Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 1

Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)

+8 toegevoegd 7 gewijzigd

Toegevoegde artikelen

Bijlage 1Medische verklaring ter vaststelling van de medische geschiktheid voor de binnenvaart (Model)
Naam, voornaam (evt. geboortenaam) van de onderzochte persoon
Geboortedatum en -plaatsGetoond legitimatiebewijs
Naam en voornaam van de keuringsarts
AdresTelefonisch te bereiken onder

De lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de bovengenoemde persoon werd onderzocht overeenkomstig de ES-QIN-standaarden inzake de medische geschiktheid (algemene medische geschiktheid, gezichtsvermogen, gehoorvermogen). De resultaten daarvan zijn de volgende:

  • - □ Permanent ongeschikt
  • - □ Tijdelijk ongeschikt, naar verwachting tot ...............
  • - □ Geschikt zonder beperkingen
  • - □ Geschiktheid beperkt tot ...............10Is uitsluitend van toepassing indien dit in de ES-QIN-standaarden inzake de medische geschiktheid bij de desbetreffende aandoening uitdrukkelijk voorzien is.
  • - □ Geschikt met een of meer van de volgende beperkingen (code overeenkomstig de ES-QIN)
    • - □ 01 Optische correctie (bril en/of contactlenzen) vereist
    • - □ 02 Gehoorapparaat vereist
    • - □ 03 Ledemaatprothese vereist
    • - □ 04 Alleen werken in het stuurhuis niet toegestaan
    • - □ 05 Alleen bij daglicht
    • - □ 06 Geen navigatietaken toegestaan
    • - □ 07 Beperkt tot het volgende vaartuig: ...............
    • - □ 08 Beperkt tot het volgende vaargebied: ...............
    • - □ 09 Beperkt tot de volgende taak: ...............
  • - □ Geschikt op voorwaarde dat het vaarbewijs overeenkomstig Richtlijn 96/50/EG is afgegeven vóór 1 april 2004

Stempel

..............................

Datum en handtekening van de arts

Via stcrt-2024-38390

Bijlage 2examenprogramma ter verkrijging van een sportpatent en een overheidspatent

Opmerking vooraf:

Soorten patent (kolom 4 en 5)

A – Sportpatent

B – Overheidspatent

Vereiste kennis (kolom 3)

1 – Gedetailleerde kennis

2 – Basiskennis

12345
nr.ExamenstofAB
1.Kennis van de reglementen, gidsen en handboeken
1.1Rijnvaartpolitiereglement (inclusief de tijdelijke wijzigingen)
Hoofdstuk 1 tot en met 7, 151xx
Hoofdstuk 8:1
Hoofdstuk 9, 10, 12, 14 (met uitzondering van binnenwatertrajecten met specifieke risico's)1xx
Hoofdstuk 11:1
Bijlagen
3. Optische tekens van schepen1xx
6. Geluidsseinen1xx
7. Verkeerstekens1xx
8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg1xx
10. Olie-afgifteboekje1xx
Gidsen/Handboeken
Marifonie in de binnenvaart2xx
Afvalverwijdering2xx
1.2Vervallen
1.3Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn en Europese Standaard voor technische voorschriften voor binnenschepen
Opzet en inhoud2xx
Inhoud van binnenschipcertificaat2xx
1.4Bemanningsvoorschriften, Deel III van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn1x
1.5ADN
Opzet2x
Documenten/instructies2x
Kennis van de voorgeschreven blauwe kegels/lichten1x
Opzoeken van operationele voorschriften2x
1.6Bepalingen betreffende de patenten: deel II van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn
Soorten patent en specifieke vergunningen2xx
Criteria voor de intrekking van een patent en de opschorting van de geldigheid1xx
1.7Voorkoming van ongevallen2xx
2.Nautische kennis
2.1Rijn en nevenwateren2xx
(belangrijkste geografische, hydrologische, meteorologische en morfologische kenmerken)
2.2Vervallen
2.3Vervallen
3.Praktijkkennis
(Nautische zaken, scheepvaarttechnische zaken, praktische vaardigheden)
3.1Voeren van het schip
Praktijk van het sturen, manoeuvreereigenschappen2xx
Functie van de stuurinrichtingen en de aandrijving2xx
Invloed van stromingen, wind en zuiging2xx
Drijfvermogen, stabiliteit en toepassing daarvan in de praktijk2xx
Ankeren en meren2xx
3.2Motorenkennis
Bouw, werking van de motoren, functie van de elektrische inrichtingen2xx
Bediening, bedrijfscontrole2xx
Maatregelen bij bedrijfsstoringen2xx
3.3Laden en lossen
Bepalen van het gewicht van de lading aan de hand van de meetbrief2
Gebruik van de diepgangsschaal2
Stuwen van de lading2x
3.4Handelen onder bijzondere omstandigheden
Maatregelen bij schade, eerste hulp, stoppen van lekkage2xx
Bediening van reddingsmiddelen2xx
Behandeling van afval en voorkomen van verontreiniging van de waterwegen2xx
Informeren van de bevoegde autoriteiten2xx
Brandbestrijding2xx

Via stcrt-2026-30523

Bijlage 3Sportpatent

De lijst van de sportpatenten van de Rijnoeverstaten en België, alsmede de modellen staan op de website van de CCR: www.ccr-zkr.org.

Via stcrt-2023-11946

Bijlage 4Overheidspatent

De lijst van de overheidspatenten van de Rijnoeverstaten en België, alsmede de modellen staan op de website van de CCR: www.ccr-zkr.org.

Via stcrt-2023-11946

Bijlage 5Specifieke bepalingen voor het bevaren van gedeelten van de Rijn die als binnenwatertrajecten met specifieke risico’s geclassificeerd zijn

Deel A Eisen voor gedeelten van de Rijn met specifieke risico’s

  • - 1. Degene die een vaartuig voert op de binnenwatertrajecten tussen kmr 335,66 (verkeersbrug Wintersdorf) en kmr 425,00 (Mannheim) of tussen kmr 498,45 (verkeersbrug Mainz/Mainz-Kastel) en kmr 592,00 (Koblenz, monding van de Moezel) moet houder zijn van een specifieke vergunning voor het bevaren van binnenwatertrajecten met specifieke risico’s.
  • - 2. Het vereiste examen wordt afgenomen door de bevoegde autoriteit door middel van een administratief examen (hoofdstuk 7). Het examen kan als multiplechoice-examen of als mondeling examen worden afgelegd. De kandidaat moet tijdens het examen aantonen over de volgende kennis te beschikken:
    • - a) de vaarweg in de op- en afvaart kunnen beschrijven;
    • - b) gedetailleerde kennis van de kenmerken van het binnenwaterwegtraject, met name ten aanzien van de lokale stroompatronen en -snelheid en de daarmee samenhangende eisen voor het veilig besturen van het vaartuig op het desbetreffende gedeelte van de Rijn;
    • - c) gedetailleerde kennis van de afmetingen van de vaarweg;
    • - d) kennis van de verkeersvoorschriften voor dit gedeelte van de Rijn.

    De details staan in deel B.

  • - 3. Degene die als houder van een kwalificatiecertificaat schipper de in deze bijlage bedoelde specifieke vergunning wil verkrijgen, moet het desbetreffende gedeelte van de Rijn in de afgelopen drie jaar ten minste drie maal stroomopwaarts en drie maal stroomafwaarts hebben bevaren. Tijdens alle reizen als bedoeld in de eerste zin moet de kandidaat in het stuurhuis aanwezig geweest zijn. De kandidaat moet op zijn minst tijdens een reis stroomopwaarts en een reis stroomafwaarts zelfstandig de koers en snelheid van het vaartuig bepaald hebben.
  • - 4. De reizen over het riviergedeelte moeten plaatsgevonden hebben aan boord van een gemotoriseerd vaartuig dat slechts bestuurd mag worden door een schipper die beschikt over een kwalificatiecertificaat schipper.
  • - 5. De kandidaat toont aan dat hij de reizen over het desbetreffende riviergedeelte heeft afgelegd door overlegging van zijn dienstboekje. Indien de aanvrager op het moment dat hij zich aanmeldt voor het examen nog niet alle vereiste reizen over het desbetreffende riviergedeelte heeft afgelegd, wordt de aanvrager toegelaten tot het examen onder voorwaarde dat op de dag van het examen aangetoond wordt dat alle reizen over het desbetreffende riviergedeelte voor de dag waarop het examen plaatsvindt, werden afgelegd.
  • - 6. De schipper moet het mogelijk maken dat de kandidaat de reizen over het desbetreffende riviergedeelte – onder waarborging van de veiligheid – aflegt en dient hem/haar daarin bij te staan.

