Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 1

Vreemdelingenbesluit 2000

+11 toegevoegd 3 vervallen 88 gewijzigd

Je ziet 100 van de 102 wijzigingen.

Toegevoegde artikelen

Onverminderd de artikelen 6 en 7 van de Wet College voor de rechten van de mens is het College in verband met het onafhankelijk toezichtmechanisme bevoegd van zakelijke gegevens en bescheiden kopieën te maken en indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is het College bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. Onze Minister verleent de vreemdeling de in artikel 55.0a, derde lid, van de Wet bedoelde toestemming om een toegewezen geografisch gebied tijdelijk te verlaten in ieder geval om naar behoren gemotiveerde dringende en ernstige familiale redenen of om een noodzakelijke medische behandeling te ondergaan die niet beschikbaar is in het geografische gebied.
  2. 2. Het besluit tot inwilliging dan wel afwijzing van het verzoek om toestemming wordt objectief en onpartijdig genomen op basis van de merites van elk afzonderlijk geval. Bij afwijzing van het verzoek worden de redenen daartoe vermeld in het besluit.
  3. 3. De vreemdeling heeft geen toestemming nodig om afspraken met autoriteiten en rechterlijke instanties na te komen indien zijn aanwezigheid daarvoor vereist is. De vreemdeling stelt Onze Minister vooraf van dergelijke afspraken in kennis.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. Onze Minister waarborgt dat vreemdelingen in het geografische gebied waaraan zij zijn toegewezen, daadwerkelijk toegang hebben tot hun rechten uit hoofde van de Opvangrichtlijn en de procedurele waarborgen in het kader van de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet.
  2. 2. Onze Minister waarborgt dat het geografische gebied voldoende groot is, toegang biedt tot de noodzakelijke openbare infrastructuur en het de onvervreemdbare sfeer van het privéleven van de vreemdelingen niet aantast.
  3. 3. Indien is vastgesteld dat de vreemdeling in het geografische gebied geen daadwerkelijke toegang heeft gehad tot zijn rechten uit hoofde van de Opvangrichtlijn of de procedurele waarborgen in het kader van de procedure voor de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet, is de toewijzing van die vreemdeling aan dat gebied niet langer van toepassing.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. De vreemdeling aan wie een maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet is opgelegd, kan Onze Minister om opheffing daarvan verzoeken.
  2. 2. Indien het verzoek wordt afgewezen, worden de redenen daartoe vermeld in het besluit.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. Bij het in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a of 59b van de Wet of in vrijheidsontneming aan de grens houden op grond van artikel 6, derde lid, of artikel 6a van de Wet wordt rekening gehouden met zichtbare tekenen, verklaringen of gedragingen die erop wijzen dat de vreemdeling bijzondere opvangbehoeften heeft.
  2. 2. Indien bij een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend de beoordeling van bijzondere opvangbehoeften nog niet is afgerond, wordt zij onverwijld afgerond en wordt rekening gehouden met de resultaten ervan wanneer wordt besloten of de vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens moet worden voortgezet dan wel of de omstandigheden daaromtrent moeten worden aangepast.
  3. 3. Indien de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a of 59b van de Wet of de vrijheidsontneming aan de grens op grond van artikel 6, derde lid, of artikel 6a van de Wet de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de vreemdeling met bijzondere opvangbehoeften ernstig in gevaar zou brengen, wordt die vreemdeling niet in vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens gehouden.
  4. 4. Indien een vreemdeling die bijzondere opvangbehoeften heeft in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a of 59b van de Wet of in vrijheidsontneming aan de grens op grond van artikel 6, derde lid, of artikel 6a van de Wet wordt gehouden, wordt regelmatig toezicht op hem gehouden en krijgt hij tijdig de bijstand die gezien zijn specifieke situatie en zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid noodzakelijk is.
  5. 5. Het eerste, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de vreemdeling in vreemdelingenbewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 van de Wet, dan wel in vrijheidsontneming aan de grens wordt gehouden op grond van artikel 6, eerste en tweede lid of zesde lid, van de Wet, met dien verstande dat in die gevallen bijzondere aandacht wordt besteed aan de situatie van kwetsbare personen. In dringende medische zorg en essentiële behandeling van ziekte wordt voorzien.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. De maatregel waarbij de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet wordt opgelegd wordt gedagtekend en ondertekend; de maatregel wordt met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt. De vreemdeling wordt daarbij schriftelijk, in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, op de hoogte gebracht van de redenen van vreemdelingenbewaring en van de rechtsmiddelen die tegen oplegging van de maatregel openstaan, alsook van de mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen.
  2. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde of zesde lid, van de Wet en in situaties waarin de vreemdelingenbewaring van de vreemdeling op een andere wettelijke grondslag wordt voortgezet.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. De vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, een cel van de Koninklijke marechaussee, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Wet. Bij de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging.
  2. 2. Indien de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring een aanvang neemt op een politiebureau of in een cel van de Koninklijke marechaussee, wordt zodra dit redelijkerwijs mogelijk is de tenuitvoerlegging voortgezet in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 58, eerste lid, van de Wet.
  3. 3. Vreemdelingenbewaring gebeurt in de regel in gespecialiseerde bewaringsaccommodaties. Indien dergelijke accommodaties niet beschikbaar zijn en vreemdelingen in vreemdelingenbewaring worden gehouden in een gevangenis, worden zij afgescheiden van gewone gedetineerden. Op vreemdelingen die een verblijfsvergunning asiel hebben aangevraagd, zijn de artikelen 11, 12 en 13 van de herschikte Opvangrichtlijn van toepassing.
  4. 4. De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven zodra er geen grond meer aanwezig is.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. Gedurende de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel ingevolge de artikelen 6, tweede lid, 58, eerste lid, of 59, 59a of 59b, van de Wet, kan de vreemdeling voor korte duur naar elders worden gebracht, wanneer dit redelijkerwijs nodig is voor de toepassing van de Wet.
  2. 2. Van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek van de vreemdeling zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan diens naaste verwanten of aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is.
  3. 3. In geval de vrijheidsontnemende maatregel een minderjarige betreft wordt daarvan, zo daartoe de gelegenheid bestaat, ambtshalve zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over die minderjarige uitoefenen.

Via Stb. 2026, 128

Overeenkomstig door Onze Minister te geven algemene en bijzondere aanwijzingen stelt de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee Onze Minister onverwijld in kennis van de vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens dan wel het voortduren of verlengen daarvan.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. De aanwijzing bedoeld in de artikelen 57, eerste lid, en 58, eerste lid, van de Wet wordt zoveel mogelijk gegeven bij de beschikking waarbij de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen. De aanwijzing wordt met redenen omkleed.
  2. 2. Artikel 5.10 is van overeenkomstige toepassing indien de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, gegeven wordt bij afzonderlijke beschikking.

Via Stb. 2026, 128

  1. 1. Minderjarige vreemdelingen als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Opvangrichtlijn worden niet ondergebracht in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Alles wordt in het werk gesteld om minderjarige vreemdelingen zo kort mogelijk in vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens te houden, deze zo spoedig mogelijk op te heffen en hen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie te plaatsen.
  2. 2. Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in artikel 17 van de Terugkeerrichtlijn worden slechts in laatste instantie en voor een zo kort mogelijke periode in vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens gesteld.
  3. 3. Niet-begeleide minderjarigen verblijven in aan hen toegewezen ruimten waar zij afgescheiden gehuisvest zijn van volwassenen.
  4. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.

Via Stb. 2026, 128

Vervallen artikelen

Artikel 5.1a
  1. 1. Een vreemdeling als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Wet kan in bewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien:
    • - a. een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken, of
    • - b. de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.
  2. 2. Een vreemdeling als bedoeld in artikel 59b, eerste lid, van de Wet kan in bewaring worden gesteld omdat het belang van de openbare orde zulks vordert, indien een van de gronden als bedoeld in artikel 59b, eerste lid van de Wet zich voordoet. Artikel 5.1c is van toepassing.
  3. 3. Een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
  4. 4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, zesde lid, van de Wet.
  5. 5. Met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat met inachtneming van artikel 28 van de Dublinverordening, kan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd of kan hij in bewaring worden gesteld, indien:
    • - a. een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening; en
    • - b. een significant risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken.
Artikel 5.1b
  1. 1. Aan de voorwaarden voor inbewaringstelling, bedoeld in artikel 5.1a, eerste lid, of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 5.1a, vierde lid, is slechts voldaan indien ten minste twee van de gronden, bedoeld in het derde en vierde lid zich voordoen.
  2. 2. Aan de voorwaarden voor inbewaringstelling of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 5.1a, vijfde lid, wordt slechts voldaan indien ten minste twee van de gronden, bedoeld in het derde en vierde lid zich voordoen, waarvan ten minste één van de gronden, bedoeld in het derde lid.
  3. 3. Er is sprake van een zware grond voor inbewaringstelling of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel indien de vreemdeling:
    • - a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
    • - b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
    • - c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
    • - d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
    • - e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt met betrekking tot zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
    • - f. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;
    • - g. in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten;
    • - h. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van de Wet of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet;
    • - i. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
    • - j. aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, en zijn aanvraag met toepassing van de grensprocedure niet in behandeling is genomen, niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;
    • - k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
    • - l. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen, hem op zijn initiatief een termijn is gesteld om uit eigen beweging te vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek, en hij niet uit eigen beweging binnen deze termijn is vertrokken, dan wel
    • - m. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
  4. 4. Er is sprake van een lichte grond voor inbewaringstelling of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel indien de vreemdeling:
    • - a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;
    • - b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
    • - c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
    • - d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
    • - e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld; of
    • - f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen.
Artikel 5.1c
  1. 1. De grond voor bewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet, is aanwezig, indien de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend is en zich ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, voordoen.
  2. 2. De grond voor bewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet, is aanwezig, indien door middel van bewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen, en zich ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, voordoen.
  3. 3. Bij de beoordeling of sprake is van een aanvraag die louter is ingediend teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen als bedoeld artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, ten derde, van de Wet worden alle omstandigheden van het geval betrokken, waaronder met name:
    • - a. of de vreemdeling eerder een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gedaan;
    • - b. de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt in het licht van zijn verklaringen hieromtrent;
    • - c. de omstandigheden waaronder de vreemdeling is aangetroffen dan wel zijn aanvraag kenbaar heeft gemaakt;
    • - d. of de vreemdeling in het Schengeninformatiesysteem ter zake van een inreisverbod gesignaleerd staat;
    • - e. de gestelde nationaliteit in het licht van de toepassing van artikel 30b, eerste lid, onder b van de Wet,
    • - f. de onderbouwing van de aanvraag.
  4. 4. De grond voor bewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet, is in ieder geval aanwezig, indien er is sprake van een aanvraagprocedure waarin vermoedelijk artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan worden tegengeworpen.

Gewijzigde artikelen

Gewijzigd
- Schengeninformatiesysteem: het toegevoegd: Schengeninformatiesysteem, bedoeld eindein artikel verwijderd: 1 eindetoegevoegd: 4 einde, eerste lid, van toegevoegd: Verordening (EU) 2018/1861 van 28 november 2018 betreffende eindede toegevoegd: instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van eindeVerordening (EG) nr. 1987/2006 verwijderd: van het Europees parlement en de Raad eindetoegevoegd: en artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2018/1862 eindevan verwijderd: 20 december 2006 eindetoegevoegd: 28 november 2018 einde betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het verwijderd: Schengensysteem eindetoegevoegd: Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied eindevan toegevoegd: politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van eindede verwijderd: tweede generatie (SIS II eindetoegevoegd: Raad en tot intrekking van Verordening (EG einde) verwijderd: bedoelde informatiesysteem eindetoegevoegd: nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie einde;- verblijfsvergunning asielverwijderd: voor bepaalde tijd einde: de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet; - verblijfsvergunning verwijderd: asiel voor onbepaalde tijd: de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 33 van de Wet; - verblijfsvergunning einderegulier voor bepaalde tijd: de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet;

