
Terug naar versiegeschiedenis
Versie 1
Circulaire wapens en munitie 2019
+8 toegevoegd 2 gewijzigd
Toegevoegde artikelen
Bijlage C2Omgebouwde stormgeweren die zijn toegestaan voor de schietsport
Opsomming van stormgeweren waarvan het voorhanden hebben en overdragen binnen de door de wet gestelde beperkingen en voorschriften is toegestaan, indien de blokkering op de daarbij aangegeven wijze – voor 1 augustus 2005 – is aangebracht56Zie onderdeel B 2.7.2. Wapens die identiek zijn aan de onderstaande modellen maar in licentie zijn gemaakt door een andere fabrikant (zoals bijvoorbeeld de door STEYR geproduceerd FAL) worden gelijk gesteld met het wapen van de oorspronkelijke producent.
ARMALITE: type AR 10
- - **•** De nok op de achterzijde van de hamer dient te zijn afgeslepen;
- - **•** Voor zover de automatische afvuurboom aanwezig is dient de bovenzijde te worden afgeslepen tot de bovenzijde van het huis;
- - **•** De uitschakeling automatisch vuren (het zogenoemde blokje) dient te zijn aangebracht.
ARMALITE: type AR 15/M 16
- - **•** De nok aan de bovenzijde van de hamer dient te zijn afgeslepen;
- - **•** Van de automatische afvuurboom dient, indien deze in het wapen aanwezig is, de bovenste nok te zijn afgeslepen.
FN: type FAL
- - **•** De retourstift van de trekker dient te zijn voorzien van een openstaande kraag;
- - **•** Het geweer dient te zijn voorzien van een semi-automatische vuurregelaar met uitstekende nok;
- - **•** Op het huis dient de aanslagstift voor bovengenoemde nok aanwezig te zijn.
FN: type’s FNC en CAL
- - **•** Het uitstekende gedeelte van de linkerzijde van de hamer-opvangnok dient geheel glad te zijn weggeslepen.
HECKLER & KOCH: alle varianten van deze automatische geweren
- - **•** De voorste nok van de hamer dient door afslijpen verwijderd te zijn. In combinatie hiermee dient een semi-automatische vuurregelaar te zijn aangebracht.
N.B. Bij een zodanig gewijzigd geweer kan de vuurregelaar toch nog op de stand ‘automatisch’ (F) worden geplaatst, echter zonder dat het wapen automatisch kan vuren.
KALASHNIKOV: type AK 47
- - **•** Het achterste uiteinde van de vangtuimelaar dient zodanig ingekort te zijn, dat de vuurregelaar in de stand ‘automatisch’ – de middenstand – deze tuimelaar niet meer raakt.
RUGER: type AC 556 en alle automatische varianten van het type Mini 14
- - **•** Het rechter uitstekende deel van de nok van de vangtuimelaar terzijde van de automatische vuurhefboom dient te zijn afgeslepen tot de breedte gelijk is aan de hamerbreedte.
SIG: type 510 (STURMGEWEHR 57)
- - **•** De tuimelaar voor automatisch vuren dient te zijn verwijderd.
STURMGEWEHR: type 44 en voorlopers
- - **•** Het links boven de kast van het afvuurmechanisme uitstekende draaibare deel van de automatische vuurtuimelaar dient vlak afgeslepen te zijn tot of onder de bovenrand van de kast, of deze vuurtuimelaar dient geheel verwijderd te zijn;
- - **•** De vuurregelaar dient in de stand Einzelfeuer (E) te zijn vast gelast.
BERETTA: type BM 59 idem als Ruger CETME: idem als Heckler & Koch GALIL: idem als Kalashnikov
M 14: idem als Ruger
VALMET M 62: idem als Kalashikov
Via stcrt-2020-5669
Bijlage C3Invulinstructie Europese Vuurwapenpas
**Algemeen**
De Europese vuurwapenpas wordt op verzoek uitgereikt aan de houder van een verlof tot het voorhanden hebben (artikel 26, tweede lid, aanhef en onder a, van de WWM), de houder van een jachtakte als bedoeld in de Wet Natuurbescherming of aan iemand die op andere wijze bevoegd is om vuurwapens voorhanden te hebben. De aanvraag van de pas is vormvrij. Op de pas worden uitsluitend vuurwapens vermeld die de aanvrager reeds bevoegd voorhanden heeft.
De te verwerken gegevens mogen zowel met behulp van een computer als handmatig worden ingevoerd.
Voor de meer vanzelfsprekende onderdelen van de vuurwapenpas is een invul-instructie achterwege gelaten.
**1 Vermeldingen betreffende de houder (pagina 2)**
Deze rubriek is bestemd voor de persoonlijke gegevens van de houder van de pas.
**1.1 Naam en voornaam**
Op de eerste regel wordt de achternaam van de houder vermeld, gevolgd door een komma. De achternaam wordt onderstreept.
Op de tweede regel worden – voluit – de voornamen van de houder vermeld. Indien de beschikbare ruimte onvoldoende is, kan met het vermelden van de voornamen al op de eerste regel worden begonnen.
**1.2 Geboorteplaats en -datum**
De geboorteplaats wordt op de eerste regel vermeld. De geboortedatum wordt vermeld op de tweede regel.
**1.3 Adres**
Op de eerste regel wordt de straatnaam vermeld, gevolgd door het huisnummer. De woonplaats op de tweede regel.
**1.4 handtekening en pasfoto**
De handtekening moet worden geplaatst in het bijzijn van de ambtenaar die de pas afgeeft. De pasfoto moet gelijkend zijn en wordt met een zogenaamd seal of met holnieten duurzaam bevestigd.
**2 Vermeldingen betreffende de pas (pagina 2 en 3)**
**2.1 Nummer van de pas**
De instantie die de vuurwapenpas verleent, bepaalt zelfstandig het nummer (kenmerk) van de pas. Het kenmerk moet zijn te herleiden tot de houder van de pas. Op elke pas wordt één uniek nummer vermeld. De verlenende instantie registreert het uitgegeven nummer, tezamen met de persoonsgegevens van de desbetreffende pashouders.
**2.2 Geldig tot**
De pas heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden. De geldigheidsduur kan vier maal worden verlengd. De pas is dus maximaal vijf jaar als zodanig bruikbaar.
**2.3 Stempel van de bevoegde autoriteit en datum**
Het stempel dat bij de eerste verlening wordt geplaatst, wordt gedeeltelijk op de pasfoto geplaatst. De datum is die van de dag waarop de pas wordt verleend.
**2.4 Geldigheid verlengd tot**
De hier in te vullen datum ligt ten hoogste één jaar na de dag van de eerste verlening, respectievelijk laatste verlenging. De geldigheidsduur van de vuurwapenpas kan vier maal worden verlengd, telkens voor ten hoogste één jaar.
**2.5 Stempel bevoegde autoriteit en datum**
De datum is die van de dag waarop de pas wordt verlengd.
**3 Identificerende kenmerken van de vuurwapens (pagina 4 en 5)**
In de rubrieken 3.1 tot en met 3.10 worden de vuurwapens vermeld waarop de pas betrekking heeft. Het moet gaan om wapens waarvoor reeds een bevoegdheidsdocument (verlof tot het voorhanden hebben, jachtakte of een ministeriële ontheffing) is verleend. Vuurwapens waarvoor (nog) geen bevoegdheid bestaat kunnen niet ingeschreven worden in de pas.
Er is ruimte voor maximaal 10 vuurwapens. Voor het zeldzame geval dat meer vuurwapens op de pas vermeld moeten worden, is de afgifte van een tweede vuurwapenpas mogelijk.
Door plaatsing van een wapen achter één van de op pagina vier genoemde nummers (3.1, 3.2, 3.3 ... etc) krijgt dat wapen het nummer dat vooraan de desbetreffende regel staat. Dit nummer moet ook op andere plaatsen in de pas worden gebruikt (namelijk in de rubrieken 4, 5, 6.1 en 6.2), zonder dat opnieuw alle gegevens betreffende dat wapen ter plaatse behoeven te worden herhaald.
Het is mogelijk de pas aanvankelijk betrekking te laten hebben op – bijvoorbeeld – slechts één vuurwapen (al naar gelang de wensen van de aanvrager) en die vervolgens in een later stadium uit te breiden. Wanneer een wapen eerst in een later stadium wordt toegevoegd, moet dat blijken uit de datum die is vermeld in de kolom ‘Ingeschreven op’. Per wapen zal de datum moeten worden vermeld waarop het wapen in de pas is ingeschreven.
De pas mag uitsluitend betrekking hebben op wapens die zijn voorzien van een fabricagenummer (serienummer). Het fabricagenummer moet dus worden vermeld. Is een dergelijk nummer niet aanwezig, dan zal de eigenaar, alvorens het wapen op de pas wordt ingeschreven, moeten zorgen voor het laten inslaan van een identificerend nummer door een erkende wapenhandelaar.
Onder ‘Categorie van de Richtlijn’ moet telkens, per wapen, één van de letters A, B, C of D worden ingevuld. Deze letters hebben de volgende betekenis:
- - **A:** Verboden wapens
- - **B** Vergunningplichtige wapens
- - **C:** Aangifteplichtige wapens
- - **D:** Andere vuurwapens
Voor de inhoud van de genoemde categorieën wordt hier verwezen naar bijlage 1, onder II, A van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 (91/477/EEG).
Per wapen zal moeten worden beoordeeld in welke categorie van de Richtlijn dat wapen valt. Voor de bepaling van de in te vullen letter (A, B, C of D) is dus noch de Nederlandse wetgeving noch die van enige andere lidstaat van de EU van belang. De categorie moet worden bepaald uitsluitend aan de hand van de doorde voornoemde richtlijn gemaakte indeling.
Wijzigingen in het bezit (voorhanden hebben) van het wapen, door bijvoorbeeld overdracht aan een derde, inbewaringgeving bij de politie, verlies of diefstal moeten in de pas worden aangetekend. In de kolom ‘Opmerkingen’ is daarvoor ruimte gereserveerd. Zodra iemand niet meer bevoegd is een in de pas ingeschreven vuurwapen voorhanden te hebben, moet dat wapen in de pas worden doorgehaald. In de kolom ‘Opmerkingen’ wordt de reden van doorhaling vermeld, met toevoeging van de datum, een paraaf van de behandelend ambtenaar en – zo mogelijk ook hier – een stempel.
**4 Verwijzing naar de vergunningen betreffende de vuurwapens (pagina 6-10)**
Let op: De Pagina’s 6, 7, 8, 9 en 10 zijn identiek. Anders dan in rubriek 3 (identificerende kenmerken van de vuurwapens) loopt de voor een wapen bestemde regel hier dus niet door op de naast gelegen pagina (op pagina 11 begint een nieuwe rubriek)
In rubriek 4 moet worden aangegeven waaraan (aan welke Nederlandse vergunning) de houder van de vuurwapenpas zijn bevoegdheid ontleent om zijn in de pas ingeschreven wapens voorhanden te hebben (de pas zelf roept die bevoegdheid niet in het leven). In de meeste gevallen zal de vuurwapenpas worden verleend aan jagers of sportschutters. In de vuurwapenpas moet in de hier vermelde rubriek (4), een verwijzing worden gemaakt naar het desbetreffende verlof tot het voorhanden hebben, jachtakte of ontheffing waarop het wapen is vermeld.
De in rubriek 4 vermelde nummers verwijzen naar de nummers, genoemd in rubriek 3. Op de twee puntjes achter het cijfer 3 moet in de kolom ‘Wapen’ het vuurwapen gespecificeerd worden door toevoeging van een cijfer (1 t/m 10), dat verwijst naar één van de in rubriek 3 genoemde nummers.
Dit betekent dat in rubriek 4 geen wapens kunnen (en mogen) voorkomen die niet al in rubriek 3 genoemd zijn. Indien in rubriek 3 slechts twee wapens genoemd zijn (3.1 en 3.2) dan komen ook in rubriek 4 slechts twee wapens voor. Ook deze worden in rubriek 4 uiteraard aangeduid met, respectievelijk, 3.1 en 3.2.
In de kolom ‘Datum van de vergunning’ wordt – per wapen – de datum vermeld waarop het verlof tot het voorhanden hebben of de jachtakte of ontheffing voor dat wapen werd verleend. In de kolom
‘Geldig tot’ wordt de laatste dag vermeld waarop het verlof of de jachtakte van kracht is.
Het verlof tot het voorhanden hebben en de jachtakte57Na aanpassing artikel 8 van het Jachtbesluit. zijn vijf jaar geldig. Bij het aanvragen van een verlenging van de vuurwapenpas, na 12 maanden, wordt gecontroleerd of het verlof of de jachtakte nog geldig is. De aanvrager van de verlenging dient het verlofdocument of de jachtakte te tonen.
**5 Vergunning van de bezochte Lid-staten (pagina 11-17)**
Let op: rubriek 5 wordt door de Nederlandse overheid niet ingevuld.
Deze rubriek is bestemd voor de aantekening van vergunningen (visa) die worden verleend door de autoriteiten van het land waarnaar de houder van de vuurwapenpas zich met zijn wapens begeeft. De gegevens mogen uitsluitend door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat worden ingevuld, dus niet door de houder van de vuurwapenpas en evenmin door de Nederlandse autoriteiten.
Voor de verkrijging van een buitenlandse vergunning moet de houder van de pas zelf zorg dragen. Hij dient de pas daarvoor, tezamen met een verzoek om een vergunning, te zenden naar de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende EU-lidstaat. Uit het verzoek moet blijken op welke in de pas ingeschreven wapens het verzoek betrekking heeft.
**6 Inlichtingen betreffende intracommunautaire verplaatsingen (pagina 18-21)**
Ingevolge bijlage II bij de Richtlijn is iedere EU-lidstaat verplicht de tekst, zoals die in rubriek 6 van de pas is weergegeven, te vermelden. Volledigheidshalve wordt hier opgemerkt dat de in die (verplichte) tekst gebruikte terminologie op twee punten afwijkt van die in de rest van de pas. Met ‘vak 5’ wordt bedoeld rubriek 5. Met ‘de wapenkaart’ wordt bedoeld: de Europese vuurwapenpas.
De in de tekst aangeduide categorieën (B, C en D) zijn de in bijlage II bij de Richtlijn bedoelde categorieën.
De hoofdregel voor het reizen met een wapen door twee of meer EU-lidstaten is dat telkens een voorafgaande vergunning van de te bezoeken lidstaten vereist is. Deze vergunning kan worden aangetekend in rubriek 5 van de vuurwapenpas. Wordt door de houder van het wapen geen pas aangevraagd dan, dan geldt dat een consent en/of uitvoervergunning moet worden aangevraagd.
Uit de in rubriek 6 vermelde tekst blijkt dat – in afwijking van het vorenstaande – jagers en sportschutters vrij met hun wapens door de EU mogen reizen. Voorwaarde daarvoor is dat zij in het bezit zijn van een Europese vuurwapenpas voor die wapens en de reden van hun reis (d.m.v. een uitnodiging) kunnen aantonen. De faciliteit voor jagers geldt slechts voor wapens van categorie C en D van de richtlijn. Voor sportschutters is de faciliteit beperkt tot wapens van de categorieën B, C, en D.
Het is de EU-lidstaten echter toegestaan de hier beschreven faciliteit niet toe te passen. Zij mogen dus ook voor jagers en sportschutters het strengere regime (de hoofdregel) van voorafgaande vergunning laten gelden. Ook is het mogelijk dat zij het naar hun grondgebied overbrengen van een bepaald soort of type wapen geheel verbieden. Indien dat het geval is, stellen zij de overige lidstaten daarvan in kennis. Die overige lidstaten zijn vervolgens verplicht één en ander in de rubrieken 6.1 en 6.2 te vermelden. De in te vullen gegevens zijn afhankelijk van de wapens die in de pas zijn ingeschreven. Het is om deze reden dat de invulling van die gegevens aan de korpschef is opgedragen.
**6.1 Verboden wapens (pagina 18 en 19)**
Rubriek 6.1 bevat een opsomming van de EU-lidstaten. Achter de naam van iedere lidstaat is tienmaal het cijfer 3 (gevolgd door twee puntjes) vermeld. Aan dit cijfer moet – op de puntjes – een ander cijfer (1 t/m 10) worden toegevoegd, zodat een nummer ontstaat dat correspondeert met de in rubriek 3 vermelde nummers.
Indien in rubriek 3 (bijvoorbeeld) slechts twee vuurwapens zijn vermeld, worden ook in rubriek 6 slechts twee vuurwapens aangeduid (met het oog op eventuele latere uitbreiding van de pas vindt geen doorhaling plaats van de niet gebruikte nummers).
Vorenstaande procedure vindt slechts plaats indien bekend is dat de lidstaat de overbrenging van één van de in rubriek 3 vermelde wapens naar zijn grondgebied verbiedt. Indien bijvoorbeeld Spanje de overbrenging van pistolen naar zijn grondgebied zou verbieden en in rubriek 3 van de vuurwapenpas is een pistool vermeld, dan wordt het met dit pistool corresponderende nummer (bijvoorbeeld 3.2) vermeld in rubriek 6.1 (uiteraard alleen achter ‘Spanje’ tenzij ook andere landen pistolen verbieden). Van elk in rubriek 3 ingeschreven wapen moet dus – per lidstaat – worden beoordeeld of dat wapen in dat land verboden is.
**6.2 Vergunning plichtige wapens (pagina 20-21)**
De onder 6.1 beschreven procedure voor verboden wapens, dient eveneens te worden toegepast op vergunning plichtige wapens. De indeling en invulling van rubriek 6.2 is verder gelijk aan die van rubriek 6.1. Ook hier geldt dat moet worden uitgegaan van de door de lidstaten verstrekte gegevens. Van elk in rubriek 3 ingeschreven wapen moet dus – per lidstaat, aan de hand van de door die lidstaat verstrekte gegevens – worden beoordeeld of dat wapen in dat land aan een voorafgaande vergunning is onderworpen.
Via stcrt-2020-5669
Bijlage C4Model wapenuitgifteregister
| Wapenuitgifteregister van de Schietvereniging: | |||
| Verenigingsbeheerder(s): | Datum: | ||
| Omschrijving van het wapen | Uitgegeven aan | Handtekening voor ontvangst | Paraaf voor teruggave |
| Dit formulier dient te worden gebruikt voor het gebruik van een wapen op de vereniging. Indien het een activiteit betreft als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van deze circulaire, dient het wapenuitleenregister te worden ingevuld. Voor de ontvangst wordt door de schutter getekend. De verenigingsbeheerder ziet er op toe dat het wapen door de schutter na afloop van de schietoefening of wedstrijd weer bij hem wordt ingeleverd en parafeert op de staat voor de ontvangst. Bij het sluiten van de schietoefening of wedstrijd zijn alle wapens weer in het bezit van de verenigingsbeheerder gesteld. Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging 1. Het gebruik van de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens is uitsluitend toegestaan aan: • leden van een schietvereniging die in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. • introducés, conform de regeling voor promotieactiviteiten en introducés (zie B 2.2.5.). 2. De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens. 3. De beheerder dient er op toe te zien dat het verenigingswapen door de hiervoor onder 1 bedoelde gebruiker, na afloop van diens oefening of wedstrijd, zo spoedig mogelijk aan hem wordt teruggegeven. 4. Het gebruik van de aan leden en introducés verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om leden die geen privé- verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat het lid – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats. 5. Aan leden korter dan één jaar volwaardig lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens¹ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische discipline, of als betrokkenen lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, de wapens die op de vereniging worden gebruikt voor het schieten in de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdisciplines. 6. Aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging², mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens³ worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA. | |||
¹ Niet zijnde semi-automatische geweren.
² Zie voetnoot 18.
³ Niet zijnde semi-automatische geweren.
Via stcrt-2020-5669
Bijlage C5Model wapenuitleenregister van verenigingswapens
| UITLEENREGISTER VERENIGINGSWAPENS VAN DE SCHIETVERENIGING: ......................... Verenigingsbeheerder:........................................ | ||||
| **Omschrijving verenigingswapen(s) | Naam, adres, verlofnummer of verenigingsnummer van de persoon die het wapen leent | Waar zal wapen worden gebruikt? | Datum uitleen wapen | Datum retour wapen** |
| **Merk wapen | Type wapen | Kaliber wapen | Nummer wapen** | |
Voorwaarden bij gebruik van verenigingswapens buiten de schietvereniging
- - **1.** De beheerder mag niet meer wapens tegelijkertijd aan één persoon uitlenen dan deze redelijker- wijze voor gebruik nodig heeft. Bij gebruikmaking van deze mogelijkheid dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
- - **a.** het lid dient tenminste een jaar lid te zijn van de schietvereniging;
- - **b.** het lid dient in het bezit te zijn van een op zijn naam gesteld verlof tot het voorhanden hebben en tot het vervoer van die verenigingswapens (maximaal 5), waarover hij met goedvinden van het bestuur buiten de accommodatie van de vereniging mag beschikken; en
- - **c.** aan leden die korter dan twee jaar lid zijn van de schietvereniging, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens58Niet zijnde semi-automatische geweren. worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA, of als betrokkene lid is van een vereniging die aangesloten is bij de KNTS, voor een door de KNTS gereglementeerde traditionele schietsportdiscipline.
- - **2.** De beheerder dient een register bij te houden waarin hij bij uitlening van een verenigingswapen, aantekening doet van op dit formulier vermelde gegevens.
Beperkingen:
De verantwoordelijke verenigingsbeheerder dient op zijn naam de wapens uit te geven. De uitgifte van munitie dient separaat te worden geregistreerd.
Via stcrt-2020-5669
Bijlage C6Model munitie-uitgifteregister
| Munitie-uitgifteregister van de schietvereniging: ......................... Verenigingsbeheerder(s):........................................ | ||||||
| **Naam verenigingsbeheerder: | Omschrijving van de munitie** | |||||
| Naam en lidmaatschapsnummer lid | Paraaf | Verlof ja/nee (bij ja, nummer) | Merk en soort | Kaliber | Aantal | prijs |
In het munitieregister dienen alle munitieaankopen van schutters, leden en aspirant-leden, van de vereniging te worden genoteerd, naar omvang en kaliber, alsmede (facultatief), de prijs die daarvoor is betaald. De verantwoordelijke verenigingsbeheerder dient op zijn naam de munitie uit te geven. Zijn
er meer beheerders, dan kunnen zij elk een aantekening maken in dit register. Leden die geen verlof hebben tot het voorhanden hebben van de gevraagde munitie wordt de aanzegging gedaan dat zij de eventueel niet verschoten munitie in bewaring dienen te geven. Op de nakoming dient toezicht te worden uitgeoefend. Aan introducés van leden wordt geen munitie verstrekt als zij niet over een verlof beschikken tot het voorhanden hebben van die munitie, evenmin als aan bezoekers die willen kennis maken met de schietsport. Aan hen wordt op de schietstand de benodigde hoeveelheid munitie verstrekt door de verenigingsbeheerder. De vereniging mag alleen die munitie aan haar leden ter beschikking stellen, die de vereniging zelf krachtens het verenigingsverlof voorhanden mag hebben.
De munitie mag alleen worden betrokken uit handen van de verenigingsbeheerder. Dit register dient de vereniging drie jaren te bewaren.
Via stcrt-2020-5669
Bijlage C7Model introducéregister
Introducéregister van de schietvereniging:.................. Naam beheerder:..........................
**Datum introductie | Naam en voorletters introducé | Woonplaats | Soort legitimatiebewijs (paspoort/rijbewijs/ id. kaart) | Nummer legitimatiebewijs | Naam en lidnummer van lid dat introducé begeleidt**
In dit register worden de gegevens opgenomen van de personen die de vereniging op uitnodiging bezoeken met de intentie om met de schietsport kennis te maken.
Voor het verrichten van schietsportactiviteiten door introducés gelden de volgende voorwaarden:
- - **•** het vuurwapen alsmede de daarbij behorende munitie mag pas op het schietpunt van de schietbaan – door de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben – aan de schutter worden afgegeven;
- - **•** de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben, blijft tijdens het schieten in de onmiddellijke nabijheid van de introducé op het schietpunt;
- - **•** het vuurwapen en de niet verschoten patronen, dienen onmiddellijk na de schietoefening op het schietpunt te worden teruggegeven aan de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben;
- - **•** door de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben, dient gecontro- leerd te worden of het aantal verschoten patronen plus het aantal overgebleven patronen overeenkomt met het aantal uitgereikte patronen;
- - **•** dezelfde persoon mag – binnen een periode van 12 maanden – maximaal drie keer worden geïntroduceerd.
Via stcrt-2020-5669
Bijlage C8Aangewezen schietsportdisciplines
| **Klein Kaliber Geweer | Kaliber | Minimale lengte wapen | Minimale lengte loop | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) | Alleen kogels gemaakt van lood of vergelijkbaar zacht materiaal zijn toegestaan** |
|---|---|---|---|---|---|
| **KK Vrij Geweer | .22LR / 5,6mm | 600 mm | 300 mm | n.v.t. | Enkelschots** |
| **KK Karabijn | .22LR / 5,6mm | 600 mm | 300 mm | n.v.t. | Meerschots, totale lengte wapen max. 1150mm** |
| **KK Semi-automatisch geweer | .22LR / 5,6mm | 600 mm | 300 mm | min. 300mm | Meerschots, totale lengte wapen max. 1000mm** |
| **Wapentechnische eigenschappen** | |||||
| **Groot kaliber Geweer | Kaliber | Minimale lengte wapen | Minimale lengte loop | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) | elk geweer, ingericht voor het verschieten van munitie met centraalontsteking** |
| **GK Vrij Geweer | max. 8mm / 0.323 | 600 mm | 300 mm | vrij | Enkelschots** |
| **GK Standaard Geweer | max. 8mm / 0.323 | 600 mm | 300 mm | max. 762mm | Enkelschots** |
| **GK Militair Geweer | max. 8mm / 0.323 | 600 mm | 300 mm | vrij** | |
| **GK Veteranen Geweer | min. 6,5mm / 0.260 | 600 mm | 300 mm | vrij** | |
| **GK Precisie Geweer / TR (Target Rifle) | .223 Rem., .308 Win of metrisch equivalent | 600 mm | 300 mm | vrij** | |
| **GK Precisie Geweer Open | max. 8mm / 0.323 | 600 mm | 300 mm | vrij** | |
| **GK Precisie Geweer / Semi | max. 8mm / 0.323 | 600 mm | 300 mm | vrij** | |
| **Wapentechnische eigenschappen** | |||||
| **Pistool | Kaliber | Minimale lengte wapen | Minimale lengte loop | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) | Overige** |
| **Vrij Pistool | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | vrij | Enkelschots** |
| **Olympisch Snelvuur Pistool | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Sportpistool zwaar kaliber | min. .30 tot max. .38 | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Sportpistool licht kaliber | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Standaard Pistool | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **KKP | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Meesterkaart zwaar kaliber | min. .30 tot max. .38 | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Meesterkaart licht kaliber | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Militair Pistool | min. .30 tot max. .459 | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Service Pistol licht kaliber | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Service Pistol zwaar kaliber | min. .30 tot max. .459 | n.v.t. | n.v.t. | max. 153mm** | |
