- - **1.** In de overeenkomsten voor een volledig variabel transportrecht en voor een tijdsduurgebonden transportrecht worden tenminste de volgende productvoorwaarden vastgelegd:
- - **a.** de omstandigheden waarin de transportdienst beschikbaar is;
- - **b.** de wijze waarop bepaald wordt of en de mate waarin de transportdienst beschikbaar is;
- - **c.** de wijze waarop vrijgave van de beschikbaarheid van de transportdienst door de systeembeheerder wordt aangekondigd en geactiveerd;
- - **d.** vervallen;
- - **e.** dat de vrijgave van de beschikbaarheid van de transportdienst voor het volledig variabele transportrecht en voor het tijdsduurgebonden transportrecht uiterlijk om 07:00 uur op de dag voorafgaande aan de dag waarop het beoogde transport zal plaatsvinden;
- - **f.** vervallen;
- - **g.** de wijze waarop de systeembeheerder de aan de aangeslotene daadwerkelijk ter beschikking gestelde transportdienst valideert;
- - **h.** de looptijd van de overeenkomst;
- - **i.** de wijze waarop de balanceringsverantwoordelijke op de allocatiepunten en voor zover van toepassing de balanceringsdienstverlener of congestiebeheersdienstverlener worden geïnformeerd;
- - **j.** of de systeembeheerder een boetebeding en de hoogte daarvan van toepassing verklaart voor het gebruik maken van de transportdienst buiten de tijden waarop of hoeveelheden waarvoor die door de systeembeheerder is vrijgegeven; en
- - **k.** of de systeembeheerder de aangeslotene verplicht stelt dat de aangeslotene op eigen kosten technische voorzieningen treft in zijn aansluiting die gebruikmaking van de transportdienst voorkomt buiten de tijden waarop of hoeveelheden waarvoor die door de systeembeheerder is vrijgegeven.
- - **2.** In de overeenkomsten voor tijdsblokgebonden transportrecht worden tenminste de volgende productvoorwaarden vastgelegd:
- - **a.** start- en eindtijd van elk blok plus de dagen van het jaar waarop elk blok beschikbaar is;
- - **b.** het deel van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen waarvoor per blok de transportdienst ter beschikking wordt gesteld;
- - **c.** of de systeembeheerder een boetebeding en de hoogte daarvan van toepassing verklaart voor het gebruik maken van de transportdienst buiten de tijden waarop de transportdienst ter beschikking wordt gesteld; en
- - **d.** of de systeembeheerder de aangeslotene verplicht stelt dat de aangeslotene op eigen kostentechnische voorzieningen treft in zijn aansluiting die gebruikmaking van de transportdienst voorkomt buiten de tijden waarop de transportdienst ter beschikking wordt gesteld.
- - **3.** Ten aanzien van het boetebeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, en in het tweede lid, onderdeel c en de technische voorziening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, en in het tweede lid, onderdeel d geldt dat:
- - **a.** de systeembeheerder niet zowel een boetebeding als een technische voorziening kan vereisen; en
- - **b.** de afnemer als alternatief voor het boetebeding de technische voorziening kan treffen.
Versie 1
Systeemcode elektriciteit 2026
Toegevoegde artikelen
Via stcrt-2026-17010
- - **1.** Ten behoeve van de technische analyse van het congestiegebied, neemt de systeembeheerder tenminste de volgende elementen op in het onderzoeksrapport:
- - **a.** een overzicht van de ontwikkeling van de aanwezige transportcapaciteit in het deelsysteem of de deelsystemen, tot het moment waarop het systeem of de systemen zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat er geen sprake meer is van een tekort aan aanwezige transportcapaciteit;
- - **b.** een overzicht van de van toepassing zijnde systeemontwerpcriteria, inclusief de aangehouden reservecapaciteit, en operationele veiligheidsgrenzen, die gehanteerd zijn bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit. Indien de vrijstelling ten aanzien van productie overeenkomstig artikel 9.35 van toepassing is, geeft de systeembeheerder voor ieder beperkend systeemelement gemotiveerd aan op welke wijze rekening is gehouden met de vrijstelling bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit;
- - **c.** een overzicht van de ontwikkeling van de technische transportcapaciteit van het (de) beperkende systeemelementen, tot het moment waarop het systeem of de systemen zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat er geen sprake meer is van een tekort aan aanwezige transportcapaciteit;
- - **d.** een overzicht van de ontwikkeling van de kortsluitvastheid van het deelsysteem of de deelsystemen en de verwachte maximale kortsluitstroom in het deelsysteem of de deelsystemen, tot het moment waarop het systeem of de systemen zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat er geen sprake meer is van een tekort aan aanwezige transportcapaciteit;
- - **e.** een voorspelling van het belastingpatroon op het (de) beperkende systeemcomponent(en) gedurende de periode waarvoor fysieke congestie wordt verwacht, inclusief een specificatie van de externe omstandigheden waarmee bij de voorspelling rekening is gehouden en van de aannames waarop de voorspelling is gebaseerd;
- - **f.** een onderbouwde schatting van de hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting aan congestiemanagementmaatregelen moet worden ingezet;
- - **g.** een onderbouwde schatting van de hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting wel kan worden getransporteerd wanneer er geen congestiemanagement wordt toegepast;
- - **h.** de financiële grens, bedoeld in artikel 7.19, tweede lid, onderdeel c;
- - **f.** de technische grens, bedoeld in artikel 7.19, tweede lid, onderdeel d;
- - **j.** een onderbouwde schatting van de kosten voor congestiemanagement, uitgedrukt in euro voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting zal worden uitgegeven aan congestiemanagement;
- - **k.** een onderbouwde schatting van de hoeveelheid capaciteit, uitgedrukt in MW voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting extra zal worden afgenomen door toepassing van congestiemanagement; en
- - **l.** een onderbouwde schatting van de hoeveelheid energie, uitgedrukt in MWh voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting extra zal worden getransporteerd door toepassing van congestiemanagement.
- - **2.** Ten behoeve van de marktanalyse van het congestiegebied, neemt de systeembeheerder ten minste de volgende elementen op in het onderzoeksrapport:
- - **a.** de wijze waarop de systeembeheerder partijen, welke geïnteresseerd zijn om deel te nemen aan congestiemanagement en voldoen aan de in deze code gestelde voorwaarden, heeft betrokken in het onderzoek naar de mogelijkheid van toepassing van congestiemanagement met inzet van de middelen benoemd in artikel 9.14;
- - **b.** het aantal potentiële deelnemers aan congestiemanagement en de wijze waarop de systeembeheerder dat heeft vastgesteld;
- - **c.** het vermogen in MW dat naar schatting in totaal beschikbaar is voor capaciteitssturing of redispatch op de meest kritische momenten van verwachte congestie;
- - **d.** de hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh per jaar, die door de aangeslotenen in het deelgebied naar verwachting kan worden aangepast op basis van redispatch-biedingen, langetermijncontracten en een combinatie van beide, gedurende de periode waarvoor fysieke congestie wordt verwacht; en
- - **e.** de technische maatregelen die de systeembeheerder moet nemen om het systeem veilig te bedrijven wanneer gebruik wordt gemaakt van congestiemanagement.
- - **3.** In het geval uit de elementen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel e, en het tweede lid, onderdelen c en d, bedrijfsgevoelige informatie afgeleid zou kunnen worden, zorgt de systeembeheerder ervoor dat er op de in artikel 7.17 bedoelde website een publieke versie van het onderzoeksrapport gepubliceerd wordt waarin dit risico weggenomen is. Een volledige versie van het onderzoeksrapport wordt in alle gevallen met de Autoriteit Consument en Markt gedeeld.
Via stcrt-2026-4089
| **Functie | Omschrijving** | |
|---|---|---|
| Congestieverzachter | Een congestieverzachter is een partij waarvan de systeembeheerder op basis van de zo actueel mogelijke gegevens uit bijlage 2, eerste lid, vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat de beschikbare transportcapaciteit, bedoeld in artikel 7.14, vierde lid, voor overige partijen toeneemt en niet leidt tot toename van congestie in een ander deel van het systeem van die systeembeheerder of in het systeem van een andere systeembeheerder. | |
| **Tabel 2 – categorie 2. ‘Veiligheid’ (op alfabetische volgorde van (sub)functie)** | ||
| **Functie | Subfunctie | Omschrijving** |
| Elektriciteitsinfrastructuur | Elektriciteitssystemen | De systeembeheerder, bedoeld in artikel 3.2 van de Energiewet voor zover dat nodig is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.23 van de Energiewet. |
| Gezondheidszorg | Acute gezondheidszorg – Aanbieders van acute geestelijke gezondheidszorg | Aanbieders van acute geestelijke gezondheidszorg voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. |
| Acute gezondheidszorg – Apotheken die in de avond nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbieden | Apotheken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel oo, van de Geneesmiddelenwet voor zover dat nodig is om te voorzien in acutezorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Gemeentelijke gezondheidsdiensten | Gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Huisartsenzorg in huisartsenposten | Huisartsenzorg in huisartsenposten voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Medisch-specialistische acutezorg | Aanbieders van medisch-specialistische zorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wet toetreding zorgaanbieders voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Regionale Ambulancevoorzieningen | Regionale Ambulancevoorzieningen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Traumacentra | Ziekenhuizen die zijn aangewezen op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Uitbesteedde taken van Gemeentelijke gezondheidsdiensten | Een partij die op grond van artikel 14, vierde lid, van de Wet publieke gezondheid is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Algemene ziekenhuizen | Algemene en categorale ziekenhuizen als bedoeld in artikel 8a.1, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz voor zover dat nodig is voor zorg om een beroep op de acute zorg te voorkomen. | |
| Bloedvoorziening | De partij die op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening is aangewezen als bloedvoorzieningsorganisatie. | |
| Ontwikkelaars en aanbieders van zeer sensitieve technologieën | Een partij die op grond van artikel 8, derde lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, juncto artikel 4, eerste en tweede lid, en bijlage 3, van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie van 4 mei 2023 (Stb. 2023, 172) actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie, voor zover dat nodig is om te voorzien in zeer sensitieve technologie. | |
| Openbare drinkwatervoorziening | Het drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet of een daaraan gelijk gestelde partij voor zover dat nodig is om te voldoen aan de wettelijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet. | |
| Telecommunicatie | C2000 en GMS | Het tactische en operationele beheer van het landelijke communicatiesysteem voor de hulpdiensten in Nederland (‘C2000’) en het Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem (‘GMS’), bedoeld in artikel 1 van de Regeling C2000 en GMS. |
| NAFIN | De uitvoering en het beheer van het Netherlands Armed Forces Integrated Network (‘NAFIN’) ten behoeve van gebruik voor vitale overheidstaken, bedoeld in artikel 1 van het Besluit aanwijzing elektronisch communicatienetwerk voor vitale overheidstaken. | |
| NCV | De uitvoering en het beheer door Koninklijke KPN N.V. van het telecommunicatienetwerk dat is ontwikkeld als noodcommunicatievoorziening (‘NCV’), bedoeld in artikel 1 van de Regeling Noodcommunicatievoorziening. | |
| Veiligheidsdiensten | AIVD | De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (‘AIVD’), bedoeld in artikel 8 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. |
| Defensie / krijgsmacht | Koninklijke Marechaussee, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht of Koninklijke Marine voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 2012 of artikel 97 van de Grondwet. | |
| Douane | De douaneautoriteiten, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene douanewet voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening van de algemene Douanewet. | |
| Europol | Het agentschap van de Europese Unie voor rechtshandhavingssamenwerking ‘Europol’, bedoeld in Verordening (EU) 2016/794 voorzover dat nodig is voor de taakuitoefening, omschreven in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/794. | |
| Justitie en gevangeniswezen – DV&O | De Dienst Vervoer en Ondersteuning (‘DV&O’) van Dienst Justitiële inrichtingen voor zover dat nodig is ter ondersteuning van de rechtspraak en het gevangeniswezen. | |
| Justitie en gevangeniswezen – Instellingen voor forensische zorg | Instellingen die voorzien in forensische zorg als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet forensische zorg voor zover dat nodig is om te voldoen aan de taakuitoefening in de Wet forensische zorg. | |
| Justitie en gevangeniswezen – Justitiële jeugdinrichtingen | Justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in de artikelen 3a, 3b en 3c van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen voor zover dat nodig is om te voldoen aan de taakuitoefening in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. | |
| Justitie en gevangeniswezen – Penitentiaire inrichtingen | Penitentiaire inrichtingen als bedoeld in artikel 3 van de Penitentiaire beginselenwet voor zover dat nodig is om te voldoen aan de taakuitoefening in de Penitentiaire beginselenwetæ | |
| Justitie en gevangeniswezen – Rechtspraak | Gerechtsgebouwen als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechtelijke organisatie voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening van de rechtspraak, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet op de rechtelijke organisatie. | |
| MIVD | De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (‘MIVD’), bedoeld in artikel 10 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. | |
| NCTV | De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (‘NCTV’), bedoeld in artikel 2 van de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid. | |
| Noodhulp – Ambulanceposten | De Regionale Ambulancevoorziening, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancevoorziening die voorziet in ambulancezorg voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. | |
| Noodhulp – Brandweer | Brandweerdiensten namens de Veiligheidsregio als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s. | |
| Noodhulp – Meldkamers | Degene die verantwoordelijk is voor meldkamers als bedoeld in artikel 25a van de Politiewet 2012 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 25b van de Politiewet 2012. | |
| Politie | De politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Politiewet 2012, voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in de Politiewet 2012. | |
| RIVM | Het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (‘RIVM’), bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het RIVM. | |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer | LVNL | De luchtverkeersbeveiligingsorganisatie (Luchtverkeersleiding Nederland, ‘LVNL’) die op grond van artikelen 5.22 en 5.23, eerste lid, van de Wet Luchtvaart, een zo groot mogelijke veiligheid van het luchtverkeer in het vluchtinformatiegebied Amsterdam moet bevorderen voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van de Wet Luchtvaart. |
| De luchtverkeersbeveiligingsorganisatie (Luchtverkeersleiding Nederland, ‘LVNL’) die op grond van artikelen 5.22 en 5.23, tweede lid, van de Wet Luchtvaart, is belast met het verlenen van luchtverkeersdiensten in vluchtinformatiegebieden zoals aangewezen in de Regeling belasten LVNL met luchtverkeersdienstleiding voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.23, tweede lid, van de Wet Luchtvaart. | ||
| Andere verleners van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten | Een andere verlener van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten die op grond van artikel 5.14b en 5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet Luchtvaart deze diensten verricht voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.14b en 5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet Luchtvaart. | |
| Eurocontrol | Eurocontrol die op grond van artikel 5.14, aanhef en onder a, van de Wet Luchtvaart is aangewezen om binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam luchtverkeersdiensten te verlenen, en welke aanwijzing is gedaan in Bijlage 1 van de Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht van 25 november 1986 voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.14 van de Wet Luchtvaart. | |
| Verkeersveiligheidspoorwegen | Hoofdspoorweginfrastructuur | Partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een concessie is verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur voor zover dat nodig is voor het borgen van de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van die infrastructuur, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet. |
| Lokale spoorweginfrastructuur | Partij die door het college van Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur is aangewezen als beheerder van de lokale spoorweginfrastructuur op grond van artikel 18 van de Wet lokaal spoor voor zover dat nodig is voor het borgen van de veiligheid van de lokale spoorweginfrastructuur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet lokaal spoor. | |
| Het college van Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur dat seinen plaatst ten behoeve van het spoorwegverkeer over de lokale spoorweg voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid op de lokale spoorweg, bedoeld in artikel 5 van het Besluit lokaal spoor. | ||
| Verkeersveiligheidwaterwegen | Gemeentelijke scheepvaartwegen | Het college van burgemeester en wethouders dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de Scheepvaartverkeerswet beheerder is van de gemeentelijke scheepvaartwegen voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. |
| Provinciale scheepvaartwegen | Het college van Gedeputeerde Staten dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Scheepvaartverkeerswet beheerder is van de provinciale scheepvaartwegen voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. | |
| Het college van Gedeputeerde Staten dat op grond van artikel 2, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet door provinciale staten als bevoegd gezag is aangewezen voor scheepvaartwegen in het belang van de eenheid van de ordening van het doorgaande scheepvaartverkeer voorzover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid van de Scheepvaartverkeerswet. | ||
| Rijksscheepvaartwegen | Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 beheerder is van de Rijksscheepvaartwegen voorzover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. | |
| Een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen orgaan van een openbaar lichaam voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. | ||
| Het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot het gedeelte van de Nederlandse territoriale zee dat binnen het gebied van de gemeente is gelegen op grond van artikel 2, aanhef tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet; of in afwijking daarvan anders aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of de Minister van Defensie bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit, voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid van de Scheepvaartverkeerswet. | ||
| Scheepvaartwegen in beheer bij een openbaar lichaam | Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4°, van de Scheepvaartverkeerswetbeheerder is van scheepvaartwegen voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. | |
| Waterschapsscheepvaartwegen | Het bevoegd gezag van scheepvaartwegen in beheer bij een waterschap, aangewezen door provinciale staten op grond van artikel 2, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. | |
| Verkeersveiligheidwegen | Openbare wegen niet in beheer bij waterschap, provincie of Rijk | Het college van burgemeester en wethouders dat als taak heeft de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen, voor zover niet in beheer bij een waterschap, een provincie of het Rijk op grond van artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. |
| Provinciale wegen | Het college van Gedeputeerde Staten dat als taak heeft de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen op grond van artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. | |
| Rijkswegen | Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat dat, als taak heeft de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013, artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de Omgevingswet, artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. | |
| Waterschapswegen | Het waterschap dat bij provinciale verordening als taak toebedeeld heeft gekregen de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen op grond van artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. | |
| Waterbeheer | Derden belast met waterbeheer | Een partij die grond van artikel 2.17, tweede lid of derde lid, van de Omgevingswet, door een waterschap is belast met de exploitatie van de zuivering van het stedelijk afvalwater voor zover dat nodig is voor de uitvoering van die taak. |
| Gemeenten | De gemeente die op grond van artikel 2.16, eerste lid, onder a, subonderdeel 1 en 3, van de Omgevingswet is belast met de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater en de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater voor zover dat daarvoor nodig is. | |
| Rijkswaterstaat | Het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening op het vlak van waterbeheer, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 op gebied van waterstaatswerken en waterwegen. | |
| Waterschappen | Het waterschap dat is aangewezen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van de Waterschapswet. | |
| **Tabel 3 – categorie 3. ‘Basisbehoeften’ (op alfabetische volgorde van (sub)functie)** | ||
| **Functie | Subfunctie | Omschrijving** |
| Afvalstoffenbeheer | Inzamelen van (grove) huishoudelijk afval | De gemeente, of een partij in opdracht van de gemeente, die het huishoudelijk en grove huishoudelijk afval inzamelt, conform de artikelen 10.21, 10.22, 10.24 en 10.29 van de wet Milieubeheer en de eisen uit de door de desbetreffende gemeente opgestelde afvalstoffenverordening of het omgevingsplan. |
| Gasinfrastructuur | Gassystemen | De systeembeheerder, bedoeld in artikel 3.2 van de Energiewet, voor zover dat nodig is voor de uitvoering van wettelijke taken als bedoeld in artikel 3.23 van de Energiewet. |
| Gasopslagen nodig voor de borging van gasleveringszekerheid in Nederland | Gasopslagbeheerder van een gasopslagsysteem als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet dat wordt gebruikt voor (i) seizoensopslag als bedoeld in artikel 1.1 van het Energiebesluit en artikel 3.43, eerste lid, onderdeel a, van de Energieregeling of (ii) de pieklevering, bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet en artikel 3.30 van het Energiebesluit. | |
| Onderwijs | Middelbaar beroepsonderwijs | Middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2 van de Wet Educatie en beroepsonderwijs voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. |
| Primair onderwijs | Primair onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op primair onderwijs voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in hoofdstuk I en hoofdstuk II van de Wet op primair onderwijs. | |
| Speciaal onderwijs | Speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertise centra voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in Titel I en Titel II van de Wet op de expertisecentra. | |
| Voortgezet onderwijs | Voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in hoofdstuk I en hoofdstuk II van de Wet voortgezet onderwijs 2020. | |
| Openbaar vervoer (OV) | Nationaal OV per trein | Een partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het openbaar vervoer per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie. |
| Regionaal OV per trein | Een partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam op grond van artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het regionaal openbaar vervoer per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie. | |
| Regionaal OV anders dan per trein algemeen | Een partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam op grond van artikel 20, tweede en derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor openbaar vervoer anders dan per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie. | |
| Een partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 op grond van artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de overeenkomst. | ||
| Een partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 op grond van artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de overeenkomst. | ||
| Een partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 7a van het Besluit personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor personenvervoer anders dan per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie. | ||
| Regionaal OV anders dan per trein – in de gemeente Amsterdam, Den Haag of Rotterdam | Een partij aan wie door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op grond van artikel 20, tweede en derde lid, in samenhang met artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000 en artikel 36b van het Besluit personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor openbaar vervoer anders dan per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie. | |
| Regionaal OV anders dan per trein – niet vallend onder de reikwijdte van de Wp2000 en het Bp2000 | Een partij die een overeenkomst heeft met de gemeente tot het beheer en/of de exploitatie van veerdiensten per pont voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de overeenkomst. | |
| De gemeente die ten behoeve van het beheer en/of de exploitatie van veerdiensten per pont beschikt over de aansluiting en transportcapaciteit van deze veerdiensten. | ||
| De partij zoals bedoeld in artikel 1 van de Statuten van N.V. Texels Eigen Stoomboot Onderneming gevestigd te Texel voor zover dat nodig is voor het exploiteren van een bootdienst tussen Texel en Den Helder als bedoeld in artikel 2 van de Statuten. | ||
| Telecommunicatie | Aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk | Een partij als bedoeld in artikel 1 van de Telecommunicatiewet. |
| Aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk | Een partij die bij de Autoriteit Consument en Markt is geregistreerd als bedoeld in artikel 2.1 van de Telecommunicatiewet. | |
| Warmtevoorziening | Warmtelevering met vergunningplicht | Een partij met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de Warmtewet voor zover dat nodig is om te voorzien in het transporteren en/of leveren van warmte zoals bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet. |
| Warmtelevering zonder vergunningplicht | Een partij die is vrijgesteld van de vergunningplicht op grond vanartikel 9, tweede lid, van de Warmtewet voor zover dat nodig is om te voorzien in het transporteren en/of leveren van warmte zoals bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet. | |
| Warmtelevering door een verhuurder, een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm | Een partij die op grond van artikel 1a, eerste lid, van de Warmtewet is uitgezonderd van de Warmtewet. | |
| Warmtenetbeheer | Een partij die zich bezighoudt met het beheren, aanleggen of onderhoud en van een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet en warmte over dat net transporteert. | |
| Woonbehoefte | Algemeen | Een partij die voorziet in woonbehoefte met woonvoorzieningen met aansluitingen met een maximale doorlaatwaarde van 3x35A, inclusief en zonder begrenzing op de doorlaatwaarde van de aansluitingen, kleinschalige, onlosmakelijk verbonden activiteiten die nodig zijn voor het realiseren van de woonbehoefte en collectieve voorzieningen die nodig zijn voor de woonfunctie. |
| Een individuele woning met een aansluiting met een maximale doorlaatwaarde van 3x35A, inclusief een individuele woning met een verzwaring van de aansluiting tot en met een doorlaatwaarde van 3x35A. | ||
| Collectieve woonvormen | Collectieve woonvormen, inclusief collectieve voorzieningen die nodig zijn voor de woonfunctie: – Opvang als bedoeld in artikel 1, onderdelen d en e, van de Wet centraal orgaan opvang asielzoekers; – Opvang van ontheemden uit Oekraïne als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne; – Beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning; – Opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning; – Een instelling zoals bedoeld in artikel 1.1.1, onder 1, van de Wet langdurige zorg en waarbij sprake is van verblijf zoals bedoeld in de artikelen 1.1.1 en 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet langdurige zorg; – Een accommodatie of een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet waar jeugdhulp of gesloten jeugdhulp wordt verleend zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; – Woonvoorzieningen voor studenten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, van de Energiewet; – Woonvoorzieningen voor arbeidsmigranten als voorzien of te voorzien in een omgevingsplan; – Een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; – Een accommodatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; – Een instelling voor geriatrische revalidatiezorg als bedoeld in artikel 2.5c van het Besluit zorgverzekering; – Eerstelijnsverblijf als bedoeld in artikel 2.12 Besluit zorgverzekering en artikel 1 van de Regeling eerstelijnsverblijf. | |
| **Tabel 4 – benodigde bewijsstukken in categorie 2 en 3 (op alfabetische volgorde van (sub) functie)** | ||
| **(Sub)functie | Benodigde bewijsstukken per (sub)functie** | |
| Categorie 2 | ||
| Elektriciteitsinfrastructuur – Elektriciteitssystemen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35130 (transmissie van elektriciteit) of SBI 35140 (distributie van elektriciteit). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van artikel 3.2 van de Energiewet. | |
| Acute gezondheidszorg – Acute geestelijke gezondheidszorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Bewijs van melding als bedoeld in artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders. | |
| Acute gezondheidszorg – Apotheken die in de avond, nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbieden | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 47730 (detailhandel in farmaceutische artikelen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Bewijs dat de verzoekende partij is geregistreerd in het register van gevestigde apotheken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. | |
| Acute gezondheidszorg – Gemeentelijke gezondheidsdiensten | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Huisartsen zorg in huisartsenposten | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86210 (huisartsenzorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Bewijs van melding als bedoeld in artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders. | |
| Acute gezondheidszorg – Medisch specialistische acute zorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. | |
| Acute gezondheidszorg – Regionale Ambulancevoorzieningen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. | |
| Acute gezondheidszorg – Trauma centra | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen blijkt. | |
| Acute gezondheidszorg – Uitbesteedde taken van Gemeentelijke gezondheidsdiensten | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Afschrift van een document door of namens het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de verzoekende partij is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid. | |
| Gezondheidszorg – Algemene en categorale ziekenhuizen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. | |
| Gezondheidszorg – Bloedvoorziening | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening blijkt. | |
| Ontwikkelaars en aanbieders van zeer sensitieve technologieën | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij (i) dezelfde partij is aan wie de exportcontrolevergunning is verleend, of (ii) dezelfde partij is waarvan de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane bevestigt dat die partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie, of (iii) dezelfde partij is waarvan het Bureau Toetsing Investeringen bevestigt dat die partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Exportcontrolevergunning, verstrekt door de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane door of namens de Minister van Buitenlandse Handel of Ontwikkelingssamenwerking of verstrekt door de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die betrekking heeft op één of meer van de verwijzingscodes van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik die staan vermeld in bijlage 3 van het Besluit Toepassingsbereik Sensitieve Technologie. – Indien de partij niet beschikt of een exportcontrolevergunning, een bestuurlijk rechtsoordeel door of namens de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane waaruit blijkt dat de partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, artikel 4, eerste en tweede lid, en bijlage 3 van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. – Indien de zeer sensitieve technologie niet voorkomt op de EU-exportcontrole lijst, een bestuurlijk rechtsoordeel door of namens het Bureau Toetsing Investeringen van het Ministerie van Economische Zaken waaruit blijkt dat de partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames, artikel 4, eerste en tweede lid, en bijlage 3 van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. | |
| Openbare drinkwatervoorziening | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 36000 (winning, behandeling en distributie van water). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als: (i) drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 5 van de Drinkwaterwet, of (ii) partij die met een drinkwaterbedrijf is gelijkgesteld in de zin van artikel 1, vierde lid, van de Drinkwaterwet. | |
| Telecommunicatie – C2000 en GMS | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Korpschef die op grond van artikel 1, onder 1, Regeling C2000 en GMS zorg draagt voor het tactische en operationele beheer van C2000, of namens de onder hem ressorterende functionarissen bedoeld in artikel 5 van het Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging inzake beheer C2000. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de Korpschef of de namens hem onder hem ressorterende functionaris. | |
| Telecommunicatie – NAFIN | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van Defensie die op grond van artikel 1 Besluit aanwijzing elektronische communicatienetwerken voor vitale overheidstaken is aangewezen als gebruiker en beheerder van het openbaar elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vitale overheidstaken, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de bevoegde bestuurder van Defensie. | |
