In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.

  • - De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd.
  • - Bevoegdheden kunnen verder gemandateerd worden. Dit mandaat wordt nader schriftelijk vastgelegd.
  • - Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten inclusief de gemandateerde activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
  • - a. minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie

(het vier ogenprincipe); b. de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen.

  • - Tegenpartijen moeten de bevestigingen van iedere transactie versturen naar de administrateur zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties
  • - De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de administrateur en gecontroleerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.
  • - Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle.