Lid 1
De commandant dient bij het college jaarlijks voor 1 maart een verslag in over het afgelopen kalenderjaar, vermeldende:
- - een nominatieve opgave van het op 31 december van het verslagjaar in dienst zijnde personeel;
- - de stand van de opleiding en de geoefendheid van het personeel;
- - een opgave van het op 31 december van het verslagjaar aanwezige en eventueel in bestelling zijnde materieel met vermelding van de staat waarin het aanwezige materieel op die datum verkeerde;
- - het aantal en de staat van onderhoud van brandputten, brandkranen, geboorde putten, open en gesloten bluswatervoorzieningen aan open water;
- - het aantal en de staat van onderhoud van de meldings-en alarminstallaties;
- - het aantal en de aard van de plaats gehad hebbende branden, een taxatie van de daarbij geleden schade, alsmede het aantal en de aard van de gevallen waarin uit anderen hoofde dan wegens brand werd opgetreden;
- - de toestand waarin de dienstkleding en de uitrustingsstukken van het personeel op 31 december van het verslagjaar verkeerden;
- - een overzicht van de verrichtingen welke hem krachtens artikel 19:2:1:6 van deze instructie zijn opgedragen;
- - al hetgeen overigens van belang is ter verkrijging van een zo volledig mogelijk beeld van de verrichtingen van de brandweer.
Lid 2
Hij verschaft voor 1 mei aan het college de gegevens, benodigd voor het samenstellen van de begroting van inkomsten en uitgaven der gemeente, voorzover betrekking hebbende op de brandweer.