A. Wij verstrekken geen bijzondere bijstand voor indirecte schoolkosten wanneer een beroep gedaan kan worden op de regeling Sociale en culturele activiteiten.
B. Aan personen die niet tot de doelgroep van de regeling Sociale en culturele activiteiten behoren kunnen wij, als zij geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening, bijzondere bijstand verstrekken tot maximaal de bedragen zoals genoemd in de regeling Sociale en culturele activiteiten.
C. Wij kunnen bijzondere bijstand voor reiskosten verstrekken als geen of onvoldoende beroep gedaan kan worden op een voorliggende voorziening (WTOS inclusief artikel 11.4, hardheidsclausule) en als de dichtstbijzijnde school met het noodzakelijke / gewenste onderwijstype buiten Parkstad ligt.
LBIO-bijdrage residentiële opvang kinderen
Ingeval een minderjarig kind uit huis wordt geplaatst is de ouder een onderhoudsbijdrage schuldig. Deze onderhoudsbijdrage wordt geïnd door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van het uit huis geplaatste kind en de duur van het verblijf gedurende een etmaal.
Op grond van een aanwijzing van de Minister van VWS wordt de ouderbijdrage in individuele gevallen op voorhand buiten invordering gesteld. Het gaat daarbij om die gevallen waarin de aflossingscapaciteit ontbreekt om de ouderbijdrage te voldoen. Dat is het geval indien de bijdrageplichtige rechtmatig een uitkering ontvangt op grond van :
° artikel 20 lid 1 onderdeel a WWB of artikel 21 lid 1 onderdeel a WWB; ° artikel 23 WWB of op grond van een andere zak- en kleedgeldvergoeding;
° de Rva 2005
Er bestaat geen recht op (bijzondere) bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 lid 1 WWB). In het kader van de kosten van de LBIO-bijdrage geldt de AKW als voorliggende voorziening. Voor het recht op kinderbijslag bij uit huis geplaatste kinderen is het van belang dat de ouder kan aantonen dat hij het kind in belangrijke mate onderhoudt. De LBIO-bijdrage maakt deel uit van de onderhoudskosten voor zover deze bijdrage ook in het betreffende kwartaal is betaald.
Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarin belanghebbende niet op voorhand een beroep kan doen op de AKW. In dat geval is het recht op bijzonder bijstand voor de kosten van de LBIO-bijdrage gelegen in artikel 35 lid 1 WWB. Het gaat dan altijd om een eenmalige bijdrage.
De hoogte van de eenmalige bijzondere bijstand wordt afgestemd op de LBIO-bijdrage voor het uit huis geplaatste kind in het lopende kwartaal.
De bijzondere bijstand wordt in principe verstrekt in de vorm van een geldlening. Na ontvangst van de AKW kan deze bijdrage terugbetaald worden.
Aan de verstrekte lening wordt een aflossingsverplichting verbonden. Bij het niet nakomen van de betalingsverplichting vorderen wij de verleende bijstand plus de eventueel hierdoor ontstane meerkosten (bijv. rente) terug.
Echter, indien er voor het uit huis geplaatste kind geen AKW wordt ontvangen, vanwege het niet in belangrijke mate onderhouden van het kind, kan er bijzondere bijstand verstrekt worden ter hoogte van de LBIO-bijdrage. Deze bijzondere bijstand dient dan om niet verstrekt te worden. Dit is het geval indien de ouder naast de LBIO-bijdrage geen andere onderhoudskosten heeft.