Onverminderd de artikelen 6 en 7 van de Wet College voor de rechten van de mens is het College in verband met het onafhankelijk toezichtmechanisme bevoegd van zakelijke gegevens en bescheiden kopieën te maken en indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is het College bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.
Versie 1
Vreemdelingenbesluit 2000
Je ziet 100 van de 102 wijzigingen.
Toegevoegde artikelen
- **1.** Onze Minister verleent de vreemdeling de in artikel 55.0a, derde lid, van de Wet bedoelde toestemming om een toegewezen geografisch gebied tijdelijk te verlaten in ieder geval om naar behoren gemotiveerde dringende en ernstige familiale redenen of om een noodzakelijke medische behandeling te ondergaan die niet beschikbaar is in het geografische gebied.
- **2.** Het besluit tot inwilliging dan wel afwijzing van het verzoek om toestemming wordt objectief en onpartijdig genomen op basis van de merites van elk afzonderlijk geval. Bij afwijzing van het verzoek worden de redenen daartoe vermeld in het besluit.
- **3.** De vreemdeling heeft geen toestemming nodig om afspraken met autoriteiten en rechterlijke instanties na te komen indien zijn aanwezigheid daarvoor vereist is. De vreemdeling stelt Onze Minister vooraf van dergelijke afspraken in kennis.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** Onze Minister waarborgt dat vreemdelingen in het geografische gebied waaraan zij zijn toegewezen, daadwerkelijk toegang hebben tot hun rechten uit hoofde van de Opvangrichtlijn en de procedurele waarborgen in het kader van de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet.
- **2.** Onze Minister waarborgt dat het geografische gebied voldoende groot is, toegang biedt tot de noodzakelijke openbare infrastructuur en het de onvervreemdbare sfeer van het privéleven van de vreemdelingen niet aantast.
- **3.** Indien is vastgesteld dat de vreemdeling in het geografische gebied geen daadwerkelijke toegang heeft gehad tot zijn rechten uit hoofde van de Opvangrichtlijn of de procedurele waarborgen in het kader van de procedure voor de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet, is de toewijzing van die vreemdeling aan dat gebied niet langer van toepassing.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** De vreemdeling aan wie een maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet is opgelegd, kan Onze Minister om opheffing daarvan verzoeken.
- **2.** Indien het verzoek wordt afgewezen, worden de redenen daartoe vermeld in het besluit.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** Bij het in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a of 59b van de Wet of in vrijheidsontneming aan de grens houden op grond van artikel 6, derde lid, of artikel 6a van de Wet wordt rekening gehouden met zichtbare tekenen, verklaringen of gedragingen die erop wijzen dat de vreemdeling bijzondere opvangbehoeften heeft.
- **2.** Indien bij een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend de beoordeling van bijzondere opvangbehoeften nog niet is afgerond, wordt zij onverwijld afgerond en wordt rekening gehouden met de resultaten ervan wanneer wordt besloten of de vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens moet worden voortgezet dan wel of de omstandigheden daaromtrent moeten worden aangepast.
- **3.** Indien de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a of 59b van de Wet of de vrijheidsontneming aan de grens op grond van artikel 6, derde lid, of artikel 6a van de Wet de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de vreemdeling met bijzondere opvangbehoeften ernstig in gevaar zou brengen, wordt die vreemdeling niet in vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens gehouden.
- **4.** Indien een vreemdeling die bijzondere opvangbehoeften heeft in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a of 59b van de Wet of in vrijheidsontneming aan de grens op grond van artikel 6, derde lid, of artikel 6a van de Wet wordt gehouden, wordt regelmatig toezicht op hem gehouden en krijgt hij tijdig de bijstand die gezien zijn specifieke situatie en zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid noodzakelijk is.
- **5.** Het eerste, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de vreemdeling in vreemdelingenbewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 van de Wet, dan wel in vrijheidsontneming aan de grens wordt gehouden op grond van artikel 6, eerste en tweede lid of zesde lid, van de Wet, met dien verstande dat in die gevallen bijzondere aandacht wordt besteed aan de situatie van kwetsbare personen. In dringende medische zorg en essentiële behandeling van ziekte wordt voorzien.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** De maatregel waarbij de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet wordt opgelegd wordt gedagtekend en ondertekend; de maatregel wordt met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt. De vreemdeling wordt daarbij schriftelijk, in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, op de hoogte gebracht van de redenen van vreemdelingenbewaring en van de rechtsmiddelen die tegen oplegging van de maatregel openstaan, alsook van de mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen.
- **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde of zesde lid, van de Wet en in situaties waarin de vreemdelingenbewaring van de vreemdeling op een andere wettelijke grondslag wordt voortgezet.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** De vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, een cel van de Koninklijke marechaussee, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Wet. Bij de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging.
- **2.** Indien de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring een aanvang neemt op een politiebureau of in een cel van de Koninklijke marechaussee, wordt zodra dit redelijkerwijs mogelijk is de tenuitvoerlegging voortgezet in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 58, eerste lid, van de Wet.
- **3.** Vreemdelingenbewaring gebeurt in de regel in gespecialiseerde bewaringsaccommodaties. Indien dergelijke accommodaties niet beschikbaar zijn en vreemdelingen in vreemdelingenbewaring worden gehouden in een gevangenis, worden zij afgescheiden van gewone gedetineerden. Op vreemdelingen die een verblijfsvergunning asiel hebben aangevraagd, zijn de artikelen 11, 12 en 13 van de herschikte Opvangrichtlijn van toepassing.
- **4.** De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven zodra er geen grond meer aanwezig is.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** Gedurende de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel ingevolge de artikelen 6, tweede lid, 58, eerste lid, of 59, 59a of 59b, van de Wet, kan de vreemdeling voor korte duur naar elders worden gebracht, wanneer dit redelijkerwijs nodig is voor de toepassing van de Wet.
- **2.** Van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek van de vreemdeling zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan diens naaste verwanten of aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is.
- **3.** In geval de vrijheidsontnemende maatregel een minderjarige betreft wordt daarvan, zo daartoe de gelegenheid bestaat, ambtshalve zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over die minderjarige uitoefenen.
Via Stb. 2026, 128
Overeenkomstig door Onze Minister te geven algemene en bijzondere aanwijzingen stelt de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee Onze Minister onverwijld in kennis van de vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens dan wel het voortduren of verlengen daarvan.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** De aanwijzing bedoeld in de artikelen 57, eerste lid, en 58, eerste lid, van de Wet wordt zoveel mogelijk gegeven bij de beschikking waarbij de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen. De aanwijzing wordt met redenen omkleed.
- **2.** Artikel 5.10 is van overeenkomstige toepassing indien de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, gegeven wordt bij afzonderlijke beschikking.
Via Stb. 2026, 128
- **1.** Minderjarige vreemdelingen als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Opvangrichtlijn worden niet ondergebracht in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Alles wordt in het werk gesteld om minderjarige vreemdelingen zo kort mogelijk in vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens te houden, deze zo spoedig mogelijk op te heffen en hen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie te plaatsen.
- **2.** Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in artikel 17 van de Terugkeerrichtlijn worden slechts in laatste instantie en voor een zo kort mogelijke periode in vreemdelingenbewaring of vrijheidsontneming aan de grens gesteld.
- **3.** Niet-begeleide minderjarigen verblijven in aan hen toegewezen ruimten waar zij afgescheiden gehuisvest zijn van volwassenen.
- **4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.
Via Stb. 2026, 128
Vervallen artikelen
- **1.** Een vreemdeling als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Wet kan in bewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien:
- - **a.** een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken, of
- - **b.** de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.
- **2.** Een vreemdeling als bedoeld in artikel 59b, eerste lid, van de Wet kan in bewaring worden gesteld omdat het belang van de openbare orde zulks vordert, indien een van de gronden als bedoeld in artikel 59b, eerste lid van de Wet zich voordoet. Artikel 5.1c is van toepassing.
- **3.** Een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
- **4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, zesde lid, van de Wet.
- **5.** Met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat met inachtneming van artikel 28 van de Dublinverordening, kan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd of kan hij in bewaring worden gesteld, indien:
- - **a.** een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening; en
- - **b.** een significant risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken.
- **1.** Aan de voorwaarden voor inbewaringstelling, bedoeld in artikel 5.1a, eerste lid, of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 5.1a, vierde lid, is slechts voldaan indien ten minste twee van de gronden, bedoeld in het derde en vierde lid zich voordoen.
- **2.** Aan de voorwaarden voor inbewaringstelling of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 5.1a, vijfde lid, wordt slechts voldaan indien ten minste twee van de gronden, bedoeld in het derde en vierde lid zich voordoen, waarvan ten minste één van de gronden, bedoeld in het derde lid.
- **3.** Er is sprake van een zware grond voor inbewaringstelling of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel indien de vreemdeling:
- - **a.** Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
- - **b.** zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
- - **c.** eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
- - **d.** niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
- - **e.** in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt met betrekking tot zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
- - **f.** zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;
- - **g.** in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten;
- - **h.** tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van de Wet of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet;
- - **i.** heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
- - **j.** aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, en zijn aanvraag met toepassing van de grensprocedure niet in behandeling is genomen, niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;
- - **k.** een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
- - **l.** een overdrachtsbesluit heeft ontvangen, hem op zijn initiatief een termijn is gesteld om uit eigen beweging te vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek, en hij niet uit eigen beweging binnen deze termijn is vertrokken, dan wel
- - **m.** een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
- **4.** Er is sprake van een lichte grond voor inbewaringstelling of voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel indien de vreemdeling:
- - **a.** zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;
- - **b.** meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
- - **c.** geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
- - **d.** niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
- - **e.** verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld; of
- - **f.** arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen.
- **1.** De grond voor bewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet, is aanwezig, indien de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend is en zich ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, voordoen.
- **2.** De grond voor bewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet, is aanwezig, indien door middel van bewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen, en zich ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, voordoen.
- **3.** Bij de beoordeling of sprake is van een aanvraag die louter is ingediend teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen als bedoeld artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, ten derde, van de Wet worden alle omstandigheden van het geval betrokken, waaronder met name:
- - **a.** of de vreemdeling eerder een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gedaan;
- - **b.** de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt in het licht van zijn verklaringen hieromtrent;
- - **c.** de omstandigheden waaronder de vreemdeling is aangetroffen dan wel zijn aanvraag kenbaar heeft gemaakt;
- - **d.** of de vreemdeling in het Schengeninformatiesysteem ter zake van een inreisverbod gesignaleerd staat;
- - **e.** de gestelde nationaliteit in het licht van de toepassing van artikel 30b, eerste lid, onder b van de Wet,
- - **f.** de onderbouwing van de aanvraag.
- **4.** De grond voor bewaring, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet, is in ieder geval aanwezig, indien er is sprake van een aanvraagprocedure waarin vermoedelijk artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan worden tegengeworpen.
Gewijzigde artikelen
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 106
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128
Via Stb. 2026, 128