Binnenklimaat

Gezonde schoolgebouwen met een goed binnenklimaat zijn een voorwaarde voor goed onderwijs en kinderopvang en voor een goede werkomgeving. Een goed binnenklimaat heeft een positief effect op de leerprestaties en vermindert gezondheidsklachten. Schoolgebouwen met een gezond binnenklimaat dragen daarom bij aan een omgeving waarin al haar gebruikers optimaal kunnen leren en werken.

Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie.

Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie (scope 40 jaar) van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau gemiddeld Frisse Scholen Klasse B. De gemeente heeft hiervoor een financiële verplichting.

Voor de bestaande bouw (zonder renovatie) is de ambitie gemiddeld Frisse Scholen Klasse B zo goed mogelijk te benaderen met nog verantwoorde investeringen. De investeringen die nodig zijn voor een gezond binnenklimaat worden zorgvuldig afgewogen en gekoppeld aan de resterende levensduur van het gebouw. Het schoolbestuur heeft hiervoor een financiële verplichting.

Voor de kinderopvangvoorzieningen gelden de binnenmilieu eisen uit het kwaliteitskader huisvesting kinderopvang. Dit zijn ook de kaders van waaruit de GGD de voorzieningen controleert. Vooral de temperatuur, CO2, relatieve luchtvochtigheid en de invloed van de seizoenen hierop zijn belangrijke aandachtspunten. De kinderopvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding.

Bewegen en buitenruimte

Een belangrijk aspect van gezondheid is ervoor zorgen dat kinderen voldoende beweging krijgen in en rondom het kindcentrum. Het bevorderen van beweging heeft directe voordelen voor hun leerprestaties en algemene ontwikkeling. Om dit te bereiken, is het van belang dat de leer- en ontwikkelomgeving zo wordt ingericht dat beweging wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan het plaatsen van klimmuren, het aanleggen van niveaus en het gebruik van meubilair dat uitnodigt tot beweging. Ook de activiteiten die de school of kinderopvang organiseert, zoals beweegactiviteiten tijdens pauzes en naschoolse sportactiviteiten, dragen hieraan bij. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan de gezondheid van kinderen. Bij de ontwikkeling van deze gezonde buitenruimte is aandacht voor: veiligheid, uitdaging, uitnodiging tot spel, uitnodiging tot ontwikkeling, uitnodiging tot bewegen, uitnodiging tot ontdekken, groene en natuurlijke uitstraling (met buffer ter voorkoming van vervuiling in het gebouw) en onderhoudsvriendelijkheid.

Bij bestaande locaties wordt de bestaande buitenruimte behouden, maar er wordt gekeken naar manieren om deze groener te maken 7Dit valt echter buiten de scope van het IHP. . Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt de omvang van de buitenruimte als een belangrijke factor gezien. Voor de kinderopvang wordt er voldaan aan de geldende regelgeving. Voor het onderwijs wordt minimaal uitgegaan van de meest recente versie van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, zodat er voldoende speelruimte beschikbaar is en kinderen volop mogelijkheden hebben om te bewegen. Het is aan het schoolbestuur en de kinderopvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogisch en educatieve visie vorm te geven en in te richten. Ook is er oog voor het zelfstandig naar school komen van leerlingen lopend of met de fiets.

Schoolpleinen zijn privéterrein van de school, maar kunnen onderdeel uitmaken van speelplekken als ze openbaar worden en toegankelijk zijn na schooltijd. De gemeente is in principe voorstander van openbaar toegankelijke en groene schoolpleinen. Voor het groener inrichten van schoolpleinen zijn diverse subsidiemogelijkheden beschikbaar voor schoolbesturen. Het beheer en onderhoud van speeltoestellen is de verantwoordelijkheid van de school, tenzij er geen andere speelplek in de buurt is, dan kan de gemeente een uitzondering maken. Bij het openbaar maken van een schoolplein moeten er heldere afspraken worden gemaakt tussen schoolbestuur en gemeente over wie waarvoor verantwoordelijk is. Zo’n overeenkomst tussen de school en de gemeente bevat afspraken over financiën, onderhoud, beheer en aansprakelijkheid.

Vanuit visie wordt een buitenruimte die aantrekkelijk is, ook belangrijk gevonden voor het mentale welbevinden van kinderen, jongeren en personeel.

Voor accommodaties voor het bewegingsonderwijs gelden de volgende uitganspunten:

  • - Nabijheid: de voorziening voor bewegingsonderwijs ligt op redelijke loopafstand van de school. De verordening volgend wordt binnen 1 km hemelsbreed gezien als redelijke loopafstand 8Bij 20 klokuren noodzakelijk gebruik wordt 1 km hemelsbreed als norm aangehouden, bij 15 klokuren is dit 3,5 km en bij ten minste 5 klokuren geldt 7,5 km. .
  • - Routes: leerlingen gaan onder begeleiding of zelfstandig naar de gymvoorzieningen toe. Deze routes dienen veilig te zijn (afgestemd op de leeftijd van leerlingen) waarbij ook rekening wordt gehouden met de belasting voor de wijkbewoners.
  • - Kwaliteit: de gymvoorzieningen sluiten aan op de eisen van het bewegingsonderwijs. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om buiten te bewegen binnen het gymonderwijs.
  • - Beheer: Voor het beheer geldt dat de beschikbaarheid voor onderwijs leidend is.