Naar hoofdinhoud

Artikel 1:1

Definities

Onderdeel van Sociaal statuut gemeente Gennep

Werkgever: de gemeente Gennep. Werknemer: de werknemer met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten. Voor de aanduiding ‘werknemer’ dient tevens ‘werkneemster’ te worden gelezen. Salaris: het voor de werknemer geldende bedrag van de met de werknemer overeengekomen schaal als bedoeld in artikel 3.3 van de Cao Gemeenten. Salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de salarisschaal van de werknemer en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken. Loon: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de werknemer toegekende toelagen en overige emolumenten, niet zijnde onkostenvergoedingen. Salaristoelagen: de toelagen waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge paragraaf 3 van hoofdstuk 3 van de CAO Gemeenten. Functie: het geheel van werkzaamheden dat de werknemer volgens zijn functiebeschrijving verricht Onderlegger: een beknopte beschrijving van maximaal 5 kerntaken van een functie (opgedragen, structureel en substantieel) die wordt gebruikt als basis voor het koppelen aan een passende normfunctie in HR21. Afspiegelen: het volgens de UWV-systematiek, per groep uitwisselbare functies, indelen van het personeelsbestand in leeftijdsgroepen, met het doel om per groep uitwisselbare functies de plaatsingsvolgorde in de nieuwe organisatie vast te stellen. Boventallige werknemer: de werknemer die bij een klassieke reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie van de nieuwe organisatie en daardoor boventallig is verklaard en die nog niet herplaatst is. Geschikte functie: een functie binnen of buiten de organisatie die geen gelijke/uitwisselbare of passende functie is, maar die door de werkgever wordt aangeboden en die de werknemer bereid is te vervullen. Diensttijd: het aantal dienstjaren dat de werknemer op de peildatum heeft opgebouwd bij de gemeente Gennep en zijn rechtsvoorganger(s). De peildatum is de datum waarop het vastgestelde formatieplan in werking treedt. Herplaatsen: het na een organisatiewijziging plaatsen van een werknemer in een passende of geschikte functie binnen of buiten de organisatie. Nieuwe organisatie:de organisatie van de werkgever ná het besluit over de organisatiewijziging. Organisatiewijziging: een vermindering van de formatieomvang en/of een wijziging van het takenpakket (van een deel) van de organisatie, die gevolgen heeft voor werknemers. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt in: Dynamische ontwikkeling: werkenderwijs, in nauwe samenwerking met werknemers en actieve betrokkenheid van de Ondernemingsraad, geleidelijke veranderingen in de organisatie ‘vanzelf’ laten ontstaan en laten groeien met de daarbij behorende waarborgen in de arbeidsvoorwaarden voor de betrokken medewerkers (paragraaf 2); en Klassieke reorganisatie: een organisatiewijziging die zich niet leent voor een dynamische ontwikkeling. Van een klassieke reorganisatie is in ieder geval sprake als de verwachting is dat de organisatiewijziging leidt tot ingrijpende personele gevolgen en/of tot aanwijzing van boventallige werknemers (paragraaf 3). Personele gevolgen: gevolgen voor de HR21 functie of de rechtspositie van de betrokken werknemers; er is slechts sprake van gevolgen voor de HR21functie indien de taken op meerdere essentiële onderdelen wijzigen. Passende functie: een functie binnen of buiten de organisatie waarin de werknemer redelijkerwijs kan worden geplaatst, rekening houdend met zijn vaardigheden, opleiding, ervaring, omstandigheden en objectief vast te stellen vooruitzichten. Deze functie mag maximaal één salarisschaal lager zijn gewaardeerd dan zijn oude functie. Dit kan ook een functie zijn waarvoor de werknemer door middel van om- en bijscholing en begeleiding binnen 1 jaar de benodigde geschiktheid en bekwaamheid kan verwerven. Plaatsen: het in het kader van een organisatiewijziging plaatsen van een werknemer in een – in vergelijking met zijn oude functie - gelijke of uitwisselbare, passende of geschikte functie binnen de nieuwe organisatie. Uitwisselbare functies: functies die bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel vergelijkbaar (uitwisselbaar) zijn voor wat betreft de inhoud van de functie, de voor de functie vereiste kennis, vaardigheden en competenties, de tijdelijke of structurele aard van de functie én die gelijkwaardig zijn voor wat betreft het niveau van de functie en de daarbij behorende beloning (art. 13 Ontslagregeling). Lokaal overleg: het lokaal overleg zoals bedoeld in artikel 12.1 van de Cao Gemeenten. Ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden Sociaal plan: nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit Sociaal Statuut, met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging dan wel in het geval van privatisering of publiekrechtelijke taakoverheveling (waaronder een gemeentelijke herindeling). Geschillencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 11.5 van de Cao Gemeenten. De geschillencommissie is bevoegd om kennis te nemen van geschillen omtrent de individuele toepassing van het Sociaal Statuut, indien is gebleken dat bemiddeling niet tot een oplossing heeft geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel