sprake is van het nemen van besluiten betreffende alternatieve geschilbeslechting, zoals arbitrage, mediation of vergelijkbare trajecten. 17.. Ten aanzien van aanbestedingen waarbij sprake is van het nemen van besluiten om af te wijken van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. waarbij sprake is van het vaststellen van een inkoopstrategie zoals bedoeld in het inkoopbeleid van de gemeente. waarbij sprake is van het nemen van besluiten in afwijking van het vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. waarbij sprake is van het nemen van gunningsbesluiten en het afsluiten van de daaruit voortvloeiende overeenkomsten voor zover het aanbestedingen betreft waarop de Europese richtlijn van toepassing is. 18.. Ten aanzien van overeenkomsten, niet zijnde (plan)schade-/nadeelcompensatie en arbeidsovereenkomsten waarbij: sprake is van het sluiten van een overeenkomst/intentieverklaring/Publiek Private Samenwerking en/of convenanten en het totaal van de verplichtingen een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft. Uitgezonderd zijn de volgende overeenkomsten waarbij de teamleider mandaat heeft om de volgende overeenkomsten te sluiten en te ondertekenen: het sluiten van en uitvoering geven aan overeenkomsten in verband met de vaste en incidentele verhuur van gemeentelijk vastgoed op het mobilisatiecomplex Benschop, zoals bedoeld in artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet; het sluiten van en uitvoering geven aan overeenkomsten in verband met de verhuur van (wand)ruimte in het zwembad ten behoeve van reclameborden; het aangaan van overeenkomsten ten aanzien van het zelfbeheer van openbaar groen; het aangaan en ondertekenen van verkoopovereenkomsten van snippergrond en wordt voldaan aan de definitie van snippergrond zoals beschreven in paragraaf 3.1 van de Beleidsnota snippergrond 2021 én de portefeuillehouder aanwijsbaar heeft aangegeven te kunnen instemmen met de verkoop. sprake is van het beëindigen of ontbinden van een overeenkomst. 19.. Ten aanzien van overige (privaatrechtelijke) aangelegenheden waarbij sprake is van een besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen. waarbij sprake is van het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Lopik in bestuurs- en toezichthoudende organen. waarbij wordt besloten tot het doen van, of de aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel