Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 1

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Opmeer houdende regels omtrent beleid en administratief beheer van de activa Activanota gemeente Opmeer 2019

+2 toegevoegd 2 gewijzigd

Toegevoegde artikelen

Bijlage I:Relevante artikelen met betrekking tot het activabeleid uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

In deze bijlage zijn de relevante artikelen met betrekking tot activabeleid uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen.

Artikel 2

  • - Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.
  • - De baten en lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.
  • - De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun bruto bedrag.
  • - Onder de baten en lasten worden ook bedoeld de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.
  • - Onder baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelastin. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag.

Artikel 3

  • - De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de productenraming en de productenrealisatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.
  • - De begroting, de meerjarenraming, de productenraming en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.
  • - De jaarstukken, de productenrealisatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 20

  • - De uiteenzetting van de financiële positie bevat:
    • - een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen;
    • - een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en
    • - het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar.
  • - Afzonderlijke aandacht wordt tenminste besteed aan:
    • - de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
    • - de investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut;
    • - de financiering;
    • - de stand en het verloop van de reserves;
    • - de stand en het verloop van de voorzieningen.

Artikel 21

De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op de belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van de financiële positie van het vorige begrotingsjaar.

Artikel 22

  • - De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
  • - Artikel, 20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23

De toelichting op de meerjarenraming bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar.

Artikel 31

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel 33

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 34

In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

  • - kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
  • - kosten van onderzoek en ontwikkeling voor bepaald actief;
  • - bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Artikel 35

  • - In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
    • - investeringen met een economisch nut;
    • - investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
    • - investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
  • - Van de materiele vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

Artikel 36

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

  • - kapitaalverstrekkingen aan:
    • - deelnemingen;
    • - gemeenschappelijke regelingen;
    • - overige verbonden partijen;
  • - leningen aan:
    • - openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
    • - woningbouwcorporaties;
    • - deelnemingen;
    • - overige verbonden partijen;
  • - overige langlopende leningen;
  • - uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
  • - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
  • - overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Artikel 51

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.

Artikel 52

  • - In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
    • - gronden en terreinen;
    • - woonruimten;
    • - bedrijfsgebouwen;
    • - grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
    • - vervoermiddelen;
    • - machines, apparaten en installaties;
    • - overige materiële vaste activa.
  • - In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
    • - de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
    • - de investeringen of desinvesteringen;
    • - de afschrijvingen;
    • - bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
    • - afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
    • - de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 59

  • - Alle investeringen worden geactiveerd.
  • - In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.

Artikel 60

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

  • - het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
  • - de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
  • - het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
  • - de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Artikel 61

Bijdragen aan activa in eigendoom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:

  • - er sprake is van een investering door een derde;
  • - de investering bijdraagt aan de publieke taak;
  • - de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
  • - de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investeringen.

Artikel 62

  • - Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
  • - In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.
  • - In afwijking van het eerste lid moeten voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering worden gebracht op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Artikel 63

  • - Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
  • - De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
  • - De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
  • - Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
  • - Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
  • - In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
  • - Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
  • - Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend.

Artikel 64

  • - De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
  • - Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
  • - Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur, waaronder begrepen de financiële vaste activa, bedoeld in artikel 36, onderdeel e, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
  • - In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
  • - In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
  • - Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Artikel 65

  • - Naar verwachting duurzame waarde verminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
  • - Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingprijs.
  • - Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Artikel 76

  • - In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
  • - In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
Bijlage II:Afschrijvingstabel
BBVSub.OnderwerpSoort\ investeringAfschrijvings- termijnOnderhoud-beheerplan
A1211GrondGrondN.v.t.N.v.t.
2Grond uitgegeven in erfpachtN.v.t.N.v.t.
A1213TerreinenAanleg / inrichting recreatieterrein40 jaarN.v.t.
4Renovatie recreatieterrein25 jaarN.v.t.
5Recreatie- en speelvoorzieningen10 jaarSpeelvoorzieningen
6Aanleg voetbalveld40 jaarN.v.t.
7Renovatie voetbalveld25 jaarN.v.t.
8Aanleg handbalveld25 jaarN.v.t.
9Renovatie handbalveld10 jaarN.v.t.
10Kunstgrasveld onderlaag40 jaarN.v.t.
18Kunstgrasveld toplaag10 jaarN.v.t.
11Renovatie kunstgrasveld15 jaarN.v.t.
12Hekwerk /ballenvanger10 jaarN.v.t.
13Aanleg tennisbaan15 jaarN.v.t.
14Aanleg groenvoorziening20 jaarGroen
15Begraafplaats25 jaarN.v.t.
16Terreinverlichting: armaturen15 jaarN.v.t.
17Terreinverlichting: masten40 jaarN.v.t.
A1221WoonruimtenNieuwbouw woning WB50 jaarWB
2Nieuwbouw HAT-woningen WB40 jaarWB
3Overige nieuwbouw woning40 jaarN.v.t.
4Renovatie woning25 jaarN.v.t.
5AanbouwIs gelijk aan restant afschrijvingsduur hoofdgebouw, met een minimum van 10 jaarN.v.t.
6Diverse woonvoorzieningen en geriefsverbeteringen WB5 tot 20 jaar,afhankelijk van de aard en technische levensduurWB
A1231BedrijfsgebouwenNieuwbouw opstal: permanent40 jaarN.v.t.
2Nieuwbouw opstal: semi-permanent25 jaarN.v.t.
3Nieuwbouw opstal: noodgebouw15 jaarN.v.t.
4Aanbouw /aanpassingIs gelijk aan restant afschrijvingsduur hoofdgebouw, met een minimum van 10 jaarN.v.t.
5Renovatie opstal permanent (levensduurverlengend)25 jaarN.v.t.
6(Her) inrichting van schoolpleinen15 jaarN.v.t.
A1241Weg- en waterbouw(kundige werken)Aanleg wegen, vaarwegen en waterpartijen40 jaarWegen
2Aanleg fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen25 jaarWegen
3Herinrichting en reconstructie wegen, fietspaden, voetpaden, trottoirs, parkeerplaatsen en waterpartijen25 jaarWegen
4Bewegwijzering, straatmeubilair, verkeersvoorzieningen en –maatregelen8-15 jaarN.v.t.
5Openbare verlichting: armaturen20 jaarOpenbare verlichting
6Openbare verlichting: masten40 jaarOpenbare verlichting
7Betonconstructie van bruggen40 jaarN.v.t.
8Houtenconstructie van bruggen25 jaarN.v.t.
9Beschoeiïngen20 jaarN.v.t.
10(Her) planten van bomen langs wegen15 jaarBeheersplan bomen
11Brandkranen20 jaarN.v.t.
A1241RioleringRiolen en putten55 jaar (m.u.v. investeringen waar een doeluitkering tegenover staat)Gemeentelijik Rioleringsplan (GRP)
2Kolken30 jaarGRP
3Persleidingen45 jaarGRP
4Technische installaties15 jaarGRP
5Bouwkundige voorzieningen (bergbezinkbassin / gemaalputten)45 jaarGRP
6IBA-systeem20 jaarGRP
7Overige voorzieningen10-25 jaarGRP
A1251VervoersmiddelenAanschaf nieuwe auto’s10N.v.t.
2Aanschaf nieuwe tractoren15N.v.t.
3Aanschaf nieuwe brandweerauto’s15N.v.t.
4Aanschaf tweedehands vervoersmiddelenAfhankelijk van technische levensduurver-wachting.N.v.t.
5Aanhangwagens15N.v.t.
A1261Machines en apparatenMaaimachines8 jaarN.v.t.
2Houtversnipperaar8 jaarN.v.t.
3Freesmachines/heggenschaar, etc.10 jaarN.v.t.
4Prikrol10 jaarN.v.t.
5Beregeningsinstallatie en waterpompen15 jaarN.v.t.
6Hogedrukreiniger (RIOR)7 jaarN.v.t.
7Zoutstrooier10 jaarN.v.t.
8Sneeuwschuiver15 jaarN.v.t.
9Kantoormachines/repro7 jaarN.v.t.
10Automatisering: centrale apparatuur5 jaarN.v.t.
11Automatisering: werkplekapparatuur7 jaarN.v.t.
12Geluidsapparatuur10 jaarN.v.t.
13Telefooninstallatie10 jaarN.v.t.
14Stemmachines10 jaarN.v.t.
15Huishoudelijke apparaten10 jaarN.v.t.
16Perslucht- en ademapparatuur15 jaarN.v.t.
17Overige apparatuur5 - 10 jaarN.v.t.
A12618Technische installatiesCentrale verwarming, ketel15 jaarGebouwen
19Centrale verwarming, leidingen20 jaarGebouwen
20Warmwatervoorzieningen20 jaarGebouwen
21Klimaatbeheersingsysteem15 jaarGebouwen
22Liftinstallatie20 jaarGebouwen
23Beveiligingsysteem15 jaarGebouwen
24Energiebesparende maatregelen10 – 15 jaarGebouwen
25(Grond)lichtinstallatie15 jaarN.v.t.
26Stroomaggregaat en –kasten10 jaarN.v.t.
27Bekabeling (ICT)15 jaarN.v.t.
28Luchtzuiveringssysteem15 jaarN.v.t.
29Waterzuiveringssysteem (chloordoseersysteeem)15 jaarN.v.t.
30Overige installaties10 - 15 jaarN.v.t.
31Warmwaterinstallaties WB25 jaarN.v.t.
32Aanleg centrale verwarming WB25-20 jaarN.v.t.
33Diverse woonvoorzieningen en geriefsverbeteringen WB5 tot 20 jaar, afhankelijk van de aard en technische levensduur
A1291OverigRed- en hulpverleningsgereedschap Brandweer10 jaarN.v.t.
2Overige materieel vrijwillige brandweervariabelN.v.t.
3OLP (onderwijsleerpakket)8 jaarN.v.t.
4(her) inrichting inventaris/ meubilair15 jaarN.v.t.
5Bureaustoelen10 jaarN.v.t.
6Automatisering: programmatuur4 jaarN.v.t.
7Overige materiële activa5-10 jaarN.v.t.
8Mobiele communicatieapparatuur /laptop / tablet3 jaarN.v.t..
A13331Bijdrage aan activa in eigendom van derdenOverigeAfhankelijk van de aard van de investeringN.v.t.

N.B. Voor niet-vermelde soorten van investeringen zullen de afschrijvingstermijnen naar het meest gangbaargebruik worden bepaald.

Gewijzigde artikelen

Artikel 5.AFSCHRIJVEN
Gewijzigd
Wastoegevoegd: | eindeWordt Kunstgrasveld 40 jaartoegevoegd: | eindeKunstgrasveld onderlaag 40 jaar, toplaag 10 jaar Geen specificatietoegevoegd: | eindeTerreinverlichting masten 40 jaar, armaturen 15 jaar Openbare verlichting armaturen 15 jaartoegevoegd: | eindeOpenbare verlichting armaturen 20 jaar Openbare verlichting masten 30 jaartoegevoegd: | eindeOpenbare verlichting masten 40 jaar Automatisering programmatuur 5 jaartoegevoegd: | eindeAutomatisering programmatuur 4 jaarIllustratie afschrijvingslasten per jaar bij lineair en annuïtair afschrijven: toegevoegd: Afbeelding bij dit artikel eindeLineair afschrijven (zonder rentetoerekening)
Gewijzigd
6.1 Inleiding Als laatste component in het activabeleid wordt stilgestaan bij het begrip rente in geval van geactiveerde uitgaven. De commissie BBV heeft in juli 2016 een Notitie rente 2017 gepubliceerd naar aanleiding van de vernieuwing van de BBV per 1-1-2017. Dit hoofdstuk is gebaseerd op deze rentenotitie. Rentekosten moeten aan de desbetreffende taakvelden worden toegerekend met behulp van een renteomslag. In de kern van de BBV notitie wordt vooral beoogd dat alleen werkelijke rentelasten worden begroot en verantwoord. Zonder constructies die een begroting ‘opblazen’. In onderstaande figuur geeft de BBV een illustratie hoe de toerekening aan taakvelden dient plaats te vinden. De werkelijke rentelasten worden eerst toegerekend aan specifieke onderdelen zijnde grondexploitatie en projectfinanciering (lees Woningbedrijf in de Opmeerse situatie). Wat overblijft wordt met een renteomslag verdeeld over de afzonderlijke activa en taakvelden. toegevoegd: Afbeelding bij dit artikel eindebron tabel: Commissie BBV Notitie rente 2017 6.2 Uitwerking voor Opmeer De gemeente Opmeer heeft weinig leningen en betaalt daarom relatief weinig rente. De leningen die de gemeente nog heeft zijn direct toe te schrijven aan grondexploitaties en het Woningbedrijf waarna zo goed als geen rentelasten resteren om in de vorm van een renteomslag toe te rekenen aan de andere taakvelden. De renteomslag bedraagt daardoor feitelijk 0% en daarom bestaan de kapitaallasten bij de gemeente Opmeer met ingang van de begroting 2017 alleen uit afschrijvingslasten en geen rente(omslag) meer, uitgezonderd het Woningbedrijf en de grondexploitaties. Ten slotte rekent de gemeente Opmeer, in lijn met de voorkeur van de BBV, geen rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen. Dit komt het verlangde inzicht, de eenvoud en de transparantie ten goede.