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
toegevoegd: 1. eindeDe aanvraag, bedoeld in artikel 1.24, eerste lid, wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is.toegevoegd: 2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de artikelen 29c en 29d van de Wet. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. eindeHet indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning verwijderd: anders dan bedoeld in het tweede lid alsmede het indienen van een aanvraag tot het wijzigen eindetoegevoegd: regulier voor bepaalde tijd eindeof verwijderd: verlengen van eindeeen verblijfsvergunning regulier voor verwijderd: bepaalde eindetoegevoegd: onbepaalde einde tijdtoegevoegd: , einde of een verwijderd: verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd eindetoegevoegd: aanvraag tot het wijzigen of verlengen daarvan eindeheeft tot gevolg dat verwijderd: de eindeuitzetting achterwege blijft, tenzij: - a. de aanvraag naar het voorlopig oordeel van Onze Minister een herhaalde aanvraag betreft; of - b. de aanvraag naar het voorlopig oordeel van Onze Minister kan worden afgewezen op de grond dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.verwijderd: 2. Het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft, tenzij: - a. de vreemdeling een opvolgende aanvraag heeft ingediend nadat een eerdere opvolgende aanvraag definitief is afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, definitief niet-ontvankelijk is verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet of definitief als kennelijk ongegrond of als ongegrond is afgewezen met toepassing van artikel 30b of 31 van de Wet, en geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag; - b. een eerdere aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet en geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag; - c. de vreemdeling die de aanvraag heeft ingediend, wordt overgeleverd of uitgeleverd hetzij aan een andere lidstaat uit hoofde van verplichtingen overeenkomstig een Europees aanhoudingsbevel of anderszins, hetzij aan internationale strafhoven of tribunalen; - d. de vreemdeling die de aanvraag heeft ingediend, wordt overgeleverd of uitgeleverd aan een derde land; of - e. de vreemdeling een eerste opvolgende aanvraag heeft ingediend louter teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen en de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet. 3. De uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid zijn niet van toepassing, indien uitzetting zou leiden tot een schending van het Vluchtelingenverdrag, Unierechtelijke verplichtingen, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden of het Verdrag tegen foltering en andere wrede onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. 4. Bij de beoordeling of sprake is van een aanvraag die louter is ingediend teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, worden alle omstandigheden van het geval betrokken, waaronder met name: - a. de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt in het licht van zijn verklaringen hieromtrent; - b. de omstandigheden waaronder de vreemdeling is aangetroffen dan wel zijn aanvraag kenbaar heeft gemaakt; - c. of de vreemdeling in het Schengeninformatiesysteem ter zake van een inreisverbod gesignaleerd staat; - d. de gestelde nationaliteit in het licht van de toepassing van artikel 30b, eerste lid, onder b van de Wet; - e. de onderbouwing van de aanvraag. 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop wordt beoordeeld of sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid en de wijze waarop een beslissing hieromtrent bekend wordt gemaakt. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeheeft tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft zo lang een besluit als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de richtlijn tijdelijke bescherming van kracht is, indien de vreemdeling:

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
- 2°. houder van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeis;

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
3. In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing indien al eerder, bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asielverwijderd: voor bepaalde tijd einde, met toepassing van het eerste lid of artikel 3.6a, eerste lid, een beslissing is genomen omtrent ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning. 4. De verblijfsvergunning wordt verleend op de in het eerste lid als eerste genoemde van toepassing zijnde grond. 5. Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingetrokken of de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Bij afwijzing van de eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindekan alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend: - a. aan de vreemdeling wiens uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; of - b. onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden aan de vreemdeling die slachtoffer-aangever, slachtoffer of getuige-aangever is van mensenhandel, bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder a, b of c. 2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet, niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a van de Wet of op grond van het bepaalde in het Protocol (nr. 24) inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie, bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, dan wel buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c van de Wet. 3. Indien de vreemdeling de eerste aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeniet binnen zes maanden na de eerste inreis in Nederland heeft ingediend, kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd uitsluitend op grond van het eerste lid, onder b, alsnog ambtshalve worden verleend. 4. De verblijfsvergunning wordt verleend op de in het eerste lid als eerste genoemde van toepassing zijnde grond. 5. Het eerste en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien de verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindewordt ingetrokkenverwijderd: of de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Tot het moment waarop de beslissing op een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeof een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onherroepelijk is geworden, kan ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend op grond van artikel 3.6, 3.6a of 3.6b.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid verleend aan de bloedverwant van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn van de alleenstaande minderjarige houder van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindedie niet daadwerkelijk onder de hoede staat van een krachtens wettelijk voorschrift of gewoonterecht voor hem verantwoordelijke volwassene, indien die bloedverwant:

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
- a. een aanvraag tot het verlenen van toegevoegd: een eindeverblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeheeft ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist;

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden verleend aan de vreemdeling die: - a. als minderjarige houder is geweest van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een Nederlander of een vreemdeling met niet-tijdelijk verblijfsrecht in de zin van artikel 3.5, en - b. langer dan een jaar houder is geweest van de in onderdeel a bedoelde verblijfsvergunning, dan wel in Nederland is geboren uit ouders met niet-tijdelijk verblijfsrecht in de zin van artikel 3.5. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder persoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht niet verstaan de houder van de verblijfsvergunning asielverwijderd: voor bepaalde tijd einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
8. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, en onderdeel c, wordt onder persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht niet verstaan de houder van de verblijfsvergunning asielverwijderd: voor bepaalde tijd einde. 9. De vergunning onder de beperking, verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden, kan voorts worden verleend aan de vreemdeling op wie artikel 13 van Associatiebesluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie van toepassing is, indien: - a. aan hem de in artikel 3.31b bedoelde vergunning is verleend en hij uiterlijk op het moment waarop de geldigheidsduur van die vergunning verstrijkt, beschikt over een arbeidsplaats voor nog een jaar waarmee hij zelfstandig en duurzaam voldoende middelen van bestaan als bedoeld in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 verwerft, of - b. hij drie jaar in Nederland verblijft als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht, en is voldaan aan de voorwaarden voor het verlengen van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Een vreemdeling beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en van de Nederlandse maatschappij als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder h, van de Wet, indien hij binnen één jaar direct voorafgaand aan de aanvraag om de machtiging tot voorlopig verblijf het basisexamen inburgering, bedoeld in artikel 3.98a, met goed gevolg heeft afgelegd. 2. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder h, van de Wet, indien de vreemdeling: - a. in Nederland wil verblijven als gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde eindeof verwijderd: onbepaalde tijd of eindeeen EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen indien op het aan de vreemdeling verschafte document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Wet is geplaatst; - b. ingevolge de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte heeft voldaan aan een inburgeringsvereiste om de status van langdurig ingezetene in de zin van richtlijn langdurig ingezetenen te verkrijgen; - c. gelet op bijzondere individuele omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij handhaving van de verplichting om het basisexamen inburgering met goed gevolg af te leggen, onmogelijk of uiterst moeilijk zijn recht op gezinshereniging kan uitoefenen. 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onderdelen a en b, en bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onderdeel c.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 16, eerste lid, onder d, van de Wet worden afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien: - a. er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag; - b. de vreemdeling verwijderd: de echtgenoot of echtgenote eindetoegevoegd: gezinslid einde, verwijderd: het minderjarige kind, eindetoegevoegd: bedoeld in eindede verwijderd: partner of het meerderjarige kind eindetoegevoegd: artikelen 29b, eerste lid einde, verwijderd: bedoeld in artikel 29 eindetoegevoegd: 29c einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: onder a en b eindetoegevoegd: of 29d, eerste lid einde, van de Wet, is van een in Nederland verblijvende vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, of- a. die als verwijderd: echtgenoot, partner of minderjarig kind eindetoegevoegd: gezinslid eindein het land van herkomst is achtergelaten door de persoon bij wie eerder verblijf was toegestaan;

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
- b. de vreemdeling verwijderd: de echtgenoot of eindetoegevoegd: gezinslid, bedoeld in einde de verwijderd: echtgenote, het minderjarige kind eindetoegevoegd: artikelen 29b einde, verwijderd: de partner of het meerderjarige kind eindetoegevoegd: eerste lid einde, verwijderd: bedoeld in artikel 29 eindetoegevoegd: 29c einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: onder a of b eindetoegevoegd: of 29d, eerste lid einde, van de Wet, is van een in Nederland verblijvende vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt niet ingetrokken op de in artikel 22, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: onder eindetoegevoegd: onderdeel einde b, van de Wet genoemde grond dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen zouden hebben geleid, indien sedert de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd kan op grond van artikel 22, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: onder eindetoegevoegd: onderdeel einde c, van de Wet worden ingetrokken, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlands equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede, derde dan wel vijfde lid. 2. De artikelen 3.86 en 3.87 zijn van overeenkomstige toepassing.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Indien na afwijzing van de eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeambtshalve een verblijfsvergunning is verleend op een van de gronden, bedoeld in artikel 3.6a, eerste lid, dan wel na toetsing aan de gronden, bedoeld in artikel 3.6a, eerste lid, niet ambtshalve een verblijfsvergunning is verleend, wordt iedere daarop volgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van die gronden aangemerkt als een tweede of volgende aanvraag in de zin van de rijen A75, A76, A77, A78, A79 en A80 van de bijlage bij het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien na intrekking van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd onderscheidenlijk bij afwijzing van een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan, eindeambtshalve een verblijfsvergunning is verleend op een van de gronden, bedoeld in artikel 3.6a, eerste lid, dan wel na toetsing aan de gronden, bedoeld in artikel 3.6a, eerste lid, niet ambtshalve een verblijfsvergunning is verleend.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of afwijzing van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan van een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, met de aantekening dat die staat de vreemdeling internationale bescherming heeft verleend, verzoekt Onze Minister die staat te bevestigen of de vreemdeling aldaar nog steeds internationale bescherming geniet. In het bevestigend geval zet Onze Minister de vreemdeling uit naar die staat, onverminderd het toepasselijke Unierecht en het beginsel van de eenheid van het gezin. 2. In afwijking van het eerste lid en onverminderd de voor Nederland geldende internationale verplichtingen, kan Onze Minister de langdurig ingezetene uitzetten naar een andere staat dan de lidstaat die de internationale bescherming heeft verleend, indienverwijderd: is voldaan aan artikel 3.105c, tweede lid, onder a eindetoegevoegd: : - a. er goede redenen bestaan om de vreemdeling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid; eindeoftoegevoegd: - eindeb.toegevoegd: de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de samenleving. einde 3. Indien de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling die houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die de aantekening bevat dat die staat verantwoordelijk is voor de internationale bescherming van de vreemdeling, is ingetrokken of de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur ervan is afgewezen, op grond dat de vreemdeling een bedreiging voor de openbare orde of de openbare veiligheid vormt, kan de vreemdeling, onverminderd de terugnameverplichting van de andere lidstaat en onverminderd de voor Nederland geldende internationale verplichtingen slechts van het grondgebied van de Europese Unie worden verwijderd, indien: - a. de internationale bescherming inmiddels is ingetrokken, of - b. verwijderd: is voldaan aan artikel 3.105c, tweede lid, onder a eindetoegevoegd: er goede redenen bestaan om de vreemdeling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid; eindeofverwijderd: b eindetoegevoegd: - c einde.toegevoegd: de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de samenleving. einde 4. Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» en de vreemdeling in een tweede lidstaat verblijfsrecht geniet in het kader van mobiliteit in de zin van artikel 21 of 22 van richtlijn 2014/66/EU, doet Onze Minister van die intrekking onmiddellijk mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat van het tweede verblijf. 5. Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 of studie, doet Onze Minister in voorkomende gevallen van die intrekking onmiddellijk mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat waar de vreemdeling verblijfsrecht geniet in het kader van mobiliteit in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een houder van een Europese blauwe kaart met de aantekening dat de vreemdeling internationale bescherming geniet door een andere lidstaat van de Europese Unie of een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan afwijst, verzoekt Onze Minister die staat te bevestigen of de vreemdeling aldaar nog steeds internationale bescherming geniet. In het bevestigend geval zet Onze Minister de vreemdeling uit naar die staat, onverminderd het toepasselijke Unierecht en het beginsel van de eenheid van het gezin. 2. In afwijking van het eerste lid en onverminderd de voor Nederland geldende internationale verplichtingen, kan Onze Minister de houder van de Europese blauwe kaart uitzetten naar een andere staat dan de lidstaat die de internationale bescherming heeft verleend, indienverwijderd: is voldaan aan eindetoegevoegd: : - a. er goede redenen bestaan om eindede verwijderd: voorwaarden van artikel 21, tweede lid, van eindetoegevoegd: vreemdeling te beschouwen als een gevaar voor einde de verwijderd: Kwalificatierichtlijn eindetoegevoegd: nationale veiligheid; of - b einde.toegevoegd: de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de samenleving. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend of verlengd voor vijf jaar eindetoegevoegd: Ten aanzien van artikel 29d, tweede lid, onderdeel b, van de Wet zijn de artikelen 3 einde.toegevoegd: 73, 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, en 3.75 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de zinsnede «in ieder geval» in artikel 3.74, eerste lid, niet van toepassing is. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindedie met toepassing van artikel 28, verwijderd: derde eindetoegevoegd: eerste einde lid, toegevoegd: onderdeel c, eindevan de Wet ambtshalve wordt verleend, wordt verleend met ingang van de dag nadat de machtiging tot voorlopig verblijf aan de vreemdeling in persoon is afgegeven. 2. In afwijking van het eerste lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend met ingang van de dag die bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
Bij ministeriële regeling kunnen toegevoegd: ter uitvoering van de hoofstukken II, III en V van de Kwalificatieverordening eindenadere regels worden gesteld met betrekking tot de beoordeling of sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Bij ministeriële regeling kan een lijst worden opgesteld van veilige landen van herkomst in de zin van de artikelen 36 en 37 van de Procedurerichtlijn. 2. De beoordeling of een land een veilig land van herkomst is dient te stoelen op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. 3. Onze Minister onderzoekt de situatie in derde landen die zijn aangemerkt als veilige landen van herkomst als bedoeld in het eerste lid regelmatig opnieuw. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: Aan de vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt dat hij verdragsvluchteling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, van de Wet is, kan verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van die toelatingsgrond slechts worden geweigerd, indien: - a. er goede redenen bestaan om de vreemdeling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid; of - b. de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de gemeenschap. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van die wet, wordt ingetrokken dan wel de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen indien sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder a dan wel c, van de Wet. 2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van die wet, kan slechts op grond van artikel 32, eerste lid, onder b, van de Wet worden ingetrokken dan wel de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan worden afgewezen, indien: - a. er goede redenen bestaan om de vreemdeling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid; of - b. de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de gemeenschap. 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beoordeling of sprake is van de situatie, bedoeld in het eerste lid. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 106