| **Action Shooting: GKP 3 x 13 plates | 7,62 t/m 11,66mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 213mm** | |
| **Action Shooting: GKR 3 x 13 plates | 7,62 t/m 11,66mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 213mm** | |
| **Action Shooting: KKP 3 x 13 plates | .22LR / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 213mm** | |
| **Wapentechnische eigenschappen** | |||||
| **kleiduiven | Kaliber | Minimale lengte wapen | Minimale lengte loop | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)** | |
| **Olympisch Skeet | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Olympisch Trap | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Double Trap | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Automatic Trap | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Kleiduivenparcours Compact | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Kleiduivenparcours | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Sporting Skeet | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Sporting Trap | 12-20 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t.** | |
| **Wapentechnische eigenschappen** | |||||
| **Historisch Wapens | Kaliber | Minimale lengte wapen | Minimale lengte loop | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) | Overige** |
| **Mariëtte R | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | revolver, replica** |
| **Colt O | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | revolver, origineel** |
| **Kuchenreuter O | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, percussie, enkelschots** |
| **Kuchenreuter R | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, percussie, enkelschots** |
| **Cominazzo O | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, vuursteen, gladloop, enkelschots** |
| **Cominazzo R | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, vuursteen, gladloop, enkelschots** |
| **Tanzutsu O | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, lontslot, gladloop, enkelschots** |
| **Tanzutsu R | Vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, lontslot, gladloop, enkelschots** |
| **Twigg | min. .22CF / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | pistool, achterlaad** |
| **Webley | min. .30 / 7,62mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | revolver, achterlaad** |
| **Lamarmora O | min. .5315/13,5 mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, militair** |
| **Lamarmora R | min. .5315/13,5 mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, militair** |
| **Dreyse | min. .323 / 8mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, achterlaad, militair** |
| **Vetterli O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, enkelschots** |
| **Vetterli R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, enkelschots** |
| **Miquelet O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen, gladloop, enkelschots** |
| **Miquelet R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen, gladloop, enkelschots** |
| **Tanegashima O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, lontslot, enkelschots** |
| **Tanegashima R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, lontslot, enkelschots** |
| **Hizadai O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, lontslot, enkelschots** |
| **Hizadai R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, lontslot, enkelschots** |
| **Pope | min. .22CF / 5,6mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, achterlaad, vrij** |
| **Pennsylvania O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen, getrokken loop** |
| **Pennsylvania R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen, getrokken loop** |
| **Minie O | min. .5315/13,5 mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, militair** |
| **Minie R | min. .5315/13,5 mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, militair** |
| **Whitworth O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, vrij** |
| **Whitworth R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie, vrij** |
| **Maximilian O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen** |
| **Maximilian R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen** |
| **Walkyrie O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie** |
| **Walkyrie R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie** |
| **Creedmoor | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, achterlaad, vrij** |
| **Beaumont | min. .323 / 8mm | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, achterlaad, militair** |
| **Bombarde | max. 40mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 750mm | mini-kanon, percussie- of lontslotontsteking, gladloops** |
| **Kartouw | max. 40mm | n.v.t. | n.v.t. | max. 750mm | mini-kanon, percussie- of lontslotontsteking, gladloops** |
| **Francotte | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | enkel-/dubbelloops hagelgeweer, model van vóór 1888** |
| **Lorenzoni O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie** |
| **Lorenzoni R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, percussie** |
| **Manton O | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen** |
| **Manton R | vrij | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | geweer, vuursteen** |
| **De Nederlandse Parcours Schutters Associatie (NPSA) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) | overige** | |
| **IPSC Handgun (Parcours-schieten met pistool, revolver** | |||||
| Open division | 9mm of groter | vrij | Vrij | Alleen (semi-automatische) pistolen | |
| Standard division | 9mm of groter | vrij | Vrij | Alleen (semi-automatische) pistolen | |
| Classic division | 9mm of groter | vrij | Vrij | Alleen (semi-automatische) pistolen en overeenkomstig 1911-ontwerp | |
| Production division | 9mm of groter | vrij | Max. 127mm | Alleen (semi-automatische) pistolen | |
| Production optics division | 9mm of groter | vrij | Max. 127mm | Alleen (semi-automatische) pistolen | |
| Production optics light division | 9mm of groter | 1.000 gr. | Max. 127mm | Alleen (semi-automatische) pistolen | |
| Revolver division | 9mm of groter | vrij | Vrij | Alleen revolvers | |
| IPSC Rifle | |||||
| Semi auto standard division | Niet nader bepaald | vrij | Vrij | Semi-automatische geweren | |
| Semi auto open division | Niet nader bepaald | vrij | Vrij | Semi-automatisch geweer, optisch vizier en tweepoot toegestaan | |
| Manual action standard division | Niet nader bepaald | vrij | Vrij | Alleen manual action geweren | |
| Manual action open division | Niet nader bepaald | vrij | Vrij | Alleen manual action geweren, optisch vizier en tweepoot toegestaan | |
| Manual action lever release division | Niet nader bepaald | vrij | Vrij | Geweer lever-release action, optisch vizier en tweepoot toegestaan | |
| IPSC Mini-rifle | |||||
| Semi auto standard division | .22LR/5,6mm | vrij | Vrij | ||
| Semi auto open division | .22LR/5,6mm | vrij | Vrij | Optisch vizier en tweepoot toegestaan | |
| IPSC Pistol Caliber Carabine (PCC) | |||||
| Pistol Caliber Carbine division | 9mm of groter | vrij | Vrij | In Nederland alleen met enkelloops kogelgeweer in een van de volgende kalibers : 9x19, 9x21, 357Sig, 38 super, 38 supercomp, 40S&W, 45 ACP | |
| **Dynamic Service Rifle (DSR) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop) | overige** | |
| Standard semi-auto | Max. 12,4 mm | vrij | Vrij | Eén geweer, alleen semi-automatische geweren | |
| Standaard diverse | Max. 12,4 mm | vrij | Vrij | Eén geweer – diverse geweren, geen semi-automatische geweren | |
| Standaard duo semi-auto | Max. .45 | vrij | Max. .45 | Eén geweer – één vuistvuurwapen, alleen semi-auto geweren | |
| Standaard duo diverse | Max. .45 | vrij | Vrij | Eén geweer – één vuistvuurwapen (diverse geweren, geen semi-auto) | |
| Duo semi auto | Max. 12,4 mm | vrij | Vrij | Eén geweer semi-auto | |
| Duo diverse | Max. 12,4 mm | vrij | Vrij | Eén geweer diverse | |
| Duo duo semi auto | Max. .45 | vrij | Vrij | Eén geweer – één vuistvuurwapen (alleen semi-auto geweren) | |
| Duo duo diverse | Max. .45 | vrij | Vrij | Eén geweer – één vuistvuurwapen (alleen diverse) | |
| .30M1 NEDERLAND | |||||
| .30m1 Karabijn | 7.62 mm | vrij | n.v.t. | ||
| **Oud limburgse Schuttersfederatie (OLS) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Min. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)** | ||
| Hark schieten | 12 en 16 | 1.200 gr. | vrij | ||
| Vogel schieten | 12 en 16 | 1.200 gr. | vrij | ||
| **Dutch Benchrest Shooters Association (DBSA) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)** | ||
| Klein Kaliber Geweer | |||||
| International Sporter | .22 / 5.6 S-L-LR | 3.855 gr | min. 457mm | ||
| Light varmint | .22 / 5.6 S-L-LR | 4.762 gr | min. 457mm | ||
| Heavy varmint | .22 / 5.6 S-L-LR | 6.810 gr. | min. 457mm | ||
| Groot Kaliber Geweer | |||||
| Light varmint | max. 8mm | 4.763,8 gr. | min. 457mm | ||
| Heavy varmint | max. 8mm | 6.123,6 gr. | min. 457mm | ||
| Varmint (spreiding) | max. 8mm | vrij | min. 457mm | ||
| Hunter | min. .25 / 6,35mm max. 8mm | vrij | min. 457mm | ||
| **Nederlandse Silhouetschutters Associatie (NSA) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)** | ||
| Groot Kaliber Pistool Productie, Revolver en staand | max. .459 / 11.66mm | 1.814 gr. | Max. 273mm | ||
| Groot Kaliber Pistool Vrij pistool | min .243 / 6mm, max. .459 / 11.66mm | 2.041 gr. | Max. 381mm | ||
| Klein Kaliber Pistool Productie, Revolver en staand | .22 / 5.6mm S-L-LR | 1.814 gr. | Max. 273mm | ||
| Klein Kaliber Pistool Vrij pistool | .22 / 5.6mm S-L-LR | 2.041 gr. | Max. 381mm | ||
| Veld pistool Productie | max. .459 / 11.66mm | 1.814 gr. | Max. 273mm | ||
| Veld pistool Productie met vrij vizier | max. .459 / 11.66mm | 2.041 gr. | Max. 273mm | ||
| Klein Kaliber Geweer silhouet | .22 / 5.6mm S-L-LR | 4.600 gr. | max. 762mm | ||
| Klein Kaliber Geweer Licht en Vrij Geweer | .22 / 5.6mm S-L-LR | 3.855 gr. | vrij | ||
| Klein Kaliber Geweer Vrij Geweer | .22 / 5.6mm S-L-LR | vrij | vrij | ||
| Groot Kaliber Geweer silhouet | min .243 / 6mm max. 8mm | 4.600 gr. | max. 762mm | ||
| Groot Kaliber Geweer Jacht | min .243 / 6mm max. 8mm | 4.200 gr. | vrij | ||
| **Vogelschiet Vereniging Twente (VVT) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)** | ||
| Vogelschieten Klein Kaliber Geweer | .22 / 5.6mm | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Vogelschieten Groot Kaliber Geweer | Niet groter dan 9mm | n.v.t. | n.v.t. | ||
| **Koepel Nederlandse Traditionele Schutters (KNTS) | Wapentechnische eigenschappen** | ||||
| **Discipline | Kaliber | Max. gewicht (incl. richtmiddelen en accessoires) | Lengte loop (ingang kogelkamer tot einde loop)** | ||
| Koning-/Vogelschieten | min. .22 max .58 | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Koning-/Vogelschieten (Gelderland) | min. .22 max .58 | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Wedstrijdschieten | min. .22 max .58 | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Bollerschieten | max .80 mm | n.v.t. | n.v.t. | ||
Via stcrt-2020-5669
Gewijzigde artikelen
Artikel AAlgemeen deel
Gewijzigd Categorieëntoegevoegd: | eindeWapenstoegevoegd: | eindeSoort vergunning
