Indien wordt vastgesteld dat de cliënt, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een gemeente in een andere opvangregio, kan de uitvoering van het onderzoek, na overeenstemming tussen de betrokken gemeenten, worden overgelaten aan deze andere gemeente of regio, waarbij eventuele nuttige informatie wordt overgedragen.
Wanneer de woonplaats van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid niet vastgesteld kan worden, voert Rotterdam het onderzoek uit. Dit geldt ook indien er geen overeenstemming is met de andere gemeente of regio.
Indien Rotterdam het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de andere gemeente of regio verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren.
Onderzocht wordt in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft en het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie, en daarmee het duurzaam herstel van de cliënt.
Bij het onderzoek wordt in elk geval betrokken:
de voorkeur van de cliënt, de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden), de aanwezigheid van bestaand werk en/of dagbesteding en/of onderwijs van de cliënt (of van diens meekomende minderjarige kinderen), lopende hulpverlenings- zorg- of ondersteuningstrajecten en de aanwezigheid van een sociaal netwerk met een negatieve invloed.
Indien, gedurende het onderzoek, blijkt dat een traject in de maatschappelijke opvang mogelijk of waarschijnlijk in een andere gemeente of regio de grootste kans van slagen heeft, dan wordt deze gemeente bij het onderzoek betrokken.
Het onderzoek wordt in beginsel binnen 2 weken afgerond en vastgelegd in een onderzoeksverslag. Het onderzoek kan in sommige gevallen meer tijd in beslag nemen. Bij de overdracht wordt alle noodzakelijke informatie over de cliënt, waaronder het onderzoeksverslag, overgedragen aan de andere gemeente of regio, in overleg met de cliënt. Met de andere gemeente of regio en de cliënt worden concrete afspraken gemaakt over de datum van overdracht en welke aanbieder de cliënt maatschappelijke opvang of andere ondersteuning zal bieden, alsmede hoe het vervoer van de cliënt en eventuele reisbegeleiding plaatsvindt.
Bij verschil van mening tussen het college en een andere gemeente of regio over de vraag welke gemeente of regio verantwoordelijk is voor het bieden van maatschappelijke opvang aan de cliënt wordt een maximale inspanning gepleegd om tot een oplossing te komen. Indien deze niet kan worden bereikt, kan het geschil worden voorgelegd aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid.
Gedurende de periode dat de cliënt in afwachting is van overdracht naar een andere regio, of van het oordeel van de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid zal het college alleen onderdak en de noodzakelijke ondersteuning bieden, zoals stabilisatie van de situatie, zonder dat daarbij gewerkt wordt aan resultaten. Voorkomen moet worden dat binding met de stad en de hier werkzame hulpverlening ontstaat. De tijdelijke opvang en noodzakelijke ondersteuning vormt dus geen reden of aanleiding om op grond daarvan een binding met de stad te veronderstellen.