| Telecommunicatie – NCV | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van Koninklijke KPN N.V. die op grond van artikel 1 van de Regeling Noodcommunicatievoorziening is aangewezen als ontwikkelaar van de noodvoorziening, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de bevoegde bestuurder van Koninklijke KPN N.V. | |
| Veiligheidsdiensten – AIVD | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. | |
| Veiligheidsdiensten – Defensie / Krijgsmacht | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van de Koninklijke Marechaussee, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht of Koninklijke Marine. | |
| Veiligheidsdiensten – Douane | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van het Directoraat-Generaal Douane. | |
| Veiligheidsdiensten – Europol | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de uitvoerend directeur van Europol. | |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – DV&O | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen. | |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Instellingen voor forensische zorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen rijkinstelling of private instelling is als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet forensische zorg. | |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Justitiële jeugdinrichtingen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen particuliere of rijksinrichting is als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. | |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Penitentiaire inrichtingen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen inrichting is als bedoeld in artikel 3 van de Penitentiaire beginselen wet. | |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Rechtspraak | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84231 (rechtspraak). | |
| Veiligheidsdiensten – MIVD | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst. | |
| Veiligheidsdiensten – NCTV | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. | |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Ambulanceposten | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). | |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Brandweer | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Veiligheidsregio als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84250 (diensten van de brandweer). | |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Meldkamers | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de korpschef als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid) of 80090 (beveiligingsactiviteiten, n.e.g.). | |
| Veiligheidsdiensten – Politie | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de korpschef als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid). | |
| Veiligheidsdiensten – RIVM | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal van het RIVM. | |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – LVNL | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van Luchtverkeersleiding Nederland (‘LVNL’) die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat LVNL door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden, bedoeld in artikel 5.22 en artikel 5.23, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart. | |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – Andere verlener van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten dan LVNL | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.0a 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de andere verlener van luchtverkeersdiensten die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die de schriftelijke instemming heeft van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om luchtverkeersdiensten te verrichten. – Afschrift van de schriftelijke instemming van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om de luchtverkeersdiensten te laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten, bedoeld in artikelen 5.14b en 5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet luchtvaart. | |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – Eurocontrol | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van Eurocontrol die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening het vluchtinformatiegebied Amsterdam. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat Eurocontrol is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in het vluchtinformatiegebied Amsterdam, bedoeld in artikel 5.14 van de Wet luchtvaart. | |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – hoofdspoorweginfrastructuur | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet is verleend en aan wie de veiligheidsvergunning op grond van artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet is verleend. – Afschrift van een veiligheidsvergunning, bedoeld in artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet. | |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – lokale spoorweginfrastructuur beheerder | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de vergunning op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wet lokaal spoor is verleend. – Afschrift van de aanwijzing door het college van Gedeputeerde Staten, bedoeld in de artikel 18, eerste lid, van de Wet lokaal spoor. | |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – College van Gedeputeerde Staten voor het plaatsen van seinen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van Gedeputeerde Staten. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Gemeentelijke scheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Provinciale scheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van Gedeputeerde Staten. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen Directoraat-generaal Rijkswaterstaat | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – orgaan van een openbaar lichaam | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van het door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen orgaan van het openbare lichaam. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – college van burgemeester en wethouders van een gemeente | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Scheepvaartwegen in beheer bij een openbaar lichaam | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het dagelijks bestuur van het openbare lichaam. | |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Waterschapsscheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van het bevoegd gezag aangewezen door de provinciale staten. | |
| Verkeersveiligheid wegen – Openbare wegen niet in beheer bij waterschap, provincie of Rijk | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. | |
| Verkeersveiligheid wegen – Provinciale wegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van Gedeputeerde Staten. | |
| Verkeersveiligheid wegen – Rijkswegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat. | |
| Verkeersveiligheid wegen – Waterschapswegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het dagelijks bestuur van de waterschap. | |
| Waterbeheer – Derden belast met waterbeheer | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een verklaring namens het waterschap waaruit blijkt dat het waterschap taken heeft uitbesteed aan de verzoekende partij, bedoeld in artikel 2.17, tweede en derde lid, van de Omgevingswet. | |
| Waterbeheer – Gemeenten | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. | |
| Waterbeheer – Rijkswaterstaat | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat. | |
| Waterbeheer – Waterschappen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het bestuurder van het waterschap of namens de dijkgraaf van het waterschap. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als waterschap is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid, van de Waterschapswet. | |
| Categorie 3 | ||
| Afvalstoffenbeheer – Inzamelen van (grove) huishoudelijk afval | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de partij die is aangewezen als inzameldienst en wie de bevoegde bestuurder is. – Verklaring van de gemeente dat zij zelf (grove) huishoudelijk afval inzamelt of een afschrift van een document waaruit blijkt dat de partij op dit moment door de gemeente is aangewezen als inzameldienst als bedoeld in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan. | |
| Gasinfrastructuur – Gassystemen | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35220 (distributie van gasvormige brandstoffen via leidingen) of SBI 49500 (transport via pijpleidingen). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van artikel 3.2 van de Energiewet. | |
| Gasinfrastructuur – gasopslagen nodig voor de borging van gasleveringszekerheid in Nederland | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35240 (opslag van gas als onderdeel van netwerkleveringsdiensten). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij een beheerder is (i) van een seizoensopslag als bedoeld in artikel 1.1 van het Energiebesluit en artikel 3.43, eerste lid, onderdeel a, van de Energieregeling; of (ii) van een gasopslagsysteem die wordt gebruikt voor de pieklevering, bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet en artikel 3.30 van het Energiebesluit. | |
| Onderwijs – Middelbaar beroepsonderwijs | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85320 (middelbaar beroepsonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. | |
| Onderwijs – Primair onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. | |
| Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85100 (kleuteronderwijs); SBI 8520 (basisonderwijs) of SBI 85201 (regulier basisonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. | ||
| Onderwijs – Speciaal onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. | |
| Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85202 (speciaal basisonderwijs) of SBI 85203 (speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. | ||
| Onderwijs – Voortgezet onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. | |
| Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8531 (voortgezet onderwijs); SBI 85311 (havo, vwo en vmbo) of SBI 85312 (praktijkonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. | ||
| Openbaar vervoer – Nationaal OV per trein | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van artikel 20, eerste, lid, van de Wet personenvervoer 2000 is verleend. – Afschrift van de concessie zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 of een overeenkomst van gelijkgestelde aard. | |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV per trein | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 is verleend. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 of een overeenkomst van gelijkgestelde aard. | |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – Algemeen | Een partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam een concessie is verleend voor openbaar vervoer: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van artikel 20, tweede of derde lid van de Wet personenvervoer 2000. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 20, tweede of derde lid, van de Wet personenvervoer 2000. | |
| Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000 op grond van artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000. – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000. | ||
| Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000 op grond van artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000. – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000. | ||
| Partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een concessie is verleend: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van artikel 7a van het Besluit personenvervoer 2000. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 7a, van het Besluit personenvervoer 2000. | ||
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – in de gemeente Amsterdam, Den Haag of Rotterdam | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000. | |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | Veerdienst per pont: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die een overeenkomst met de gemeente gesloten heeft. – Afschrift van de overeenkomst met een gemeente tot het beheer en/of exploitatie van veerdiensten per pont. | |
| Veerdienst per pont in beheer van gemeente: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. | ||
| TESO: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 50300 (personenvervoer over binnenwateren). | ||
| Telecommunicatie – openbaar telecommunicatienetwerk | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet). | |
| Telecommunicatie – openbaar elektronisch communicatienetwerk | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet). | |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering met vergunningplicht | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 10 van de Warmtewet. – Afschrift van de melding op grond van artikel 40 van de Warmtewet. | |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering zonder vergunningplicht | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Bewijsstuk waaruit blijkt dat artikel 9, tweede lid, van de Warmtewet van toepassing is. – Afschrift van de melding op grond van artikel 40 van de Warmtewet. | |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering door een verhuurder, een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de verhuurder, het bestuur van de vereniging van eigenaars of de daarmee vergelijkbare rechtsvorm van de woonbehoefte. | |
| Warmtevoorziening – Warmtenetbeheer | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht). – Bewijs waaruit blijkt dat de verzoekende partij zich bezighoudt met het beheer, de aanleg of het onderhoud van een warmtenet als bedoeld in de Warmtewet en warmte over dat net transporteert. | |
| Woonbehoefte – algemeen | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op de specifieke locatie woonbehoefte is voor zien. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld artikel 7.21, vierde lid, door of namens het college van burgemeester en wethouders en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. | |
| Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van woonbehoefte. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld artikel 7.21, vierde lid, en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. | ||
| Individuele woningeigenaar nieuwbouw: – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de woning. | ||
| Individuele woningeigenaar of -gebruiker bestaande bouw (verzwaring): – Uittreksel van de basisregistratie adressen en gebouwen van het kadaster (https://bagviewer.kadaster.nl/) waaruit blijkt dat het object een woonfunctie heeft. | ||
| Woonbehoefte – collectieve woonvormen | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen collectieve woonvorm, bedoeld in tabel 3 onder woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op die locatie is voorzien in een collectieve woonvorm zoals afgebakend in tabel 3 onder woonbehoefte. | |
| Opvang zoals bedoeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel namens de gemeente geregistreerd onder SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van de bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers over de locatie. – Indien de bestuursovereenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van de omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. | ||
| Opvang van ontheemden uit Oekraïne zoals bedoeld in de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. | ||
| Beschermd wonen zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over beschermd wonen voor die locatie. | ||
| Opvang zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de opvang op die locatie. | ||
| Instelling zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders. | ||
| Instelling voor eerstelijnsverblijf zoals bedoeld in het Zorgverzekeringsbesluit: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders. | ||
| Accommodatie zoals bedoeld in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders. | ||
| Accommodatie zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders. | ||
| Accommodatie zoals bedoeld in de Jeugdwet: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de (gesloten) jeugdhulp voor die locatie. | ||
| Woonvoorziening voor studenten zoals bedoeld in de Energiewet: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. | ||
| Woonvoorziening voor arbeidsmigranten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. | ||
| Instelling voor geriatrische revalidatiezorg met verblijf zoals bedoeld in het Besluit zorgverzekering: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders. | ||
Via stcrt-2026-24354-n1
- - **1.** De systeembeheerder berekent de dynamische regionale wachttijd W in weken per regio en per kwartaal met de volgende formule met een maximum als weergegeven in de tabel in artikel 2 van deze bijlage:
V is de voorraad bij de laatste dag van het afgelopen kwartaal. De voorraad bestaat uit alle aanvragen waarvan de realisatie nog niet is gestart en het aandeel van de lopende projecten waarvoor geen realisatiecapaciteit beschikbaar is.
R is de realisatiecapaciteit in het voorgaande kwartaal in aantal opdrachten per week (gemeten gemiddelde over kwartaal).
W is de wachttijd (in weken) voor nieuwe opdrachten die binnenkomen in het nieuwe kwartaal gebaseerd op de gegevens van het afgelopen kwartaal.
W = V/R, als V > R
W = 0, als V ≤ R
- - **2.** De dynamische regionale wachttijd bedraagt maximaal:
**Vanaf jaar Maximum (weken)** 2025 40 2026 38 2027 36 2028 34 2029 32 2030 30 2031 28 2032 26 2033 24 2034 22 2035 0
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** De systeembeheerder gebruikt de factoren en de criteria voor de afweging van de complexiteitscategorie volgens onderstaande tabel.
**Factor Criteria Uitkomst** Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. Aansluiting kan direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt netvlak. Geen additionele werkzaamheden zijn nodig anders dan het realiseren van de klantaansluiting. Laag Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een beperkte additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in artikel 8.19, derde lid, onderdeel a. Voorbeelden van dit type investering: wisselen MS-transformator, aanpassen LS-rek, asbestsanering. Midden Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een grote additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in artikel 8.13, derde lid, onderdeel a. Voorbeelden van investeringen in deze categorie: middenspanningsdistributiesysteem of transmissiesysteem aanpassen, stichten van nieuwe middenspanningsruimte (inclusief installaties en eventueel benodigde aankoop grond), velduitbreiding op OS/RS/SS. Hoog Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst Het te volgen tracé loopt over publieke grond waardoor enkel een reguliere (gemeentelijke) vergunning benodigd is. Er hoeft geen grond aangekocht te worden. Laag Het te volgen tracé loopt via zowel publieke als private grond waardoor er, naast reguliere (gemeentelijke) vergunningen, ook een zakelijk recht overeenkomst gesloten dient te worden. Er zijn mogelijk een of meerdere niet-reguliere vergunningen benodigd bijv. Natura2000 of waterschap; echter geen beïnvloeding van eventuele andere belanghebbenden zoals ProRail of Gasunie. Midden Er is een combinatie van minimaal twee complicerende aspecten binnen de factor Tracécomplexiteit van toepassing. Het te volgen tracé loopt via zowel publieke als private grond waardoor er naast reguliere vergunningen ook meerdere zakelijk recht overeenkomsten gesloten dienen te worden. Er is mogelijk beïnvloeding van een of meerdere eventuele andere belanghebbenden, zoals ProRail, Gasunie of een waterschap. En er is mogelijk een of meerdere niet-reguliere vergunningen benodigd, zoals Natura2000 vergunning. Hoog Uitvoeringscomplexiteit: Civiel-technische bouwwerken, boringen, omgevingseisen, vervuilde grond, materialen Er worden geen complicerende uitvoeringsaspecten verwacht bij de uitvoering van het project. Laag Er worden in enige mate complicerende uitvoeringsaspecten verwacht bij de uitvoering van het project, zoals civiel-technische bouwwerken, boringen, vervuilde grond, hoge omgevingseisen of er is een speciaal materiaalcomponent nodig. Midden Er worden in sterke mate complicerende uitvoeringsaspecten verwacht bij de uitvoering van het project, zoals civiel-technische bouwwerken, boringen, vervuilde grond, hoge omgevingseisen of er is een speciaal materiaalcomponent nodig. Ook zijn zeer specialistische technische handelingen vereist. Hoog - - **2.** De systeembeheerder bepaalt de complexiteitscategorie aan de hand van de uitkomsten uit de tabel in artikel 1 van deze bijlage volgens de volgende tabel.
**Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar Tracé-complexiteit Uitvoerings-complexiteit Uitkomst: Complexiteitscategorie** Laag Laag Laag laag Midden Laag Laag midden Hoog Laag Laag Midden Laag Midden Laag laag Midden Midden Laag midden Hoog Midden Laag midden Laag Hoog Laag midden Midden Hoog Laag hoog Hoog Hoog Laag hoog Laag Laag Midden laag Midden Laag Midden Midden Hoog Laag Midden Midden Laag Midden Midden Midden Midden Midden Midden Midden Hoog Midden Midden Midden Laag Hoog Midden Midden Midden Hoog Midden Hoog Hoog Hoog Midden Hoog Laag Laag Hoog Laag Midden Laag Hoog Midden Hoog Laag Hoog Hoog Laag Midden Hoog Midden Midden Midden Hoog Midden Hoog Midden Hoog Hoog Laag Hoog Hoog Midden Midden Hoog Hoog Hoog Hoog Hoog Hoog Hoog
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Bij een capaciteitssturingsproduct verplichten een aangeslotene of een groep van aangeslotenen zich tegenover de systeembeheerder om voor een afgesproken periode een minimale of maximale capaciteit af te nemen of in te voeden.
- - **2.** De systeembeheerder en een aangeslotene of een groep van aangeslotenen leggen in een capaciteitssturingscontract de volgende variabele kenmerken vast:
- - **a.** voor zover van toepassing:
- - **1°.** de minimaal te gebruiken transportcapaciteit voor afname;
- - **2°.** de maximaal te gebruiken transportcapaciteit voor afname;
- - **3°.** de minimaal te gebruiken transportcapaciteit voor invoeding; of
- - **4°.** de maximaal te gebruiken transportcapaciteit voor invoeding.
- - **b.** ten minste:
- - **1°.** of de sturing permanent geleverd wordt of gedurende af te spreken periodes;
- - **2°.** de prijs of prijzen in € per MW voor de afgesproken sturing;
- - **3°.** de locatie(s) met EAN-code(s) van de aansluiting(en); en
- - **4°.** de contractperiode.
- - **a.** voor zover van toepassing:
- - **3.** Capaciteitssturing kan worden afgesproken voor één aansluiting of voor een groep van aansluitingen.
- - **4.** De levering capaciteitssturing wordt aan de hand van meetgegevens geverifieerd.
- - **5.** De systeembeheerder specificeert bij elk op capaciteitssturing gebaseerd product ten minste:
- - **a.** of inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen mogelijk is en zo ja, of
- - **1°.** een onbalanscorrectie van de balanceringsverantwoordelijke van het allocatiepunt toegepast wordt; of
- - **2°.** dat de afroep genomineerd wordt als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke;
- - **b.** de wijze van activering door de systeembeheerder; en
- - **c.** de wijze waarop de systeembeheerder de levering van het product valideert.
- - **a.** of inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen mogelijk is en zo ja, of
- - **6.** Inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen heeft het karakter van een bieding redispatch overeenkomstig bijlage 7. De systeembeheerder en aangeslotene komen de voorwaarden overeen die gelden voor deze bieding.
- - **7.** Een capaciteitsbeperking is een vorm van capaciteitssturing waarbij de minimale waarden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdelen 1° en 3°, niet van toepassing zijn, en de maximumwaarde bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° of 4°, lager is dan het van toepassing zijnde gecontracteerde transportvermogen.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Met een bieding redispatch biedt de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener aan om op een gespecificeerde locatie op te regelen of af te regelen ten opzichte van een prognose voor die locatie.
- - **2.** Een bieding redispatch voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
- - **a.** minimumhoeveelheid: 100 kW;
- - **b.** minimumduur van de leveringsperiode: 1 onbalansverrekeningsperiode;
- - **c.** afroepbaar en wijzigbaar tot drie onbalansverrekeningsperiodes voor de eerste in de bieding genoemde onbalansverrekeningsperiode;
- - **d.** de bieding bevat de locatie waar de dienst geleverd wordt;
- - **e.** het geboden vermogen is zowel geheel als gedeeltelijk afroepbaar;
- - **f.** de bieding is na afroep niet meer veranderbaar;
- - **g.** het afgeroepen vermogen is vanaf het begin van de eerste onbalansverrekeningsperiode van de leveringsperiode volledig beschikbaar; en
- - **h.** de levering van het vermogen is gestopt vanaf het einde van de laatste onbalansverrekeningsperiode van de leveringsperiode.
- - **3.** De bieding redispatch bevat minimaal de volgende variabele kenmerken:
- - **a.** de prijs in €/MWh;
- - **b.** de locatie met EAN-code(s);
- - **c.** het vermogen in MW per onbalansverrekeningsperiode;
- - **d.** de richting;
- - **e.** de leveringsperiode in onbalansverrekeningsperiode(s); en
- - **f.** het vermogen dat ten minste afgeroepen dient te worden.
- - **4.** De systeembeheerder specificeert bij elk op bieding redispatch gebaseerd product ten minste:
- - **a.** of dit beschikbaar is voor zowel één allocatiepunt als voor groepen van allocatiepunten;
- - **b.** of bij afroep van de bieding een onbalansaanpassing van de balanceringsverantwoordelijke van het allocatiepunt toegepast wordt, of dat de afroep als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke genomineerd wordt;
- - **c.** de wijze van activering door de systeembeheerder;
- - **d.** het tijdstip vanaf en tot welke biedingen gedaan kunnen worden; en
- - **e.** de wijze waarop de systeembeheerder de levering van het product valideert.
- - **5.** De systeembeheerder en de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener kunnen een contract aangaan voor redispatchcapaciteit. Een contract voor redispatchcapaciteit specificeert een plicht voor de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener om voor de duur van het contract op verzoek van de systeembeheerder biedingen redispatch te doen tegen de in het contract overeengekomen voorwaarden.
Via stcrt-2026-24354-n1
- - **1** De transmissie- of distributiesysteembeheerder gebruikt een online platform naar eigen keuze ten behoeve van het inkopen van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand.
- - **2** De transmissie- of distributiesysteembeheerder gebruikt het platform als bedoeld in het eerste lid, voor het informeren over de aanbesteding van de inkoop van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand.
- - **3** De marktdeelnemer die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kan leveren, kan, na registratie bij de transmissie- of distributiesysteembeheerder op wiens systeem hij is aangesloten, biedingen doen voor het leveren en onttrekken van blindvermogen op afzonderlijke aansluitingen op de door systeembeheerder te bepalen locatie(s) of netdelen via het in het eerste lid bedoelde platform.
- - **4** De transmissie- of distributiesysteembeheerder deelt de gunningsbeslissing mee aan de marktdeelnemer die een bieding heeft gedaan als bedoeld in het vierde lid, via het platform als bedoeld in het eerste lid, en desgewenst door middel van een e-mail met gunningsbrief.
- - **5** Per veiling worden bij publicatie en, in geval van mutatie van de status onverwijld, minimaal de volgende gegevens beschikbaar gesteld:
- - **a.** de veilingdatum;
- - **b.** de veiling-ID, zijnde een uniek identificatienummer voor de veiling;
- - **c.** het contracttype, zijnde jaar of anders;
- - **d.** de gate-tijden:
- - **1°.** open: vanaf dit moment kunnen marktdeelnemers die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kunnen leveren, biedingen indienen;
- - **2°.** sluiten: tot dit moment kunnen marktdeelnemers die blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand leveren aan de systeembeheerder biedingen indienen;
- - **3°.** publiceren: het voorgenomen moment waarop de gunning onherroepelijk wordt;
- - **e.** de toe te kennen hoeveelheid blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand leveren/onttrekken, zijnde de maximaal te contracteren hoeveelheid blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand per richting per locatie;
- - **f.** de status, zijnde de actuele status van de aanbesteding:
- - **1°.** gepland: de veiling is gepland;
- - **2°.** gate open: de aanbesteding is open voor ontvangst van biedingen;
- - **3°.** gate gesloten: de aanbesteding is gesloten;
- - **4°.** geannuleerd: de veiling is geannuleerd door de transmissie- of distributiesysteembeheerder;
- - **5°.** resultaten: de resultaten zijn vastgesteld en meegedeeld aan de marktdeelnemers;
- - **6°.** onder review: er is een mogelijke onvolkomenheid ontdekt die wordt onderzocht; resultaten kunnen nog niet worden meegedeeld; en
- - **g.** de contractperiode.
- - **6** Indien een veiling zoals bedoeld in het zesde lid, onvoldoende resultaat oplevert, kan de transmissie- of distributiesysteembeheerder binnen vier weken na die veiling een volgende veiling organiseren voor dezelfde contractperiode. In dat geval worden de marktdeelnemers die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kunnen leveren daarvan tijdig op de hoogte gesteld.
- - **7** Indien een veiling, als bedoeld in het zesde of zevende lid, niet tot voldoende resultaat leidt, kan de transmissie- of distributiesysteembeheerder bilateraal afspraken maken over de beschikbaar te stellen blindvermogenscapaciteit met marktdeelnemers die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kunnen leveren.
- - **8** Indien het platform als bedoeld in het eerste lid onvoorzien niet beschikbaar is, of indien er sprake is van een onvoorziene en plotselinge aanvullende behoefte aan blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand, kan de transmissie- of distributiesysteembeheerder besluiten om incidenteel af te wijken van de inkoopprocedure voor blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand, zoals omschreven in het eerste tot en met achtste lid.
Via stcrt-2026-26949
- - **1.** Er zijn tenminste twee synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van elk minimaal 200 MW op de locatie aanwezig die als onderdeel van de blackstartvoorziening kunnen worden ingezet. Ook als één elektriciteitsproductie-eenheid in onderhoud is, is te allen tijde minimaal 200 MW beschikbaar. Het voor de betreffende blackstartvoorziening overeengekomen minimum vermogen wordt in de overeenkomst inzake het leveren van de blackstartvoorziening vastgelegd. Indien de voorziening bestaat uit meerdere kleinere synchrone elektriciteitsproductie-eenheden, wordt de redundantie op andere wijze vastgesteld in overeenstemming met de transmissiesysteembeheerder waarbij altijd minimaal 200 MW beschikbaar is.
- - **2.** De blackstartvoorziening is binnen 4 uur na afroep door de transmissiesysteembeheerder in staat om met een of meer elektriciteitsproductie-eenheden te koppelen aan een spanningsloos deel van het systeem en vervolgens het vermogen, bedoeld in het eerste lid te leveren.
- - **3.** De blackstartvoorziening en de overeen te komen inschakelsectie zijn bestand tegen de inrush-stroom en -spanning als gevolg van het bijschakelen van de assets van de inschakelsectie. Indien direct inschakelen niet mogelijk is, is er een mogelijkheid om deze inschakelsectie op te spannen. In ieder geval wordt aan de tweede voorwaarde voldaan. De voorkeur gaat uit naar beide mogelijkheden.
- - **4.** De ingezette elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening regelen na het onder spanning brengen en belasten van de inschakelsectie op tot minimum stabiel vermogen. De hoogte van het minimale stabiele vermogen wordt in de overeenkomst inzake het leveren van de blackstartvoorziening vastgelegd. De benodigde tijd hiervoor is afhankelijk van:
- - **a.** de opregelsnelheid. Deze is afhankelijk van de toestand (warm, koud) van de elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening. De opregelsnelheid bedraagt gemiddeld minimaal 4 MW per minuut.
- - **b.** de snelheid waarmee de desbetreffende systeembeheerder belasting bijschakelt.
- - **5.** Na het bereiken van het in het vierde lid bedoelde minimale stabiele vermogen, wordt het resterende vermogen door de transmissiesysteembeheerder gebruikt voor het verdere herstel van de elektriciteitsvoorziening. De eis genoemd in het vierde lid blijft hierbij van toepassing.
- - **6.** De telecommunicatie tussen de productielocatie van de blackstartvoorziening en de transmissiesysteembeheerder, tussen het bedrijfsvoeringscentrum behorende bij deze productielocatie en de transmissiesysteembeheerder alsmede tussen deze productielocatie en de desbetreffende systeembeheerder is gedurende de eerste 24 uur na het wegvallen van de elektriciteitsvoorziening gegarandeerd.
- - **7.** Er zijn op ieder moment voldoende gekwalificeerde medewerkers beschikbaar die de blackstartvoorziening kunnen bedienen. Bovendien worden de door de transmissiesysteembeheerder aangeboden bescherm- en hersteltrainingen gevolgd.
- - **8.** De blackstartvoorziening is in staat gedurende 24 uur na afroep onafgebroken in bedrijf te blijven. Dit betekent dus ook dat de brandstofvoorziening van de blackstartvoorziening 24 uur gegarandeerd is.
- - **9.** De blackstartvoorziening wordt jaarlijks getest, inclusief de in te schakelen en/of op te spannen systeemdelen.
- - **10.** De elektriciteitsproductie-eenheid van de blackstartvoorziening is in staat een spanningsloos systeem op gewenste spanning en frequentie te brengen en daarna het overeen te komen werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren. De verbonden elektriciteitsproductie-eenheid is in staat na het koppelen met de hoogspanningsrail onder regie van de transmissiesysteembeheerder op toerenregeling te blijven staan en daarna bij gekoppeld bedrijf (> 2500 MW) onder regie van de transmissiesysteembeheerder op vermogensregeling met frequentie-gevoeligheid overeenkomstig artikel 3.22, tweede lid, onderdeel c of artikel 13.5, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°.
- - **11.** De elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening zijn in staat werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren overeenkomstig artikel 3.27 of, ingeval van een elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in artikel 13.1, vierde lid, overeenkomstig het generatorbelastingdiagram van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid, tijdens het hele opregeltraject van 0 tot 100 % van het maximale vermogen en ook daarna. De belastingbijschakeling zal tot aan het minimale stabiele vermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid in nauw overleg plaatsvinden met de aangeslotene. Boven deze grens zal in stappen tot 5% van het maximaal vermogen worden bijgeschakeld. De hoeveelheid te leveren blindvermogen ligt bij elke netspanning en opgewekt werkzaam vermogen, in de range van minimaal 110 Mvar leveren tot minimaal 80 Mvar ontvangen. Indien de blackstartvoorziening invoedt op een kabel en het blindvermogen van de kabel wordt niet gecompenseerd, wordt het minimaal vereiste capacitieve bereik van 80 Mvar verhoogd ter grootte van het blindvermogen van de kabel bij nominale spanning.
- - **12.** De voorziene niet-beschikbaarheid ten behoeve van onderhoud aan de startvoorziening van de blackstartvoorziening duurt niet langer dan 8 dagen per jaar en wordt in overleg met de transmissiesysteembeheerder ingepland.
- - **13.** De voorziene niet-beschikbaarheid van elk van de verbonden elektriciteitsproductie-eenheden duurt niet langer dan 5 weken per jaar en wordt in overleg met de transmissiesysteembeheerder ingepland.
- - **14.** Indien de voorziening bestaat uit twee verbonden elektriciteitsproductie-eenheden en indien beide verbonden elektriciteitsproductie-eenheden beschikbaar zijn, dient de tweede verbonden elektriciteitsproductie-eenheid binnen twee uur nadat de eerste verbonden elektriciteitsproductie-eenheid op het systeem is geschakeld parallel te zijn en vervolgens te kunnen opregelen tot het overeen te komen vermogen volgens het eerste lid.
- - **15.** Indien de voorziening bestaat uit meerdere kleinere synchrone elektriciteitsproductie-eenheden, kunnen de resterende beschikbare elektriciteitsproductie-eenheden op het systeem geschakeld worden binnen twee uur na het onder spanning brengen van het systeem, en kunnen zij vervolgens opregelen tot het overeen te komen vermogen.
- - **16.** Indien de blackstartvoorziening bij een blackout in eilandbedrijf raakt, wordt het herstelproces stabiel via eilandbedrijf of door middel van een blackstart uitgevoerd binnen de genoemde criteria.
- - **17.** Indien de blackstartvoorziening bij een blackout stil staat of geheel van het systeem gescheiden wordt, wordt de blackstart uitgevoerd binnen de genoemde criteria.
Via stcrt-2026-24354-n1

Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt, worden ingedeeld in profielcategorie E1A, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
- - **2.** Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
- - **3.** Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
- - **4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid worden aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting, behoudens aansluitingen die op grond art 2.46 eerste lid, onderdeel a van de Energiewet niet zijn voorzien van een comptabele meetinrichting, ingedeeld in profielcategorie E4A.
- - **5.** In aanvulling op het vierde lid wordt een aansluiting tevens ingedeeld in de profielcategorie E4A indien:
- - **a.** de aangeslotene de systeembeheerder een bestuurdersverklaring verstrekt waarin door de bestuurder van de beheerder van een op de aansluiting aangesloten installatie voor openbare verlichting of een door hem daartoe gemachtigd persoon, wordt verklaard dat op een op de aansluiting aangesloten installatie voor openbare verlichting uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen verlichting, zoals ten behoeve van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze op dezelfde wijze geschakeld worden, en;
- - **b.** de aansluiting voorzien is van een comptabele meetinrichting.
- - **6.** Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt worden ingedeeld in profielcategorie E2A, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
- - **7.** Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, worden ingedeeld in profielcategorie E2B, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** De systeembeheerder bepaalt dagelijks, voor 10:00 uur, per etmaal waarvoor hij meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid vaststelt, per profielcategorie de profielfracties per systeemgebied, per energierichting volgens de werkwijze vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas.
- - **2.** De systeembeheerder stelt de overeenkomstig het eerste lid bepaalde profielfracties voor 10:00 uur beschikbaar aan balanceringsverantwoordelijken, leveranciers en de transmissiesysteembeheerder.
- - **3.** Indien de systeembeheerder niet uiterlijk om 10:00 uur voor een profielcategorie de profielfracties per systeemgebied heeft bepaald, hanteert de systeembeheerder de door het in bijlage B1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas bedoelde platform vastgestelde standaardprofielen voor de desbetreffende profielcategorie.
- - **4.** De systeembeheerder meldt het gebruik van standaardprofielen voor 10:00 uur aan de balanceringsverantwoordelijken, de leveranciers en de transmissiesysteembeheerder.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de som van het volume voor afname, per balanceringsverantwoordelijke en per leverancier voor alle allocatiepunten van aansluitingen met de allocatiemethode “slimme-meter-allocatie” waarvan de uitgelezen meterstanden niet compleet of niet valide zijn overeenkomstig artikel 10.17, vierde lid, volgens de formule:
[berekende volume SMA afname]BRP,LV = Σ (- PFAPC x SJABRP, LV,PC,TP)
waarin:
PFAPC = de profielfractie afname van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode
SJABRP, LV,PC, TP = de standaardjaarafname van de allocatiepunten voor het desbetreffende systeemgebied van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie en de betreffende tariefperiode.
- - **2.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de som van het volume voor invoeding, per balanceringsverantwoordelijke en per leverancier voor alle allocatiepunten van aansluitingen met de allocatiemethode “slimme-meter-allocatie” waarvan de uitgelezen meterstanden niet compleet of niet plausibel zijn overeenkomstig artikel 10.17, vierde lid, volgens de formule:
[berekende volume SMA invoeding]BRP,LV = Σ PFIPC x SJIBRP, LV,PC,TP
waarin:
PFIPC = de profielfractie invoeding van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode.
SJIBRP, LV,PC,TP = de standaardjaarafname van de allocatiepunten voor het desbetreffende systeemgebied van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie en de betreffende tariefperiode.
- - **3.** Indien de uitgelezen meterstanden niet volledig aaneengesloten zijn, berekent de systeembeheerder, in afwijking van het eerste en tweede lid, het volume voor afname en invoeding van een allocatiepunt door middel van interpolatie aan de hand van profielfracties.
Via stcrt-2026-24354-n1
- - **1.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de veronderstelde geprofileerde afname (VGA) per balanceringsverantwoordelijke (BRP), per leverancier (LV), per profielcategorie (PC), per systeemgebied van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule:
VGABRP,LV,PC = – PFAPC × Σ SJABRP,LV,PC,TP
waarin:
PFAPC = de profielfractie afname van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode.
Σ SJABRP,LV,PC,TP = de som van de standaardjaarafname van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied en de betreffende tariefperiode.
- - **2.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de veronderstelde geprofileerde invoeding (VGI) per BRP, per leverancier (LV), per profielcategorie (PC), per systeemgebied van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule:
VGIBRP,LV,PC = PFIPC × Σ SJIBRP LV,PC,TP
waarin:
PFIPC = de profielfractie invoeding van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode.
Σ SJIBRP LV,PC,TP = de som van de standaardjaarinvoeding van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied en de betreffende tariefperiode.
- - **3.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) per systeemgebied, door de absolute waarden van alle veronderstelde geprofileerde afname’s (VGA) bepaald overeenkomstig het eerste lid en de absolute waarden van alle veronderstelde geprofileerde invoedingen (VGI) bepaald overeenkomstig het tweede lid te sommeren.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Openbare verlichting
- - **1.1** In het geval de aansluiting van een installatie voor openbare verlichting op grond van artikel 2.22, eerste lid of artikel 2.23, eerste lid, niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder de volgende gegevens:
- - **a.** het aantal lampen (inclusief voorschakelapparatuur) behorende tot de installatie;
- - **b.** het vermogen per lamp (inclusief voorschakelapparatuur);
en per door de systeembeheerder aan te geven tijdvak, voor zover van toepassing, vooraf:
- - **c.** het brandschema (inclusief onderhoud);
- - **d.** de tijden dat de installatie wordt gedimd en het vermogen van de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) in gedimde situatie.
- - **1.2** De systeembeheerder stelt op basis van de in 1.1 bedoelde gegevens het belastingprofiel van de installatie vast en geeft de aangeslotene desgevraagd inzage in het rekenmodel of de berekening.
- - **1.3** De systeembeheerder stelt, na overleg met de aangeslotene, indien in het in 1.2 bedoelde belastingprofiel geen rekening is gehouden met aan de installatie uit te voeren onderhoud, een toeslag vast op het in 1.2 bedoelde belastingprofiel.
- - **1.4** In afwijking van 1.3 houdt de systeembeheerder, zo mogelijk en indien gewenst, rechtstreeks rekening met het opgegeven onderhoudsprogramma bij het vaststellen van het in 1.2 bedoelde belastingprofiel.
- - **1.5** De aangeslotene houdt voor de systeembeheerder een technische administratie bij en geeft de systeembeheerder hierin desgevraagd inzage. In deze administratie worden in elk geval de volgende gegevens opgenomen:
- - **a.** de locatie van de lampen (inclusief voorschakelapparatuur), en;
- - **b.** per type lamp (inclusief voorschakelapparatuur) het aantal en het vermogen.
- - **1.6** De aangeslotene houdt de in 1.5 bedoelde administratie actueel.
- - **1.7** Op het belastingprofiel, bedoeld in 1.2, 1.3 respectievelijk 1.4, zijn, voor zover van toepassing, de artikelen 10.17 en 10.21 van kracht.
- - **1.8** De aangeslotene, bedoeld in 1.1, toont desgevraagd door middel van een bestuurdersverklaring van de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende installatie of een door hem daartoe gemachtigd persoon, de juistheid en de volledigheid van de in 1.1, onderdelen a tot en met d, en 1.5 bedoelde informatie aan.
- - **1.9** Indien de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) voor openbare verlichting zich niet direct achter de aansluiting bevinden, maar deel uitmaken van een installatie voor openbare verlichting, blijkt uit de in 1.8 genoemde bestuurdersverklaring tevens dat op de desbetreffende installatie voor openbare verlichting uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen lampen (inclusief voorschakelapparatuur), zoals ten behoeve van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze op dezelfde wijze geschakeld worden.
- - **1.10** Indien naar het oordeel van de systeembeheerder redelijke twijfel bestaat over de juistheid en de volledigheid van de in 1.1, onderdelen a tot en met d, en 1.5 bedoelde informatie en van de in 1.8 bedoelde bestuurdersverklaring, overlegt de aangeslotene desgevraagd een extern audit-rapport aangaande de juistheid en de volledigheid van de in 1.1, onderdelen a tot en met d en 1.5 bedoelde informatie.
- - **1.1** In het geval de aansluiting van een installatie voor openbare verlichting op grond van artikel 2.22, eerste lid of artikel 2.23, eerste lid, niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder de volgende gegevens:
- - **2.** Overige onbemeten aansluitingen
- - **2.1** In het geval een aansluiting van een installatie, niet zijnde een installatie voor openbare verlichting, op grond van artikel 2.22, eerste lid of artikel 2.23, eerste lid niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder het vermogen van de installatie, zowel in normale bedrijfstoestand als – voor zover van toepassing – in de situatie dat de installatie is gedimd respectievelijk buiten bedrijf is en per door de systeembeheerder aan te geven tijdvak – voor zover van toepassing – vooraf de tijden waarop de installatie zich in één van deze bedrijfstoestanden bevindt.
- - **2.2** De systeembeheerder stelt op basis van de in 2.1 bedoelde gegevens het belastingprofiel voor de installatie vast en geeft de aangeslotene desgevraagd inzage in het rekenmodel of de berekening daarvoor.
- - **2.3** In afwijking van 2.2 kan de systeembeheerder het belastingprofiel van de installatie vaststellen op basis van het vermogen van de installatie in de normale bedrijfstoestand en de invloed van het dimmen en van het buiten bedrijf zijn van de installatie daarbij verdisconteren in een vaste reductiefactor.
- - **2.4** De aangeslotene houdt voor de systeembeheerder een technische administratie bij en geeft de systeembeheerder hierin desgevraagd inzage. In deze administratie worden in elk geval de volgende gegevens opgenomen:
- - **a.** de locatie van de betreffende installaties, en;
- - **b.** het vermogen, zowel in normale bedrijfstoestand als – voor zover van toepassing – in de situatie dat de installatie is gedimd respectievelijk buiten bedrijf is.
- - **2.5** De aangeslotene houdt de in 2.4 bedoelde administratie actueel.
- - **2.6** Op het belastingprofiel bedoeld in 2.2 respectievelijk 2.3 zijn - voor zover van toepassing – de artikelen 10.17 en 10.21 van kracht.
- - **2.7** De aangeslotene, zoals bedoeld in 2.1, toont desgevraagd door middel van een bestuurdersverklaring van de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende installatie of een door hem daartoe gemachtigde persoon, de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie aan.
- - **2.8** Indien naar het oordeel van de systeembeheerder redelijke twijfel bestaat over de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie en van de in 2.7 bedoelde bestuurdersverklaring, overlegt de aangeslotene desgevraagd een extern audit-rapport aangaande de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de restantvolumecorrectiefactor (RCF) door de waarde één te verminderen met het quotiënt van het overeenkomstig artikel 10.17, zevende lid bepaalde restantvolume (REV) en het overeenkomstig bijlage 14, derde lid, bepaalde totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) en het in bijlage 17 bepaalde deel van de systeemverliezen dat veroorzaakt wordt door het totale veronderstelde systeemverlies onbetaald verbruik (VSOVB) volgens de formule:
RCF = 1 – (REV / (TVGV + VSOVB))
- - **2.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde afname (GGA) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule:
GGABRP,LV,PC = VGABRP, LV,PC × RCF
waarin:
VGABRP,LV,PC = de overeenkomstig bijlage 14, eerste lid vastgestelde veronderstelde geprofileerde afname voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de desbetreffende leverancier en de betreffende profielcategorie
RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumecorrectiefactor
- - **3.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde invoeding (GGI) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule:
GGIBRP,LV,PC = VGIBRP,LV,PC × ( 2 – RCF )
waarin:
VGIBRP,LV,PC = de overeenkomstig het Bijlage 14, tweede lid vastgestelde veronderstelde geprofileerde invoeding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier en de betreffende profielcategorie
RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumevolumecorrectiefactor.
Via stcrt-2026-12571
- - **1.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het totale veronderstelde volume systeemverlies onbetaald verbruik (VSOVB) per systeemgebied, door de absolute waarde van het veronderstelde volume systeemverlies onbetaald verbruik afname (VSOVBA) en de absolute waarde van het veronderstelde volume systeemverlies onbetaald verbruik invoeding (VSOVBI) te sommeren.
- - **2.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het gecorrigeerde volume systeemverlies afname (GSA) volgens de formule:
GSA = (VSA – VSOVBA) + (VSOVBA x RCF)
waarin:
RCF = overeenkomstig de in bijlage 16, eerste lid, bepaalde restantvolumecorrectiefactor,
GSA = gecorrigeerd systeemverlies afname,
VSA = verondersteld systeemverlies afname,
VSOVBA = het deel van het VSA dat veroorzaakt wordt door onbetaald verbruik.
- - **3.** De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het gecorrigeerde volume systeemverlies invoeding (GSI) volgens de formule:
GSI = (VSI – VSOVBI) + (VSOVBI x (2 – RCF))
waarin:
RCF = de overeenkomstig de in bijlage 16, eerste lid, bepaalde restantvolumecorrectiefactor,
GSI = gecorrigeerd systeemverlies invoeding,
VSI = verondersteld systeemverlies invoeding,
VSOVBI = het deel van de VSVI dat veroorzaakt wordt door onbetaald verbruik.
Via stcrt-2026-12571
- - **1.** De systeembeheerder kan op twee manieren zorgen voor de voor reconciliatie benodigde gegevens:
- - **a.** via het veiligstellen van de basisgegevens om later alles uit te kunnen rekenen, of
- - **b.** via het veiligstellen van de procesgegevens om daarmee op het moment van het toekennen van de volumes de gegevens die uiteindelijk nodig zijn bij reconciliatie te kunnen berekenen. (bijlage 19 is gebaseerd op de in dit onderdeel beschreven manier.)
- - **2.** In onderstaande tabellen zijn voor beide manieren uit het eerste lid de benodigde gegevens weergegeven. Voor de inrichting van systemen van de systeembeheerder wordt onderscheid gemaakt naar:
- - **a.** Groep I: Profiel- /rekenregelgebonden gegevens, deze gegevens worden niet per aansluiting bijgehouden
- - **b.** Groep II: Aansluiting gebonden gegevens.
**Tabel 1** 1 Basisgegeven Groep I Groep II A profielfracties van de profielen X B de definitieve restantvolumecorrectiefactor per onbalansverrekeningsperiode in zijn (deel)gebied X C het definitieve totaal volume voor afname en het definitieve totaaal volume voor invoeding van allocatiepunten met profielallocatie per onbalansverrekeningsperiode in zijn (deel)gebied X D de historie op het aansluitingenregister betreffende de volgende items: D1 de standaardjaarafnames en standaardjaarinvoedingen met begin en eventuele einddatum X D2 de profielcategorie met begin en eventuele einddatum X D3 de leverancier en balanceringsverantwoordelijkemet begin en eventuele einddatum X X F de vastgestelde meterstanden met de datum X G een indicatie per meterstand of de bijbehorende afname dan wel invoeding reeds gereconcilieerd is X **Tabel 2** 2 Proces gegeven Groep I Groep II A de definitieve Gecorrigeerd geprofileerde afname en invoeding per dag per tariefperiode per aangeslotene X B aan welke leverancier en balanceringsverantwoordelijke de Geprofileerde afname en invoeding zijn toegerekend X C toekenning werkelijke afname en invoeding per maand per tariefperiode per aangeslotene per leverancier en balanceringsverantwoordelijke X D de meterstanden die reeds zijn gereconcilieerd moeten herkenbaar zijn X - - **3.** De gegevens voor reconciliatie worden:
- - **a.** per balanceringsverantwoordelijke en per leverancier vastgehouden; en
- - **b.** alleen naar de balanceringsverantwoordelijke verzonden.
- - **4.** Na het definitief worden van de laatste gegevens van een maand kan door de systeembeheerder een verdere sommatie worden uitgevoerd, waarbij rekening moet worden gehouden met een splitsing van deze gegevens van voor en na de datum van vaststelling van meterstanden, of wijziging van balanceringsverantwoordelijke, leverancier, standaardjaarafname, standaardjaarinvoeding of profielcategorie.
- - **5.** Na zeventien maanden geldt dat de som van de geprofileerde afnames en de som van de geprofileerde invoedingen in de reconciliatieberichten per tariefperiode gelijk zijn aan de som van deze periode in de berichten van de balanceringsverantwoordelijken die in de uiteindelijke onbalans verrekend zijn. De periode van zeventien maanden begint met de eerste maand na maand M+3, bedoeld in artikel 10.26, eerste lid.
Via stcrt-2026-4089
Het reconciliatie proces kent de volgende stappen:
- - **1.** Berekenen van het te reconciliëren volume per allocatiepunt.
- - **2.** Het te reconciliëren volume sommeren naar balanceringsverantwoordelijke.
- - **3.** Het te reconciliëren volume m.b.t. tot de systeemverliezen bepalen.
- - **4.** Bericht met de te reconciliëren volumes per balanceringsverantwoordelijke naar de transmissiesysteembeheerder sturen.
- - **5.** Sommatie ontvangen gegevens van de systeembeheerders naar balanceringsverantwoordelijke.
- - **6.** Het berekenen van de gemiddelde gewogen day-aheadclearingprijs per maand voor normaaluren en laaguren.
- - **7.** Per balanceringsverantwoordelijke de financiële verrekening maken.
In de volgende paragrafen komen een aantal formules voor. Daarbij zijn de volgende symbolen gebruikt.
V = volume
N = normaaluren
L = laaguren
- - **1.1** De systeembeheerder bepaalt het te reconciliëren volume per maand, per tariefperiode, per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier.
- - **1.2** Het te reconciliëren volume is het verschil tussen het toegerekende volume op basis van de profielenmethodiek en het vastgestelde volume.
- - **1.3** De systeembeheerder hanteert in de artikelen 1.4 tot en met 1.6 de profielfracties die gecorrigeerd zijn voor de restantvolumecorrectiefactor.
- - **1.4** De systeembeheerder verdeelt het vastgestelde verbruik per tariefperiode naar de maanden waarover het verbruik heeft plaatsgevonden op basis van de verhouding van de profielfracties voor de betreffende maand ten opzichte van de totale profielfracties voor de betreffende verbruiksperiode.
- - **1.5** Indien het vastgestelde verbruik geen onderscheid in tariefperiode kent, splitst de systeembeheerder het vastgestelde verbruik naar tariefperiode op basis van de verhouding van de profielfracties voor normaaluren respectievelijk laaguren ten opzichte van de totale profielfracties voor de betreffende verbruiksperiode.
- - **1.6** Indien de aangeslotene beschikt over meetinrichting waarbij het schakelmoment afwijkt van het schakelmoment van profielcategorie E1B, corrigeert de systeembeheerder de toewijzing alsof het schakelmoment gelijk was aan het schakelmoment van de profielcategorie E1B.
- - **1.7** De systeembeheerder bepaalt het aan de desbetreffende allocatiepunt toegerekende volume per maand en per tariefperiode met gebruikmaking van de gegevens zoals opgenomen in bijlage 18.
- - **1.8** Na bepaling van het vastgestelde en toegerekende volume per maand, berekent de systeembeheerder het te reconciliëren volume per maand gesplitst per tariefperiode door het verschil tussen het vastgestelde en toegerekende volume te bepalen.
- - **2.1** Na allocatie per kalendermaand per balanceringsverantwoordelijke het te reconciliëren volume per tariefperiode bepalen:

Bovenstaande berekening wordt zowel voor normaaluren als laaguren gedaan.
- - **3.1** Nadat per balanceringsverantwoordelijke is bepaald hoeveel volume te verrekenen is, kan het te reconciliëren systeemverlies berekend worden.

Bovenstaande berekening wordt zowel voor normaaluren als laaguren gedaan.
- - **4.1** Het resultaat van de berekeningen in 2.1 en 3.1 wordt naar de transmissiesysteembeheerder verstuurd. Daarbij wordt het te reconciliëren volume m.b.t. de systeemverliezen apart vermeld.
De transmissiesysteembeheerder ontvangt van alle andere systeembeheerders een overzicht als bedoeld in 4. Daarna vindt er een sommatie naar balanceringsverantwoordelijke plaats. Dit vindt gescheiden plaats voor zowel normaaluren als laaguren.
Door de transmissiesysteembeheerder wordt de volgende berekening uitgevoerd:

De transmissiesysteembeheerder bepaalt per kalendermaand de volumegewogen reconciliatieprijs voor normaaluren en laaguren.
De transmissiesysteembeheerder bepaalt per kalendermaand de voor normaaluren en laaguren. De reconciliatieprijs per tariefperiode is gelijk aan de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode horende bij een tariefperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname) vermenigvuldigd met de reconciliatieprijs van de onbalansverrekeningsperiode, gedeeld door de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname). In formule:

Met behulp van deze prijs kan de financiële verrekening plaats vinden:

Day-ahead-clearingprijzen worden berekend met twee decimalen.
Volumes:
- - **–** In de uitwisseling met de transmissiesysteembeheerder worden alleen gehele getallen gebruikt.
- - **–** Op balanceringsverantwoordelijke-niveau is de som altijd exact gelijk aan nul.
Afronding vindt pas plaats in stap 3.
De prijs voor reconciliatie per onbalansverrekeningsperiode wordt als volgt berekend:

De transmissiesysteembeheerder bepaalt per maand de volumegewogen reconciliatieprijs zonder tariefperiode. De reconciliatieprijs is gelijk aan de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname) vermenigvuldigd met de reconciliatieprijs van de onbalansverrekeningsperiode, gedeeld door de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname). In formule:

Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
- - **a.** minimumhoeveelheid: 1 MW;
- - **b.** maximumhoeveelheid: 999 MW;
- - **c.** deactiveringsperiode: gelijk aan de op- of afregelperiode;
- - **d.** de geldigheidsduur: één onbalansverrekeningsperiode;
- - **e.** wijze van activering: automatisch;
- - **f.** leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
- - **g.** ramping rate: minimaal 20% per minuut;
- - **2.** Een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve is deelbaar.
- - **3.** De balanceringsdienstverlener kan met een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve geen minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering vereisen.
- - **4.** De balanceringsdienstverlener geeft in de bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve uitdrukking aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
- - **a.** prijs van de bieding: €/MWh;
- - **b.** locatie: EAN-code;
- - **c.** vermogen: MW;
- - **d.** ramping rate: % per minuut.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve aanbieden met een contract voor de door de transmissiesysteembeheerder in de uitvraag te specificeren duur. De maximale contractduur voor balanceringscapaciteit bedraagt één dag.
- - **2.** Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve aanbieden met een contract voor:
- - **a.** opregelen;
- - **b.** afregelen.
- - **3.** Contracten balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve specificeren een plicht voor de balanceringsdienstverlener om elke onbalansverrekeningsperiode voor de duur van het contract energiebiedingen in te dienen voor een met de transmissiesysteembeheerder overeengekomen vermogen.
- - **4.** De balanceringsdienstverlener geeft in de bieding balanceringcapaciteit automatische frequentieherstelreserve uitdrukking aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
- - **a.** prijs van de bieding: €/MW per uur;
- - **b.** locatie: EAN-code;
- - **c.** vermogen: MW;
- - **d.** duur tussen einde deactivatie en volgende activatie: default 0;
- - **e.** of het volume wel of niet verdeelbaar is, met een minimum granulariteit van 1 MW.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit noodvermogen aanbieden met een contract voor de door de transmissiesysteembeheerder in de uitvraag te specificeren duur. De maximale contractduur voor balanceringscapaciteit bedraagt één dag.
- - **2.** Contracten balanceringscapaciteit noodvermogen specificeren een plicht voor de balanceringsdienstverlener om elke onbalansverrekeningsperiode voor de duur van het contract overeenkomstig de voorschriften van bijlage 23 energiebiedingen in te dienen voor een met de transmissiesysteembeheerder overeengekomen vermogen.
- - **3.** Het contract kan een minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering en een maximale inzetduur bepalen. Het opnemen van een minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering of het opnemen van een maximale inzetduur kan alleen als tijdens de prekwalificatie van de betreffende middelen aangetoond wordt dat daartoe een technische noodzaak bestaat.
- - **4.** Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit noodvermogen aanbieden met een contract voor:
- - **a.** opregelen;
- - **b.** afregelen.
- - **5.** De prijs van een bieding balanceringscapaciteit noodvermogen wordt gespecificeerd in €/MW per uur met een prijsresolutie van € 0,01/MW per uur. Biedingen met een negatieve prijs worden niet geaccepteerd.
- - **6.** De balanceringsdienstverlener moet in de bieding balanceringscapaciteit noodvermogen uitdrukking geven aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
- - **a.** de prijs van de bieding: €/MW per uur;
- - **b.** de locatie: EAN-code;
- - **c.** het vermogen: MW; en
- - **d.** of het volume wel of niet deelbaar is, met een minimum granulariteit van 1 MW.
Via stcrt-2026-4108
- - **1.** Een bieding balanceringsenergie noodvermogen voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
- - **a.** de minimumhoeveelheid: 1 MW;
- - **b.** de maximumhoeveelheid: 9999 MW;
- - **c.** de deactiveringsperiode: gelijk aan de volledige activeringstijd voor op- of afregelen;
- - **d.** de minimumduur van de leveringsperiode: 0 minuten, tenzij sprake is van vroegtijdige deactivering als bedoeld in onderdeel h voor opregelen of als bedoeld in onderdeel i voor afregelen;
- - **e.** de maximumduur van de leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
- - **f.** de geldigheidsduur: één onbalansverrekeningsperiode;
- - **g.** de wijze van activering: manueel door middel van berichtenverkeer;
- - **h.** de volledige activeringstijd voor opregelen: 15 minuten, waarbij deactivering tijdens de volledige activeringstijd vanwege een afnemende behoefte van de transmissiesysteembeheerder aan de inzet van noodvermogen mogelijk is;
- - **i.** de volledige activeringstijd voor afregelen: 15 minuten, waarbij deactivering tijdens de volledige activeringstijd vanwege een afnemende behoefte van de transmissiesysteembeheerder aan de inzet van noodvermogen mogelijk is;
- - **j.** de voorbereidingsperiode: 5 minuten;
- - **k.** de op- of afregelperiode: na afloop van de voorbereidingsperiode wordt een reactie verwacht die in de eerste minuut op basis van energiewaarden per vijf minuten waarneembaar moet zijn in kWh. Vervolgens dient de reactie tot aan het bereiken van de volledige activeringstijd een continu stijgende reeks van geleverde volumes te vormen, waarbij voor het inschatten hiervan op basis van energiewaarden per vijf minuten rekening wordt gehouden met de minuut waarin de activering heeft plaatsgevonden.
- - **2.** Een balanceringsdienstverlener kan in een bieding balanceringsenergie noodvermogen aangeven dat deze bieding ondeelbaar is met een maximum van 100 MW.
- - **3.** Een bieding kan vanaf de vastgestelde volledige activeringstijd vóór de start van de onbalansverrekeningsperiode waarvoor de bieding geldig is geactiveerd worden.
- - **4.** De prijs van een bieding balanceringsenergie noodvermogen wordt gespecificeerd in €/MWh met een prijsresolutie van € 0,01/MWh. Biedingen mogen een negatieve prijs hebben.
- - **5.** De balanceringsdienstverlener moet in de bieding balanceringsenergie noodvermogen uitdrukking geven aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
- - **a.** de prijs van de bieding: €/MWh;
- - **b.** de locatie: EAN-code;
- - **c.** het vermogen: MW; en
- - **d.** of het volume wel of niet deelbaar is.
Via stcrt-2026-4108
- - **1.** Een bieding balanceringsenergie MARI-product voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
- - **a.** de minimumhoeveelheid: 1 MW;
- - **b.** de maximumhoeveelheid: 9999 MW;
- - **c.** de deactiveringsperiode: gelijk aan de op- of afregelperiode;
- - **d.** de minimumduur van de leveringsperiode: 5 minuten;
- - **e.** de maximumduur van de leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
- - **f.** de geldigheidsduur: één onbalansverrekeningsperiode, waarbij een geplande activering plaatsvindt 7,5 minuut voorafgaand aan de geldigheidsduur, en een direct activatie gedurende de 15 minuten daarna;
- - **g.** de wijze van activering: manueel door middel van berichtenverkeer;
- - **h.** de leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
- - **i.** de voorbereidingstijd: 2,5 minuten;
- - **j.** de op- en afregelsnelheid: 10% per minuut, startend na de voorbereidingstijd.
- - **2.** Een bieding balanceringsenergie MARI-product is deelbaar.
- - **3.** De balanceringsdienstverlener kan met een bieding balanceringsenergie MARI-product geen minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering vereisen.
- - **4.** De balanceringsdienstverlener geeft in de bieding balanceringsenergie MARI-product uitdrukking aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
- - **a.** de prijs van de bieding: €/MWh;
- - **b.** de locatie: EAN-code; en
- - **c.** het vermogen: MW.
- - **5.** Een balanceringsdienstverlener kan optioneel aangeven of een bieding balanceringsenergie voor het MARI-product ingezet kan worden als direct activeerbaar product.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** De transmissiesysteembeheerder richt een online platform in ten behoeve van het contracteren van balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve en balanceringscapaciteit noodvermogen.
- - **2.** De transmissiesysteembeheerder gebruikt het in het eerste lid bedoelde platform voor het informeren van balanceringsdienstverleners over tenders die op hen op basis van prekwalificatiestatus per product van toepassing zijn.
- - **3.** De balanceringsdienstverlener ontvangt ter gelegenheid van zijn erkenning als balanceringsdienstverlener als bedoeld in artikel 10.43, eerste lid, een login voor de webportal behorende bij het in het eerste lid bedoelde platform.
- - **4.** De balanceringsdienstverlener kan biedingen doen voor producten waarvoor hij geprekwalificeerd is via het in het derde lid bedoelde webportal.
- - **5.** De transmissiesysteembeheerder deelt de gunningsbeslissing aan de desbetreffende balanceringsdienstverlener mee via het in het eerste lid bedoelde platform en desgewenst door middel van een e-mail met gunningsbrief.
- - **6.** Indien gewenst kan de balanceringsdienstverlener een implementatie doen om te kunnen communiceren met het in het eerste lid bedoelde platform zonder de in het derde lid bedoelde webportal te gebruiken. Indien noch de in dit lid bedoelde implementatie noch de in het derde lid bedoelde webportal beschikbaar is, kan de balanceringsdienstverlener zijn bieding door middel van een door de transmissiesysteembeheerder verstrekt biedformulier in Excel-format bij de transmissiesysteembeheerder indienen tot uiterlijk het tijdstip genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdeel 2°. Het biedformulier wordt op aanvraag van de balanceringsdienstverlener, specifiek voor de betreffende frequentieherstelreserves-veiling, verstrekt door de transmissiesysteembeheerder. Aanvraag kan geschieden per e-mail of telefoon.
- - **7.** Per frequentieherstelreserves-veiling worden bij publicatie en, in geval van mutatie van de status onverwijld, minimaal de volgende gegevens beschikbaar gesteld:
- - **a.** de veilingdatum;
- - **b.** de veiling ID, zijnde een uniek identificatienummer voor de veiling;
- - **c.** het contracttype, zijnde dag of anders;
- - **d.** de gate-tijden:
- - **1°.** open: vanaf dit moment kunnen balanceringsdienstverleners biedingen indienen;
- - **2°.** sluiten: tot dit moment kunnen balanceringsdienstverleners biedingen indienen;
- - **3°.** publiceren: het voorgenomen moment waarop de gunning onherroepelijk wordt;
- - **e.** de toe te kennen hoeveelheid frequentieherstelreserves opregelen / afregelen, zijnde de totaal te contracteren hoeveelheid frequentieherstelreserves per richting;
- - **f.** de status, zijnde de actuele status van de tender:
- - **1°.** gepland: de veiling is gepland, de volumes zijn onder voorbehoud van wijziging;
- - **2°.** firm: de volumes zijn vastgesteld;
- - **3°.** gate open: de tender is open voor ontvangst van biedingen;
- - **4°.** gate gesloten: de tender is gesloten, de resultaten worden berekend;
- - **5°.** geannuleerd: de veiling is geannuleerd door de transmissiesysteembeheerder;
- - **7°.** resultaten: de resultaten zijn vastgesteld en meegedeeld aan de deelnemers;
- - **8°.** onder review: er is een mogelijke onvolkomenheid ontdekt die wordt onderzocht; definitieve resultaten kunnen nog niet worden meegedeeld;
- - **g.** de contractperiode;
- - **h.** de toegestane producten in de veiling;
- - **i.** de leveringsperiode, zijnde het tijdvenster binnen de contractperiode waarin de gevraagde capaciteit gecontracteerd zal worden;
- - **j.** de beperkingen in het te contracteren vermogen per aanbieder (in MW):
- - **1°.** het minimum, zijnde het minimale vermogen dat een balanceringsdienstverlener op ieder moment gecontracteerd dient te hebben. Onder voorwaarde dat het totale aanbod voldoende is om de hoeveelheid, bedoeld in onderdeel e, toe te kennen, worden aanbiedingen onder dit minimum niet meegewogen in de gunningsbeslissing;
- - **2°.** het maximum, zijnde het maximale vermogen dat een balanceringsdienstverlener op ieder moment gecontracteerd mag hebben. Onder voorwaarde dat het totale aanbod voldoende is om de hoeveelheid, bedoeld in onderdeel e, toe te kennen, worden aanbiedingen boven dit maximum niet meegewogen in de gunningsbeslissing;
- - **k.** het te gunnen vermogen per product (in MW), zijnde de minimale hoeveelheid van het betreffende product dat gegund dient te worden.
- - **8.** Biedingen voor balanceringscapaciteit zijn geldig tot 1 uur na het tijdstip genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdeel 4°.
- - **9.** Indien balanceringsdienstverleners niet uiterlijk op de tijden genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdelen 3° en 4° kunnen worden geïnformeerd over respectievelijk de voorlopige en de onherroepelijke resultaten, geldt de volgende uitzondering:
- - **a.** indien de vertraging korter is dan 1 uur, worden de tijden genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdelen 3° of 4° met maximaal 1 uur opgeschort;
- - **b.** indien de vertraging langer is dan 1 uur, organiseert de transmissiesysteembeheerder later op de dag een nieuwe veiling.
- - **10.** Indien een veiling als bedoeld in het zevende lid, onvoldoende resultaat heeft, kan de transmissiesysteembeheerder later op de dag een volgende veiling organiseren voor dezelfde contract- en leveringsperiode. In dat geval worden de balanceringsdienstverleners daarvan tijdig op de hoogte gesteld.
- - **11.** Indien een volgende veiling als bedoeld in het tiende lid, eveneens niet tot voldoende resultaat leidt, kan de transmissiesysteembeheerder bilateraal afspraken maken met balanceringsdienstverleners over de beschikbaar te stellen balanceringscapaciteit.
- - **12.** Indien de omstandigheden daar, naar oordeel van de transmissiesysteembeheerder, kan de aanleiding toe geven transmissiesysteembeheerder besluiten om incidenteel af te wijken van de inkoopprocedure voor balanceringscapaciteit in de leden 1 tot en met 11.
Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Productiemiddelen aangesloten op systemen lager dan 110 kV dienen aangesloten te blijven:
- - **a.** Pmax gedurende onbeperkte tijd in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (49,85 pu, 1,047 Hz), (49,85 pu, 0,95 Hz), (50 pu, 0,95 Hz), (50,15 pu, 0,95 Hz), (50,15 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz);
- - **b.** Pmax gedurende 15 minuten, vervolgens parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (49,5 pu, 1,04 Hz), (49,5 pu, 0,85 Hz), (50 pu, 0,85 Hz), (51 pu, 0,87 Hz), (51 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz);
- - **c.** 0,9 Pmax gedurende 10 seconden, vervolgens parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (48,5 pu, 1,02 Hz), (48,5 pu, 0,8 Hz), (50 pu, 0,8 Hz), (51 pu, 0,82 Hz), (51 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz);
- - **d.** parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (48 pu, 1,01 Hz), (48 pu, 0,8 Hz), (50 pu, 0,8 Hz), (51 pu, 0,82 Hz), (51 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz).

