- - De burgemeester draagt ten aanzien van de verwerkingsactiviteiten als bedoeld in artikel 5 zorg voor de verplichte informatieverstrekking aan betrokkenen zoals bedoeld in artikel 13 en 14 AVG, behoudens de beperking die hieraan gesteld kan worden op grond van artikel 14 lid 5b AVG en artikel 41 UAVG. In lid 4 wordt nader uitgewerkt hoe de procesregisseur, namens de burgemeester, uitvoering geeft aan de informatieverplichting.
- - Partners dragen zorg voor beschikbaarheid van algemene informatie over de gegevensuitwisseling die plaatsvindt in het kader van de aanpak en de rechten van betrokkenen daarbij, dan wel door informatie over de verwerkingsactiviteiten in het kader van dit convenant op te nemen in een privacy statement.
- - De procesregisseur groepsaanpak, die namens de burgemeester optreedt, draagt er zorg voor dat alle jongeren die op de namenlijst staan en waarop een aanpak wordt losgelaten, behoudens situaties waarin artikel 13 lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk een brief ontvangen die in beginsel mede is gericht aan hun wettelijk vertegenwoordiger(s), waarin wordt aangegeven dat zij deel uitmaken van een problematische jeugdgroep dat in verband hiermee persoonsgegevens van hen worden verwerkt. Door middel hiervan wordt uitvoering gegeven aan de verplichte informatieverstrekking als bedoeld in lid 1. Met de overige partners dient, zoals uiteengezet in artikel 13 lid 4, afgestemd te worden of een van de beperkingen, zoals hiervoor bedoeld, zich verzetten tegen het verstrekken van informatie. Als de omstandigheden daartoe de mogelijkheid laten, wordt deze brief - gelet op de effectiviteit - door medewerkers van één of meer van de partners (persoonlijk) overhandigd en toegelicht in een gesprek met de afzonderlijke jongere en/of hun wettelijk vertegenwoordiger(s). In deze brief en in dit gesprek worden zij ook gewezen op hun rechten ten aanzien van de gegevensverwerking, zoals benoemd in artikel 13 van dit convenant.
- - Bij de uitvoering van lid 3 is maatwerk geboden. Als de jongere nog geen achttien jaar oud is, wordt de brief gericht aan de jeugdige en aan degene(n) die het gezag over hem uitoefent of uitoefenen (ouder(s) of voogd als bedoeld in artikel 1:245 Burgerlijk Wetboek (BW) jo. Jeugdwet artikel 1.1). Als degene(n) die het gezag uitoefent of uitoefenen buiten beeld zijn, kan op grond van artikel 1:377c BW de meerderjarige die de jongere feitelijk verzorgt of waar deze feitelijk woont worden geïnformeerd indien dit noodzakelijk geacht wordt in het belang van de verzorging en opvoeding van betrokkene en het verstrekken van deze informatie een bijdrage kan leveren aan het verminderen van het problematische groepsgedrag.
- - Als de jongere 18 jaar of ouder is, wordt de brief gericht aan de jongere, en indien daar sprake van is, aan zijn door de rechter benoemde curator of mentor.
Hoofdstuk
Artikel 9 Convenant jeugdgroepenaanpak Papendrecht
Informatieverstrekking aan betrokkenen
Onderdeel van Convenant jeugdgroepenaanpak Papendrecht
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 9 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon