Waarom willen we dit?
De gemeente Almere heeft ongeveer 110.000 straat- en laanbomen en rond 800 hectare aan bossen, parken en bosschages in beheer. Voor het behouden en versterken van het groene karakter van Almere is het beheer en onderhoud van bomen gericht op een veilig, divers en weerbaar bomenbestand. We willen dit omdat deze combinatie rekening houdt met de veiligheid voor mensen, bijdraagt aan planten en dieren en zorgt voor gezonde bomen.
Veiligheid
In Nederland hebben boomeigenaren een wettelijke zorgplicht7. Dat betekent dat we als gemeente moeten kunnen aantonen dat we voldoende zorg hebben besteed aan het onderhoud van bomen.
(Bio)diversiteit
Een divers bomenbestand is belangrijk voor de ecologie en het ecosysteem van de stad, voor de beleving van de mens en voor de weerbaarheid van het bomenbestand. Zowel variatie in boomsoort, groeiplaats en leeftijd is daarin belangrijk. Verschillende soorten en leeftijden van bomen trekken andere plant- en diersoorten aan. Tot slot geeft het variatie in vorm en bloeiperiodes.
Weerbaarheid
De weerbaarheid van het bomenbestand is belangrijk voor betere condities en verhoogde levensduur van de bomen. Een gezonde boom kan ouder worden. Een weerbaar bomenbestand is beter bestand tegen ziekten, plagen en veranderende weersomstandigheden. We hebben in Almere bijvoorbeeld al te maken met de eikenprocessierups en essentaksterfte. Dit is vaak het gevolg van veel dezelfde soorten bomen bij elkaar of op een rij. Daarom is die variatie in bomen ontzettend belangrijk.
Hoe pakken we dit aan?
Veiligheid
Bomen kunnen risico’s met zich meebrengen voor de omgeving. Daarom controleren we regelmatig onze bomen op gebreken en veiligheid (volgens een Boomveiligheidscontrole: BVC). Het gaat hierbij om technische veiligheid en de risicoafweging op vallende takken en omvallende bomen. We bepalen bijvoorbeeld of het extra snoeien of in het uiterste geval verwijderen noodzakelijk is omdat een boom een te groot veiligheidsrisico vormt voor de omgeving.
In Almere combineren we de boomveiligheidscontrole met de onderhoudsinspectie en bepalen we tegelijkertijd wat de conditie en toekomstverwachting is van de boom. Aan de hand van deze visuele controle bepalen we ook of we extra onderhoud moeten uitvoeren. Het kan ook uit de controle blijken dat een dode boom omgevormd kan worden tot een ecologisch beheerde boom en zo nog een bijdrage kan leveren aan de ecologie.
Tot slot voeren we reguliere snoeiwerkzaamheden uit. Het snoeien is er op gericht om met name de straat- en laanbomen te begeleiden in hun ontwikkeling naar een gezonde en veilige boom, passend bij de omgeving. We laten waar mogelijk bomen hun eigen vorm behouden en vrij uitgroeien.

Hoe gaan we om met de verwijdering van bomen We onderhouden met zorg onze Almeerse bomen. We kijken altijd eerst naar andere maatregelen om een boom te behouden en de mogelijkheden om te verplanten. Verwijdering is het zwaarste middel wat we inzetten als een boom een risico vormt. Er worden verschillende factoren afgewogen om te bepalen of de boom te veel risico vormt: veiligheid, de ecologische en intrinsieke waarde, uitvoerbaarheid, toekomstbestendigheid en de omgeving. Het is maatwerk om per situatie te kijken welke factoren na veiligheid zwaarder wegen. In het algemeen maken we onze afweging als volgt: De wettelijke zorgplicht is altijd het eerste uitgangspunt. Daarom weegt de veiligheid het zwaarst voor bomen die op plekken staan waar de risico’s groot zijn. Denk aan bomen in straten, naast sport- en speelplekken of langs wegen en paden. Die mate van risico’s zijn situatie afhankelijk: de valwijdte van de boom, bepaalde boomsoorten hebben een groter risico op afbreken van takken en de verblijfsduur van mensen rondom de boom. Op plekken die minder risico geven omdat er meer ruimte om een boom heen zit, wegen de ecologische en intrinsieke waarde van een boom meer mee en laten we dode bomen zoveel mogelijk staan omdat deze belangrijk zijn voor de natuur. Met het snoeien en verwijderen van bomen wordt altijd rekening gehouden met de wettelijke eisen voor natuurbescherming en zorgvuldig gehandeld8. Zo plannen we onze werkzaamheden buiten het broedseizoen. Alleen bij hoge uitzondering voeren we na een ecologisch onderzoek werkzaamheden uit. Waar de zorgplicht het toelaat gaan we op specifieke locaties over naar ‘natuurvolgend boombeheer’. Met name in bossen en parken kunnen dode bomen lang blijven staan zonder risico op schade voor de omgeving. Omgevallen bomen en snoeihout laten we zoveel mogelijk liggen op de plek zelf, of als dat niet kan op een andere plaats in de omgeving. Waar mogelijk laten we bomen gecontroleerd afsterven. Naast veiligheid en ecologische waarde wordt ook gekeken naar de uitvoerbaarheid. Verder zijn er bepaalde plekken in de stad die zogezegd beeldbepalend zijn. Bijvoorbeeld centrumgebieden waar een hoger onderhoudsniveau wordt toegepast. Op dat soort plekken kan de esthetiek van een boom zwaarder wegen. Verwijdering van een boom heeft veel impact op de omgeving. Daarom informeren we inwoners waarom verwijdering nodig is en of er vervanging voor terug komt. In uitgangspunt 5 wordt toegelicht hoe we dit doen.
(Bio)diversiteit
Door variatie in het bomenbestand met de nadruk op inheemse soorten, versterken we de biodiversiteit in de stad. We gaan voor meer diversiteit door te variëren in boomsoorten en binnen boomsoorten (hiervoor gebruiken we de 10-20-30 regel van Santamour9).
Door te spreiden met en binnen soorten wordt het risico kleiner dat een ziekte snel een hele rij bomen kan aantasten. Uitzondering kunnen beeldbepalende plekken zijn, waar bewust één boomsoort is om een bepaalde identiteit uit te drukken.
Bij de boomsoortenkeuze letten we op de ecologische betekenis voor de biodiversiteit in de stad. Het is belangrijk dat er voldoende inheemse bomen in Almere staan vanwege de meerwaarde voor de biodiversiteit. Tegelijkertijd is het met de klimaatverandering zoeken welke soorten de toenemende hitte, droogte en regenval aankunnen. Daarom houden we ontwikkelingen in de gaten, bijvoorbeeld onderzoeken van de Wageningen Universiteit. In uiterste gevallen is het nodig om door het veranderende klimaat verder te kijken dan alleen inheemse soorten. Daarbij blijven we in de gaten houden welke boomsoorten het goed doen in de Almeerse omstandigheden.
We letten op dat we geen invasieve exoten planten. De juiste mix van bomen zorgt voor een klimaatbestendig bomenbestand. Daarbij wil je op bepaalde plekken dat bomen een andere functie vervullen. Denk aan sierbomen die zorgen voor een ander straatbeeld en andere beleving. Door in bossen en parken te kiezen voor boomsoorten met een bewezen positieve waarde op de inheemse biodiversiteit, kan er in woonstraten ook naar andere aspecten gekeken worden. In een omgeving waar dat niet tot te veel hinder leidt, variëren we ook met bomen die eetbare of siervruchten dragen.
Weerbaarheid
Op voorhand zorgen wij voor een weerbaar bomenbestand door bepaalde boomsoorten niet meer aan te planten. Dit gaat om bomen die een vergroot risico hebben op uitval, ziektes of plagen. Hiermee voorkomen we uitval en slechte bomen. Daarnaast zorgt een hoge diversiteit aan soorten ook voor meer weerbaarheid. Maar weerbaarheid van het bomenbestand zit in veel meer dan alleen verschillende soorten. Het gaat tevens om bodemkwaliteit die de gezondheid van een boom te goede komt. Bomen zijn levende organismen en er zijn verschillende ziektes en plagen die een bedreiging vormen voor hun gezondheid. Soms moet een boom verwijderd worden om verdere verspreiding van een ziekte te voorkomen.
Ook klimaatverandering heeft effect op de weerbaarheid. Zoals droogtestress voor eiken en beuken. Of zonnebrand door langdurige felle zon. Waar mogelijk treffen we maatregelen, zoals het langer geven van nazorg bij de aanplant van eiken.
Voor de weerbaarheid van ons bomenbestand hebben we een aantal criteria, die we uitwerken in het vernieuwde beheerplan bomen. Bijvoorbeeld inkoopeisen hanteren om risico’s van geënte bomen uit te sluiten en vooral bomen die gekweekt zijn op eigen wortel af te nemen. We houden ook toekomstige risico’s in de gaten, zoals de schadelijke bacterie Xylella.
Per 1 juli 2025 gelden er in de EU extra noodmaatregelen voor de invoer van nieuwe risicoplanten om de invoer van Xylella te beperken.