Gewijzigd
verwijderd: Aan de vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die de rechtsgrond voor verlening, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, van de Wet, vormen, wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van die wet verleend, tenzij er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: - a. de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven; - b. de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd; - c. de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties; - d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap of de nationale veiligheid; of - e. de vreemdeling heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan de onder a tot en met c vermelde misdrijven of daden, in welk geval verlening van evenbedoelde verblijfsvergunning op voormelde grond wordt geweigerd. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van die wet wordt ingetrokken dan wel de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen, indien sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder a dan wel c, van de Wet. 2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van die wet wordt slechts ingetrokken dan wel de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan wordt slechts afgewezen op grond van artikel 32, eerste lid, onder b, van de Wet, indien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: - a. de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven; - b. de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd; - c. de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties; - d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap of voor de nationale veiligheid; of - e. de vreemdeling heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan de onder a tot en met c genoemde misdrijven of daden. 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beoordeling of sprake is van de situatie, bedoeld in het eerste lid. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindedie op grond van verwijderd: artikel 29 eindetoegevoegd: de artikelen 29c einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: van de Wet eindetoegevoegd: of 29d, eerste lid, eindeis verleend aan een gezinslid van een vreemdeling toegevoegd: die houder is van een verblijfsvergunning asiel eindeals bedoeld in verwijderd: artikel eindetoegevoegd: de artikelen einde29, eerste lid, verwijderd: van de Wet eindetoegevoegd: of 29a, eerste lid einde, wordt niet ingetrokken op grond van artikel 32, verwijderd: eerste eindetoegevoegd: vijfde einde lid, verwijderd: onder e eindetoegevoegd: onderdeel d einde, van de Wet, indien het huwelijks- of gezinsleven met de hoofdpersoon is verbroken door het overlijden van de hoofdpersoon dan wel omdat het gezinslid slachtoffer is geworden of dreigt te worden van eergerelateerd geweld of huiselijk geweld. 2. De verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindedie op grond van verwijderd: artikel 29 eindetoegevoegd: de artikelen 29c einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: van de Wet eindetoegevoegd: of 29d, eerste lid, eindeis verleend aan een op het tijdstip van verlening minderjarig gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in verwijderd: artikel eindetoegevoegd: de artikelen einde29, eerste lid, toegevoegd: of 29a, eerste lid, eindevan de Wet, wordt niet ingetrokken op grond van artikel 32, verwijderd: eerste eindetoegevoegd: vijfde einde lid, verwijderd: onder e eindetoegevoegd: onderdeel d einde, van de Wet, indien het desbetreffende gezinslid langer dan een jaar houder is geweest van de verblijfsvergunning.verwijderd: 3. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, van de Wet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet van 25 november 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening (Stb. 2013, 478), wordt niet ingetrokken op grond van artikel 32, eerste lid, onder e, van de Wet. 4. De aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in het tweede lid wordt niet afgewezen op grond van artikel 32, eerste lid, onder e, van de Wet, indien de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning eindigt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet van 25 november 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening (Stb. 2013, 478). einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt slechts niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, van de Wet indien, naar het oordeel van Onze Minister, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking nemend, de vreemdeling in het betrokken derde land overeenkomstig de volgende beginselen zal worden behandeld: - a. het leven en de vrijheid worden niet bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, en - b. er bestaat geen risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, van de Wet, en - c. het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag wordt nageleefd, en - d. het verbod op verwijdering in strijd met het recht op vrijwaring tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling, zoals neergelegd in het internationaal recht, wordt nageleefd, en - e. de mogelijkheid bestaat om om de vluchtelingenstatus te verzoeken en, indien hij als vluchteling wordt erkend, bescherming te ontvangen overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag. 2. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt slechts niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, van de Wet indien de vreemdeling een zodanige band heeft met het betrokken derde land dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan. 3. Bij de beoordeling of sprake is van een band als bedoeld in het tweede lid, worden alle relevante feiten en omstandigheden betrokken, waaronder begrepen de aard, duur en omstandigheden van het eerder verblijf. 4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste tot en met derde lid. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Een derde land kan voor een vreemdeling alleen als een veilig land van herkomst worden aangemerkt wanneer hij: - a. ofwel de nationaliteit van dat land heeft, ofwel staatloos is en voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats had; en - b. niet heeft onderbouwd dat het land in zijn specifieke omstandigheden niet als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd ten aanzien van de vraag of hij voor internationale bescherming in aanmerking komt. 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. verwijderd: Onder een persoon als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag wordt mede verstaan een persoon die heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan de in dat artikel genoemde misdrijven of daden. 2. eindeIndien artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag aan het verlenen van een verblijfsvergunning aan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, verwijderd: onder a, eindevan de Wet in de weg staat, wordt aan die vreemdeling evenmin een verblijfsvergunning verleend op één van de andere gronden bedoeld in verwijderd: artikel 29 eindetoegevoegd: de artikelen 29a, 29b, 29c of 29d, eindevan de Wet. verwijderd: 3 eindetoegevoegd: 2 einde. Aan verwijderd: de echtgenoot of echtgenote, het minderjarig kind eindetoegevoegd: het gezinslid, bedoeld in de artikelen 29c einde, verwijderd: de partner eindetoegevoegd: eerste lid, einde of verwijderd: het meerderjarig kind eindetoegevoegd: 29d, eerste lid einde, verwijderd: bedoeld in artikel 29 eindetoegevoegd: van de Wet einde, verwijderd: tweede lid, onder a of b, eindetoegevoegd: van de vreemdeling ten aanzien van wie artikel 1F eindevan verwijderd: de Wet, eindetoegevoegd: het Vluchtelingenverdrag aan het verlenen eindevan verwijderd: de vreemdeling, bedoeld eindetoegevoegd: een verblijfsvergunning asiel einde in verwijderd: het eerste lid eindetoegevoegd: de weg staat einde, wordt geen verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindetoegevoegd: als bedoeld in artikel 28 van de Wet eindeverleend, tenzij dit gezinslid aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die zelfstandig een rechtsgrond voor verlening van verwijderd: een eindetoegevoegd: de einde verblijfsvergunning toegevoegd: asiel eindeop grond van verwijderd: artikel eindetoegevoegd: de artikelen einde29verwijderd: , onder a einde of verwijderd: b, eindetoegevoegd: 29a einde van de Wet vormen.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, aanhef, onderdeel d, van de Wet wordt afgewezen, indien de vreemdeling niet beschikt over een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 dan wel indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet niet heeft behaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling: - a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; - b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering 2021 of artikel 2.6 van het Besluit inburgering; - c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 of artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit; - d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit; - e. op grond van artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven. 3. Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegde deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021 of een overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking of handicap blijvend niet in staat is: - a. te voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering 2021; - b. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering 2021 te behalen; - c. het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering te behalen; of - d. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inburgering, te behalen. 4. Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 5. Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien hij van oordeel is dat de vreemdeling aantoonbaar voldoende is ingeburgerd. 6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onder e, het derde lid en het vijfde lid. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Wanneer een vreemdeling een verzoek om internationale bescherming als bedoeld in artikel 2, onder b, van de Procedurerichtlijn doet bij Onze Minister of bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, vindt de registratie plaats binnen drie werkdagen nadat het verzoek is gedaan. 2. Wanneer het verzoek wordt gedaan bij een andere autoriteit, dient de registratie plaats te vinden binnen zes werkdagen nadat het verzoek is gedaan. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in eindetoegevoegd: Bij ministeriële regeling kunnen overeenkomstig eindeartikel verwijderd: 8 eindetoegevoegd: 28 einde, verwijderd: onder c eindetoegevoegd: derde eindeen verwijderd: d eindetoegevoegd: vierde lid einde, van de verwijderd: Wet, wordt door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon ingediend op eindetoegevoegd: Procedureverordening nadere regels worden gesteld over de indiening van eindeeen verwijderd: door Onze Minister te bepalen plaats. 2. In afwijking eindetoegevoegd: aanvraag tot het verlenen eindevan verwijderd: het eerste lid wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd eindetoegevoegd: een verblijfsvergunning asiel einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Op de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. 2. De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie nodig is. 3. De artikelen 43 en 43a van de Wet zijn van overeenkomstige toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Voorafgaand aan of tijdens het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt beoordeeld of de vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft als bedoeld in artikel 24 van de Procedurerichtlijn. 2. Indien de vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft, wordt gedurende het onderzoek passende steun geboden. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt door de vreemdeling onverwijld ingediend nadat hij op een door Onze Minister te bepalen wijze te kennen heeft gegeven die aanvraag in te willen dienen. 2. De vreemdeling wordt in een taal die hij begrijpt of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat hij deze begrijpt, ingelicht over: - a. de te volgen procedure; - b. zijn rechten en verplichtingen tijdens de procedure; - c. de gevolgen die kunnen ontstaan indien hij zijn verplichtingen niet nakomt of niet met Onze Minister samenwerkt; - d. de geldende termijnen; - e. de middelen waarover hij beschikt om te voldoen aan zijn verplichting tot het naar voren brengen van de in artikel 31, tweede tot en met vierde lid, van de Wet bedoelde elementen, en - f. de gevolgen van een intrekking van zijn aanvraag. 3. Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van het hem toekomende recht zich tijdens de in deze paragraaf bedoelde gehoren en de procedure te doen bijstaan. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Nadat de eindetoegevoegd: De eindevreemdeling verwijderd: in overeenstemming met eindetoegevoegd: werkt mee aan einde het verwijderd: gestelde in artikel 3.108 te kennen heeft gegeven dat hij de aanvraag bedoeld in artikel 3.108c, eerste lid, wil indienen, neemt de aanmeldfase een aanvang. 2. Van de vreemdeling worden door Onze Minister een gezichtsopname en vingerafdrukken afgenomen en verwerkt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking. 3. Tijdens de aanmeldfase kan onderzoek plaatsvinden naar de identiteit, vingerafdrukken, nationaliteit en reisroute van de vreemdeling en naar de bij de vreemdeling aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden. 4. Tijdens de aanmeldfase wordt de vreemdeling gevraagd naar een korte opgave van zijn asielmotieven. Het doel hiervan is een efficiënte behandeling van de aanvraag mogelijk te eindemakenverwijderd: . 5. Bij de beoordeling einde van verwijderd: de inwilligbaarheid van de aanvraag zullen de door de vreemdeling tijdens de aanmeldfase afgelegde verklaringen omtrent zijn asielmotieven niet worden betrokken, tenzij deze betrekking hebben op daden als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, andere zware strafbare feiten of relevant zijn in het kader van de bescherming van de nationale veiligheid. 6. De vreemdeling wordt tijdens de aanmeldfase door Onze Minister aan eindeeen verwijderd: aanmeldgehoor onderworpen. Gedurende het aanmeldgehoor kunnen onder meer vragen worden gesteld omtrent de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, eindetoegevoegd: gezichtsopname eindeen de verwijderd: personalia en verblijfplaats eindetoegevoegd: afname eindevan verwijderd: familieleden. 7. Indien de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt behandeld in de grensprocedure, bedoeld in artikel 3.109b, of indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen eindetoegevoegd: vingerafdrukken eindeop grond van artikel verwijderd: 59b eindetoegevoegd: 106a einde van de Wetverwijderd: of op grond van een niet-vreemdelingrechtelijke titel, is dit artikel niet van toepassing einde.verwijderd: Wel zijn het vierde en het vijfde lid van overeenkomstige toepassing en wordt de vreemdeling voorafgaand aan het gehoor, bedoeld in artikel 3.113, eerste lid, onderworpen aan een aanmeldgehoor als bedoeld in het zesde lid. 8. Na afronding van het aanmeldgehoor eindigt de aanmeldfase. Een afschrift van het verslag van het aanmeldgehoor wordt aan de vreemdeling ter kennis gebracht. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het gehoor. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Met ingang eindetoegevoegd: Ten aanzien eindevan de verwijderd: dag volgend op het einde van de aanmeldfase, bedoeld eindein artikel verwijderd: 3.108d eindetoegevoegd: 9 einde, verwijderd: wordt de vreemdeling een rust- en voorbereidingstermijn gegeven eindetoegevoegd: derde lid, eindevan verwijderd: ten minste zes dagen. Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.110, vangt na eindede verwijderd: rust- en voorbereidingstermijn aan. 2. Van de vreemdeling kunnen door eindetoegevoegd: Procedureverordening bedoelde kennisgevingen die eindeOnze Minister verwijderd: een gezichtsopname en vingerafdrukken worden afgenomen en verwerkt. De eindetoegevoegd: de eindevreemdeling verwijderd: verleent hieraan eindetoegevoegd: doet aangaande einde zijn verwijderd: medewerking. 3. Gedurende de rust- en voorbereidingstermijn kan onderzoek plaatsvinden naar onder meer de identiteit, vingerafdrukken, nationaliteit en reisroute eindetoegevoegd: aanvraag tot het verlenen eindevan verwijderd: de vreemdeling en naar de eindetoegevoegd: een verblijfsvergunning asiel worden eindebij verwijderd: de vreemdeling aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden. 4. Gedurende de rust- en voorbereidingstermijn wordt de vreemdeling in de gelegenheid eindetoegevoegd: ministeriële regeling regels eindegesteld verwijderd: om te worden voorgelicht eindeover verwijderd: het vervolg van eindede verwijderd: asielprocedure en om zich op het vervolg eindetoegevoegd: wijze eindevan verwijderd: de asielprocedure voor te bereiden. De vreemdeling wordt tevens in staat gesteld zich op het gehoor, bedoeld in artikel 3.113, eerste lid, voor te bereiden. 5. De vreemdeling wordt een medisch onderzoek aangeboden. Voor dit onderzoek is de schriftelijke toestemming van de vreemdeling vereist. 6. In afwijking van het eerste lid wordt geen rust- eindetoegevoegd: kennisgeving eindeen verwijderd: voorbereidingstermijn gegeven indien: - a. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid; - b. de vreemdeling overlast veroorzaakt in een opvangvoorziening of in de omgeving daarvan; - c. de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b van de Wet dan wel op grond van een niet-vreemdelingrechtelijke titel; - d. eindehet verwijderd: vermoeden bestaat dat eindetoegevoegd: tijdstip waarop eindede verwijderd: aanvraag mede kan worden afgewezen omdat eindetoegevoegd: kennisgeving door eindede vreemdeling verwijderd: niet naar waarheid gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit, herkomst of etniciteit. 7. Indien geen rust- en voorbereidingstermijn eindewordt verwijderd: gegeven, wordt gewaarborgd dat de vreemdeling op een passend moment voorafgaand aan de aanvang van het onderzoek in de gelegenheid wordt gesteld om eindetoegevoegd: geacht eindete verwijderd: worden voorgelicht over het vervolg van de asielprocedure en om zich op het vervolg van de asielprocedure en het gehoor, bedoeld in artikel 3 eindetoegevoegd: zijn ontvangen einde.verwijderd: 113, eerste lid, voor te bereiden. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. verwijderd: De vreemdeling kan gebruik maken eindetoegevoegd: Overeenkomstig artikel 18, tweede lid, einde van de verwijderd: diensten van een tolk tijdens de in deze paragraaf bedoelde gehoren en op andere momenten waarop dat noodzakelijk is om zijn zaak voor te leggen, indien een goede communicatie zonder die diensten niet eindetoegevoegd: Procedureverordening eindekan verwijderd: worden gewaarborgd. 2. De vreemdeling kan tijdens eindetoegevoegd: Onze Minister eindede verwijderd: procedure eindetoegevoegd: vreemdeling einde, verwijderd: indien gewenst, contact opnemen met de UNHCR eindetoegevoegd: zijn wettelijk vertegenwoordiger eindeof verwijderd: met een andere organisatie die eindetoegevoegd: zijn eindejuridisch verwijderd: advies of andere ondersteuning biedt. 3. De vreemdeling en degene die hem vertegenwoordigt hebben eindetoegevoegd: adviseur eindetoegang tot de informatie toegevoegd: of bronnen eindein het dossier verwijderd: op grond waarvan een beslissing is of zal worden genomen. eindetoegevoegd: van de vreemdeling weigeren, indien: einde verwijderd: 4 eindetoegevoegd: - a einde. verwijderd: Het derde lid is niet van toepassing wanneer eindede openbaarmaking van informatie of bronnen de nationale veiligheid, de veiligheid van de organisaties of personen die de informatie hebben verstrekt dan wel de veiligheid van de persoon of personen op wie de informatie betrekking heeft, in gevaar zou brengenverwijderd: , of wanneer eindetoegevoegd: ; - b. eindehet belang van het onderzoek in verband met de behandeling van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindetoegevoegd: als bedoeld in artikel 28 van de Wet eindedoor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten verwijderd: of eindede internationale betrekkingen van de lidstaten zouden worden geschaadtoegevoegd: ; of - c einde.toegevoegd: indien de informatie of de bronnen bij wettelijk voorschrift zijn gerubriceerd. einde verwijderd: 5 eindetoegevoegd: 2 einde. Bij ministeriële regeling kunnen toegevoegd: ter uitvoering van artikel 18, tweede lid, van de Procedureverordening eindenadere regels worden gesteld over verwijderd: de gevallen waarin minderjarigen kunnen worden gehoord tijdens eindetoegevoegd: het verlenen van toegang tot informatie of bronnen aan een juridisch adviseur of wettelijk vertegenwoordiger van eindede verwijderd: in deze paragraaf bedoelde gehoren eindetoegevoegd: vreemdeling die aan een veiligheidscontrole werd onderworpen einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien een vreemdeling die niet voldoet aan eindetoegevoegd: Onze Minister kan eindede verwijderd: voorwaarden voor toegang tot Nederland, aan de grens te kennen geeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, vindt behandeling van de aanvraag eindetoegevoegd: vreemdeling eindein verwijderd: een grensprocedure plaats zolang redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hierop kan worden besloten met toepassing van artikel 30, 30a of 30b van eindede verwijderd: Wet. 2. Indien de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt behandeld in een grensprocedure, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 3.109, eerste lid, het onderzoek na een kortere rust- eindetoegevoegd: gelegenheid stellen correcties eindeen verwijderd: voorbereidingstermijn dan zes dagen aanvangen, mits de vreemdeling eindetoegevoegd: aanvullingen eindete verwijderd: kennen heeft gegeven hier prijs eindetoegevoegd: doen eindeop verwijderd: te stellen. 3. Indien naar eindehet verwijderd: oordeel eindetoegevoegd: verslag einde van verwijderd: Onze Minister geen sprake is van eindeeen verwijderd: aanvraag waarop vermoedelijk zal worden besloten tot toepassing van artikel 30, 30a of 30b van de Wet, wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet onder opheffing van de maatregel, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet eindetoegevoegd: gehoor einde.verwijderd: 4. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, wordt het onderzoek naar de aanvraag opgeschort. 5. Indien het onderzoek naar de aanvraag is opgeschort als bedoeld in het vierde lid, wordt ten minste een dag voor hervatting van het onderzoek daarvan mededeling gedaan aan de vreemdeling. 6. Het onderzoek wordt hervat op het punt waarop het is afgebroken. 7. Aanvragen van alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden niet behandeld in de grensprocedure. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. eindeIndien de verwijderd: aanvraag vermoedelijk niet in behandeling zal worden genomen op grond van artikel 30 van de Wet, zijn de artikelen, 3.108d, 3.109 en 3.110 tot en met 3.118 niet, of indien de in artikel 3.108d bedoelde aanmeldfase reeds is aangevangen, niet langer van toepassing. 2. Van de eindevreemdeling verwijderd: kunnen door Onze Minister een gezichtsopname en vingerafdrukken worden afgenomen en verwerkt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking. 3. Na de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 3.108c, eerste lid, kan onderzoek plaatsvinden naar de identiteit, vingerafdrukken, nationaliteit en reisroute van de vreemdeling en naar de bij hem aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden. 4. De vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk door Onze Minister gehoord over de mogelijkheid van toepassing van artikel 30 van de Wet. Tevens wordt de vreemdeling gehoord over zijn eventuele bezwaren tegen overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat, als bedoeld in artikel 30, tweede lid, van de Wet. Tijdens eindetoegevoegd: zich tijdens eindehet gehoor verwijderd: kunnen onder meer vragen worden gesteld omtrent de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Voor zover het aanmeldgehoor, bedoeld in artikel 3.108d, zesde lid, al een aanvang heeft genomen, wordt dit gehoor voortgezet en aangemerkt als een gehoor als hier bedoeld. 5. Een afschrift van het in het vierde lid bedoelde gehoor wordt zo spoedig mogelijk ter kennis van de vreemdeling gebracht. 6. Het schriftelijk voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen wordt meegedeeld eindetoegevoegd: laat bijstaan eindedoor verwijderd: uitreiking of toezending daarvan. 7. Indien naar het oordeel van Onze Minister geen sprake meer is van eindeeen verwijderd: aanvraag waarop vermoedelijk zal worden besloten met toepassing van artikel 30 van de Wet wordt voor de verdere behandeling van de aanvraag alsnog de in artikel 3.109ca of de in de artikelen 3.109 en 3.110 tot en met 3.116 beschreven procedure gevolgd. Indien Onze Minister dit noodzakelijk acht eindetoegevoegd: juridisch adviseur einde, verwijderd: kan een aanmeldgehoor, als bedoeld in artikel 3.108d, zesde lid, worden gehouden. 8. De vreemdeling wordt in eindetoegevoegd: mag eindede verwijderd: gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het gehoor, bedoeld in het vijfde lid, en nadere gegevens te verstrekken alsmede schriftelijk zijn zienswijze op het in het zesde lid bedoelde voornemen naar voren te brengen uiterlijk binnen twee weken. Indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen geldt hiervoor een termijn van een week. 9. De termijn, bedoeld in het achtste lid, vangt eindetoegevoegd: juridisch adviseur pas eindeaan verwijderd: met ingang van de dag na die waarop eindehet verwijderd: voornemen is uitgereikt of toegezonden. 10. De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het eindeeinde van verwijderd: de termijn is ontvangen. 11. Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na eindehet verwijderd: verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg eindetoegevoegd: gehoor interveniëren einde.verwijderd: 12. De beschikking wordt bekendgemaakt door uitreiking of toezending ervan. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De artikelen 3.108d, 3.109 en 3.110 tot en met 3.116 zijn niet, of indien de in artikel 3.108d bedoelde aanmeldfase reeds is aangevangen, niet langer van toepassing, indien de aanvraag: - a. vermoedelijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onder a of e, van de Wet; - b. vermoedelijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onder b, van de Wet, voor zover bedoelde bescherming is verleend door een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, of door Zwitserland; - c. vermoedelijk kennelijk ongegrond zal worden verklaard met toepassing van artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Wet; of - d. vermoedelijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard gelet op het bepaalde in het Protocol (nr. 24) inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie, bij het Verdrag betreffende de Europese Unie. 2. Van de vreemdeling kunnen door Onze Minister een gezichtsopname en vingerafdrukken worden afgenomen en verwerkt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking. 3. Na de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 3.108c, eerste lid, kan onderzoek plaatsvinden naar de identiteit, vingerafdrukken, nationaliteit en reisroute van de vreemdeling en naar de bij hem aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden. 4. De vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk door Onze Minister aan een gehoor onderworpen. Daarbij kunnen onder meer vragen worden gesteld omtrent de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond te verklaren op de in het eerste lid bedoelde gronden, wordt de vreemdeling tijdens het gehoor in de gelegenheid gesteld zijn standpunt uiteen te zetten over de toepassing van deze gronden op zijn specifieke omstandigheden of aan te geven waarom zijn land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. 5. Een afschrift van het schriftelijk verslag van het in het vierde lid bedoelde gehoor wordt zo spoedig mogelijk ter kennis van de vreemdeling gebracht. 6. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond te verklaren op de in het eerste lid bedoelde gronden, wordt het schriftelijk voornemen daartoe zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling toegezonden of uitgereikt. 7. Indien na het in het vierde lid bedoelde gehoor niet voldoende duidelijk is dat kan worden besloten tot niet-ontvankelijkverklaring of tot kennelijk ongegrondverklaring op de in het eerste lid bedoelde gronden, wordt voor de verdere behandeling van de aanvraag alsnog de in de artikelen 3.109 en 3.110 tot en met 3.116 beschreven procedure gevolgd. Indien Onze Minister dit noodzakelijk acht, kan een aanmeldgehoor, als bedoeld in artikel 3.108d, zesde lid, worden gehouden. 8. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het in het vierde en vijfde lid bedoelde gehoor en nadere gegevens te verstrekken en zijn zienswijze op het in het vijfde lid bedoelde voornemen schriftelijk naar voren te brengen uiterlijk binnen een dag na de dag waarop het voornemen is uitgereikt of toegezonden. 9. De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. 10. Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg. 11. De beschikking wordt uiterlijk op de achtste dag na het in het vierde lid bedoelde gehoor genomen en wordt bekendgemaakt door uitreiking of toezending ervan. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt onmiddellijk in kennis gesteld van de aanwijzing van een persoon die hem bijstaat en vertegenwoordigt. 2. Onze Minister kan in het kader van de behandeling van de aanvraag van een alleenstaande minderjarige vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd besluiten om door middel van een medisch onderzoek zijn gestelde minderjarigheid vast te stellen, wanneer Onze Minister, nadat er een algemene verklaring is afgelegd of andere relevante aanwijzingen zijn, twijfels heeft over diens leeftijd. Voor dit onderzoek is de schriftelijke toestemming van de vreemdeling vereist. Als het onderzoek deze twijfels niet wegneemt, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager minderjarig is. 3. Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling weigert het in het tweede lid bedoelde medisch onderzoek te ondergaan, wordt de beslissing tot afwijzing van de aanvraag niet enkel op die weigering gebaseerd. 4. Indien de aanvraag wordt ingediend door een alleenstaande minderjarige vreemdeling, wordt zijn wettelijk vertegenwoordiger, juridische adviseur of andere raadsman in de gelegenheid gesteld om bij het nader gehoor aanwezig te zijn. 5. De wettelijk vertegenwoordiger, juridische adviseur of andere raadsman is bij het gehoor aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld aan het einde van het nader gehoor vragen te stellen of opmerkingen te maken. 6. De aanvraag van een alleenstaande minderjarige vreemdeling kan uitsluitend met toepassing van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet niet-ontvankelijk worden verklaard indien dit in het belang van de minderjarige is. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien Onze Minister het voor de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd relevant acht, biedt hij ook een medisch onderzoek aan naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Dit onderzoek wordt verricht door gekwalificeerde medische beroepsbeoefenaars. De vreemdeling wordt ervan in kennis gesteld dat hij op eigen initiatief en kosten een dergelijk onderzoek kan regelen. 2. Het medisch onderzoek wordt niet uitgevoerd dan met toestemming van de vreemdeling. 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van het medisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 4. Indien de vreemdeling op eigen initiatief een medisch onderzoek naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade heeft laten verrichten, betrekt Onze Minister de resultaten ervan bij de beoordeling van de aanvraag. 5. De resultaten van de in het eerste en vierde lid bedoelde medische onderzoeken worden door Onze Minister beoordeeld samen met de andere elementen van de aanvraag. 6. Indien de vreemdeling een medisch onderzoek weigert of belemmert, dan wel geen inzage in het medisch onderzoek verleent aan Onze Minister, kan Onze Minister niettemin op de aanvraag beslissen. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Voor het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zijn in een Aanmeldcentrum zes dagen beschikbaar. 2. Onze Minister kan de in het eerste lid genoemde termijn verlengen onder de in artikel 3.115 beschreven voorwaarden. 3. Voor de termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid, met uitzondering van het Aanmeldcentrum Schiphol, tellen de dagen gedurende het weekeinde en de dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen niet mee. 4. Bij ministeriële regeling kunnen, in afwijking van het derde lid, weekeinden of dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, worden aangewezen als dagen die wel meetellen voor de termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid. Die aanwijzing kan worden beperkt tot bepaalde dagen van het weekeinde, tot bepaalde weekeinden, tot bepaalde dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, of tot bepaalde aanmeldcentra. 5. Onze Minister bepaalt met inachtneming van artikel 3.109, eerste lid, wanneer het onderzoek als bedoeld in het eerste lid aanvangt en deelt de dag van aanvang mede aan de vreemdeling. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Op de eerste dag wordt de vreemdeling door Onze Minister aan een nader gehoor onderworpen. Bij het afnemen van het nader gehoor wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om zo volledig mogelijk de tot staving van zijn aanvraag noodzakelijke elementen aan te voeren. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. 2. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 30a van de Wet, wordt de vreemdeling tijdens het nader gehoor in de gelegenheid gesteld zijn standpunt uiteen te zetten over de toepassing van de in artikel 30a, eerste lid, van de Wet bedoelde gronden op zijn specifieke omstandigheden. 3. Van het nader gehoor wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Een afschrift van het verslag van nader gehoor wordt op de eerste dag aan de vreemdeling ter kennis gebracht. 4. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op de tweede dag opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het nader gehoor en nadere gegevens te verstrekken. De vreemdeling wordt daartoe volledig geïnformeerd over de inhoud van het verslag, zo nodig met bijstand van een tolk. De vreemdeling wordt verzocht uiterlijk op de tweede dag schriftelijk te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Het verslag van nader gehoor vermeldt deze termijn. 5. Indien de vreemdeling weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling van het nader gehoor vormt, worden de redenen voor deze weigering in zijn dossier opgenomen. Die weigering belet Onze Minister niet om een beslissing op de aanvraag te nemen. 6. In afwijking van het tweede lid blijft een nader gehoor in een Aanmeldcentrum achterwege: - a. indien de vreemdeling om medische redenen niet aan een nader gehoor kan worden onderworpen, of - b. ten aanzien van een alleenstaande minderjarige vreemdeling beneden de leeftijd van twaalf jaar. Bij ministeriële regeling kunnen andere gevallen worden aangewezen waarin een nader gehoor in een Aanmeldcentrum achterwege blijft. 7. Indien een nader gehoor in een Aanmeldcentrum achterwege is gebleven wordt de vreemdeling door Onze Minister zo spoedig mogelijk aan een nader gehoor onderworpen. Van het nader gehoor wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Een afschrift van het verslag van nader gehoor wordt zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling ter kennis gebracht. Het verslag van nader gehoor vermeldt de termijn waarbinnen de vreemdeling uit eigen beweging of desgevraagd nadere gegevens kan verstrekken. Deze termijn bedraagt ten minste twee dagen. 8. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gesteld omtrent het afnemen van het nader gehoor. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen binnen zes dagen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling toegezonden op de derde dag of aan de vreemdeling uitgereikt op de vierde dag. 2. De vreemdeling brengt zijn zienswijze op het in het eerste lid bedoelde voornemen schriftelijk naar voren uiterlijk op de vierde dag. 3. De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. 4. Het tijdstip van uitreiken van het voornemen en de ontvangst van de schriftelijke zienswijze worden door Onze Minister vastgelegd. 5. Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg. 6. Onze Minister maakt de beschikking uiterlijk op de zesde dag bekend door uitreiking of toezending ervan. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Onze Minister kan de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn voorafgaand aan de start van het onderzoek verlengen, indien als gevolg van het onderzoek in de aanmeldfase of de rust- en voorbereidingstermijn, of als gevolg van het medisch onderzoek, bedoeld in artikel 3.109, vijfde lid, is gebleken dat: - a. er indicaties zijn dat het onderzoek naar de afgelegde verklaringen voorzienbaar meer tijd zal vergen; of - b. de vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft als bedoeld in artikel 3.108b, dan wel meer tijd nodig is voor het zorgvuldig doorlopen van de procedure omdat uit het medisch onderzoek, bedoeld in artikel 3.109, vijfde lid, is gebleken dat een extra dag nodig is voor het nader gehoor, bedoeld in artikel 3.113, eerste lid. 2. Onze Minister kan de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn na de start van het onderzoek verlengen: - a. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.113, eerste en derde lid, en 3.114, eerste en zesde lid, tenzij de overschrijding aan Onze Minister kan worden toegerekend; - b. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.113, vierde lid, of 3.114, tweede lid, en de vreemdeling een met redenen omkleed verzoek om verlenging heeft ingediend, tenzij de overschrijding aan de vreemdeling kan worden toegerekend; - c. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek naar de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling noodzakelijk is; - d. indien de vreemdeling zijn eerder tijdens het onderzoek afgelegde verklaringen essentieel wijzigt of aanvult; - e. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek noodzakelijk is naar omstandigheden die verband houden met de gronden, bedoeld in de artikelen 3.6a, eerste lid, en 6.1e; - f. indien Onze Minister een medisch onderzoek heeft aangeboden als bedoeld in artikel 3.109e; of - g. indien de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor, dan wel is verdwenen of vertrokken zonder toestemming van Onze Minister. 3. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, wordt de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn verlengd met drie dagen: een extra dag voor het nader gehoor, een extra dag voor de correcties en aanvullingen gedurende welke dag Onze Minister reeds een aanvang kan maken met het voornemen, en een extra dag voor het opstellen van de zienswijze. In de gevallen bedoeld in het tweede lid wordt de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn verlengd met ten hoogste twaalf, veertien, of twintig dagen. Indien verlenging op grond van zowel het eerste, als het tweede lid plaatsvindt, zijn voor het onderzoek in een Aanmeldcentrum ten hoogste eenentwintig, drieëntwintig of negenentwintig dagen beschikbaar. 4. De vreemdeling wordt van de verlenging schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt de reden van de verlenging aangegeven alsmede op welk moment de verlengde termijn eindigt. 5. Indien Onze Minister de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn heeft verlengd wordt het schriftelijk voornemen aan de vreemdeling uitgereikt of toegezonden. 6. De vreemdeling brengt zijn zienswijze uiterlijk op de eerste dag, of bij toepassing van het eerste lid op de tweede dag, na de uitreiking of toezending van het voornemen naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd. 7. Artikel 3.114, derde tot en met vijfde lid, is van toepassing. 8. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de negende dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 9. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a tot en met e, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de achttiende dag bekend door uitreiking of toezending ervan. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de twintigste dag bekend door uitreiking of toezending ervan. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de zesentwintigste dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 10. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste en tweede lid, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de eenentwintigste, drieëntwintigste of negenentwintigste dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 11. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid alsmede de wijze waarop het onderzoek naar de aanvraag wordt vervolgd indien de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn wordt verlengd. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Het verwijderd: schriftelijke eindetoegevoegd: schriftelijk einde voornemen omverwijderd: : - a. de aanvraag tot het verlenen van de eindetoegevoegd: een eindeverblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd af te wijzen indien de termijnen, bedoeld eindein verwijderd: de artikelen 3.113, eerste en derde lid, of 3.114, eerste en zesde lid, dan wel de op grond van artikel 3.115, eerste of derde lid, verlengde termijn, zijn overschreden; - b. de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af eindete verwijderd: wijzen; - c. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder d, van de Wet, af te wijzen, of - d. een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder c en d, van de Wet, in te eindetrekkenverwijderd: , einde wordt aan de vreemdeling meegedeeld door uitreiking of toezending ervan. 2. De termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt bedraagttoegevoegd: zes weken einde, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligdverwijderd: : - a einde.verwijderd: in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a: vier weken, en - b. in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d: zes weken. 3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, vangt aan met ingang van de dag na die waarop het voornemen is uitgereikt of toegezonden. 4. De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is de zienswijze tijdig ingediend, indien deze voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits deze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. 5. De ontvangst van de schriftelijke zienswijze wordt door Onze Minister bevestigd. 6. Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De termijnen, genoemd in de artikelen 3.113, eerste, derde en vierde lid, en 3.114, zijn niet van toepassing op de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b van de Wet terwijl de vrijheidsontneming voortduurt, tenzij de aanvraag wordt behandeld in een Aanmeldcentrum. 2. De vreemdeling wordt door Onze Minister zo spoedig mogelijk aan een nader gehoor onderworpen, waarbij wordt voldaan aan het in artikel 3.113, derde tot en met vijfde lid, bepaalde. 3. Het verslag van het nader gehoor vermeldt de termijn waarbinnen de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld te voldoen aan het in artikel 3.113, vierde lid, bepaalde. 4. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe zo spoedig mogelijk uitgereikt of toegezonden. 5. De vreemdeling brengt zijn zienswijze binnen twee weken schriftelijk naar voren. 6. De termijn, bedoeld in het vijfde lid, vangt aan met ingang van de dag na die waarop het voornemen is uitgereikt of toegezonden. 7. De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. 8. Artikel 3.116, vijfde lid, is van toepassing. 9. Indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59a, is artikel 3.109c van overeenkomstige toepassing. 10. Indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen, is artikel 3.109ca van overeenkomstige toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien Onze Minister voornemens is om: - a. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen na ommekomst van de in artikel 3.110, eerste of tweede lid, genoemde termijn; - b. de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen, of - c. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 8, onder d, van de Wet, af te wijzen, terwijl de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6, 6a, 59a of 59b van de Wet en de vrijheidsontneming voortduurt, wordt het schriftelijk voornemen daartoe uitgereikt of toegezonden. 2. De artikelen 3.117, vijfde tot en met zevende lid, en 3.116, vijfde en zesde lid, zijn van toepassing. Indien de aanvraag wordt behandeld in een grensprocedure en sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt de in artikel 3.117, vijfde lid, bedoelde termijn een week. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien de vreemdeling reeds eerder een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend welke is afgewezen dan wel niet in behandeling is genomen, vangt het onderzoek naar een volgende aanvraag aan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven welke redenen aan die volgende aanvraag ten grondslag liggen. Onze Minister bepaalt met inachtneming van de vorige volzin wanneer de in het tweede tot en met achtste lid beschreven procedure aanvangt en deelt de dag van aanvang mede aan de vreemdeling. 2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3.108d, 3.109, 3.113, eerste tot en met het achtste lid, en 3.114, eerste, tweede en zesde lid, niet van toepassing. In plaats daarvan: - a. wordt de vreemdeling op de eerste dag door Onze Minister aan een nader gehoor onderworpen; - b. wordt het afschrift van het verslag van het nader gehoor op de eerste dag aan de vreemdeling ter kennis gebracht; - c. wordt, indien Onze Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen binnen drie dagen, het schriftelijk voornemen daartoe op de eerste dag aan de vreemdeling toegezonden of uitgereikt; - d. brengt de vreemdeling zijn zienswijze op het voornemen uiterlijk op de tweede dag naar voren, waarbij hij tevens nadere gegevens kan verstrekken; - e. maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de derde dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 3. Behoudens in de in artikel 40, zesde lid, van de Procedurerichtlijn bedoelde gevallen, wordt het tweede lid, onder a en b, buiten toepassing gelaten indien Onze Minister de kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen die nodig is voor het kunnen nemen van de beschikking, kan vergaren zonder nader gehoor. 4. In die gevallen waarin met toepassing van het derde lid is afgezien van een nader gehoor, kan Onze Minister naar aanleiding van nieuwe elementen of bevindingen of een andere beoordeling van reeds bekende elementen of bevindingen bepalen dat het onderzoek naar de aanvraag opnieuw aanvangt met inachtneming van het tweede lid. Onze Minister bepaalt in dat geval wanneer de procedure opnieuw aanvangt en deelt de dag van aanvang mede aan de vreemdeling. 5. Het tweede lid, onder c tot en met e, is niet van toepassing, indien zulks schriftelijk door Onze Minister aan de vreemdeling wordt meegedeeld. Bij de mededeling wordt aangegeven of het onderzoek naar de aanvraag al dan niet wordt voortgezet in een Aanmeldcentrum, dan wel de in artikel 3.109c beschreven procedure zal worden gevolgd. 6. Bij voortzetting van het onderzoek in een Aanmeldcentrum: - a. zijn, in afwijking van artikel 3.110, eerste lid, voor het onderzoek zes dagen beschikbaar; - b. kan de vreemdeling uit eigen beweging of desgevraagd nadere gegevens verstrekken uiterlijk op de tweede dag; - c. wordt het schriftelijk voornemen tot afwijzing van de aanvraag toegezonden op de derde dag of uitgereikt op de vierde dag; - d. brengt de vreemdeling zijn zienswijze op het voornemen uiterlijk op de vierde dag naar voren; - e. maakt Onze Minister zijn beschikking uiterlijk op de zesde dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 7. Onze Minister kan de in het zesde lid, onder a, bedoelde termijn verlengen. In dat geval zijn, in afwijking van artikel 3.110, tweede lid, voor het onderzoek in een Aanmeldcentrum ten hoogste twaalf, veertien of twintig dagen beschikbaar. 8. Indien Onze Minister de in het zesde lid, onder a, bedoelde termijn heeft verlengd: - a. brengt de vreemdeling, in afwijking van het zesde lid, onder d, zijn zienswijze uiterlijk op de dag na de toezending van het voornemen of op de dag van de uitreiking ervan naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd; - b. maakt Onze Minister, in afwijking van het zesde lid, onder e, zijn beschikking uiterlijk op de twaalfde dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 9. Het eerste tot en met achtste lid is van overeenkomstige toepassing, indien reeds eerder een aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingetrokken of reeds eerder een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een dergelijke verblijfsvergunning is afgewezen. 10. Dit artikel blijft buiten toepassing ten aanzien van de bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën vreemdelingen. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: Wanneer na het uitreiken of toezenden van het voornemen feiten of omstandigheden: - a. bekend worden, of - b. reeds bekend waren maar naar aanleiding van de zienswijze van de vreemdeling anders worden beoordeeld of gewogen, die voor de te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn en Onze Minister voornemens blijft de aanvraag af te wijzen, wordt dit aan de vreemdeling meegedeeld en wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: Bij ministeriele regeling worden voorschriften gesteld omtrent: - a. het verstrekken van inlichtingen aan de vreemdeling over de te volgen procedure, - b. het stellen van aantekeningen in het dossier van de vreemdeling ingeval van intrekking van diens aanvraag, en - c. de toepassing van artikel 30c van de Wet. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien de aanvraag wordt afgewezen, voor wat betreft de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, wordt dit feitelijk en juridisch gemotiveerd. 2. Indien de aanvraag mede is gedaan namens personen die ten laste van de aanvrager komen en de aanvraag op dezelfde gronden gebaseerd is, kan één beslissing worden genomen die geldt voor alle personen, tenzij dat handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een aanvrager die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele geaardheid, genderidentiteit of leeftijd. 3. Indien een vreemdeling niet wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een juridisch adviseur of een andere raadsman, wordt hij in een taal die hij begrijpt of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat hij die begrijpt, in kennis gesteld van de beslissing. Daarbij wordt ook informatie verstrekt over de wijze waarop een negatieve beslissing kan worden aangevochten. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Aan de vreemdeling aan wie op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Wet een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van die wet is verleend, wordt zo spoedig mogelijk na verlening van die verblijfsvergunning in een voor hem begrijpelijke taal informatie verschaft over de rechten en plichten die verbonden zijn aan de verblijfsvergunning. 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verschaft. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
Ingeval Onze Minister een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindeverleent aan een vreemdeling die houder is van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt verzocht aan die lidstaat om een aantekening inzake internationale bescherming op te nemen dan wel te wijzigen inhoudend dat Nederland internationale bescherming heeft verleend en de datum waarop.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien sprake is of is geweest van een zodanige toename van het aantal asielaanvragen dat daardoor bij de behandeling van asielaanvragen een aanzienlijke vertraging is opgetreden of naar verwachting zal optreden en een substantieel deel van de asielaanvragen wordt ingediend door vreemdelingen die een bepaalde nationaliteit bezitten of behoren tot een bepaalde groep en op basis van het beschikbare bewijs voorzienbaar is dat deze voor inwilliging in aanmerking komen, kan Onze Minister besluiten dat voor de behandeling van aanvragen van deze vreemdelingen de in deze paragraaf beschreven procedure wordt gevolgd. 2. Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt genomen in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en voor een in het besluit vast te stellen periode van ten hoogste één jaar. 3. De geldigheidsduur van het in het eerste lid bedoelde besluit kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, steeds met ten hoogste zes maanden worden verlengd voor zover nog steeds wordt voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, het in het eerste lid bedoelde besluit op ieder moment intrekken, ook na verlenging van de geldigheidsduur ervan. 5. Voor zover dit voor een goede invoering en beëindiging van de in deze paragraaf opgenomen procedures noodzakelijk is, kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens dit besluit. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Bij de behandeling van een aanvraag van een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.123a, eerste lid, zijn de artikelen 3.109 en 3.110 tot en met 3.116 niet van toepassing. 2. Na het indienen van de aanvraag door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.123a, eerste lid, kan onderzoek plaatsvinden naar de identiteit, vingerafdrukken en nationaliteit van de vreemdeling, naar de bij hem aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden, dan wel naar de mogelijkheid van toepassing van artikel 30 of 30a, eerste lid, onderdeel a, b, c of e van de Wet. 3. Van de vreemdeling worden door Onze Minister een gezichtsopname gemaakt en vingerafdrukken afgenomen en opgeslagen. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking. 4. De vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk door Onze Minister aan een gehoor onderworpen. Daarbij worden vragen gesteld omtrent zijn personalia, zijn geboorteplaats en geboortedatum, zijn nationaliteit en etnische afkomst, de datum van zijn vertrek uit het land van herkomst, de datum van zijn aankomst in Nederland, eventueel verblijf in derde landen, het bezit van een paspoort en identiteitsdocumenten en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Tevens wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn asielmotieven uiteen te zetten. 5. Het afschrift van het in het vierde lid bedoelde gehoor wordt zo spoedig mogelijk ter kennis van de vreemdeling gebracht. 6. Indien het in het vierde lid bedoelde gehoor voldoende grond biedt om de aanvraag in te willigen, wordt de beschikking zo spoedig mogelijk bekendgemaakt door uitreiking of toezending ervan. 7. Indien na het in het vierde lid bedoelde gehoor nog niet kan worden besloten tot inwilliging van de aanvraag, wordt voor de verdere behandeling van de aanvraag alsnog de in paragraaf 2 van deze Afdeling beschreven procedure gevolgd. Bij deze behandeling worden de door de vreemdeling bij het in het vierde lid bedoelde gehoor afgelegde verklaringen over zijn asielmotieven die geen betrekking hebben op daden als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag en andere zware strafbare feiten niet betrokken, tenzij de vreemdeling, na overleg met degene die hem in de rust- en voorbereidingstermijn bijstaat, aangeeft dat hij wenst dat dit wel gebeurt of de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereisen. 8. Het zevende lid is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in artikel 3.123c, eerste lid. 9. Indien op het moment dat een besluit als bedoeld in het eerste lid van artikel 3.123a van kracht wordt, een aanvraag kan worden aangemerkt als een aanvraag van een vreemdeling als bedoeld in die bepaling en het onderzoek naar de aanvraag nog niet is gestart, wordt de in dit artikel beschreven procedure gevolgd. 10. Indien de vreemdeling op het moment dat een besluit als bedoeld in het eerste lid van artikel 3.123a wordt ingetrokken, of de geldigheidsduur ervan verstrijkt, reeds is onderworpen aan een gehoor als bedoeld in het vierde lid van dit artikel wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet met toepassing van de in dit artikel beschreven procedure. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De bepalingen in deze subparagraaf zijn uitsluitend van toepassing in die gevallen waarin na het in artikel 3.123b, vierde lid, bedoelde gehoor blijkt dat nader onderzoek naar de identiteit, nationaliteit of het behoren tot een bepaalde groep noodzakelijk is. 2. Indien deze subparagraaf van toepassing is wordt het gehoor, bedoeld in artikel 3.123b, vierde lid, aangemerkt als een aanmeldgehoor en zijn voor de verdere behandeling van de aanvraag, in afwijking van de artikelen 3.109 en 3.110 tot en met 3.116, de in deze subparagraaf opgenomen bepalingen van toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. De vreemdeling wordt een rust- en voorbereidingstermijn gegeven van ten minste zes dagen. Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.123e, vangt na de rust- en voorbereidingstermijn aan. 2. Gedurende de rust- en voorbereidingstermijn wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om te worden voorgelicht over de asielprocedure en om zich op de asielprocedure voor te bereiden en zich daartoe te laten bijstaan. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het aanmeldgehoor en hem wordt tijdig mededeling gedaan van de mogelijkheid zich bij een gehoor als bedoeld in artikel 3.123f, te doen bijstaan. 3. De vreemdeling wordt een medisch onderzoek aangeboden. Voor dit onderzoek is de schriftelijke toestemming van de vreemdeling vereist. 4. Artikel 3.109, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Voor het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zijn in een Aanmeldcentrum zes dagen beschikbaar. 2. Onze Minister kan de in het eerste lid genoemde termijn verlengen. In dat geval zijn voor het onderzoek in een Aanmeldcentrum ten hoogste veertien, zestien of tweeëntwintig dagen beschikbaar. 3. Artikel 3.110, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4. Onze Minister bepaalt met inachtneming van artikel 3.123d, eerste lid, wanneer het onderzoek als bedoeld in het eerste lid aanvangt en deelt de dag van aanvang mede aan de vreemdeling. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Op de eerste dag wordt de vreemdeling door Onze Minister aan een nader gehoor onderworpen. Bij het afnemen van het nader gehoor wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om zo volledig mogelijk de tot staving van zijn aanvraag noodzakelijke elementen aan te voeren. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. 2. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 30a van de Wet, wordt de vreemdeling tijdens het nader gehoor in de gelegenheid gesteld zijn standpunt uiteen te zetten over de toepassing van de in artikel 30a, eerste lid, van de Wet bedoelde gronden op zijn specifieke omstandigheden. 3. Van het nader gehoor wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Een afschrift van het verslag van nader gehoor wordt op de eerste dag aan de vreemdeling ter kennis gebracht. 4. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op de tweede dag opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het nader gehoor en nadere gegevens te verstrekken. De vreemdeling wordt daartoe volledig geïnformeerd over de inhoud van het verslag, zo nodig met bijstand van een tolk. De vreemdeling wordt verzocht uiterlijk op de tweede dag schriftelijk te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Het verslag van nader gehoor vermeldt deze termijn. 5. Artikel 3.113, vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen binnen zes dagen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling toegezonden op de derde dag of aan de vreemdeling uitgereikt op de vierde dag. 2. De vreemdeling brengt zijn zienswijze op het in het eerste lid bedoelde voornemen schriftelijk naar voren uiterlijk op de vierde dag. 3. De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. 4. Het tijdstip van uitreiken van het voornemen en de ontvangst van de schriftelijke zienswijze worden door Onze Minister vastgelegd. 5. Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg. 6. Onze Minister maakt de beschikking uiterlijk op de zesde dag bekend door uitreiking of toezending ervan. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: 1. Onze Minister kan de in artikel 3.123e, eerste lid, genoemde termijn verlengen: - a. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.123f, eerste en derde lid, en 3.123g, eerste en zesde lid, tenzij de overschrijding aan Onze Minister kan worden toegerekend; - b. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.123f, vierde lid, of 3.123g, tweede lid, en de vreemdeling een met redenen omkleed verzoek om verlenging heeft ingediend, tenzij de overschrijding aan de vreemdeling kan worden toegerekend; - c. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek naar de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling noodzakelijk is; - d. indien de vreemdeling zijn eerder tijdens het onderzoek afgelegde verklaringen essentieel wijzigt of aanvult; - e. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek noodzakelijk is naar omstandigheden die verband houden met de gronden, bedoeld in de artikelen 3.6a, eerste lid, en 6.1e; - f. indien Onze Minister een medisch onderzoek heeft aangeboden als bedoeld in artikel 3.109e; of - g. indien de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor, dan wel is verdwenen of vertrokken zonder toestemming van Onze Minister. 2. De vreemdeling wordt van de verlenging schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt de reden van de verlenging aangegeven alsmede op welk moment de verlengde termijn eindigt. 3. Indien Onze Minister de in artikel 3.123e, eerste lid, genoemde termijn heeft verlengd en voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen binnen veertien, zestien of tweeëntwintig dagen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt of toegezonden. 4. De vreemdeling brengt zijn zienswijze uiterlijk op de dag na de uitreiking of toezending van het voornemen naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd. 5. Artikel 3.123g, derde tot en met vijfde lid, zijn van toepassing. 6. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de veertiende dag bekend door uitreiking of toezending ervan. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de zestiende dag bekend door uitreiking of toezending ervan. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de tweeëntwintigste dag bekend door uitreiking of toezending ervan. 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de toepassing van het eerste lid alsmede de wijze waarop het onderzoek naar de aanvraag wordt vervolgd indien de in artikel 3.123e, eerste lid, genoemde termijn wordt verlengd. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: Indien de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.123f, eerste en derde lid, of 3.123g, eerste en zesde lid, dan wel de op grond van artikel 3.123h, eerste lid, verlengde termijn, zijn overschreden, bedraagt de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt vier weken, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd. Artikel 3.116, derde tot zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De aanvraag tot het verlenen van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen wordt niet op grond van artikel 45b, tweede lid, onder a, van de Wet afgewezen om reden dat het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8toegevoegd: , aanhef en eindeonder a tot en met etoegevoegd: , en f, subonderdeel 2˚ eindeof l, van de Wet niet vijf jaren aaneensluitend is geweest, indien: - a. de aanvraag is ingediend door een meerderjarige vreemdeling die: - 1°. voor het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig verblijf verwijderd: als eindebedoeld in artikel 8, toegevoegd: aanhef en eindeonder a verwijderd: toe eindetoegevoegd: tot einde en met verwijderd: e eindetoegevoegd: f, subonderdeel 2˚ eindeof l, van de Wet, heeft gehad en wiens aanvraag is ontvangen voor het negenentwintigste levensjaar, of - 2°. voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven verwijderd: als eindebedoeld in artikel 8, toegevoegd: aanhef en eindeonder a tot en met verwijderd: e eindetoegevoegd: f, subonderdeel 2˚ eindeof l, van de Wet, en voor wie Nederland naar het oordeel van Onze Minister het meest aangewezen land is;