Deel B Delen van de Rijn waarvoor aanvullende competenties van de schipper vereist zijn

I De Rijn van kmr 335,66 (verkeersbrug Wintersdorf) tot kmr 352,07 (Duits-Franse grens)

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit binnenwaterwegtraject met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

  • - 1. Hij moet de vaarweg in de op- en afvaart kunnen beschrijven.
  • - 2. Afgezien daarvan moet hij beschikken over
    • - a. gedetailleerde kennis van de kenmerken van dit riviergedeelte
    • - b. gedetailleerde kennis van de afmetingen van de vaarweg.
  • - 3. Bovendien moet de schipper
    • - a) de stromingspatronen en -snelheden op dit gedeelte van de Rijn kennen en moet hij weten hoe hij op dit riviergedeelte het vaartuig moet besturen. Daartoe moet hij met name:
      • - (1) de specifieke werking en het belang van de kribben in dit riviergedeelte kennen;
      • - (2) weten dat de ontmoetingskant op talrijke plaatsen van bakboord naar stuurboord en omgekeerd wisselt en dat het vaartuig daarvoor vaak een scherpe bocht moet maken;
      • - (3) de plaats van de kribvakken kennen om de invloed op de stroming in te kunnen schatten;
      • - (4) de bijzonder talrijke mondingen van zijtakken kennen;
      • - (5) de specifieke regelingen kennen voor vaartuigen vanaf een bepaalde lengte;
      • - (6) weten waar de vaarweg bijzonder smal is en op welke plaatsen een ontmoeting met duwstellen vermeden moet worden;
      • - (7) op de hoogte zijn van de sterk wisselende stromingspatronen en stromingssnelheden die kunnen optreden;
      • - (8) weten welke voorschriften er gelden met betrekking tot de minimale snelheid van duwstellen;
      • - (9) weten welke bijzondere eisen voortvloeien uit de aanwezigheid van talkrijke kleine vaartuigen,
  • - b) de hydromorfologische eigenschappen van dit gedeelte van de Rijn kennen en weten hoe hij daarmee om moet gaan. Daartoe moet hij met name:
    • - (1) op de hoogte zijn van de steeds veranderende eigenschappen van de rivierbedding, van grindbanken tot kribvlakken en fijn sediment;
    • - (2) weten dat er een sterke tendens is tot verzanding waardoor in de vaargeul plaatsen met een ondiepte kunnen ontstaan;
    • - (3) weten welke diepten ter beschikking staan in de vaarweg om bij het oplopen van vaartuigen in de afvaart uit te kunnen wijken of in de opvaart de vaarweg optimaal te kunnen benutten;
    • - (4) weten waar zich noodligplaatsen bevinden en hoe deze gelegen zijn, respectievelijk weten waar het mogelijk is te keren in geval van nood als de waterweg onverwacht gestremd zou zijn;
    • - (5) de talrijke gevaarlijke plaatsen kennen.

II De Rijn van kmr 352,07 (Duits-Franse grens) tot kmr 425,00 (Mannheim)

De aanvullende competentie komt overeen met de aanvullende competentie die genoemd wordt onder nummer I (Rijn van kmr 335,66 (verkeersbrug Wintersdorf) tot kmr 352,07 (Duits-Franse grens).

III De Rijn van kmr 498,00 (Mainz, Mainspitze) tot kmr 592,00 (Koblenz, monding van de Moezel)

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit gedeelte van de Rijn met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

  • - 1. Hij moet de vaarweg in de op- en afvaart kunnen beschrijven.
  • - 2. Afgezien daarvan moet hij beschikken over
    • - a. gedetailleerde kennis van de kenmerken van dit riviergedeelte;
    • - b. gedetailleerde kennis van de afmetingen van de vaarweg;
    • - c. kennis van de verkeersvoorschriften voor dit riviergedeelte.
  • - 3. Bovendien moet de schipper
    • - a) de stromingspatronen en --snelheden op dit gedeelte van de Rijn kennen en moet hij weten hoe hij op dit riviergedeelte het vaartuig moet besturen. Daartoe moet hij met name:
      • - • weten hoe hij bij Rheingau dient te varen;
      • - • op de hoogte zijn dat in dit riviergedeelte een andere Overeengekomen Lage Rivierstand (OLR) geldt, namelijk van 1,90 m in plaats van 2,10 m;
      • - • de verschillende hoogwaterpeilen kennen om voor dit binnenwaterwegtraject de vaargeuldiepte en laaddiepte te kunnen bepalen;
      • - • de stromingseffecten kennen;
      • - • de naam en ligging van geschikte ligplaatsen kennen, zodat hij bij onvoorziene gebeurtenissen goed en veilig kan reageren;
    • - b) de specifieke plaatselijke verkeersvoorschriften kennen:
      • - • de verkeersregeling in het gebergtegedeelte;
      • - • de wachtplaatsen;
      • - • de inhaalverboden.

Via stcrt-2026-30523

Bijlage 6Verklaring eerstehulpverlener in de passagiersvaart (Model)

Afbeelding bij dit artikel

Via stcrt-2023-11946

Bijlage 7Verklaring persluchtmaskerdrager in de passagiersvaart (Model)

Afbeelding bij dit artikel

Via stcrt-2023-11946

Bijlage 8Verklaring voor het aantonen van de vereiste rusttijd, bedoeld in artikel 18.03, tweede tot en met zesde lid (Model)

(geldt alleen tezamen met het dienstboekje,

respectievelijk met het kwalificatiecertificaat schipper zoals bedoeld in artikel 11.01, eerste lid, respectievelijk het voorlopig Rijnpatent zoals bedoeld in artikel 12.08 Rsp)

Naam en voornaam:

Nummer van het dienstboekje, respectievelijk van het kwalificatiecertificaat schipper:

Nam van het schip, uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI)Einde van de reis DatumEinde van de reis TijdstipExploitatiewijze voor het einde van de reisLaatste rusttijd voor het einde van de reisHandtekening van de schipper
BeginEinde
EE1E2E3E4
1234567
  • - 1. De verklaring moet bij elke wisseling van schip door de schipper van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, worden ingevuld.
  • - 2. De verklaring moet aan de schipper van het schip waarop de nieuwe reis wordt aangevangen, worden overgelegd.
  • - 3. De gegevens in de verklaring moeten met de gegevens in het dienstboekje en het vaartijdenboek van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, overeenstemmen.

Via stcrt-2023-11946

Gewijzigde artikelen

Artikel 5.01Dienstboekje
Gewijzigd
- b) geeft het dienstboekje te allen tijde meteen aan de houder terug, als deze daarom verzoekt.toegevoegd: De schipper is van de in de eerste zin genoemde verplichting vrijgesteld indien de houder van het dienstboekje stuurman is en hij in deze hoedanigheid op pagina 4 van zijn dienstboekje de navolgende ondertekende aantekening heeft aangebracht: ‘is niet voornemens een kwalificatiecertificaat schipper te verkrijgen’. einde

Via stcrt-2026-30523

Artikel 11.01Patentplicht
Gewijzigd
- 1. Degene die op de Rijn een vaartuig wil voeren, moet houder zijn van een Uniekwalificatiecertificaat schipper dat overeenkomstig Richtlijn (EU) 2017/2397 is afgegeven of van een kwalificatiecertificaat schipper dat overeenkomstig dit reglement is afgegeven. - 2. Voor het voeren van een verwijderd: vaartuig benedenstrooms van het Spijksche Veer (km 857 eindetoegevoegd: pleziervaartuig einde,verwijderd: 40) en op het riviergedeelte tussen Bazel (Mittlere Rheinbrücke – km 166,53) en de sluizen van Iffezheim (km 335,92), eindetoegevoegd: een overheidsvaartuig of een brandweerboot eindevolstaat in plaats van verwijderd: de patenten, eindetoegevoegd: een patent einde als bedoeld in de artikelen 12.02 en 12.03, een ander door de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig erkend patent.

