Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 2

Artikel 46

Artikel

Onderdeel van Besluit bodemkwaliteit

1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of het algemeen bestuur van het waterschap kan met betrekking tot oppervlaktewateren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, onderscheidelijk andere oppervlaktewateren voor toepassingen als bedoeld in artikel 35, onderdeel g, voor een door hem aangewezen bodembeheergebied, maximale waarden vaststellen voor de kwaliteit van de toe te passen baggerspecie die afwijken van de waarden, die krachtens artikel 60, eerste lid voor die toepassing zijn vastgesteld, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid, tot een maximum van 20 gewichtsprocenten. 2. Bij regeling van Onze Ministers kan worden bepaald dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, voor daarbij aan te geven parameters geen hogere maximale waarden kan vaststellen dan de krachtens artikel 60, eerste lid vastgestelde waarden. 3. Voor toepassingen als bedoeld in het eerste lid in de Nederlandse territoriale zee kan het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, geen hogere maximale waarden vaststellen dan de krachtens artikel 60, eerste lid, vastgestelde waarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel