Lid 1

De ondercommandant vervangt de commandant bij diens ontstentenis of afwezigheid en is alsdan onderworpen aan de bepalingen van dienst, in de artikelen 19:2:1:1 t/m 19:2:1:8, opgenomen instructie.

Lid 2

Indien hij wegens ziekte, afwezigheid of anderszins verhinderd is zijn functie bij de brandweer te vervullen, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan de commandant.

Lid 3

Het bepaalde in het tweede lid van artikel 19:2:1:18 is mede op hem van toepassing, met dien verstande dat hij de daarin bedoelde inlichtingen aan de commandant moet verstrekken.