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
- b. op het document, bedoeld onder a, van de vreemdeling aan wie de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen is verleend wel een aantekening krachtens artikel 45c, eerste lid, van de Wet is geplaatst, ambtshalve een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor onbepaalde tijd eindeworden verleend. 3. De EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen kan met toepassing van artikel 45d, eerste lid, onder b, van de Wet worden ingetrokken op grond dat de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de toepasselijke norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede, derde dan wel vijfde lid. De artikelen 3.86 en 3.87 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Indien de intrekking van de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen overeenkomstig het derde lid, niet leidt tot uitzetting, kan ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden verleend ingeval op het document, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet, van de vreemdeling aan wie de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen is verleend, geen aantekening krachtens artikel 45c, eerste lid, van de Wet is geplaatst. 5. Indien de intrekking van de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen overeenkomstig het derde lid, niet leidt tot uitzetting, kan ambtshalve een verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor onbepaalde tijd eindeworden verleend ingeval op het document, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet, van de vreemdeling aan wie de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen is verleend, wel een aantekening krachtens artikel 45c, eerste lid, van de Wet is geplaatst.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Ingeval bij de toepassing van artikel 45d, eerste lid, onder b, van de Wet een andere lidstaat van de Europese Unie heeft bevestigd dat de vreemdeling nog steeds in die staat internationale bescherming geniet, zet Onze Minister de vreemdeling uit naar die staat. 2. In afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de voor Nederland geldende internationale verplichtingen kan Onze Minister de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, uitzetten naar een andere staat dan de staat die de internationale bescherming heeft verleend, indien is voldaan aan artikel verwijderd: 3.105c eindetoegevoegd: 14 einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: onder a eindetoegevoegd: onderdelen d einde of verwijderd: b eindetoegevoegd: e, van de Kwalificatieverordening einde. 3. Bij de verwijdering in de gevallen, bedoeld in het tweede lid en artikel 3.103aa, derde lid, onder a dan wel b, wordt het beginsel geëerbiedigd van non-refoulement, met inachtneming van de voor Nederland geldende internationale verplichtingen.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Aan de vreemdeling die met toepassing van artikel 50, tweede of derde lid, of artikel 50a, eerste lid, van de Wet is overgebracht naar een plaats, bestemd voor verhoor, toegevoegd: dan wel een plaats bestemd voor screening, eindewordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het verhoor te doen bijstaan door een raadsman. 2. De in het eerste lid bedoelde vreemdeling wordt niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten, dan wordt gevorderd door het doel van de maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
- c. voor vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindehebben ingediend, dan wel verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel m, van de Wet: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling;

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a tot en met d, worden door Onze Minister vervangen, indien: - a. de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven, overeenkomstig artikel 4.44 aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van dat document, en - b. Onze Minister heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat de aangifte naar waarheid is gedaan. 2. Onverminderd het eerste lid worden de documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, telkens vijf jaren na de afgifte ervan, vervangen.toegevoegd: 3. Onverminderd het eerste lid en in afwijking van het tweede lid, wordt het document bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onderdeel a, telkens drie jaren na de afgifte ervan vervangen, indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder c, van de Wet. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder e, wordt gesteld indien op grond van artikel 3.1 toegevoegd: dan wel artikel 10 van de Procedureverordening eindeuitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. De datum waarop de aanvraag is ontvangen wordt eveneens aangetekend. Indien de aanvraag wordt afgewezen, wordt «vervallen» aangetekend. 2. Uit de aantekening blijkt of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning vereist is.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
3. De maatregel wordt evenmin opgelegd aan een houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart anders dan om redenen van veiligheid.toegevoegd: 4. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft alleen opgelegd om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er een onderduikrisico bestaat, wanneer de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van: - a. artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2˚, van de Wet; - b. artikel 8, aanhef en onder h, subonderdeel 2˚, van de Wet; of - c. artikel 8, aanhef en onder m, van de Wet. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. verwijderd: Voordat de vreemdeling op grond eindetoegevoegd: De maatregel van beperking van vrijheid eindevan toegevoegd: beweging, bedoeld in eindeartikel verwijderd: 59 eindetoegevoegd: 56 einde, verwijderd: 59a of 59b eindetoegevoegd: eerste lid, eindevan de Wet verwijderd: in bewaring wordt gesteld eindetoegevoegd: kan worden opgelegd om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er een onderduikrisico is einde, verwijderd: wordt hij gehoord. eindetoegevoegd: met name als het gaat om: einde verwijderd: 2 eindetoegevoegd: - a einde. verwijderd: Het eerste lid is niet eindetoegevoegd: vreemdelingen die overeenkomstig artikel 17, vierde lid, eindevan verwijderd: toepassing indien het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht eindetoegevoegd: de Asiel- en migratiebeheerverordening verplicht zijn om zich in een andere lidstaat te bevinden; of - b einde.verwijderd: In dat geval wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging eindetoegevoegd: vreemdelingen die zijn overgebracht naar Nederland als lidstaat waar zij overeenkomstig artikel 17, vierde lid, eindevan de verwijderd: bewaring gehoord. 3. Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt eindetoegevoegd: Asiel- en migratiebeheerverordening verplicht zijn zich te bevinden nadat zij zijn ondergedoken en zich naar een andere lidstaat hebben begeven einde. verwijderd: 4 eindetoegevoegd: 2 einde. verwijderd: Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan eindetoegevoegd: De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan worden opgelegd indien ten minste één eindevan de verwijderd: hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman eindetoegevoegd: gronden voor onderduikrisico als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, zich voordoet einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De maatregel verwijderd: waarbij de bewaring op grond eindetoegevoegd: van beperking van vrijheid eindevan toegevoegd: beweging, bedoeld in eindeartikel verwijderd: 59 eindetoegevoegd: 56 einde, verwijderd: 59a of 59b eindetoegevoegd: eerste lid, eindevan de Wetverwijderd: wordt opgelegd wordt gedagtekend en ondertekend; eindetoegevoegd: , is evenredig en houdt rekening met einde de verwijderd: maatregel wordt met redenen omkleed. Aan eindetoegevoegd: relevante aspecten van de individuele situatie van eindede vreemdelingverwijderd: op wie de maatregel betrekking heeft eindetoegevoegd: . 2. Het besluit tot oplegging van een maatregel einde, verwijderd: wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt. De vreemdeling wordt daarbij schriftelijk eindetoegevoegd: bedoeld in het eerste lid, vermeldt de feitelijke, en indien van toepassing einde, verwijderd: in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, eindetoegevoegd: juridische redenen op grond waarvan tot oplegging van de maatregel wordt overgegaan. 3. De vreemdeling wordt schriftelijk einde op de hoogte verwijderd: gebracht eindetoegevoegd: gesteld einde van verwijderd: de redenen van bewaring eindetoegevoegd: het besluit eindeen verwijderd: van eindede verwijderd: in het nationale recht vastgestelde procedures eindetoegevoegd: rechtsmiddelen die daartegen openstaan, de mogelijkheid einde om verwijderd: het bevel tot bewaring eindetoegevoegd: gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging einde aan te verwijderd: vechten eindetoegevoegd: vragen einde, alsook van de verwijderd: mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen eindetoegevoegd: gevolgen van niet-nakoming van de bij het besluit opgelegde verplichtingen einde.verwijderd: 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 eindetoegevoegd: Deze informatie wordt verstrekt in een taal die hij begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze begrijpt einde, verwijderd: derde of zesde lid eindetoegevoegd: en in een beknopte einde, toegevoegd: transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige bewoordingen. 4. Bij oplegging eindevan de verwijderd: Wet en eindetoegevoegd: maatregel, bedoeld einde in verwijderd: situaties waarin eindetoegevoegd: het eerste lid, wordt rekening gehouden met eindede verwijderd: bewaring eindetoegevoegd: bijzondere opvangbehoeften eindevan de vreemdeling verwijderd: op een andere wettelijke grondslag wordt voortgezet eindetoegevoegd: die onder de reikwijdte van de Opvangrichtlijn valt einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verwijderd: bewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b eindetoegevoegd: vreemdeling aan wie een maatregel van beperking eindevan verwijderd: de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, een cel eindetoegevoegd: vrijheid eindevan verwijderd: de Koninklijke marechaussee eindetoegevoegd: beweging einde, verwijderd: in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als eindebedoeld in artikel verwijderd: 6 eindetoegevoegd: 56 einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, verwijderd: of artikel 58, eerste lid eindevan de Wetverwijderd: . Bij de tenuitvoerlegging van de bewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in eindetoegevoegd: is opgelegd, kan Onze Minister om toestemming verzoeken om tijdelijk buiten eindede verwijderd: uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de eindetoegevoegd: toegewezen eindeplaats verwijderd: van tenuitvoerlegging eindetoegevoegd: te verblijven einde. 2. verwijderd: Indien de tenuitvoerlegging van de bewaring een aanvang neemt op een politiebureau of in een cel eindetoegevoegd: De beslissing op het verzoek om toestemming wordt objectief en onpartijdig genomen op basis van de merites eindevan verwijderd: de Koninklijke marechaussee, wordt zodra dit redelijkerwijs mogelijk is eindetoegevoegd: elk afzonderlijk geval. Bij afwijzing van het verzoek worden einde de verwijderd: tenuitvoerlegging voortgezet eindetoegevoegd: redenen daartoe vermeld eindein verwijderd: een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 58, eerste lid, van de Wet eindetoegevoegd: de beslissing. 3. De vreemdeling heeft geen toestemming nodig om afspraken met autoriteiten en rechterlijke instanties na te komen indien zijn aanwezigheid daarvoor vereist is einde.verwijderd: 3. einde De verwijderd: bewaring wordt opgeheven zodra er geen grond meer aanwezig is eindetoegevoegd: vreemdeling stelt Onze Minister vooraf van dergelijke afspraken in kennis einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. verwijderd: Gedurende de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel ingevolge de artikelen 6, tweede lid, 58, eerste lid, of 59, 59a of 59b, eindetoegevoegd: Een vreemdeling als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Wet kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond dat het belang eindevan de verwijderd: Wet, kan de vreemdeling voor korte duur naar elders worden gebracht, wanneer dit redelijkerwijs nodig is voor eindetoegevoegd: openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien: - a. een onderduikrisico bestaat; of - b. de vreemdeling eindede verwijderd: toepassing eindetoegevoegd: voorbereiding einde van toegevoegd: het vertrek of eindede verwijderd: Wet eindetoegevoegd: uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert einde. 2. verwijderd: Van de tenuitvoerlegging eindetoegevoegd: Een vrijheidsontnemende maatregel op grond eindevan verwijderd: een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld eindetoegevoegd: artikel 6, derde lid, van de Wet wordt opgelegd eindein het verwijderd: eerste lid, eindetoegevoegd: kader van het grensbewakingsbelang. Deze eindewordt verwijderd: op verzoek eindetoegevoegd: niet opgelegd of voortgezet indien sprake is eindevan verwijderd: de vreemdeling zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan diens naaste verwanten of aan een eindetoegevoegd: bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing eindein verwijderd: Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging eindetoegevoegd: geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond eindevan verwijderd: de staat waarvan hij onderdaan is eindetoegevoegd: artikel 6, zesde lid, van de Wet einde. verwijderd: 3 eindetoegevoegd: 4 einde. verwijderd: In geval eindetoegevoegd: Met het oog op eindede verwijderd: vrijheidsontnemende maatregel eindetoegevoegd: overdracht aan einde een verwijderd: minderjarige betreft wordt daarvan, zo daartoe eindetoegevoegd: verantwoordelijke lidstaat met inachtneming van artikel 44 van eindede verwijderd: gelegenheid bestaat eindetoegevoegd: Asiel- en migratiebeheerverordening einde, verwijderd: ambtshalve zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan degenen die de ouderlijke macht eindetoegevoegd: kan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd of kan hij in vreemdelingenbewaring worden gesteld, indien: - a. er een onderduikrisico bestaat; eindeoftoegevoegd: - b. dat noodzakelijk is met het oog op eindede verwijderd: voogdij over die minderjarige uitoefenen eindetoegevoegd: bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
verwijderd: Overeenkomstig door Onze Minister eindetoegevoegd: 1. De maatregel van vreemdelingenbewaring, bedoeld in artikel 59, 59a of de maatregel van vrijheidsontneming, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet, indien opgelegd aan een vreemdeling die onder de Asiel- en migratiebeheerverordening valt, of bedoeld in artikel 6a van de Wet kan worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, bedoeld in het tweede lid zich voordoen. 2. Een onderduikrisico kan bestaan, indien de vreemdeling: - a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen of een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt; - b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland eindete toegevoegd: verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; - c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit; - d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt met betrekking tot zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat of een aan hem verstrekt visum voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor dit is verleend; - e. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten; - f. in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten; - g. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van de Wet, tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet, dan wel toepassing is gegeven aan artikel 67a van de Wet; - h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal eindegeven verwijderd: algemene eindetoegevoegd: aan zijn verplichting tot terugkeer; - i. aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel te willen indienen, eindeen verwijderd: bijzondere aanwijzingen stelt eindetoegevoegd: zijn aanvraag met toepassing van eindede verwijderd: korpschef eindetoegevoegd: asielgrensprocedure niet in behandeling is genomen, niet-ontvankelijk is verklaard eindeof toegevoegd: is afgewezen als kennelijk ongegrond; - j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond; - k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan eindede verwijderd: bevelhebber eindetoegevoegd: overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond eindevan de verwijderd: Koninklijke marechaussee Onze Minister tijdig vóór eindetoegevoegd: Asiel- en migratiebeheerverordening; - l. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen, hem op zijn initiatief een termijn is gesteld om uit eigen beweging te vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening, en hij niet uit eigen beweging binnen deze termijn is vertrokken, dan wel - m. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van eindehet verwijderd: verstrijken eindetoegevoegd: realiseren einde van de toegevoegd: overdracht binnen de termijn die geldt op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening; - n. zich niet heeft gehouden aan een hem opgelegde maatregel ter beperking van beweging van de vrijheid, bedoeld eindein artikel verwijderd: 94 eindetoegevoegd: 56 einde, eerste lid, van de verwijderd: wet genoemde termijn eindetoegevoegd: Wet; - o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid eindein verwijderd: kennis eindetoegevoegd: een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied eindevan verwijderd: de bewaring eindetoegevoegd: verblijf; - p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden; - q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid; - r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; - s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan; - t. verdachte is van enig misdrijf eindedan wel toegevoegd: daarvoor is veroordeeld; of - u. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen. 3. Het bestaan van een onderduikrisico, bedoeld in eindehet verwijderd: voortduren daarvan eindetoegevoegd: tweede lid, wordt in ieder geval aan de hand van de feiten en omstandigheden van het individuele geval toegelicht in het besluit, bedoeld in het eerste lid einde.toegevoegd: Bij toepassing van het tweede lid, onderdelen g, i, m en p tot en met u wordt het bestaan van een onderduikrisico nader toegelicht. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. De verwijderd: aanwijzing eindetoegevoegd: grond voor vreemdelingenbewaring, eindebedoeld in toegevoegd: artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, van eindede verwijderd: artikelen 57 eindetoegevoegd: Wet, is aanwezig einde, toegevoegd: indien de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend is en zich ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.6, tweede lid voordoen. 2. De grond voor vreemdelingenbewaring, bedoeld in artikel 59b, eindeeerste lid, toegevoegd: onderdeel b, van de Wet, is aanwezig, indien door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel kunnen worden verkregen, eindeen verwijderd: 58 eindetoegevoegd: zich ten minste twee van de gronden einde, toegevoegd: bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, voordoen. 3. Bij de beoordeling of sprake is van een aanvraag die louter is ingediend teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen als bedoeld artikel 59b, eindeeerste lid, toegevoegd: onderdeel c, ten derde, eindevan de Wet verwijderd: wordt zoveel mogelijk gegeven bij de beschikking waarbij eindetoegevoegd: worden alle omstandigheden van het geval betrokken, waaronder met name: - a. of eindede toegevoegd: vreemdeling eerder een eindeaanvraag tot het verlenen van toegevoegd: een verblijfsvergunning asiel heeft gedaan; - b. eindede toegevoegd: termijn waarbinnen de vreemdeling zijn aanvraag tot het verlenen van een eindeverblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindetoegevoegd: kenbaar heeft gemaakt in het licht van zijn verklaringen hieromtrent; - c. de omstandigheden waaronder de vreemdeling eindeis verwijderd: afgewezen eindetoegevoegd: aangetroffen dan wel zijn aanvraag kenbaar heeft gemaakt; - d einde.verwijderd: De aanwijzing wordt met redenen omkleed eindetoegevoegd: of de vreemdeling in het Schengeninformatiesysteem ter zake van een inreisverbod gesignaleerd staat; - e einde.toegevoegd: de gestelde nationaliteit in het licht van de toepassing van artikel 30b, eerste lid, van de Wet in het geval bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel e, van de Procedureverordening, einde toegevoegd: - f. de onderbouwing van de aanvraag. einde verwijderd: 2 eindetoegevoegd: 4 einde. verwijderd: Artikel eindetoegevoegd: De grond voor vreemdelingenbewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet, is in ieder geval aanwezig, indien er is sprake van een aanvraagprocedure waarin vermoedelijk artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan worden tegengeworpen. einde5.verwijderd: 3 is eindetoegevoegd: De grond voor vreemdelingenbewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel e, eindevan verwijderd: overeenkomstige toepassing eindetoegevoegd: de Wet, is aanwezig eindeindien toegevoegd: een vreemdeling zich niet heeft gehouden aan eindede verwijderd: aanwijzing eindetoegevoegd: opgelegde maatregel ter beperking van beweging van de vrijheid einde, bedoeld in verwijderd: het eindetoegevoegd: artikel 56, eindeeerste lid, verwijderd: gegeven wordt bij afzonderlijke beschikking eindetoegevoegd: van de Wet en het onderduikrisico blijft bestaan einde.toegevoegd: Daarvan is sprake als ten minste een van de andere gronden voor een onderduikrisico, bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, zich voordoet. einde

