1. De bijdrage-ineens ingevolge artikel 2 worden alleen toegekend wanneer:

a. het pand, ingeval van een ingrijpende verbetering sprake is, na het treffen van de voorzieningen, in zijn geheel beschouwd, zal voldoen aan de eisen die volgens wettelijke voorschriften aan het pand moeten worden gesteld.

b. het pand na het treffen van de voorzieningen uit een oogpunt van monumentenzorg aan redelijke eisen voldoet.

c. het door de gemeenteraad jaarlijks beschikbaar gestelde budget niet wordt overschreden.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders toestaan dat de voorzieningen in fasen, doch uiterlijk binnen vier jaar worden getroffen, mits in de eerste fase ten minste de bouw-technische gebreken van het gehele pand of een zelfstandig onderdeel ervan worden opgeheven.

3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan een bijdrage-ineens worden toegekend voor het treffen van voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouw-technische gebreken indien de voorzieningen in het belang van de in instandhouding met spoed dienen te worden getroffen.