Waarom willen we dit?

Naast alle voordelen die bomen geven aan de stad, zorgen bomen soms ook voor overlast. Hoewel overlast heel vervelend is, gaat het algemeen belang voor de individuele overlast en mogen bomen soms wat ongemak geven. Zoals eerder genoemd zijn bomen noodzakelijk voor een leefbare stad en bieden ze tal van voordelen. Meldingen of verzoeken om in te grijpen naar aanleiding van overlast worden altijd serieus genomen en behandeld. We maken hierin onderscheid tussen vormen van beperkte overlast die we accepteren en vormen van onevenredige overlast waarbij ingrijpen wel wenselijk is.

Hoe pakken we dit aan?

Bij aanplant en vervanging

Met onze keuzes bij de aanplant van bomen willen we bij voorbaat voorkomen dat er overlast wordt ervaren. We letten hierbij op soorten bomen en ook op groeiplaats. Wanneer we de groeiplaats verbeteren, kunnen we daarmee wortelopdruk in de toekomst verminderen. Wortels van een boom komen omhoog en veroorzaken losse stoeptegels wanneer onder de grond te weinig voeding en vocht gehaald kan worden.

Beperkte overlast

We maken zorgvuldig de afweging of overlast wordt gezien als beperkt of onevenredig. Hieronder omschrijven we wat we vinden vallen onder beperkte overlast.

Bladeren, zaden en vruchten

Vallende bladeren en zaden leiden tot ophoping, zowel in de openbare ruimte als op het terrein van inwoners. Deze overlast is te verhelpen door de bladeren, zaden en vruchten op te ruimen, wat zowel inwoners als de gemeente kunnen doen. Overlast door bladeren, zaden of vruchten vormt voor de gemeente geen reden om in te grijpen. Het is een natuurlijk verschijnsel dat een beperkt aantal weken per jaar optreedt.

Honingdauw en vogeluitwerpselen

Sommige bomen zijn aantrekkelijk voor luizen die een plakkerige substantie (honingdauw) kunnen afscheiden. Ook uitwerpselen van vogels in de bomen kunnen voor overlast zorgen. Dat is vooral bij onder de bomen geparkeerde auto’s hinderlijk. Voor zowel honingdauw als vogeluitwerpselen geldt dat het kan worden afgewassen. Overlast door honingdauw en vogeluitwerpselen vormen voor ons geen reden om in te grijpen.

Lichttoetreding

In Nederland gelden geen wettelijke normen voor de bezonning van woningen en tuinen. In gevallen waar de lichttoetreding beperkt is, gaan we in gesprek met de inwoner. De TNO lichte norm bezonning11 vormt het vertrekpunt van het gesprek om te bepalen in hoeverre een boom de daglichttoetreding blokkeert en hoeveel daglicht er daadwerkelijk in huis is. Afhankelijk van de situatie bepalen we of er al dan niet maatregelen getroffen worden.

Zonnepanelen/schotelantennes

Het plaatsen van zonnepanelen of schotelantennes is voor de gemeente Almere geen reden om bomen te verwijderen of ingrijpend te snoeien. De pandeigenaar is namelijk zelf verantwoordelijk voor de keuze van aanleg en de plaats van zonnepanelen en schotelantennes. En kan rekening houden met de langetermijneffecten van de omgeving, zoals de groei van een boom. Daarnaast wordt er bij het planten van nieuwe bomen het belang van zonnepanelen afgewogen en afgestemd op de lokale situatie. We houden zoveel mogelijk rekening met de boomsoort, toekomstige hoogte en groeisnelheid op zonnepanelen. Het algemeen belang van bomen is hierin doorslaggevend.

Schade door takken en wortels

Bij schade aan particuliere eigendommen als gevolg van takken en wortels is het schaderecht uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Afgezien van de juridische kant kan de gemeente in uitzonderlijke gevallen bij aantoonbare ernstige schade, de schade veroorzakende boomdelen of de boom zelf verwijderen.

Allergische reacties

Bij overlast door allergische reacties, gaan we terughoudend om met het nemen van maatregelen. We onderzoeken een melding alleen verder als er ernstige hinder is en er een aantoonbare relatie bestaat tussen gezondheidsklachten en de allergene eigenschappen van de bomen in de directe omgeving. Hierbij kan extern advies ingewonnen worden bij de GGD.

Insecten

Insecten in bomen vormen geen directe aanleiding voor onevenredige overlast. Insecten zijn onlosmakelijk verbonden met de natuur. Elke soort heeft zijn plek en vervult een rol in het ecosysteem van de stad. Bepaalde insecten zijn bijvoorbeeld natuurlijke vijanden voor boomplagen en boomziektes. Bij overlast van insecten willen we toewerken naar het herstellen van een natuurlijk evenwicht, wat soms tijd vergt. Er kunnen altijd uitzonderingen voorkomen waar onevenredige overlast wordt ervaren. Wij gaan eerst in gesprek en kijken welke maatregelen een inwoner zelf kan treffen zoals ventilatie en horren. Daarnaast kunnen we kijken naar biologische bestrijdingsmethodes, waarbij we zoveel mogelijk rekening houden met de impact op mens, dier en plant.

Onevenredige overlast

Naast de beperkte vormen van overlast waar we geen actie ondernemen, zijn er ook vormen van overlast die vragen om een ingreep. Met onevenredige overlast bedoelen we overlast waarbij de boom de directe oorzaak is en wanneer uit onafhankelijke en objectieve analyses blijkt dat de overlast onevenredig is. Ingrepen worden uitsluitend door ons uitgevoerd. Het is niet toegestaan voor inwoners om openbare bomen te snoeien, te verwijderen of anderszins te verminken. De insteek bij overlast is om de boom te behouden.

Wanneer er sprake is van een situatie die niet valt onder beperkte overlast en er geen uitsluitsel is door extern onderzoek, komt maatwerk in beeld. Hieronder beschrijven we het proces voor situaties waarover beleid geen duidelijkheid geeft.

Het proces voor ervaren onevenredige overlast of bij zorgen over het behouden of verwijderen van een boom: Er wordt melding gemaakt bij de gemeente. De melder krijgt binnen vier weken antwoord: de overlast wordt gezien als beperkt en we leggen uit waarom we niet ingrijpen. Of de overlast is onevenredig en we gaan in gesprek. We kijken gezamenlijk of de overlast op te lossen of verlichten is met maatregelen die de boom behouden. De doorlooptijd is afhankelijk van de ingezette maatregelen. Daarbij is het soms nodig om een seizoen aan te kijken of de maatregelen werken. Wanneer nodig vragen we om onafhankelijk en objectief advies, bijvoorbeeld bij een gespecialiseerd boomdeskundig adviesbureau, de GGD, TNO of het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen. Dit proces proberen we binnen twee maanden af te ronden. Als het langer duurt, informeren we de melder. Als we er alsnog niet uitkomen, vragen we de Bomencommissie om de zaak te beoordelen. De Bomencommissie heeft zelf expertise en daarnaast een netwerk met andere kenners en professionals voor extern advies. De doorlooptijd voor advies van de Bomencommissie is gemiddeld zes weken en uiterlijk acht weken. Wanneer we dan nog steeds geen goede oplossing hebben of als de inwoner zich niet in het onafhankelijke advies kan vinden, heeft de inwoner de mogelijkheid om een juridische procedure starten.