- - **2.** Productiemiddelen aangesloten op systemen gelijk aan of hoger dan 110 kV dienen aangesloten te blijven:
- - **a.** Pmax gedurende onbeperkte tijd in het vlak (50 pu, 1,1 Hz), (49,85 pu, 1,09625 Hz), (49,85 pu, 0,9 Hz), (50 pu, 0,9 Hz), (50,15 pu, 0,9 Hz), (50,15 pu, 1,1 Hz), (50 pu, 1,1 Hz);
- - **b.** Pmax gedurende 15 minuten, vervolgens parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,1 Hz), (49,5 pu, 1,0875 Hz), (49,5 pu, 0,85 Hz), (50 pu, 0,85 Hz), (51 pu, 0,87 Hz), (51 pu, 1,1 Hz), (50 pu, 1,1 Hz)’
- - **c.** 0,9 Pmax gedurende 10 seconden, vervolgens parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,1 Hz), (48,5 pu, 1,0625 Hz), (48,5 pu, 0,7 Hz), (50 pu, 0,7 Hz), (51 pu, 0,72 Hz), (51 pu, 1,1 Hz), (50 pu, 1,1 Hz);
- - **d.** parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,1 Hz), (48 pu, 1,05 Hz), (48 pu, 0,7 Hz), (50 pu, 0,7 Hz), (51 pu, 0,72 Hz), (51 pu, 1,1 Hz), (50 pu, 1,1 Hz).

Via stcrt-2026-4089
- - **1.** Voor de vaststelling van de vermogensinstellingen moet de elektriciteitsproductie-eenheid gedurende twee aaneengesloten uren het maximum-netto-vermogen leveren. Het gedurende deze periode geleverde netto vermogen wordt op vijf minuten-basis geregistreerd en vervolgens per half uur gemiddeld. De kleinste waarde van de halfuur-waarden is bepalend voor de vermogensinstellingen voor de hieronder vermelde sprongproeven.
- - **2.** De onder 2a. en 2b. beschreven proeven worden uitgevoerd zonder dode band.
- - **2a.** Bij één, in overleg met de transmissiesysteembeheerder vastgesteld, vermogenspunt tussen minimum-netto-vermogen en maximum-netto-vermogen moet in 30 seconden een vermogensafname van 5% van het maximum-netto-vermogen gerealiseerd worden bij een ingestelde statiek van 8% en een gesimuleerde frequentieverstoring van +200 mHz.
- - **2b.** Bij het onder 2a. vermelde vermogenspunt moet in 30 seconden een vermogenstoename van 5% van het maximum-netto-vermogen gerealiseerd worden bij een ingestelde statiek van 8% en een gesimuleerde frequentieverstoring van -200 mHz.
- - **2c.** Bij het onder 2a. vermelde vermogenspunt moet een gelijkmatig verlopende productieafname van 5% van het maximum-netto-vermogen gerealiseerd worden bij een ingestelde statiek van 8% en een gesimuleerde gelijkmatig toenemende frequentieverstoring van 0 mHz naar +200 mHz in 2 minuten. De vermogensafname moet een lineair verloop hebben en binnen 2,5 minuten volledig gerealiseerd zijn (30 seconden na-ijlend op gesimuleerde frequentieverloop).
- - **2d.** Bij het onder 2a. vermelde vermogenspunt moet een gelijkmatig verlopende productietoename van 5% van het maximum-netto-vermogen gerealiseerd worden bij een ingestelde statiek van 8% en een gesimuleerde gelijkmatig afnemende frequentieverstoring van 0 mHz naar -200 mHz in 2 minuten. De vermogenstoename moet een lineair verloop hebben en binnen 2,5 minuten volledig gerealiseerd zijn (30 seconden na-ijlend op gesimuleerde frequentieverloop).
- - **3.** De vermogenswijzigingen moeten worden bewerkstelligd via de regeling van de frequentiebegrenzingsreserves. Hiertoe zal een signaal dat overeenkomt met de vereiste frequentieverandering in het regelsysteem ingevoerd worden.
- - **4.** Na elke proef dient de elektriciteitsproductie-eenheid gedurende tenminste 15 minuten het tijdens de sprong bereikte aangepaste vermogen te leveren.
- - **5.** De proeven moeten worden uitgevoerd met alle generatoren in bedrijf.
- - **6.** De proeven worden onder toezicht van een door de transmissiesysteembeheerder aangewezen onafhankelijke instantie uitgevoerd. Deze instantie brengt aan de transmissiesysteembeheerder verslag uit over de beproevingsresultaten.
- - **7.** In het verslag worden ten minste vermeld:
- - **–** het maximum-netto-vermogen, herleid naar nominale omgevingscondities;
- - **–** de vermogensinstellingen waarbij de proeven zijn uitgevoerd, herleid naar nominale condities;
- - **–** de ingegeven frequentieverstoring;
- - **–** de procentuele vermogenstoename na 15 respectievelijk 30 seconden.
- - **8.** De transmissiesysteembeheerder beoordeelt de beproevingsresultaten en zendt de beoordeling tezamen met het beproevingsverslag aan de betrokken aangeslotene.
- - **1.** De elektriciteitsproductie-eenheid moet bij 85% van de nominale eigenbedrijfsspanning gedurende 15 minuten (of korter in het geval dat de elektriciteitsproductie-eenheid is voorzien van een automatisch geregelde eigen bedrijfstransformator) het vastgestelde maximum-netto-vermogen, bedoeld onder I.1, leveren bij de toegekende arbeidsfactor.
- - **2.** Aan de transmissiesysteembeheerder worden gerapporteerd:
- - **–** tijdstip van aanvang en beëindiging;
- - **–** spanning eigen bedrijfsrail als functie van de tijd;
- - **–** netto vermogen als functie van de tijd.
- - **1.** Bij levering van tenminste 80% van het vastgestelde maximum-netto-vermogen, bedoeld onder I.1, bij de arbeidsfactor die is overeengekomen met de systeembeheerder op wiens systeem de elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten, wordt de hoofdschakelaar van de eigen bedrijfsinstallatie geopend.
- - **2.** Na een periode van tenminste 1,5 seconden, ingaande op het moment dat de restspanning op de hoofdrails van het eigen bedrijf lager is dan 70% van de nominale waarde, wordt de schakelaar weer gesloten. Gedurende deze tijd mag de elektriciteitsproductie-eenheid niet door de beveiliging van het eigen bedrijf van het systeem worden gescheiden of tot stilstand komen.
- - **3.** De onder 2. genoemde tijd van 1,5 seconde is een sommatie van:
- - **–** de maximale kortsluitduur (300 ms);
- - **–** hersteltijd van de netspanning tot 85% na afschakeling van de kortsluiting;
- - **–** detectietijd van het minimum-spanningsrelais bij terugkerende spanning;
- - **–** tijdvertraging minimum spanningsrelais;
- - **–** schakeltijd van de schakelaar waarmee de elektriciteitsproductie-eenheid van het systeem wordt gescheiden;
- - **–** hersteltijd van de generatorspanning.
- - **4.** Aan de transmissiesysteembeheerder worden gerapporteerd:
- - **–** tijdstip van aanvang en beëindiging.
- - **–** spanning eigen bedrijfsrail als functie van de tijd.
- - **–** netto vermogen als functie van de tijd.
- - **1.** Bij levering van tenminste 85% van het onder vastgestelde maximum-netto-vermogen, bedoeld onder I.1, bij de toegekende arbeidsfactor, wordt de elektriciteitsproductie-eenheid met de schakelaar van het systeem gescheiden. Na één uur wordt de elektriciteitsproductie-eenheid parallel geschakeld met het systeem. Vervolgens dient de elektriciteitsproductie-eenheid na 30 minuten gedurende 1 uur stabiel minimum-vermogen aan het systeem te kunnen leveren.
- - **2.** Aan de transmissiesysteembeheerder worden gerapporteerd:
- - **–** tijdstip openen schakelaar;
- - **–** netto-vermogen als functie van de tijd;
- - **–** tijdstip synchronisatie per generator.
- - **1.** Aan de transmissiesysteembeheerder worden in aanvulling op de onder II.2, III.4 en IV.2 genoemde gegevens tevens gerapporteerd:
- - **–** elektrisch schema eigen bedrijfsinstallatie;
- - **–** datum dan wel data van uitvoering:
- - **–** beschrijving van de bedrijfssituatie voorafgaand aan de proeven;
- - **–** beschrijving van de uitvoering;
- - **–** overzicht van de schakelhandelingen;
- - **–** totaal opgenomen vermogen van het eigen bedrijf voor, na en tijdens de proeven;
- - **–** overzicht van de belangrijkste in bedrijf zijnde installaties van het eigen bedrijf (>100 kVA).
Via stcrt-2026-24354-n1
Gewijzigde artikelen
einde- d. zijn de artikelen 9.37, eerste lid, en 9.39 tot en met 9.41 van overeenkomstige toepassing;
- e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een synchrone condensor en de systeembeheerder de artikelen 12.1, 12.11 en 12.21, met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, van overeenkomstige toepassing.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing indien de synchrone condensor een volledig geïntegreerde systeemcomponent is.Via stcrt-2026-4089
einde11. Indien artikel 3.11, eerste lid, een kortere tijdsperiode toestaat dan het negende en tiende lid, prevaleert artikel 3.11, eerste lid.Via stcrt-2026-4089
einde5. De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om na een storing zo snel mogelijk de hoeveelheid werkzaam vermogen van voor de storing te leveren.Via stcrt-2026-4089
einde5. De power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximumcapaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):9. De power park module is op grond van het vijfde tot en met het achtste lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde P-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram.
toegevoegd:
einde10. Tenzij anders overeengekomen is de power park module in staat om snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG).Via stcrt-2026-4089
einde4. De tijdperiode voor de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel iv, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is niet meer dan 15 minuten. Afwijkingen worden overeengekomen en vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst of, waar van toepassing, in de overeenkomst voor blindvermogensuitwisseling.
5. De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om na een storing zo snel mogelijk de hoeveelheid werkzaam vermogen van voor de storing te leveren.Via stcrt-2026-4089
einde5. De tussen de aangeslotene en de transmissiesysteembeheerder overeengekomen parameters en instellingen van de componenten van het spanningsregel-systeem van de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
6. De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op transmissiesystemen met een spanningsniveau van 220 kV en hoger worden uitgerust met een PSS-functie om vermogensoscillaties te dempen, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel v, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG).
7. De tussen de transmissiesysteembeheerder en de aangeslotene overeengekomen technische capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om bij te dragen tot de rotorhoekstabiliteit onder storingsomstandigheden, als bedoeld in artikel 19, derde lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.Via stcrt-2026-4089
einde5. Indien de power park module via een transformator met een onder belasting verstelbare trappenschakelaar (on-line step changer) is aangesloten op een transmissiesysteem is de afwijking bedoeld in het derde lid en in artikel 3.17, derde en zevende lid, uitsluitend toegestaan gedurende de regelactie van de trappenschakelaar van de transformator.Via stcrt-2026-4089
einde5. Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.17, achtste en tiende tot en met zestiende lid, behalve het twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules. In het geval dat de vereiste waarde van sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning, als bedoeld in artikel 3.17, twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, leidt tot ongewenste activering van extra blindstroominjectie, kan de systeembeheerder een andere waarde overeenkomen met de aangeslotene die beschikt over een offshore-power park module en deze vastleggen in de aansluit- en transportovereenkomst.Via stcrt-2026-4089
einde5. Beperking van de mogelijkheid om blindvermogen op te wekken gebaseerd op het aantal actieve opwekkingseenheden mag niet van invloed zijn op het gedrag van de blindvermogen-regelaar binnen deze beperkte mogelijkheden.Via stcrt-2026-4089
einde4. Het HVDC-systeem aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC):6. Het HVDC-systeem aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het vierde en het vijfde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram als bedoeld in figuur 5 van bijlage IV bij artikel 20, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC):
toegevoegd:
einde7. De tijdsperiodes voor het HVDC-systeem om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn U-Q/Pmax-profiel worden overeengekomen tussen de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem en de transmissiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 20, derde lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). De overeengekomen tijdsperiodes worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.Via stcrt-2026-4089
einde4. De variatie van het blindvermogen, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), leidt niet tot een spanningsstap in het transmissiesysteem die groter is dan de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit de bepalingen van artikel 2.31.Via stcrt-2026-4089
einde7. Indien dat vereist is voor de spanningsstabiliteit komt de transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit op zee, in overleg met de transmissiesysteembeheerder met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module een profiel overeen met een groter blindvermogensbereik dan het gespecificeerde profiel in het zesde lid en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
8. De bijdrage van blindvermogen krijgt prioriteit, overeenkomstig artikel 40, derde lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), boven de bijdrage van werkzaam vermogen tijdens bedrijfsvoering bij lage of hoge spanning en bij storingen waarvoor fault-ride-through capaciteit vereist is.Via stcrt-2026-24354-n1
eindeVia stcrt-2026-24354-n1
einde - 2°. zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme; en
toegevoegd:
einde- d. de tariefstructuren, bedoeld in de artikelen 3.14, tweede lid, en 3.15, eerste lid, van de Tarievencode elektriciteit 2026, van toepassing zijn.Via stcrt-2026-17010
Via stcrt-2026-26949
einde4. Bij import of export van werkzaam vermogen van niet meer dan 25% van de maximale importcapaciteit is het toegestaan dat regionale systemen maximaal 10% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit exporteren naar het bovenliggende systeem indien dit geen aantoonbare knelpunten veroorzaakt in een van beide systemen; in geval van aantoonbare hinder treden beide systeembeheerders met elkaar in overleg en stellen een gezamenlijke analyse op met als doel maatregelen vast te stellen waarmee voldaan kan worden aan het gespecificeerde blindvermogensbereik.Via stcrt-2026-24354-n1
Via stcrt-2026-26949