Via stcrt-2026-30523

Artikel 12.05Vrijstellingen en verlichting van de exameneisen
Gewijzigd
- 1. Degene die met goed gevolg een eindexamen van een beroepsopleiding heeft afgelegd, kan voor de verkrijging van het Rijnpatent worden vrijgesteld van het theoretisch gedeelte van het examen dat betrekking heeft op kennis die reeds onderwerp was van een examen in het kader van de beroepsopleiding. De CCR publiceert een lijst van deze eindexamens van beroepsopleidingen en gedeelten van het examen ter verkrijging van het Rijnpatent die recht geven op een vrijstelling. De lijst van als gelijkwaardig erkende examens wordt door de CCR op de website geplaatst. - 2. De houder van een kwalificatiecertificaat zoals bedoeld in artikel 11.01, derde lid, toegevoegd: kan eindevoor de verkrijging van het sportpatent worden vrijgesteld van toegevoegd: het praktijkexamen of van eindedat gedeelte van het examen dat betrekking heeft op nautische vakkennis. - 3. De houder van een overheidspatent verkrijgt op aanvraag een sportpatent zonder daarvoor examen te doen.

Via stcrt-2026-30523

Artikel 16.11Aantal leden veiligheidspersoneel
Gewijzigd
- 1. Deskundigen voor de passagiersvaart, eerstehulpverleners en persluchtmaskerdragers moeten ten minste in de navolgende aantallen aanwezig zijn: - a) gedurende de vaart aan boord: aa) schepen voor dagtochten Groeptoegevoegd: | eindeAantal personen aan boordtoegevoegd: | eindeDeskundige voor de passagiersvaarttoegevoegd: | eindeEerstehulpverleners 1toegevoegd: | eindetot en met 250toegevoegd: | einde1toegevoegd: | einde1 2toegevoegd: | eindemeer dan 250toegevoegd: | einde1toegevoegd: | einde2 bb) hotelschepen Groeptoegevoegd: | eindeAantal bezette beddentoegevoegd: | eindeDeskundigen voor de passagiersvaarttoegevoegd: | eindeEerstehulp-verlenerstoegevoegd: | eindePersluchtmaskerdragers 1toegevoegd: | eindetot en met 100toegevoegd: | einde1toegevoegd: | einde1toegevoegd: | einde2 2toegevoegd: | eindemeer dan 100toegevoegd: | einde1toegevoegd: | einde2toegevoegd: | einde2

Via stcrt-2023-11946

Artikel 19.02Minimumbemanning van motorschepen en duwboten
Gewijzigd
- 1. De minimumbemanning van motorschepen en duwboten bestaat uit: Groeptoegevoegd: | eindeBemanningsledentoegevoegd: | eindeAantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1toegevoegd: | eindeA2toegevoegd: | eindeB S1toegevoegd: | eindeS2toegevoegd: | eindeS1toegevoegd: | eindeS2toegevoegd: | eindeS1toegevoegd: | eindeS2 1toegevoegd: | eindeL ≤ 70 mtoegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroostoegevoegd: | einde1 – – 1 –toegevoegd: | einde2 – – – –toegevoegd: | einde2 – – 1 11toegevoegd: | einde2 – – – 2 1'2 2toegevoegd: | einde70 m < L ≤ 86 mtoegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroostoegevoegd: | einde1 of 1 – – 1 – – 1 – 1toegevoegd: | einde1 – – 1 1toegevoegd: | einde2 – – – 11toegevoegd: | einde2 – – 2 –toegevoegd: | einde2 – – 1 1 3toegevoegd: | eindeL > 86 mtoegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroostoegevoegd: | einde1 of 1 1 1 – – 1 – – 2toegevoegd: | einde1 1 – – 1toegevoegd: | einde2 – – 1 11toegevoegd: | einde2 – – – 21toegevoegd: | einde2 of 2 1 13 – – 2 1 – –toegevoegd: | einde2 1 – 1 1

Via stcrt-2023-11946

Artikel 19.03Minimumbemanning van hechte samenstellen en andere hechte samenstellingen
Gewijzigd
- 1. De minimumbemanning van hechte samenstellen en andere hechte samenstellingen bestaat uit: Groeptoegevoegd: | eindeBemanningsledentoegevoegd: | eindeAantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1toegevoegd: | eindeA2toegevoegd: | eindeB S1toegevoegd: | eindeS2toegevoegd: | eindeS1toegevoegd: | eindeS2toegevoegd: | eindeS1toegevoegd: | eindeS2 1toegevoegd: | eindeafmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 mtoegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinisttoegevoegd: | einde1 – – 1 – –toegevoegd: | einde2 – – – – –toegevoegd: | einde2 – – 1 11 –toegevoegd: | einde2 – – – 21,2 – 2toegevoegd: | eindeafmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 mtoegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinisttoegevoegd: | einde1 of 1 – – 1 – – 1 – 1 – –-toegevoegd: | einde1 – – 1 1 –toegevoegd: | einde2 – – – 11 –toegevoegd: | einde2 – – 2 – –toegevoegd: | einde2 – – 1 1 – 3toegevoegd: | eindeduwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 mtoegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinisttoegevoegd: | einde1 of 1 1 1 – – 1 – – 2 – –toegevoegd: | einde1 1 – – 1 –toegevoegd: | einde2 – – 1 11 –toegevoegd: | einde2 – – – 21 –toegevoegd: | einde2 of 2 1 13 – – 2 1 – – – –toegevoegd: | einde2 1 – 1 1 – 4toegevoegd: | eindeduwboot + 2 duwbakken4 motorschip + 1 bak4toegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinisttoegevoegd: | einde1 1 – 1 11 –toegevoegd: | einde1 1 – – 21 –toegevoegd: | einde2 – – 2 11 –toegevoegd: | einde2 – 1 – 21 –toegevoegd: | einde2 of 2 1 13 – – 2 2 – – 1 –toegevoegd: | einde2 of 2 1 13 1 1 – – 1 1 1 – 5toegevoegd: | eindeduwboot + 3 of meer duwbakken4 motorschip + 2 of meer duwbakken4toegevoegd: | eindeschipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinisttoegevoegd: | einde1 of 1 1 1 – – 2 1 – 2 1 1toegevoegd: | einde1 1 – 1 1 1toegevoegd: | einde2 – – 2 11 1toegevoegd: | einde2 – 1 – 21 1toegevoegd: | einde2 of 2 1 13 – – 2 2 11- 1 1toegevoegd: | einde2 of 2 1 13 1 1 – – 2 1 1 1