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. verwijderd: Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in eindetoegevoegd: Voordat de vreemdeling op grond van eindeartikel verwijderd: 11 eindetoegevoegd: 59 einde, verwijderd: derde lid, eindetoegevoegd: 59a of 59b eindevan de verwijderd: Opvangrichtlijn worden alleen eindetoegevoegd: Wet eindein verwijderd: uitzonderlijke omstandigheden in bewaring gehouden. Alles eindetoegevoegd: vreemdelingenbewaring eindewordt verwijderd: in het werk eindegesteldverwijderd: om de bewaring zo spoedig mogelijk op te heffen eindetoegevoegd: , wordt hij gehoord einde. 2. verwijderd: Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in het eindetoegevoegd: Het eindeeerste lidverwijderd: , worden eindetoegevoegd: is einde niet verwijderd: ondergebracht in een inrichting als bedoeld in artikel 1 eindetoegevoegd: van toepassing indien het voorafgaande gehoor eindevan de verwijderd: Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. 3. Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in artikel 17 van eindetoegevoegd: vreemdeling niet kan worden afgewacht. In dat geval wordt eindede verwijderd: Terugkeerrichtlijn worden slechts in laatste instantie en voor een zo kort mogelijke periode in bewaring gesteld eindetoegevoegd: vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring gehoord. 3. Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt einde. 4. verwijderd: Niet-begeleide minderjarigen verblijven in aan hen toegewezen ruimten waar zij afgescheiden gehuisvest zijn eindetoegevoegd: Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan eindevan verwijderd: volwassenen. 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel eindetoegevoegd: de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman einde.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
Een risico als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder a, van de Wet kan worden aangenomen indien tenminste twee van de gronden als bedoeld in artikel 5.verwijderd: 1b eindetoegevoegd: 6 einde, verwijderd: derde en vierde eindetoegevoegd: tweede eindelid, op de vreemdeling van toepassing zijn.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. Bij afwijzing van de eerste aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindewordt ambtshalve beoordeeld of er reden is voor toepassing van artikel 64 van de Wet, tenzij op grond van artikel 3.6a, eerste lid, of 3.6ba, eerste lid, alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning is verstrekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet, niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a van de Wet of op grond van het bepaalde in het Protocol (nr. 24) inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie, bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, dan wel is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lidverwijderd: onder g eindetoegevoegd: , van de Wet bij toepasselijkheid van artikel 42 einde, verwijderd: j of k eindetoegevoegd: eerste lid, onderdelen g en f, eindevan de verwijderd: Wet eindetoegevoegd: Procedureverordening einde of buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c van de Wet. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de verblijfsvergunning asiel verwijderd: voor bepaalde tijd eindewordt ingetrokkenverwijderd: of de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen einde, met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.

Via Stb. 2026, 128

Gewijzigd
1. verwijderd: Indien eindetoegevoegd: Overeenkomstig artikel 68, vijfde lid, onderdeel d, van de Procedureverordening wordt de vreemdeling niet uit Nederland verwijderd, totdat: - a. de termijn ingevolge artikel 69, zesde lid, van de Wet, waarbinnen eindeeen verzoek om een voorlopige voorziening verwijderd: is gedaan eindeteneinde uitzetting verwijderd: of overdracht eindete voorkomen verwijderd: voordat eindetoegevoegd: moet worden ingediend, eindeis verwijderd: beslist eindetoegevoegd: verstreken; of - b. uitspraak is gedaan eindeop verwijderd: een beroep gericht tegen een besluit dat is genomen naar aanleiding van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd eindetoegevoegd: het verzoek om voorlopige voorziening, welk verzoek binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, was ingediend. 2. In afwijking van het eerste lid, eindeis het de vreemdeling verwijderd: toegestaan de uitspraak op dit eindetoegevoegd: in het geval van een volgend eindeverzoek verwijderd: hier te lande af eindetoegevoegd: als bedoeld in artikel 55 van de Procedureverordening, onverminderd de eerbiediging van het beginsel van non-refoulement, niet toegestaan om in Nederland eindete verwijderd: wachten. eindetoegevoegd: blijven: einde verwijderd: 2 eindetoegevoegd: - a einde. verwijderd: Van eindetoegevoegd: indien einde het verwijderd: eerste lid kan worden afgeweken indien uitzetting niet achterwege wordt gelaten op eindetoegevoegd: beroep wordt geacht louter te zijn ingesteld om de uitvoering van een terugkeerbesluit dat zou leiden tot spoedige verwijdering van eindede toegevoegd: vreemdeling, te vertragen of te verhinderen; - b. eindein toegevoegd: de situaties bedoeld in eindeartikel toegevoegd: 56, onderdeel a en b van de Procedureverordening. einde3.verwijderd: 1 eindetoegevoegd: Overeenkomstig artikel 43 einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: derde einde lid, verwijderd: onder a eindetoegevoegd: van de Asiel- eindeen verwijderd: e bedoelde gronden eindetoegevoegd: migratiebeheerverordening wordt de uitvoering van het overdrachtsbesluit opgeschort, totdat: - a einde.toegevoegd: de termijn ingevolge artikel 69, zevende lid, van de Wet, waarbinnen een eerste verzoek om een voorlopige voorziening teneinde de overdracht op te schorten moet worden ingediend, is verstreken; of - b. uitspraak is gedaan op het eerste verzoek om een voorlopige voorziening, welk verzoek binnen de termijn, bedoeld in onderdeel a, was ingediend. einde

Via Stb. 2026, 128