De houder dient voor 1 juni volgend op het subsidiejaar de aanvraag voor vaststelling van de subsidie in.
Voor het aanvragen van de vaststelling van de subsidie wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld en door de houder ingevuld formulier voor:
1. Inhoudelijke jaarverantwoording, waarin is opgenomen de evaluatie van de:
a. Peuteropvang met VVE:
i. uitvoering van het VVE programma;
ii. toeleiding van doelgroeppeuters;
iii. (warme) overdracht van (doelgroep)peuters;
iv. wijze waarop invulling is gegeven aan de Bijzondere verplichtingen (artikel 11) en de Kwaliteitseisen peuteropvang met VVE (artikel 12) o.a. Evaluatie van huisbezoek.
b. Sociaal Medische indicatie
i. Wijze waarop invulling is gegeven aan de Bijzondere verplichtingen (Artikel 11).
2. Financiële jaarverantwoording, waarin minimaal is opgenomen:
a. Peuteropvang met VVE:
i. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren met en zonder een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
b. Sociaal Medische Indicatie:
i. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren met een SMI-verwijzing, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
ii. De in rekening gebrachte ouderbijdrage;
iii. Het aantal (her)indicaties SMI.
Voor de te overleggen overzichten genoemd in lid 2a en b kan verwezen worden naar de uitkomsten van de (Peuter)monitor.
c. Voor subsidies tussen de € 50.000 en € 100.000 een rechtmatigheidsverklaring bij de jaarrekening ondertekend door een accountant:
i. van de aantallen genoemd in lid 2a en/of 2b;
ii. van de deelname van kinderen die vallen onder artikel 13 lid 9.
d. Voor subsidies hoger dan € 100.000 een goedkeurende accountantsverklaring waaruit blijkt, dat
i. de houder voldoet aan de rapportageverplichting genoemd in artikel 14 (rapportageverplichtingen);
ii. per categorie, zoals benoemd in artikel 10 lid 1 en lid 2 10% van het totale aantal, met een minimum van 5, de volgende gegevens
gecontroleerd zijn:
• een gedagtekende overeenkomst tussen de houder van het geregistreerde kindercentrum en de ouder van het kind;
• het in de overeenkomst opgenomen aantal uren voorschoolse educatie;
• van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een VGI van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage.