Naast de belangen van een bewoner van een woning en/of gebruiker van een pand, kunnen ook omstandigheden van een pandeigenaar of verhuurder een rol spelen bij het besluit om een pand al dan niet te sluiten. Deze belanghebbende moet zelf, met onderbouwende documentatie, aannemelijk maken dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van een bijzondere omstandigheid kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een pandeigenaar proactief heeft samengewerkt met een overheidsinstantie, waardoor een hennepplantage in het pand is opgespoord en ontmanteld. Ook kan van sluiting worden afgezien als de pandeigenaar kan aantonen dat door zijn toedoen de drugshandel is opgespoord en dat hij regelmatig controles heeft uitgevoerd gericht op het gebruik van het pand. Het louter ondervinden van financieel nadeel wordt in beginsel niet als een bijzondere omstandigheid beschouwd en is in de meeste gevallen geen reden om van sluiting af te zien.

Ondanks bijzondere omstandigheden aan de kant van de pandeigenaar of verhuurder, kan bij de belangenafweging het belang van de openbare orde zwaarder wegen dan het individuele belang van deze direct belanghebbende.