Itoegevoegd: | eindeOngewenste niet-vuurwapens zoals stiletto’s, valmessen, werpsterren of werppennen, vlindermessen, boksbeugels, katapulten, pijlen en nepwapens. sommige messen die niet door metaaldetectoren kunnen worden herkend vallen onder deze categorie.toegevoegd: | eindeOntheffing. Relevante artikelen WWM: Artikel 4 en 13
IItoegevoegd: | eindeMilitaire (vuur)wapens, zoals automatische vuurwapens en handgranaten en mijnen. Ook voorwerpen met giftige, verstikkende, weerloos makende en traan verwekkende stoffen zoals traangas en pepperspray, vallen binnen deze categorie.toegevoegd: | eindeOntheffing Relevante artikelen WWM: 4, 14, 22, 26, 27, 31
IIItoegevoegd: | eindePistolen, revolvers, geweren, alarm- en start pistolen/revolvers, werpmessen en toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten.toegevoegd: | eindeVerlof (Ontheffing1) Relevante artikelen WWM: 4, 14, 22, 24, 26,27,28, 29, 31, 32
IVtoegevoegd: | eindeBlanke wapens (messen), zwaarden, degens, sabels, bajonetten, wapenstokken, lucht-, gas- en veerdrukwapens, harpoenen en kruisbogen. Ook voorwerpen die op zich niet als wapen bedoeld zijn, maar wel op die manier gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld een honkbalknuppel tijdens voetbalrellen of een keukenmes tijdens een gevecht) vallen onder bepaalde omstandigheden binnen deze categorie.toegevoegd: | eindeVerlof (Ontheffing) (alleen voor het ‘dragen’) Relevante artikelen : 4, 26, 27, 29, 31
Artikel BBijzonder deel (B)
Gewijzigd Wapens die reeds op grond van de CWM 1997 zijn aangemerkt als ‘ongewenst wapen’, en die ook op grond van de huidige CWM aangemerkt dienen te worden als ‘ongewenst wapen’, worden aldus vermeld op het verlof. Hiermee wordt het ongewenste karakter van het wapen blijvend vastgelegd. Indien de betrokken verlofhouder dit wapen op enig moment van het verlof wil afvoeren, dan mag hij het slechts verkopen of afstaan aan de wapenhandel, aan gespecialiseerde verzamelaars of aan personen in het buitenland en niet aan (Nederlandse) collega-sportschutters. Er mogen derhalve geen nieuwe verloven (ten behoeve van de schietsport) voor deze wapens worden afgegeven. Hiermee wordt een uitsterfsysteem gehanteerd.
verwijderd: Er kan zich de situatie voordoen, dat een voormalige verlofhouder, die in het verleden in het bezit was van een verlof, gedurende een aantal jaren, niet in het bezit was van een verlof. Aangenomen moet worden dat deze voormalige verlofhouders in het verleden hebben aangetoond dat aan hen het voorhanden hebben van vuurwapens kon worden toevertrouwd. Dit is voor de politie echter niet meer na te gaan voor verloven afgegeven vóór 2006, toen het Veronasysteem is ingevoerd. Dit betekent dat door aanvragers van een verlof geen beroep kan worden gedaan op eventuele rechten die dateren van vóór de invoering van Verona in 2006.
Indien een voormalige verlofhouder een aanvraag indient voor een nieuw verlof, kan deze verzoeken te bezien of een verlof kan worden verleend voor een ander vuurwapen dan normaal gesproken voor een nieuwe aanvrager zou gelden Deze overgangsmaatregel beoogt om de herintredende verlofhouder in de gelegenheid te stellen om zijn ‘oude’ schietsportdiscipline te beoefenen. Hierbij gelden nog de volgende uitgangspunten:
- • Voor de aanvrager geldt de bewijslast om het bestaan van de oude rechten aan te tonen.
- • Het bestuur van de schietvereniging dient, evenals reguliere aanvragen, zich er van te overtuigen dat de aanvrager beschikt over voldoende vaardigheid in de veilige omgang met vuurwapens en geeft daarover advies aan de korpschef.
- • Vrijgestelde wapens tellen niet mee voor het aantal toegestane wapens op een verlof.
- • Het beroep op de oude rechten moet toetsbaar zijn voor de korpschef.
- • Voor het doen van een beroep op oude rechten, moet de aanvrager voldoen aan het vereiste dat hij minimaal 1 jaar lid is van een schietsportvereniging en minimaal 18 schietbeurten in de afgelopen twaalf maanden bij een door de KNSA gecertificeerde schietsportvereniging of door de KNTS gecertificeerde vereniging hebben verricht.
- • Het verlof kan voor het eerste jaar slechts geldig zijn voor één vuurwapen, zij het dat daar geen beperkingen aan gesteld worden, zoals dit wel geldt voor de reguliere nieuwe aanvragers.
- • Het beroep op oude rechten kan niet gedaan worden in die gevallen waarin het voormalige verlof werd ingetrokken door de korpschef, voor een van de intrekkingsgronden zoals genoemd in artikel 7, tweede lid, van de Wet wapens en munitie of een eerdere tussentijdse aanvraag voor een verlof werd geweigerd door de korpschef op basis van artikel 7, eerste lid van de Wet wapens en munitie.
eindeAirsoft apparaten zijn wapens die vallen onder categorie I, onderdeel 7, van de WWM (‘voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen lijken, dat voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn’). Dergelijke wapens zijn in principe verboden. Met de wijziging van de Wet wapens en munitie per 1 mei 2012 is het op grond van artikel 4, eerste lid, van de wet mogelijk geworden om vrijstelling te geven dan wel ontheffing te verlenen voor wapens (en munitie) indien zij aangewend worden voor (onder andere) sportdoeleinden. Er is voor gekozen om airsoft apparaten vrij te stellen voor leden van door de Minister van Justitie en Veiligheid erkende verenigingen die zich toeleggen op de uitoefening van de airsoft sport. Ook aspirant-leden en introducés van leden bedoelde verenigingen worden vrijgesteld van enkele in de WWM genoemde verboden handelingen. De vrijstelling geldt niet voor airsoft apparaten in de vorm van onder meer explosieven en soortgelijk andere verschijningsvormen.