1. Onder de in artikel 2 bedoelde kosten van de voorzieningen worden in elk geval begrepen de geraamde en door of namens burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
a. de aanneemsom;
b. de risicoverrekering van loon- en materiaalprijsstijgingen;
c. het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten;
d. de leges van de bouwvergunning en voor enige andere vergunning die nog is voor het treffen van de voorzieningen;
e. de verschuldigde omzetbelasting.
2. Voor een bijdrage in het onvoorzien en onvermijdelijk meerwerk kan door de eigenaar - voorzover hiermee niet de grens van de subsidiabele kosten volgens artikel 2, lid 4, wordt overschreden- uiterlijk bij de gereedmelding een nieuwe subsidie-aanvraag worden ingediend.