Via stcrt-2023-11946

Artikel 19.04Minimumbemanning van passagiersschepen
Gewijzigd
verwijderd: - 1. De minimumbemanning van schepen voor dagtochten bestaat uit: Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1 A2 B S1 S2 S1 S2 S1 S2 1 Toegestaan aantal passagiers tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – 1 – 1 – 2 Toegestaan aantal passagiers van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 – – – – 1 – 1 – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 11 1 2 – – 1 11 1 3 Toegestaan aantal passagiers van 251 tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 – –- 1 1 – – – 2 1 – 1 – 1 – 1 – 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1 4 Toegestaan aantal passagiers van 601 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 11 1 1 1 – – 21 1 2 – – 2 – 1 2 – 1 – 1 1 3 – – 2 – 1 3 – 1 – 1 1 5 Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 2 of 2 – – – – 3 2 – 2 1 1 2 – 1 1 1 1 2 – – 3 11 1 2 – 1 1 21 1 3 – – 3 11 1 3 – 1 1 21 1 6 Toegestaan aantal passagiers meer dan 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 2 – – 3 11 1 2 – 1 1 21 1 2 – – 4 – 1 2 – 1 2 1 1 3 – – 4 11 1 3 – 1 2 21 1 1 De lichtmatroos of één van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman. - 2. De minimumbemanning van stoomschepen voor dagtochten bestaat uit: Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1 A2 B S1 S2 S1 S2 S1 S2 1 Toegestaan aantal passagiers van 501 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 1 1 1 – 2 1 1 1 – 1 2 2 – 1 1 – 2 2 – 1 – 1 2 3 – 1 1 – 3 3 – 1 – 1 3 2 Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 2 of 2 – – – – 3 2 – 2 3 3 2 – 1 1 1 3 2 – – 3 12 3 2 – 1 1 22 3 3 – – 3 12 3 3 – 1 1 22 3 1 De Commissie van Deskundigen bepaalt of machinisten vereist zijn en schrijft dit in onder nummer 52 van het binnenschipcertificaat. 2 De lichtmatroos of één van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman. - 3. De minimumbemanning van hotelschepen bestaat uit: Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1 A2 B S1 S2 S1 S2 S1 S2 1 Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – 1 – – 1 1 – – – 2 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1 2 Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 1 – 1 – 1 1 1 – – 1 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1 3 Toegestaan aantal bedden meer dan 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 of 1 1 1 – – 2 1 - 2 1 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 3 – 1 2 – 1 1 1 1 3 – – 3 – 1 3 – 1 1 1 1 - 4. Voor passagiersschepen zoals bedoeld in het eerste en het derde lid die zonder passagiers aan boord varen, wordt de minimumbemanning bepaald overeenkomstig artikel 19.02. - 5. De voorgeschreven matrozen overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel mogen door lichtmatrozen worden vervangen die de minimumleeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen. - 6. De minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel (schepen voor dagtochten), kan - a) in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S2, - b) in de groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1, - c) in de groep 4, exploitatiewijze A1, Standaard S2, - d) in de groep 5, exploitatiewijze A1, Standaard S1, exploitatiewijze A2, Standaard S2 en exploitatiewijze B, Standaard S2 en - e) in de groep 6, exploitatiewijze A1, Standaard S2 en exploitatiewijze B, Standaard S2 voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel c, d en het tweede en derde alternatief van onderdeel e zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen gelden niet voor de lichtmatroos zoals bedoeld in het vijfde lid. - 7. De minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel (stoomschepen voor dagtochten), kan - a) in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S1, - b) in de groep 2, exploitatiewijze A2, Standaard S2, en - c) in de groep 2, exploitatiewijze B, Standaard S2 voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel b en c zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen gelden niet voor de lichtmatroos zoals bedoeld in het vijfde lid. - 8. De minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel (hotelschepen), kan - a) in de groep 1, exploitatiewijze A1, Standaard S2 en - b) in de groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1 voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. - 9. Bij dagtochtschepen met passagiers waarvan het aantal voor vertrek vaststaat en tijdens de vaart niet wijzigt (chartervaart), kan de overeenkomstig de groepen 2 tot en met 6 voorgeschreven minimumbemanning worden gereduceerd tot de eerst lagere groep, op voorwaarde dat het overeenkomstig de groepen 1 tot en met 6 toegelaten aantal passagiers tijdens de vaart lager is dan dit toegestane aantal. De eisen van hoofdstuk 16, alsmede de eisen die gelden voor de bemanning en het boordpersoneel uit hoofde van de veiligheidsrol gelden onverminderd. - 10. De machinisten die zijn voorgeschreven overeenkomstig de in het eerste tot derde lid genoemde tabellen mogen door bijkomende volmatrozen worden vervangen. Deze volmatrozen mogen door bijkomende matrozen worden vervangen, wanneer het aantal volmatrozen dat als minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste tot derde lid genoemde tabellen is voorgeschreven, overeenstemt met het aantal te vervangen machinisten. eindetoegevoegd: - 1. De minimumbemanning van schepen voor dagtochten bestaat uit: Groep | Bemanningsleden | Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1 | A2 | B S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 1 | Toegestaan aantal passagiers tot en met 75 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 – – 1 – – | 2 – – 1 – – | 2 – – 2 – – | 2 – 1 – 1 – 2 | Toegestaan aantal passagiers van 76 tot en met 250 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 of 1 – – – – 1 – 1 – – 1 | 1 – – 1 1 – | 2 – – – 11 1 | 2 – – 1 11 1 3 | Toegestaan aantal passagiers van 251 tot en met 600 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 of 1 – –- 1 1 – – – 2 1 – | 1 – 1 – 1 – | 2 – – 1 – 1 | 2 – – – 1 1 | 3 – – 1 – 1 | 3 – – – 1 1 4 | Toegestaan aantal passagiers van 601 tot en met 1000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 1 – 1 11 1 | 1 1 – – 21 1 | 2 – – 2 – 1 | 2 – 1 – 1 1 | 3 – – 2 – 1 | 3 – 1 – 1 1 5 | Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 2 of 2 – – – – 3 2 – 2 1 1 | 2 – 1 1 1 1 | 2 – – 3 11 1 | 2 – 1 1 21 1 | 3 – – 3 11 1 | 3 – 1 1 21 1 6 | Toegestaan aantal passagiers meer dan 2000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 2 – – 3 11 1 | 2 – 1 1 21 1 | 2 – – 4 – 1 | 2 – 1 2 1 1 | 3 – – 4 11 1 | 3 – 1 2 21 1 1 De lichtmatroos of één van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman. - 2. De minimumbemanning van stoomschepen voor dagtochten bestaat uit: Groep | Bemanningsleden | Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1 | A2 | B S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 1 | Toegestaan aantal passagiers van 501 tot en met 1000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 | 1 1 1 1 – 2 | 1 1 1 – 1 2 | 2 – 1 1 – 2 | 2 – 1 – 1 2 | 3 – 1 1 – 3 | 3 – 1 – 1 3 2 | Toegestaan aantal passagiers van 1001 tot en met 2000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 | 2 of 2 – – – – 3 2 – 2 3 3 | 2 – 1 1 1 3 | 2 – – 3 12 3 | 2 – 1 1 22 3 | 3 – – 3 12 3 | 3 – 1 1 22 3 1 De Commissie van Deskundigen bepaalt of machinisten vereist zijn en schrijft dit in onder nummer 52 van het binnenschipcertificaat. 2 De lichtmatroos of één van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman. - 3. De minimumbemanning van hotelschepen bestaat uit: Groep | Bemanningsleden | Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2 A1 | A2 | B S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 1 | Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 – 1 – – 1 | 1 – – – 2 1 | 2 – – 1 – 1 | 2 – – – 1 1 | 3 – – 1 – 1 | 3 – – – 1 1 2 | Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 1 – 1 – 1 | 1 1 – – 1 1 | 2 – – 1 – 1 | 2 – – – 1 1 | 3 – – 1 – 1 | 3 – – – 1 1 3 | Toegestaan aantal bedden meer dan 100 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist | 1 of 1 1 1 – – 2 1 - 2 1 1 | 1 1 – 1 1 1 | 2 – – 3 – 1 | 2 – 1 1 1 1 | 3 – – 3 – 1 | 3 – 1 1 1 1 - 4. Voor passagiersschepen zoals bedoeld in het eerste en het derde lid die zonder passagiers aan boord varen, wordt de minimumbemanning bepaald overeenkomstig artikel 19.02. - 5. De voorgeschreven matrozen overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel mogen door lichtmatrozen worden vervangen die de minimumleeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen. - 6. De minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel (schepen voor dagtochten), kan - a) in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S2, - b) in de groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1, - c) in de groep 4, exploitatiewijze A1, Standaard S2, - d) in de groep 5, exploitatiewijze A1, Standaard S1, exploitatiewijze A2, Standaard S2 en exploitatiewijze B, Standaard S2 en - e) in de groep 6, exploitatiewijze A1, Standaard S2 en exploitatiewijze B, Standaard S2 voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel c, d en het tweede en derde alternatief van onderdeel e zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen gelden niet voor de lichtmatroos zoals bedoeld in het vijfde lid. - 7. De minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel (stoomschepen voor dagtochten), kan - a) in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S1, - b) in de groep 2, exploitatiewijze A2, Standaard S2, en - c) in de groep 2, exploitatiewijze B, Standaard S2 voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel b en c zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen gelden niet voor de lichtmatroos zoals bedoeld in het vijfde lid. - 8. De minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel (hotelschepen), kan - a) in de groep 1, exploitatiewijze A1, Standaard S2 en - b) in de groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1 voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. - 9. Bij dagtochtschepen met passagiers waarvan het aantal voor vertrek vaststaat en tijdens de vaart niet wijzigt (chartervaart), kan de overeenkomstig de groepen 2 tot en met 6 voorgeschreven minimumbemanning worden gereduceerd tot de eerst lagere groep, op voorwaarde dat het overeenkomstig de groepen 1 tot en met 6 toegelaten aantal passagiers tijdens de vaart lager is dan dit toegestane aantal. De eisen van hoofdstuk 16, alsmede de eisen die gelden voor de bemanning en het boordpersoneel uit hoofde van de veiligheidsrol gelden onverminderd. - 10. De machinisten die zijn voorgeschreven overeenkomstig de in het eerste tot derde lid genoemde tabellen mogen door bijkomende volmatrozen worden vervangen. Deze volmatrozen mogen door bijkomende matrozen worden vervangen, wanneer het aantal volmatrozen dat als minimumbemanning overeenkomstig de in het eerste tot derde lid genoemde tabellen is voorgeschreven, overeenstemt met het aantal te vervangen machinisten. einde

Via stcrt-2023-11946